![]() |
![]() |
||||||||
|
Nieuws
zonnestroom actueel |
|||||||||
|
|
<<<
recenter |
actueel
206
205 204
203
202 201
200-191
190-181
180-171
170-161 160-151
150-141
140-131
|
10 maart 2026. CBS update 2. Strijd ligt weer helemaal open - Australia versus Nederland inzake solar (ctd).
Nu het CBS de eerste "eindejaars-cijfers" van opgesteld vermogen bekend heeft gemaakt (deel 1 van dit tweeluik), is het uiteraard weer interessant om te kijken naar de evolutie van het opgestelde vermogen per capita, tussen de (voormalige) wereldkampioenen Nederland en Australië. Met de nog zeer voorlopige cijfers voor beide landen, eind 2025 (met name voor Nederland) blijkt de strijd inmiddels weer helemaal open te liggen. Beide landen komen nu op vrijwel exact hetzelfde opgestelde (generator) vermogen per hoofd van de bevolking uit, eind 2025. We zullen pas later te weten komen, als alle cijfers eindelijk zijn "gesetteld", wie er eind van dat jaar (net aan) de leiding heeft genomen op dat vlak.
Polder PV zocht het weer tot in detail uit, met de meest recent beschikbare officiële capaciteits-cijfers, en de exacte bewoners-aantallen in beide landen, volgens de officiële data providers. Met daarbij natuurlijk nog steeds een grote slag om de arm: voor 2025 zijn de cijfers voor Nederland nog lang niet in steen gebeiteld, en kunnen ze nog steeds flink wijzigen (vermoedelijk een stuk hoger worden). Voor Australië zal een eventuele aanpassing vermoedelijk niet zeer groot zijn, de solar data worden daar veel beter, actueel, en nauwkeurig bijgehouden. Maar ook daar zijn de cijfers voor eind 2025 nog kakelvers, en kunnen ook die nog (opwaarts) worden aangepast. Het gaat dus spannend worden.
In onderstaande grafiek geef ik de update met de meest recent beschikbare cijfers, voor het opgestelde relatieve (generator) vermogen aan het eind van elk jaar, tm. 2025, daarbij tevens gebruik makend van de meest actuele bevolkingscijfers. Voor uitgebreid commentaar op deze gegevens, en de vergelijking, verwijs ik gaarne naar het dieper gravende stuk in de analyse van 7 maart 2024. Voor vorige versies van deze grafiek, zie de update van 19 november 2025, en de update van 18 november 2024.
De oudere data voor Australië zijn ditmaal marginaal aangepast ("opgeplust"), vanaf het jaar 2023. Voor Nederland waren de data ingrepen voor de jaren 2023 en 2024 in een vorige versie al (zeer) substantieel, en op 9 maart dit jaar werden eindelijk de eerste EOY cijfers voor 2025 bekend. Die nog zéér voorlopig zijn, en gegarandeerd later meermalen zullen wijzigen. Cijfers voor 2024 zijn nog niet aangepast bij het CBS.

Ten opzichte van de vorige grafiek zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd en zijn de volgende observaties te benoemen:
Conclusie
De conclusie blijft voorlopig, dat op het vlak van opgesteld nominaal generator vermogen per hoofd van de bevolking, kemphanen Nederland en Australia eind van 2025 vrijwel op een lijn zijn komen te liggen. Een duidelijke "kampioen" is nog niet vast te stellen, mede vanwege het feit dat nogal wat cijfers nog flink bijgesteld kunnen worden (vooral m.b.t. Nederland). En, sterk afhankelijk van die bijstellingen, hetzij Australia, hetzij Nederland, alsnog de leiding genomen kan hebben, begin 2026. Daar gaan we uiteraard in een volgende update weer op in, als er betrouwbare nieuwe cijfers beschikbaar zijn gekomen.
Zie ook 1e nieuwe cijfers van het CBS voor eind 2025, status 9 maart 2026.
10 maart 2026: Eerste afschatting eindejaars-volume totale PV markt Nederland in 2025, door CBS. Deel 1 - record zonnestroom productie > 25 TWh. Zoals in voorgaande jaren heeft het CBS begin maart (gisteren) het aller-eerste eindejaars-volume cijfer voor 2025 gepubliceerd. Zoals al verwacht, is dat zeer laag, wat met talloze zaken heeft te maken, waarbij netcongestie de grootste etterende zweer blijkt, die niet makkelijk is op te lossen (al wordt er hard aan gewerkt). De uit dit eindejaarsvolume af te leiden jaargroei is echter opvallend laag, op basis van eigen project realisatie cijfers van Polder PV is de verwachting dat dit, zoals al jaren het geval is, nog flink opgeplust zal moeten gaan worden. Ook zijn de eerste cumulatieve productie cijfers voor 2025 nu bekendgemaakt. Polder PV analyseert deze eerste ruwe gegevens in onderstaand artikel.
In de CBS tabel met de aantallen installaties is helaas nog geen nieuwe informatie opgenomen. Deze zijn namelijk nog niet opgegeven door het statistiek instituut. Voor de laatst bekende cijfers, tm. medio 2025, zie de tabel in de vorige update, van 18 november 2025. Deze half-jaar cijfers zullen niet meer publiekelijk worden bijgesteld door het CBS.
1. Evolutie PV capaciteit (generator resp. AC vermogen), volgens CBS
Voor de capaciteit zijn er wel nieuwe data. Althans, er is 1 nieuw, maar wel relevant cijfer gegeven, en wel voor het sedert 2022 door het CBS opgegeven "systeemvermogen". Dat is een nieuw construct, wat uit Europese regelgeving zou zijn voortgekomen. Het CBS definieert dit als volgt: "Het systeemvermogen is het maximale vermogen van de installatie, wat bepaald wordt door het minimum van het paneelvermogen en het omvormervermogen". Het is dus weer een andere eenheid dan zowel het aparte generator, als het omvormer vermogen sec, die in de meer gedetailleerde segmentatie statistieken van het CBS opduiken. Maar voor die afzonderlijk volumes zijn nog geen nieuwe cijfers voorhanden, die komen later pas.
Ik heb onderstaande tabel gereviseerd, volledig in het Nederlands vertaald, en in de 7e kolom genoemd "systeemvermogen" ondergebracht. Daarvan zijn slechts cijfers vanaf 2022 beschikbaar, en nu dus ook voor het eerst voor eind 2025.

In deze tabel wordt de evolutie van de cumulatieve capaciteiten van alle PV projecten weergegeven. Voor de generator capaciteit in de eerste helft van de tabel tm. de dubbele lijn, in MWp. Rechts ervan de nieuw toegevoegde AC "systeem vermogens", in recentere jaargangen. Omdat ditmaal niet expliciet het generator vermogen is opgegeven door het CBS concentreren we ons eerst op de rechterkant van de tabel.
In de 7e kolom zijn de systeemvermogens van 2022 tm. 2025 weergegeven. 2025 is nieuw, en bedraagt 25.878 MWac eind van dat jaar. Uit de EOY cijfers is in de volgende kolom het afgeleide jaargroei volume berekend, 4.601 MWac (record) in 2023, 2.815 MWac in 2024 (39% minder dan in recordjaar 2023), en in 2025 nog zéér voorlopig, een aanwas van slechts 1.106 MWac. Weer 61% (!) minder dan in 2024. Weliswaar nog een prematuur cijfer, wat gegarandeerd fors aangepast gaat worden in komende CBS updates, maar al tale-telling voor de zonder meer lage groei in 2025. Wat natuurlijk aan een combinatie van de ingestorte residentiële markt (zie cijfers energieleveren.nl, net van een verse update voorzien), met een sterk afgekoelde projecten markt heeft te maken.
Achteraan heb ik de verhouding van de uit te CBS cijfers geextraheerde generator vermogens (MWp) en de systeemvermogens (MWac) weergegeven voor de te berekenen jaargangen. Het generator vermogen blijkt in de jaren 2022 tm. 2024 tussen de 12,5 en 12,9% meer volume te hebben gehad, dan het ook door het CBS opgegeven systeemvermogen. Gemiddeld komt dat neer op 12,7% meer volume. Houdt dat vrij hoge percentage in gedachten, als u de hierboven genoemde sub 1 MWac data bekijkt, want energieleveren.nl gaat bij haar conversie uit van een veel te laag percentage van gemiddeld slechts 5% (!).
Eindejaars generator vermogens
Het CBS conversie percentage van gemiddeld 12,7% passen we toe op de 25,9 GWac systeemvermogen in 2025 (nieuwe opgave in rood), om hier uit het mogelijke generator vermogen aan het eind van het jaar te berekenen, maar wat het CBS zelf (nog) niet heeft opgegeven. Hieruit volgt een mogelijke capaciteit van 29.165 MWp EOY 2025, weergegeven in het rode cijfer links onderaan. De rest van de jaargangen, vanaf 2011, zijn wel door het CBS opgegeven, en staan hier boven vermeld. Dit betreft de allereerste afschattingen die ooit door het CBS voor de betreffende jaargangen zijn gepubliceerd.
In de derde kolom staan de meest recente opgaves van het CBS, voor dezelfde jaargangen. Dit kan een paar keer per jaar wijzigen, en kan fors verschillen van de eerste afschattingen. Tot en met 2023 zijn, volgens het CBS, deze meest recente afschattingen "definitieve" opgaves. 2024 en, natuurlijk (door Polder PV berekend vanuit systeemvermogen), 2025, zijn nog nader voorlopig dan wel zéér voorlopig.
In de 4e kolom staan de verschil volumes in generator vermogen tussen de eerste en laatste afschattingen van het CBS per jaar vermeld, in de 5e kolom is het percentage afwijking t.o.v. de eerste opgave berekend. Het verschil kan flink oplopen, 22% minder capaciteit dan oorspronkelijk was opgegeven in 2012. Vanaf 2015 zijn de verschillen positief: er werd steeds méér capaciteit gevonden door het CBS na enkele revisie rondes, dan bij de eerste opgave, wat veel heeft te maken met sterke administratieve vertragingen in met name de projecten markt, waarvan actuele informatie pas zéér laat beschikbaar komt (het meeste volume via de SDE dossiers van RVO, maar er worden ook projecten zonder subsidies gebouwd).
Het verschil liep op tot 8,8% in 2020 (eerste Corona jaar), daarna nam het weer af, naar 3,4% meer capaciteit dan oorspronkelijk gedacht, in 2023. Met de nog voorlopige cijfers voor 2024 (waarvan het volume in de vorige update neerwaarts werd bijgesteld), zit het CBS in de laatste update weer op een negatieve afwijking van 2,2% t.o.v. de eerste afschatting voor het eindejaars-volume. Maar omdat de cijfers voor 2024 nader voorlopig zijn, kan dit nog steeds wijzigen. Als er veel reeds gerealiseerd volume nog "mist" in de CBS data, zou het verschil, puur theoretisch, zelfs kunnen omslaan in een gering positieve afwijking van de oorspronkelijke inschatting van het CBS, maar dat blijft afwachten.
Jaargroei cijfers - 2025 nog lang niet helder
In de 6e kolom zijn de jaargroei volumes weergegeven, zoals afgeleid van de meest recent bijgestelde eindejaars-volumes volgens het CBS. De data voor 2011 en 2012 zijn niet goed vergelijkbaar met de cijfers voor 2013 en later, omdat er toen van een compleet andere onderzoek systematiek gebruik werd gemaakt. Die cijfers zijn grijs weergegeven in de tabel.
De jaargroei volumes nemen vanaf 2013 toe, tot 776 MWp nieuwe generator capaciteit in 2017. In 2018 werd voor het eerst (fors) meer dan een GWp nieuw vermogen bijgeplaatst, meer precies 1.697 MWp.
Tot en met 2023 volgde een reeks verbazingwekkende jaren met enorme nieuwe capaciteiten, zeer sterk gedreven vanuit de SDE regelingen waarbinnen steeds grotere projecten werden aangevraagd en grotendeels ook gerealiseerd. Dat, in combinatie met een ook sterk gegroeide residentiële PV markt. In de vorige update werd pas bekend, dat 2023 het nieuwe record jaar is geworden, met maar liefst 5.176 MWp nieuwe capaciteit, wat alweer 10% meer was dan de al flinke aanwas in 2022. In 2024 ging het volume echter sterk achteruit, naar, voorlopig, nog maar 3.267 MWp, 37% minder. Met het nu door Polder PV gereconstrueerde eindejaars-volume, is de mogelijke jaargroei in 2025 verder onderuit gegaan, naar, voorlopig, nog maar 1.185 MWp groei bij de generator capaciteit. Wat nog maar 36% van de aanwas in 2024 zou zijn geweest. Omdat dit een afgeleide berekening is van een ge-extrapoleerd eindejaars-volume, heb ik dat zeer voorlopige jaargroei cijfer grijs weergegeven.
Ook al is kristalhelder dat, door het instorten van de residentiële markt, in combinatie met een behoorlijk kwakkelende projectenmarkt, 2025 inderdaad een slecht jaar zal blijken te zijn, deze cijfers zijn nog zéér prematuur. En zullen zeer waarschijnlijk nog wel opwaarts bijgesteld gaan worden. Polder PV heeft namelijk in 2025 al een nieuwe volume van 937 MWp aan nieuwe zonneparken gevonden in dat jaar (introductie tot uitgebreide recente zonneparken update). En voor alle projecten vanaf 1 MWp heeft hij tot nog toe al 1.140 MWp opgenomen in zijn projecten overzicht (nieuw in 2025). Daar moeten alle kleinere projecten nog bij. In het sub 1 MWac segment werd in de data van energieleveren.nl namelijk nog eens 882 MW (ac) nieuw volume gevonden. Het generator vermogen zal flink hoger liggen (mogelijk boven de tien procent), dus dan zou je met deze volumes bij elkaar mogelijk al op 1.140 + 1,1*882 = dik 2,1 GWp kunnen komen. We gaan later zien, hoe dicht de CBS data in die buurt kunnen gaan komen.
Eerder werd al gerept over verschillen tussen de vigerende CBS cijfers en de data uit het Nationaal Solar Trendrapport 2025. Inmiddels is in november 2025 het Nationaal Storage & Solar Trend rapport 2025 verschenen, een samenwerking van DNE Research en Solar365, en te downloaden van de DNE website (hier). Daarin wordt een eerste prognose voor de jaargroei van de zonnestroom markt in Nederland gegeven, in 2025, van 2,08 GWp. Die vrijwel identiek is aan de nog grove, eigen berekening hierboven.
2. Grafiek evolutie EOY en YOY volumes PV capaciteit Nederland volgens CBS

In deze frequent bijgewerkte grafiek de laatste stand van zaken van de CBS data voor de evolutie van het generator vermogen in MWp, voor de eindejaars-accumulaties (EOY, blauwe kolommen), resp. het daar uit afgeleide jaargroei cijfer (YOY, oranje kolommen), beiden met rechter Y-as als referentie.
De cijfers tot en met 2023 zijn definitief, vanaf 2024 zijn ze nog "nader voorlopig", en zullen deze nog gaan wijzigen. De verwachting is, dat zeker de cijfers voor 2025 nog flink opwaarts aangepast zullen gaan worden, gezien de berekening door Polder PV in de broodtekst boven deze grafiek.
Met de huidige update is duidelijk dat, na jaren van continu hogere jaarvolumes, het tweede Corona jaar, 2021 het eerste jaar was met een lichte terugval in de groei (van 3.882 MWp nieuw in 2020 naar 3.715 MWp in 2021, oranje kolom segmenten). Daarna zette de groei weer door, naar forse volumes van 4.713 MWp nieuw in 2022, en nieuw historisch recordhouder 2023, met zelfs 5.176 MWp jaargroei. Een volume wat vermoedelijk nooit meer ge-evenaard zal gaan worden, zolang netcongestie het land "plat" blijft leggen.
Daarna volgde - met nog voorlopige cijfers - een zeer forse terugval, naar een aanwas van 3.267 MWp in 2024 (nog maar 63% van het nieuwe jaarvolume in 2023). Het nieuwe vermogen ligt daarmee momenteel tussen de jaarvolumes in van 2019 en 2021. Het uit de beschikbare CBS cijfers afgeleide volume van 1.185 MWp voor 2025 is waarschijnlijk veel te laag, waar veel capaciteit bij moet worden geplust. Waarvan deels al lang aan het net gekoppelde grote(re) projecten, die nog niet zijn doorgedrongen tot de CBS databank (een proces wat zéér lang kan duren!). Dat zegt dus nog niet zoveel, maar 2025 zal beslist géén hoge ogen gooien bij de te verwachten nieuwe PV capaciteit, dat is duidelijk.
De blauwe kolommen geven de evoluerende eindejaars-capaciteit weer, en, in de laatste gearceerde kolom, de nog zeer voorlopige status aan het eind van 2025. De eerste 10 GWp werd in de tweede helft van Corona jaar 2020 bereikt, de 20 GWp vroeg in 2023, en de 25 GWp vroeg in 2024. Helemaal afhankelijk van nog toe te voegen capaciteit aan 2025, kan eind van dat jaar mogelijk de 30 GWp zijn bereikt, of er marginaal onder blijven. Dat zullen we pas later te weten komen. Momenteel heb ik dat herleid uit de CBS cijfers, tot een volume van 29.165 MWp. Dat zou 4,2% hoger liggen dan het (voorlopige) EOY volume in 2024, bij de systeemvermogens zou het verschil bijna 4,5% zijn. CBS claimt in hun nieuwsbericht van 9 maart dat het verschil zo'n 4% zou zijn, zonder expliciet het door hen gevonden, voorlopige eindejaars- generator volume voor 2025 te benoemen.
In groene liggende balkjes heb ik in dezelfde grafiek de eerder deels bijgestelde volumes voor de "systeemcapaciteit" aan het eind van 2022, 2023, en 2024, en het nieuwe volume voor eind 2025 geplot, die op veel lagere niveaus liggen dan de generator capaciteit die daar aan is gekoppeld. De volumes vanaf 2024 kunnen nog worden bijgesteld.
Uit de jaargroei cijfers heb ik ook de procentuele wijziging per kalenderjaar geplot t.o.v. de jaarlijkse aanwas in het voorafgaande jaar, in een grijze gestippelde curve, met als referentie de linker Y-as, in procenten. Voorlopig ligt de aanwas in 2025 64% onder de jaargroei in het voorgaande jaar.
Eind 2025 zou er voorlopig 29,17 GWp generator vermogen zijn ge-accumuleerd, bij een systeemcapaciteit van 25,88 GWac.
Achterhaalde verwachtingen - what's new under the sun repeat modus
In de in juni 2024 gepubliceerde update van het "Integraal Nationaal Plan Energie en Klimaat 2021-2030" werd door het toenmalige ministerie EZK nog gewag gemaakt van een verwachting van 22,7 GW opgesteld PV vermogen in 2025, 25,7 GW in 2030 en tot 42,6 GW in 2040 (volgens uitgangspunten van het zgn. KEV2022). Eind 2025 zijn we, met de huidige CBS cijfers die verwachting voor 2025 dus al ruimschoots, met ruim 28%, voorbij (en de verwachting voor 2030 al met ruim 13%).
We hebben dit soort continu fors "de markt onderschattende" statistieken al vaker gezien, zoals met de in-depth beschouwingen van Auke Hoekstra over de IEA statistieken (o.a. PV Magazine, nov. 2018). Daar staat echter ook weer tegenover, dat oneindige groei gewoonweg niet mogelijk is, steeds meer voorheen "spetterende" PV markten hebben te maken met verzadiging, en andere remmende factoren, zoals de onovertroffen Jenny Chase in een fantastisch informatieve "jaarupdate draad", in een tale-telling grafiek liet zien op BlueSky, in oktober 2025.
3. Zonnestroom producties volgens het CBS

In dezelfde tabel met de nieuwste PV-capaciteit cijfers, zijn ook de kalenderjaar volumes voor de berekende zonnestroom producties weergegeven. In de CBS tabel "Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio") werd in de vorige update nog een eerste prognose voor het eerste half jaar van 2025 opgegeven, een volume van 14.495 GWh.
Inmiddels is een eerste berekening voor het complete jaar gedaan, wat uitkomt op 25.520 GWh, voor het eerst in de zonnestroom historie van Nederland meer dan 25 terawattuur (TWh). Het volume voor 2024 is nog niet aangepast, en zal zeker nog 1 maal gaan wijzigen, totdat de data voor dat jaar "finaal" worden verklaard door de statistici van het CBS.
2025 was dan ook een zeer zonnig jaar. Volgens de Bluesky post van Anton Boonstra was er in de periode januari tm. december dat jaar 12,3% meer productie in de PVOutput.org populatie, dan in 2024. Volgens de officiële KNMI jaar rapportages had de gemiddelde instraling in 2025 een niveau van 431.530 J/cm² (jaar-rapportage, p. 12), in 2024 was het 383.324 J/cm² (jaar-rapportage, p. 11), bij een langjarig gemiddelde instraling van 378.600 J/cm². 2025 was, derhalve, 12,6% rijker aan instraling dan 2024. En het lag bijna 14% boven het langjarige gemiddelde.
Er is ook goed nieuws te melden over het door het CBS berekende, relatieve aandeel van de zonnestroom productie ten opzichte van het bruto respectievelijk netto stroomverbruik bekend, en ditto, voor het genormaliseerde bruto elektra verbruik. Voor 2025 zitten we momenteel voor het eerst in de Nederlandse historie op ruim een vijfde van de zonnestroom productie t.o.v. het binnenlandse stroomverbruik dat jaar (cf. uitgangspunten EU politiek, zie grafiek, rode cijfers / linker Y-as). Meer to the point, op 21,09%. Zouden we de productie relateren aan het netto stroomverbruik (onder aftrek van eigenverbruik van sommige centrales), komen we weer hoger uit: 21,69% in 2025. Ook deze relatieve waarden zullen waarschijnlijk vanaf 2024 gaan wijzigen in komende CBS updates.
Zie ook deel 2, status Wp/capita bij Australia en Nederland.
Bronnen intern (eerdere CBS data analyses van Polder PV)
CBS update 18 november 2025 (tm. medio 2025), delen 1, 2 en 3
CBS update 15 juli 2025 ("Wederom verrassende zonnestroom statistiek aanpassingen door het CBS, met blijvende vraagtekens")
CBS update 17 juni 2025 ("CBS past marktgroei zonnestroom markt 2024 in negatieve zin aan")
CBS update 10 maart 2025 (1e cijfer EOY 2024), deel 1 capaciteit, deel 2 stroomproductie
CBS update 15 november 2024 (tm. medio 2024), delen 1, 2 en 3 (voor eerdere referenties, zie bronnen onder eerste bijdrage)
Bronnen extern
Elektriciteitsproductie en uitvoer op recordniveau (nieuwsbericht CBS, 9 maart 2026)
Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio (CBS tabel 18 november 2025)
Elektriciteitsbalans; aanbod en verbruik (CBS tabel update 9 maart 2026)
Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen (CBS tabel update 9 maart 2026)
Vermogen (definitie / omschrijving van het CBS van "vermogen" bij wind- en zonne-energie installaties)
9 maart 2026: Kamerbrief - eerste contouren SDE 2026. Op 13 februari 2026 werd door Sophie Hermans van het Ministerie voor Klimaat en Groene Groei, een brief naar de Tweede Kamer verstuurd met de eerste contouren voor de SDE 2026 regeling. Dat is inmiddels alweer de 7e SDE "++" regeling waarbij niet meer louter om de goedkoopste (duurzame) stroom- of warmte productie wordt geconcurreerd, maar op de technieken met de hoogste verwachte CO2 reductie. In dit artikel ga ik kort in op enkele belangrijke aspecten.
Het budget is, net als voor de vorige, extreem overtekende SDE 2025 regeling, 8 miljard Euro, waarbij de verwachting is dat er (a) ruime belangstelling zal blijven voor ondernemingen om in te tekenen, (b) voldoende concurrentie zal zijn tussen de verschillende technologie platforms, en (c) de uiteindelijk toe te kennen projecten tot een "kosteneffectieve" invulling zullen leiden van de CO2 reductie verplichtingen die in Nederland, in Europees verband, gelden. In het Regeerakkoord van kabinet Jetten werd al gesproken over het faciliteren van maar liefst 6 nieuwe openstellings-rondes voor de populaire SDE regelingen. Voor SDE 2027 zal in het voorjaar van 2026 duidelijkheid gegeven gaan worden over de benodigde middelen voor die opvolger regeling.
SDE 2026 zou volgens de huidige planning moeten plaatsvinden tussen 22 september (fase I, fasegrens 75 Euro per ton CO2 reductie) en 22 oktober 2026 (einde fase 5, 400 Euro per ton CO2 reductie). Er zal weer gebruik worden gemaakt van "hekjes" om nog niet kosteneffectieve technieken de markt"ruimte" te geven waarin ze tot wasdom kunnen komen, zodat ze op de middellange termijn daadwerkelijk mede een deuk in het pak boter kunnen slaan, tezamen met al langer goed werkende alternatieven. Hiervoor wordt wederom een grens van 750 miljoen Euro aangehouden, voor de domeinen lage- en hoge-temperatuur warmte, en moleculen. De effectiviteit van genoemde "hekjes" zal voor SDE 2025 worden onderzocht, en daarover zal bij de definitieve resultaten over die regeling worden gecommuniceerd. Die resultaten zijn er nu nog niet, het totaal aan aanvragen werd in een aparte Kamerbrief op 11 december 2025 gepubliceerd, waarna de ambtenaren van RVO aan de slag moesten om de aanvragen op correctheid dan wel fouten te controleren, wat de laatste jaren een langdurig proces is (analyse Polder PV).
Zon langs infra extra stimulans
Een groot deel van de reeds onder SDE 2025 mogelijk gemaakte technologie platforms worden weer gefaciliteerd onder SDE 2026, met weer enkele nieuwe die door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zijn voorgesteld (en enkele afvallers). Voor zonnestroom is de enige relevante nieuwe categorie "Zon-PV langs wegen en spoor", met als voorwaarde "direct grenzend aan". Dat is op zijn minst curieus te noemen, want er zijn in het verleden al de nodige PV projecten (direct) langs infra aangelegd zonder deze expliciete doelsubsidie, vaak omdat het om percelen gaat waar niemand zich "druk" over maakt, veelal ver van bebouwing. Zo ligt het op de openings-foto van Polder PV's uitgebreide recente zonnepark analyse getoonde project bij Hijken langs de A28 (Dr.), evenals het in die analyse genoemde, grote zonnepark Boxmeer (langs de A73, NB), het grootste particuliere zonnepark van Nederland (Zonneakker Voorst te Wilp, Gld), een vijftal projecten rond Hoogeveen (A28 / N48 en A37, Dr.), Zonnepark Klein Leeuwenhorst in Noordwijkerhout (ZH), en diverse andere oudere projecten. Langs het spoor vinden we o.a. een reeks van vier zonneparken langs het traject Deventer - Almelo (Ov.), nog een drietal op het traject Apeldoorn - Zutphen (Gld), het grootste project van Nederland in bouw, Eekerpolder (traject Zuidbroek - Scheemda, Gr.), en het, tussen het spoor en de N201 ingeklemde, "dubbele zonnepark" oostelijk van Hoofddorp (NH).
Dit alles is dus helemaal niet "byzonder" meer, ook voor Nederland niet. Kennelijk gaat dit echter expliciet gestimuleerd worden, net zoals dit al vele jaren geleden geschiedde in Duitsland, onder een van de oudere EEG regelingen. En waar een grote hoeveelheid infra-gerelateerde projecten uit is voortgekomen (o.a. een hele reeks zonneparken langs zowel het spoor als de snelweg, zuidelijk van Flensburg in Schleswig-Holstein).
Mogelijk heeft genoemde zon op infra "doelstelling" mede te maken met de diverse plannen voor zon langs snelwegen vanuit het "Energie op Rijksgrond" (OER) programma , waar nog maar weinig schot in is gekomen, tot nog toe. In de bijlage bij de brief wordt gewag gemaakt van mogelijke extra kosten voor dergelijke projecten, die via de SDE afgevangen zouden kunnen worden. Zo worden als mogelijke meerkosten aangevoerd "gestuurde boringen", "verkeers(veiligheis)maatregelen", en/of "tijdelijke toegangswegen". Dergelijke maatregelen zijn in het verleden (deels) al genomen, zowel bij projecten "direct langs infra", als bij geïsoleerder liggende zonneparken. Zo is de privaat gefinancierde, reeds genoemde, in Liander netgebied liggende "Zonneakker Voorst" voorzien van een netaansluiting over een afstand van zo'n 4 kilometer, op het TenneT/Enexis hoogspanningsstation in Deventer (Enexis netgebied), via een gestuurde boring onder de IJssel door. Zelf gefinancierd. Een andere motivatie zou zijn het extra stimuleren van "zonneparken op onbenutte gronden". De vraag is natuurlijk hoe veel "onbenutte grond" er voorhanden zal blijken te zijn, en of die in voorkomende gevallen wel voldoende volume zou omvatten om een sluitende business-case te kunnen maken.
Afvallers
In de bijlage wordt ook gerept over categorieën die niet meer worden ondersteund onder SDE 2027, omdat er (vrijwel) geen gebruik van is gemaakt in voorgaande regelingen. Voor zonnestroom vallen derhalve af de categorieën ("totdat gebleken is dat de markt er weer interesse voor toont"):
Andere belangrijke punten m.b.t. zonnestroom onder SDE regelingen
Er worden nog enkele belangrijke punten aangestipt die (ook) betrekking hebben op de stimulering van zonnestroom onder vigerende of toekomstige SDE regelingen. Dat zijn de volgende:
Uiteraard wordt er veel meer in deze Kamerbrief behandeld, de SDE regelingen zijn immers extreem wijdlopig, en behandelen talloze problemen voor verschillende technologie platforms. Ik verwijs u door naar de kamerbrief om dat zelf te gaan bekijken.
Het ministerie, wat inmiddels alweer een andere naam heeft gekregen onder Jetten I, "Ministerie van Economische Zaken en Klimaat", met Ministers Heleen Hubert, en, voor KGG, Minister van Veldhoven-van der Meer, wil voor de zomer de details voor SDE 2026 "++" vaststellen en in de Staatscourant publiceren.
Kamerbrief over openstelling SDE++ 2026 (Min. KGG, 13 feb. 2026)
In september opent nieuwe subsidieronde voor duurzame energie (nieuwsbericht Min. EZK, 13 feb. 2026)
Advies basisbedragen SDE++ 2026 (rapportage PBL, 13 feb. 2026)
Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) (startpagina SDE bij RVO)
5 maart 2026: Energieleveren.nl - sub 1 MWac PV markt februari 2026: licht herstel na dieptepunt januari, groei blijft zeer laag. Op de website energieleveren.nl zijn op 5 maart de cijfers voor de 2e maand van 2026 gepubliceerd, voor het marktsegment van de daar gemelde / geregistreerde PV installaties per stuk kleiner dan 1 MW omvormer capaciteit. In een eerdere rapportage werd het jaar 2024 afgesloten, met 53% minder nieuwe capaciteit in dit marktsegment, dan in record jaar 2023. Medio januari 2026 volgde de rapportage voor 2025, met ruim 45% minder aanwas dan in 2024, en een record lage aanwas in de maand december. Bij de aantallen registraties waren die percentages zelfs 53% (2024 t.o.v. 2023) en ruim 46% minder (2025 t.o.v. 2024). Januari 2026 gaf vervolgens een nieuw dieptepunt te zien bij de geregistreerde aanwas.
Het volume aan nieuwe registraties in februari 2026 is marginaal verbeterd t.o.v. januari, maar het volume blijft zeer laag in dit door residentiële installaties gedomineerde, grote marktsegment. Er werden voor februari 8.774 nieuwe registraties genoteerd, 27% meer dan in januari. Het was echter 46% minder dan in ook al flink tegenvallend februari 2025. In cumulatie werd een opgesteld vermogen van 19.357 MWac capaciteit bereikt, verdeeld over ruim 3,3 miljoen installaties.
In de eerste analyse van de energieleveren.nl cijfers, medio september 2024, maakte ik al gewag van de "instorting" van het kleine PV marktsegment in Nederland, op basis van de in dat jaar voor het eerst daar gepubliceerde marktcijfers van de "sub 1 MWac markt". In augustus 2024 werd destijds een voorlopig dieptepunt bereikt, met slechts 14 duizend nieuwe installaties, met een toegevoegd omvormer vermogen van 82 MWac. Een tweet van Polder PV (toen nog op "X") over deze markt "instorting" werd zeer vaak bekeken (laatste stand van zaken: 16.500 maal).
In de daar op volgende periode was de trend duidelijk negatief, met af en toe een kleine "opklaring" (maart - april 2024), maar het hele kalenderjaar werd beduidend minder volume geregistreerd dan in record jaar 2023.
Ook in 2025 bleven de nieuwbouw volumes zeer laag, tussen de 17.329 exemplaren in april, en enkele tussentijdse "laagte records", waaronder, uiteindelijk, het nieuwe dieptepunt in december, met 9.635 exemplaren. Het gemiddelde vermogen per nieuwe registratie, opvallend hoog in juni 2025 (6,18 kWac), bleef flink schommelen. Na een nieuwe low in november (5,04 kWac), volgde eind van het jaar weer een flinke toename naar 5,55 kWac per nieuwe registratie. Wat in januari 2026 verder aanzwol tot 6,14 kWac. Maar in februari dit jaar ging het weer onderuit, naar gemiddeld 5,14 kWac.

Grafiek
met, per maand, de nieuwe aantallen registraties per maand, opgetekend
door energieleveren.nl, tm. februari 2026.
2024 in magenta gekleurde
kolommen, die de forse terugval in nieuwe installaties in het <1
MWac segment goed laat zien.
2025 begon weer op een
laag niveau, en in de tweede jaarhelft is het niveau zelfs "zeer
laag" geworden.
Het nieuwe dieptepunt vinden we in januari
2026, met slechts 6.897 nieuwe exemplaren,
wat slechts iets werd verbeterd in
de 2e maand
dat jaar (8.774 exemplaren). Dat is, desondanks, 46% lager dan in
februari 2025, en slechts 16% van het niveau in februari 2023.
Met de weer geringe toevoeging in de tweede maand van 2026 zijn er begin maart in totaal nu ruim 3,30 miljoen PV installaties per stuk < 1 MWac bekend bij energieleveren.nl, volgens de optelling van de drie grootte-categorieën. Hierbij nogmaals de bekende disclaimer: dat is niet het aantal woningen, of dergelijke claims. Er worden immers zeer regelmatig uitbreidingen (= "installaties") aan bestaande projecten toegevoegd, zowel residentieel, als in de projecten markt, een endemisch verschijnsel in Nederland. Het aantal "objecten", "erven", "project sites", is, derhalve, altijd (veel) lager, dan bovengenoemd getal. Wat, desondanks, natuurlijk zonder meer een spectaculair volume blijft weergeven.
Het is nog zeer onzeker of deze "sub 1 MWac" markt zich in enige mate zal herstellen. Voorlopig zullen de nieuwbouw cijfers waarschijnlijk erg laag blijven. Wat vooral ligt aan de "schrik" in de residentiële markt, over het ook door de Senaat aangenomen wetsvoorstel van het vorige kabinet (Schoof), om de salderingsregeling per 1 januari 2027 definitief af te schaffen. En dat, in combinatie met de vrijwel bij alle leveranciers ingevoerde invoedings-heffingen voor kleinverbruikers met zonnepanelen, resulterend in forse extra af te dragen bedragen bij, met name, de grotere residentiële installaties. Wel is het zo, dat er eerste signalen zijn dat de invoedings-vergoedingen weer afnemen (contract Vattenfall, zie Bluesky post van 3 februari 2026).
Of dat voldoende stimulans zal zijn om de residentiële markt weer een duw in de rug te geven is echter nog zeer onzeker. Tale-telling is, in ieder geval, dat de grootste partij die meer dan 50 duizend huurwoningen van zonnepanelen heeft voorzien, waarvan het businessmodel voor een belangrijk deel van het mogen salderen van zonnestroom bij de betreffende huurders afhangt, de overkoepelende BV van Wocozon, inmiddels het faillissement heeft aangevraagd, o.a. vanwege corona schulden, in combinatie met een "ingestorte markt".
Bijna 19,4 GWac capaciteit in cumulatie - en langzaam verder groeiend

In de september 2024 rapportage werd het passeren van de piketpaal 18 GWac gemeld, en eind augustus 2025 de 19 GWac grens, in alleen het sub 1 MWac segment. Eind februari 2026 staat nu een totaal volume van 19.357 MWac vermogen geaccumuleerd. 37% daarvan, een enorm volume van ruim 7,1 GWac, is bijna exclusief residentieel (installaties kleiner dan 5 kWac, blauwe segmenten in de grafiek). Daarbovenop komt nog een deel van de op 1 na grootste categorie, installaties tussen de 5 en 15 kWac, die eind 2025 in totaal nog eens bijna 4,8 GWac omvatte.
Als we de - ter discussie te stellen - 5% meer generator vermogen dan AC vermogen volgens energieleveren.nl als uitgangspunt nemen, zou eind september voor het eerst in de geschiedenis alleen al dit sub 1 MWac marktsegment, een generator vermogen omvatten wat de 20 GWp zou zijn gepasseerd. Vermoedelijk is het echter al een stuk meer, omdat uit CBS statistieken blijkt, dat die verhouding DC / AC ver boven de 5% ligt (meer richting 10-11%). Begin maart 2026 zou met de door energieleveren.nl gehanteerde, conservatieve, 5% conversie, er minimaal 20,3 GWp generator vermogen kunnen zijn geaccumuleerd in dit grote marktsegment.
Relatieve aandelen op totaal volumes
Eind 2024 was het volume in dit marktsegment 18.388 MWac, volgens energieleveren.nl. In heel Nederland stond begin 2025, volgens de laatste CBS update, in totaal 24.920 MWac aan PV capaciteit. De "sub 1 MWac" markt zou dan, volgens deze laatste gecombineerde cijfers een aandeel hebben van bijna 74% van het totaal volume. De verwachting is, dat het nog neerwaarts aangepast zal worden, omdat de nodige gerealiseerde grotere, meestal SDE gesubsidieerde projecten (incl. grote PV daken en zonneparken), nog niet doorgedrongen zullen zijn tot de CBS data. Daar gaat meestal lange tijd overheen. Eind 2023 was het aandeel met de huidige, "definitieve" CBS cijfers, nog bijna 76%, dus daar is reeds een daling zichtbaar in het relatieve aandeel. Voor eind 2025 zullen we moeten wachten op eerste kalenderjaar cijfers van CBS, voor we daar een - voorzichtige - uitspraak over kunnen doen.
Kijken we uitsluitend naar het < 5 kW marktsegment in het energieleveren.nl dossier, zou het aandeel van deze "exclusief residentiële" kleine installaties t.o.v. de totale CBS volumes, iets gedaald zijn, van 27,9% EOY 2023, naar 27,3%, EOY 2024. Eind 2022 was het 27,4%. 2023 was dan ook, zeker in het begin, een "boom-jaar" voor de residentiële sector. Vanaf 2024 is de aanwas in dat segment flink onderuit gegaan.
Groei capaciteit per maand ook na dieptepunt in januari 2026 blijvend laag

In bovenstaande grafiek wordt de maandelijkse groei van de AC capaciteit bij de drie categorieën sub 1 MWac installaties getoond, afgeleid uit de accumulatie cijfers voor het eind van de maand, getoond in het vorige exemplaar. Hierin is goed te zien dat het nieuwbouw niveau voor de capaciteit in januari 2025 iets onder dat van augustus 2024 is komen te liggen, en toen een nieuw "all-time-low" had bereikt.
In 2025 tot en met januari 2026 gingen de volumes gemiddeld genomen verder onderuit, met aanwas cijfers tussen de 92 MWac (maart en april 2025), en, na het vorige record voor december, alweer een nieuw historisch dieptepunt in de getoonde periode, slechts 42,3 MWac in januari 2026. Februari was weer marginaal beter (45,1 MWac), maar de groei hield bepaald niet over. De horizontale streepjeslijnen geven de jaargemiddelde maandgroei cijfers weer. Meer specifiek, de 2e jaarhelft 2021 tm. kalenderjaar 2025, en voor de eerste 2 maanden van 2026, rechts onderaan. Het maandgemiddelde in 2025 (bijna 74 MWac/mnd) ligt flink onder dat voor 2024 (135 MWac/mnd), wat eerder al substantieel lager uitkwam t.o.v. het record gemiddelde in 2023 (284 MWac/mnd).
Bij de aanwas cijfers, was het aandeel van de capaciteit toevoeging van de kleinste, puur residentiële installaties (tot 5 kWac) in februari 2026 het laagst sinds medio 2021, 30,0% van het totaal. In februari 2025 is dat weer bijgetrokken, met grofweg vergelijkbare aandelen voor de drie grootte-klasses, waarbij ditmaal het midden-segment (5-15 kWac) het laagste aandeel had, 29%.
Ik heb in een vorige update 1 nieuwe grafiek toegevoegd, met de bekende volumes, voor de accumulatie aan het eind van het jaar, en de jaarlijkse aanwas cijfers, voor zowel de capaciteit (grote grafiek), als voor de aantallen installaties (inset linksboven), tussen 2021 en 2024. Hier onder staan de resultaten voor de complete jaargangen tm. 2025. Een volgende update volgt als de resultaten voor het eerste kwartaal van 2026 bekend zijn gemaakt (waarschijnlijk begin april).

Goed is te zien, dat 2023 het jaar met de hoogste toevoeging is geweest in dit grote deel-dossier, met 635 duizend nieuwe installaties en een toegevoegde capaciteit van 3.403 MWac. 2024 ging hard onderuit, met minder dan de helft van de nieuwe volumes in 2023 (298 duizend nieuwe installaties, 1.616 MWac). 2025 zakte nog verder onderuit, met een capaciteits-volume van 882 MWac, resp. 160 duizend nieuwe registraties. Wat 45% lager ligt dan de toevoeging in het ook al tegenvallende jaar 2024, en wat slechts ruim een kwart is van de record toevoeging in 2023.
Zie voor de mogelijke impact, andere grafieken, waaronder ook de update van het recent nieuw toegevoegde exemplaar met segmentatie in klein- en grootverbruik aansluiting, en duiding van dat alles, de bespreking van de meest recente cijfers in mijn update, hier onder gelinkt:
Statistieken PV markt segment registraties < 1 MWac bij energieleveren.nlupdate 5 maart 2026 |
Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")
4 maart 2026: Meer dan 7,1 GWp aan zonneparken in Nederland, op kleine footprint, op naar 1.200 projecten. Vandaag presenteert Polder PV zijn zesde zeer uitgebreide analyse van de zonneparken in Nederland. De webmaster heeft inmiddels 1.173 netgekoppelde, grondgebonden zonneparken geïnventariseerd in zijn projecten lijsten, met een geaccumuleerd vermogen wat inmiddels al de 7,1 GWp is gepasseerd. Daar bovenop komen ook nog de gerealiseerde volumes aan drijvende zonneparken, zon op infra, en vrijstaande solar carports.
De afgelopen maanden is Polder PV intensief bezig geweest met het naspeuren en checken van honderden details, meten van zonnepark oppervlaktes, tellen van zonnepanelen, inventariseren van project informatie, achterhalen van eigendomsverhoudingen, en wat al niet meer. Dit, om de zesde, grote zonneparken update voor Nederland van harde feiten te kunnen voorzien. In december 2025 had ik reeds een eerste versie klaar, maar in januari 2026 kwam er nog een SDE update van RVO overheen, waarvan hij alle relevante informatie ook heeft verwerkt en gecross-checkt met de eigen gegevens, om de huidige update zo actueel mogelijk te maken. Talloze details moesten worden gecheckt en nagelopen, en dit heeft de nodige tijd gekost.
Op 13 januari 2026 werd, met inschrijving van het ruim 60 duizend zonnepanelen tellende, door Chint Solar gebouwde Zonnepark Larendeel te Afferden (Druten, Gld) in de realisaties lijst van zonneparken van Polder PV, de 7e GWp overschreden. Dit gaat uitsluitend om de grondgebonden veldopstellingen, de drijvende projecten, zon op infra en vrijstaande carports zitten daar nog niet bij. De projectenlijst is bijgewerkt tm. peildatum 27 januari 2026, waarmee het aantal netgekoppelde grondgebonden zonneparken is opgelopen tot 1.173 exemplaren, en een geaccumuleerd vermogen van 7.121 MWp, inclusief het eerste bekende van 2026, coöperatief zonnepark Winterzon te Uitgeest (NH).
Dit alles was mede aanleiding om een grote update te maken van de vorige stand van zaken, die Polder PV op 17 december 2024 publiceerde. Hiertoe zijn weer veel detail berekeningen gemaakt, zijn er talloze grafieken opgemaakt, waaronder enkele nieuwe, tabellen ververst, en is de grote hoeveelheid data uitvoerig becommentarieerd en van de nodige duiding voorzien. Naast de pure veld-opstellingen, die blijvend de allergrootste volumes in dit dossier zullen blijven leveren, zijn ook de meest actuele data voor de drijvende zonneparken, zon op infra, en de vrijstaande solar carports en vergelijkbare derivaten opgenomen in deze grote analyse. Het resultaat vindt u beknopt in deze inleiding terug, en, in veel groter detail, in de onderaan deze introductie gelinkte detail analyse.

Zonnepark Hijken bij Beilen (Dr.), bij TenneT hoogspanningsstation Beilen. Het bijna 16 MWp grote project werd ge-entameerd door Solarcentury, overgenomen en in 2021 opgeleverd door Statkraft, en verkocht aan Duits investeringshuis Encavis.
De stand van zaken
Met de huidige detail analyse worden wederom harde cijfers gepresenteerd op basis van jarenlang onderzoek door Polder PV. Er waren eind 2025 in Nederland al 1.172 klassieke netgekoppelde* grondgebonden zonneparken, met 7,1 GWp aan opgesteld generator vermogen aanwezig. In 2025 zijn er tot nog toe slechts 70 nieuwe grondgebonden projecten gevonden, met een al hoge verzamelde capaciteit van 937 MWp. Hier zal beslist in een later stadium nog veel volume aan toegevoegd gaan worden, omdat veel informatie over 2025 nog helemaal niet bekend is, met name ook van kleinere veldopstellingen die mogelijk zonder subsidies zijn gebouwd. De in de vorige update gepresenteerde, nog zeer voorlopige cijfers voor 2024, zijn inmiddels fors bijgesteld, van voorlopig 55 naar 89 nieuwe projecten in dat jaar, en van 898 MWp naar een voorlopig nieuw record volume van 1.151 MWp aan toegevoegde capaciteit (marginaal hoger dan in 2022). Ook deze bijgestelde cijfers zijn nog niet in beton gegoten, en kunnen nog wijzigen.
Op 13 januari 2026 werd, zoals gezegd, de piketpaal van 7 GWp grondgebonden zonneparken gepasseerd in de groslijsten van Polder PV. Op peildatum 27 januari 2026 zijn er inmiddels al 1.173 projecten bekend, met een geaccumuleerde capaciteit van 7.121 MWp. Het ligt in de lijn der verwachting, dat in 2026 minimaal de 7,5 GWp piketpaal zal worden gepasseerd. Er werden tijdens het opstellen van de nieuwe analyse alweer enkele nieuwe projecten gevonden die aan het net gekoppeld bleken te zijn, die pas in de volgende update geïnsereerd zullen worden. Bovendien zijn er op genoemde peildatum nog eens 22 zonneparken op luchtfoto's gevonden, waarvan de generator al volledig bleek te zijn opgeleverd, maar waarvan nog geen netkoppeling van het betreffende project bekend was. Het is dus beslist mogelijk dat sommige van die projecten al in 2025 on-line zijn gegaan, of binnenkort finaal opgeleverd zullen gaan worden. Dat zullen we echter later pas definitief kunnen vaststellen.

In de grote grafiek de evolutie van de capaciteit van netgekoppelde grondgebonden zonneparken aan het eind van elk jaar (oranje kolommen, referentie rechter Y-as), en de systeemgemiddelde capaciteit (groene curve, referentie linker Y-as), in MWp. In de inset linksboven de aantallen veldinstallaties aan het eind van elk jaar (blauwe kolommen).
Inmiddels is er op de peildatum, met voornoemde aantallen installaties, een geclaimde oppervlakte bereikt van 5.591 hectare aan netgekoppelde grondgebonden zonneparken, voor een belangrijk deel niet op cultuurgrond, en een equivalent voorstellend van slechts 0,31% van het totale areaal aan cultuurgrond in Nederland (status eind 2025). Sinds 2017 is er een sterke toename in de opgestelde capaciteit per hectare te zien bij de netgekoppeld opgeleverde veldopstellingen projecten.
Bij afnemende aantallen nieuwe grondgebonden veld-projecten sinds 2023 (van 177 exemplaren, naar nog maar 70 nieuw in 2025), is de nieuw toegevoegde capaciteit per jaar inmiddels het hoogst geweest in 2022 en 2024 (beiden rond de 1.150 MWp), met 2020 op de derde plaats (1.073 MWp), gevolgd door 2023, met 938 MWp. 2025 heeft nu al bijna evenveel nieuwe capaciteit als 2023, met ongetwijfeld nog het nodige aan volume wat later toegevoegd zal gaan worden. Net als in de vorige update, is er weer een flinke hoeveelheid nieuw ontdekte "oudere", meestal kleinere, doch aan de Regionale Energie Strategie eisen voldoende veldopstellingen gevonden. Deze worden vaak ontdekt op luchtfoto's. Met name in Overijssel zijn tot nog toe veel van dergelijke kleinere projecten gevonden.
Tellen we bij bovengenoemde volumes voor uitsluitend grondgebonden zonneparken ook de drijvende exemplaren ("floating solar"), en zon op infra (geluidswallen e.d.) mee, zaten we eind 2024 al op bijna 6,5 GWp aan "vrijeveld installaties sensu lato". Tellen we daar ook nog de byzondere categorie vrijstaande carports en dergelijke opstellingen bij op, komt eind 2024 het totale volume al op 6.599 MWp. Relateren we deze cijfers aan het nog zeer voorlopige eindejaars-volume van het CBS voor dat jaar (27.980 MWp), zou het aandeel van deze 4 project categorieën al 23,6% zijn van de totale accumulatie op dat moment (vorige update tm. 2023 22,4%). Er wordt verder uitgebreid grafisch stilgestaan bij de grond-claims van de klassieke zonneparken, en de reeds bereikte - hoge - vermogens-dichtheden in recente jaargangen. In een apart intermezzo wordt voor de 2e maal recent onderzoek van Wageningen Universiteit (WUR) over deze materie tegen het licht gehouden en inhoudelijk van commentaar voorzien.
Dit artikel beschrijft kort de actuele status van grondgebonden zonneparken in Nederland in diverse facetten, en de status van andere "vrije veld projecten" in de breedste zin des woords. Onderaan het artikel vindt u een link naar een volledige, uitgebreide analyse, met veel meer details, grafieken, tabellen, en diverse eigen project foto's.
* Harde voorwaarde in de inventarisaties van Polder PV. Zonneparken, waarvan de generator al op luchtfoto's is te zien, maar waarvan nog geen "officiële" of informele bevestiging van netkoppeling is gepubliceerd, tellen nog niet mee voor de officiële statistieken (die immers van fysieke groene stroom productie uitgaan).
Voor alle hierna gemelde, en in de detail analyse opgenomen cijfers geldt, dat het zeer waarschijnlijk minimum hoeveelheden zijn, die de projecten betreft die tot nog toe zijn gevonden en gedocumenteerd. In werkelijkheid zal er meer volume reeds aanwezig zijn, met een functionerende elektra aansluiting (derhalve, groene stroom producerend). Vooral bij de kleinere projecten is de verwachting, dat er nog wel het een en ander gevonden zal worden. Inclusief installaties die soms al jaren oud zijn. Daarvan zijn er sowieso al talloze gevonden de afgelopen jaren, en opgenomen in de huidige zonneparken update.

Jaarlijkse nieuwbouw van louter grondgebonden zonneparken, in de grote grafiek (oranje kolommen, MWp), en het gemiddelde project vermogen per jaar (groene curve). In de inset (blauwe kolommen) de aantallen nieuwe projecten per kalenderjaar.
Met de huidige beschikbare, meest actuele data is er een record capaciteits-groei geweest in 2022 en in 2024, beiden rond de 1.150 MWp, t.o.v. slechts 835 MWp in 2021. 2023 en, met nog zeer voorlopige cijfers, 2025, zitten op een intermediair niveau van, nu bekend, 938 resp. 937 MWp. Vanwege een fors lager aantal nieuwe projecten in 2024, bij een hoge capaciteit, is het gemiddeld project niveau dat jaar op een historisch gemiddelde gekomen van 12,9 MWp per project. In de jaren 2020 tm. 2023 lag dat niveau veel lager, tussen de 5 en 7 MWp gemiddeld per nieuw project. 2025 is nog verre van representatief, omdat nog veel informatie onbekend is. Desondanks is met een tot nog toe gevonden, laag aantal nieuwe projecten, 70 stuks, al een fors volume van 937 MWp toegevoegd. Wat nu nog resulteert in een record hoge gemiddelde omvang van 13,4 MWp per project. Maar wat bij latere toevoegingen en wijzigingen waarschijnlijk flink lager gaat worden.
Als we de detail data van Polder PV vergelijken met de beschikbare cijfers van het CBS, blijkt het aandeel van de capaciteit van nieuwe klassieke grondgebonden zonneparken per jaar sterk te zijn toegenomen van 1,6% van het nieuwe totaal volume in 2015 (alle capaciteit in heel Nederland), naar 28% bij de totale aanwas in 2020. In 2021 tm. 2023 schommelde dit percentage tussen de 23, 24, resp. 18%. Met name vanwege de instorting van de residentiële markt in 2024, is het aandeel van alleen de grondgebonden zonneparken opeens weer flink toegenomen naar al ruim 35% van het totale nieuwe volume dat jaar. De hoge impact van alleen al de klassieke veldopstellingen op de nationale markt is hiermee nog duidelijker geworden, en kan beslist niet worden genegeerd. Het is zeer onverstandig om vanwege slecht gefundeerde politieke argumenten, deze belangrijke ontwikkeling hardhandig te blokkeren.
23% op veld en op water (EOY 2024)
Kijken we naar de eindejaars-accumulaties van de opgestelde capaciteiten, hebben louter grondgebonden zonneparken volgens de detail overzichten van Polder PV reeds een aandeel van 22% op het geaccumuleerde totaal volume in Nederland bereikt, eind 2024 (6.168 MWp / 27.980 MWp). Rekenen we ook de drijvende zonneparken mee, komen we al op 6.482 MWp, ruim 23% van totaal geaccumuleerd volume (voorlopige cijfers).
Kleinste projecten in de versnelling
Naast de zeer uitgebreide documentatie van de grondgebonden projecten groter dan 15 kWp, is ook, voor de derde maal, een inventarisatie van de talloze kleinere projecten, die buiten de Regionale Energie Strategie (RES) indelingen vallen gemaakt. In totaal komt Polder PV daarbij al op 893 van dergelijke projecten uit, met bijna 24 duizend zonnepanelen. Dit is, gezien het tempo van de ontdekkingen van deze kleine categorie, nog maar het topje van de ijsberg, er zullen al véél meer van dergelijke installaties zijn gerealiseerd, dan nu al bekend zijn. In de detail analyse wordt een overzichtje per provincie gegeven, met Overijssel als voorlopig kampioen.
Regionale segmentaties

Bij de segmentaties naar provincie, blijft Groningen bij het opgestelde vermogen nog steeds boven de rest uit steken, met, op de peildatum een record opgestelde capaciteit van minimaal 1.203 MWp, verdeeld over 92 grondgebonden projecten (beslist géén record wat aantal betreft). Het was de eerste provincie met meer dan 1 GWp aan uitsluitend grondgebonden veldopstellingen. Gelderland heeft inmiddels, sinds de vorige update, dankzij forse groei van de capaciteit, Drenthe ingehaald, en is nu de 2e provincie met meer dan 1 GWp, meer precies 1.068 MWp, bij alleen de veldopstellingen. Die echter, gezien het hoge aantal projecten, 177 exemplaren, per stuk gemiddeld wel flink kleiner zijn dan in Groningen of Drenthe. Door toevoeging van enkele grote zonneparken, vinden we nog steeds het hoogste gemiddelde project volume terug in provincie Flevoland, 22,1 MWp gemiddeld. Dit, vanwege een relatief laag aantal, maar wel gemiddeld zeer grote projecten, inclusief het grootste van Nederland (Dorhout-Mees) en, afgelopen jaar, de grote Noordermeerdijk installaties langs de noord-west kust van de Noordoostpolder. Overijssel heeft sinds de vorige update de top positie van Gelderland overgenomen bij de aantallen, met name vanwege de vondst van veel kleinere (deels oudere) projectjes. De verhouding tussen die twee is nu 189 om 177. Het project gemiddelde in Overijssel is wel veel kleiner (3,0 MWp t.o.v. 6,0 MWp in Gelderland). Noord-Brabant heeft een inhaalrace achter de kiezen, en staat inmiddels vlak achter Gelderland, met ook al 174 grondgebonden zonneparken.
Nieuwste kaart
Polder PV heeft voor eind 2024 wederom een update van de gedetailleerde kaart gemaakt van de verdeling van, ditmaal vier parameters bij de twaalf provincies en voor heel Nederland (linksboven in de kaart). En wel, de status van de geaccumuleerde capaciteit van grondgebonden + drijvende projecten (groen), ditto (nieuw), voor de capaciteit op woningen volgens het CBS (rose-rood), voor alle niet-woning gerelateerde capaciteit volgens het CBS (blauw), en alle capaciteit volgens het CBS (geel). Met, ditmaal, de relatieve aandelen van het totaal aan klassieke, grondgebonden plus de drijvende zonneparken t.o.v. die totaal volumes (weergegeven in percentages in donker-rood onderaan de kolommen). De verschillen tussen de provincies blijven opmerkelijk, met name Groningen onderscheidt zich in dat jaar, met ruim 57% aandeel van grondgebonden en drijvende zonneparken t.o.v. de totale capaciteit, sterk t.o.v. de overige provincies. Het aandeel in Drenthe is in 2024 bijna 51%, dus ook al ruim de helft van het totaal volume. Limburg, Noord- en Zuid-Holland blijven ver achter, met 10% tot bijna 8% van het totaal opgestelde volume terug te vinden in de verzameling grondgebonden en drijvende opstellingen.
Linksboven zien we de wijzigingen in de totale volumes voor heel Nederland, tussen de jaren 2023 (rechter kolommen set), en 2024 (linker diagram). Het aandeel van veld- en drijvende installaties nam in die twee jaar weer toe, van 21,5% naar 23,2%, met de meest recent beschikbare cijfers, wat deels te maken heeft met de record hoeveelheid vermogen die in de residentiële sector (op daken) werd afgezet, in 2023, en de instorting van dat segment in 2024 (bij gecontinueerd hoge uitbouw van zonneparken). Tegelijkertijd nam het aandeel van de capaciteit die niet "op woningen" is aangebracht volgens de uitgangspunten van het CBS (dat is inclusief alle vier de "vrije-veld" categorieën besproken door Polder PV), weergegeven in blauw, ook toe, van 58% in 2023, naar bijna 59% in 2024. Daar zitten ook al veel (zeer) grote rooftop projecten bij op bedrijven en instellingen, inclusief de zeer grote "distributie dozen" die overal uit de grond zijn gestampt. En waarvan de daken voor een groot deel, of helemaal, vol PV-modules worden gelegd, grotendeels in een oost-west confuguratie. Bij de capaciteit op woningen ging het aandeel iets achteruit: van 42% in 2023, naar ruim 41% in 2024 (voorlopige cijfers).

Voor details m.b.t. deze en andere grafieken, zie de complete analyse, onderaan deze introductie gelinkt.
Updates en nieuwe grafieken
In de huidige analyse zijn meer grafieken opgenomen met de verdelingen over de provincies. Voor de evolutie van de capaciteit in grondgebonden veldopstellingen heb ik bijvoorbeeld het volgende diagram ververst sinds ik die in de vorige update heb toegevoegd.

In deze grafiek is goed te zien, dat de evolutie van de capaciteitsontwikkeling onregelmatig verloopt, met diverse "knikken" in de curves. Dit heeft te maken heeft met de asynchrone toevoegingen van nieuwe zonneparken per provincie. Groningen heeft regelmatig een hoge groei gehad, en komt op het hoogste volume uit, eind 2025 (1.203 MWp), Drenthe groeide onregelmatig, met hoge toevoegingen in in 2020 tm. 2022, maar daarna met veel lagere nieuwe volumes. Deze provincie is inmiddels zowel ingehaald door hard gegroeid Gelderland (eind 2025 1.068 MWp), en, met de huidig bekende data, ook net door Noord-Brabant, wat ook een hoge groei kende in de afgelopen jaren, net als Flevoland in 2025. Ook opvallend is de lage groei in Zeeland in 2024 en 2025. Fryslân kan nog enigszins meekomen met de "groten", maar de randstedelijke provincies Zuid- en Noord-Holland, en Utrecht, en Limburg, zitten op veel lager niveaus. Meer nieuwe grafieken, inclusief een tweetal taartdiagrammen, diagrammen met nieuwbouw volumes, alsmede een exemplaar met de totale hoeveelheid zonnepanelen in grondgebonden veld projecten, vindt u in de uitgebreide analyse.
Afvalwaterzuivering / drinkwater sector
12% van het totaal aan op 27 januari 2026 bekende 1.173 zonneparken, vinden we bij rioolwater zuiverings-installaties, of op de erven van in recente jaren uit gebruikt genomen exemplaren (143 stuks). Omdat ze echter niet zeer groot zijn, gemiddeld ongeveer 981 kWp (afgenomen sinds vorige update), is hun aandeel bij de totale capaciteit relatief bescheiden. Inclusief de paar projecten bij waterwinbedrijven, is het capaciteit aandeel t.o.v. het totale volume van grondgebonden veldopstellingen 2,3%. Dat is alweer een stuk minder dan de 4,2% eind 2021. De reden is dat, ondanks een lichte groei in deze specifieke deel-sector, er een verzadigingspunt is bereikt, in combinatie met het feit dat er de laatste jaren gemiddeld genomen zeer grote zonneparken (niet op RWZI terreinen) worden opgeleverd, her en der in Nederland.

Grafiek met de nieuwbouw van het aantal (blauw) en capaciteit van (oranje) zonneparken op erven van RWZI's en waterwinbedrijven, en de gemiddelde systeem omvang (grijze curve, linker Y-as). Het hoogtepunt ligt reeds jaren achter ons (2021), al werden er nog steeds af en toe dergelijke projecten nieuw gebouwd in de afgelopen 2 jaar. In de detail analyse wordt ook nog een grafiek met de evolutie van de eindejaars-accumulaties getoond.
... en per netbeheerder
Netbeheerder Enexis blijft by far het overgrote merendeel aan zonneparken aangesloten in haar netgebied houden. Dat is inmiddels (peildatum 27 januari 2026), een spectaculair volume van 3.162 MWp, een factor 1,6 maal de capaciteit bij de grootste netbeheerder Liander (2.026 MWp), en inmiddels 44% van het totale volume aan klassieke veld-projecten omvattend. Het verschil met Liander is weer iets groter geworden. In de detail analyse wordt ook wat extra aandacht besteed aan het groeiende fenomeen Gesloten Distributie Systeem (GDS netten).
Grootste zonneparken by far hoogste impact
Terwijl het aantal zonneparken het grootste is in de kleinere project categorieën, zijn de geaccumuleerde capaciteiten vooral terug te vinden bij de grootste zonneparken. Met name in de categorie 5-15 MWp, en de grootste categorie, met zonneparken groter of gelijk aan 30 MWp per stuk, zijn de volumes zeer hoog, met 1.750 resp. 3.288 MWp aan opgestelde capaciteit. Laatstgenoemde categorie heeft maar 62 projecten, die per stuk dus omvangrijk zijn, gemiddeld 53 MWp per project. En die een claim van inmiddels 46% leggen op het totale gerealiseerde volume bij alle netgekoppelde zonneparken (NB: in de vorige update was dat nog maar 42%).
Zonneparken en geclaimde oppervlaktes
Een uitgebreide sectie wordt wederom gewijd aan het geclaimde oppervlak van alle grondgebonden zonneparken. Daar is veel werk in gestoken, van talloze zonneparken zijn nu eigen, nauwkeurige metingen gedaan. Dat komt, in totaal, voor de reeds gemeten, netgekoppelde grondgebonden veldinstallaties, uit op minimaal 5.591 hectare, het equivalent van slechts 0,31% (vorige update: 0,27%) van het totaal aan cultuur (landbouw) grond in Nederland. En goed voor ruim 7,1 GWp aan opgesteld vermogen (een kwart van het totale PV vermogen medio 2025, volgens het CBS). Extrapolerend met 13 projecten, waarvan de grondclaim nog niet goed bepaald kon worden, zou er nog eens een bescheiden volume van 21 hectare aan toegevoegd kunnen worden, op de genoemde peildatum. Kadaster heeft eerder al gevonden, dat de ondergrond van slechts 60% van de door hen geïnventariseerde, kleinere populatie (>= 0,1 ha grote) zonneparken 5 jaar geleden voor een landbouw toepassing in gebruik was.
Zouden we de gemeten oppervlakte van de 1.160 grondgebonden zonneparken op peildatum 27 januari 2026 relateren aan het landoppervlak van Nederland, dus exclusief binnen- en buitenwateren, is dat slechts 0,17%.
De gemiddelde oppervlakte van de netgekoppeld opgeleverde projecten was aanvankelijk klein, 0,6 ha per project in 2015. Tussen 2018 en 2023 schommelt het gemiddelde rond de 4-5 ha per project, waarbij het gemiddelde gedrukt wordt, omdat er steeds meer kleinere projecten worden gevonden, die voldoen aan de RES norm (> 15 kWp), die al een paar jaar oud zijn. De 89 nieuwe projecten tot nog toe gevonden voor 2024 hebben een veel hoger gemiddelde van 9,8 hectare per project, maar de verwachting is dat dit verder omlaag zal gaan als meer informatie over dat jaar bekend wordt, inclusief vermoedelijk nog niet gekende kleine netgekoppelde projecten. Hetzelfde geldt voor de eerste 70 gevonden nieuwe projecten in 2025, die een iets lager gemiddelde oppervlakte claim hebben van 9,3 ha per project. De specifieke grond claim nam continu toe, van 926 kWp/ha (2017) naar, voorlopig, 1.463 kWp/ha in 2025. Er wordt dus nog steeds meer vermogen op dezelfde oppervlakte eenheid geplaatst.
Het gemiddelde van 1.160 zonneparken waarvan de oppervlakte gemeten kon worden, van klein tot groot, komt neer op 1.197 kWp/ha. In de vorige update was dat 1.154 kWp/ha, het is dus weer verder toegenomen. Per grootte categorie liggen de "extremen" van de gemiddeldes inmiddels tussen de 1.013 kWp/ha (projecten tussen de 15 en 50 kWp) en 1.456 kWp/ha (grootste project categorie met zonneparken van minimaal 30 MWp). De vermogens-"dichtheden" zijn wederom, t.o.v. de vorige update, in alle categorieën toegenomen. Er is wel een grote spreiding, wat te maken heeft met project-specifieke omstandigheden. Elk zonnepark is daarin uniek.

In bovenstaande nieuwe versie van deze grafiek wordt de evolutie van de specifieke capaciteit per hectare bij de klassieke grondgebonden zonneparken voor elke jaargang afgezet tegen de capaciteit van elk project afzonderlijk (puntenwolk). Waarbij tevens de jaargemiddeldes zijn berekend, en weergegeven in bijpassend gekleurde grote diamantjes. Hieruit wordt kristalhelder, dat zonneparken, gemiddeld genomen, van jaar tot jaar steeds groter worden, en ook, dat het vermogen per oppervlakte eenheid flink is toegenomen, van 77 kWp/ha in 2012 (8 projecten), tot al 1.384 kWp/ha bij de 89 nieuw toegevoegde projecten in 2024. Voor 2025 is nog relatief weinig informatie voorhanden om iets over de trend te kunnen zeggen, al ligt dat met de huidige gevonden 70 nieuwe projecten al op het hoogste niveau, 1.463 kWp/ha.
Nieuw is opname van een vergelijkbare grafiek met de spreiding van de vermogens-dichtheid bij de drijvende zonneparken geïnventariseerd door Polder PV. Deze hebben gemiddeld genomen een veel compactere bouwwijze dan veldsystemen. Het gemiddelde ligt bij dergelijke installaties dan ook veel hoger: 1.568 kWp/ha, 31% hoger dan het gemiddelde van de enorme populatie veld-systemen (1.197 kWp/ha).
In een separaat intermezzo wordt voor de tweede maal ingegaan op resultaten van oppervlakte metingen van zonneparken in een geautomatiseerd portal van Wageningen Universiteit (WUR) en de grotendeels SDE / SCE gebaseerde Zon op Kaart inventarisatie van ROM3D. Waarbij nog steeds / alweer de nodige kanttekeningen zijn te plaatsen.
Veel zonnepanelen, en "oost-west" populair
Het totale aantal zonnepanelen opgesteld in de tot nog toe gevonden (exclusief) grondgebonden zonneparken telt inmiddels op tot 16,2 miljoen exemplaren. Alleen al de grootste project categorie >= 30 MWp, die 62 zonneparken omvat, heeft 7 miljoen zonnepanelen.
Ruim 39% van de grondgebonden zonneparken omvat (deels) oost-west opstellingen, waarbij de oriëntatie uiteraard sterk kan afwijken van "pal O-W". Het aantal projecten met dergelijke oriëntaties is van jaar tot jaar toegenomen, in 2017 was het aandeel onder de nieuwkomers zo'n 11%, in de jaren 2020-2022 steeg het van 37 naar 57%, en nam het weer wat af, naar bijna 52% in 2024. Bij de nog voorlopige cijfers voor 2025 steeg het weer iets, naar, voorlopig, ruim 54%. Ruim de helft, dus.
Grootste projecten dominant "in het vrije veld"
De 100 grootste netgekoppelde installaties in het reeds ruim veertien-duizend records tellende PV project overzicht van Polder PV bestaan uit 94 grondgebonden zonneparken, 4 floating solar (drijvende) projecten en slechts 2 grote rooftop installaties. Daar zit echter ook de zeer grote solar carport van SolarFields bij pretpark Walibi, in Biddinghuizen bij, die ik in een aparte vrijeveld categorie, de vrijstaande solarcarports indeel. 2 grote rooftop projecten, enorme solarkassen, zijn inmiddels illegaal verklaard, en mogen geen stroom meer opwekken van de betreffende gemeente (deze 2 tellen dus eigenlijk niet meer mee, al staan ze er nog). Van de gezamenlijke capaciteit van de 100 grootste projecten, inmiddels alweer 4,34 GWp, valt 4,23 GWp (97%) toe aan uitsluitend grondgebonden veldinstallaties. De grootste 25 klassieke veldopstellingen hebben een factor 5,1 maal het gezamenlijke vermogen van de 25 grootste netgekoppelde rooftop / "niet-veld" projecten in mijn overzicht (dat is inclusief het grote carport project te Biddinghuizen). In de vorige update was dat nog een factor 4,6, het al grote verschil neemt dus nog verder toe.
Evolutie drijvende projecten
In de huidige analyse heb ik ook een tweetal grafieken toegevoegd voor de evolutie van 2 categorieën die ik strikt apart houd van de grote verzameling grondgebonden installaties, de drijvende projecten, en de vrijstaande carports en vergelijkbare "pergola's in het veld". Hier onder vindt u het exemplaar voor de drijvende installaties.

Het CBS gooit alle drijvende projecten (die zij kennen) in de verzamelbak zonneparken, Polder PV houdt ze strict gescheiden. In 2020 en 2023 zijn er kleine versnellingen in het geplaatste vermogen geweest. Al gaat de ontwikkeling gestaag door, het blijft een specialistisch segment, met nog steeds de nodige potentie. Het aandeel van het geaccumuleerde vermogen, 333 MWp op peildatum 27 januari 2026, is slechts 4,7% van het verzamelde vermogen van de klassieke veldopstellingen (7.121 MWp), en is daarmee weer iets ingezakt t.o.v. de vorige update (ruim 5%).
Als we de volumes van grondgebonden, en de kleine populaties drijvende projecten per provincie optellen, en die tegen het inwoner aantal afzetten, heeft Groningen weer duidelijk afstand genomen van Drenthe (ongeveer gelijk opgaand in de vorige update). Groningen heeft inmiddels 2.069 Wp per inwoner opgesteld vermogen voor alleen deze 2 installatie klasses. Drenthe en snel gegroeid Flevoland, zitten een stuk lager (1.816 resp. 1.765 Wp/inwoner). Zie grafiek hier onder.

De Randstedelijke provincies kunnen bij dit geweld vanwege o.a. veel te dure grond, en hoge inwoner aantallen, absoluut niet meekomen, en zitten in de staart van het peloton, met Zuid-Holland als rode lantaarndrager (67 Wp/inwoner). In de detail analyse zijn ook 2 grafieken met de absolute volumes, voor eind 2024 (aangepast), en voor genoemde peildatum eind 2025, opgenomen.
Nieuwe items
Nieuw in de huidige detail analyse zijn paragrafen omtrent eigenaarschap van grote zonnepark folio's, en een eerste poging tot inventarisatie van zonneparken met stroom opslag (BESS installaties). Novar (NL) en de 2 grote Duitse investeringshuizen, Blue Elephant en Encavis, staan op het erepodium, met in totaal 699 MWp, 675 MWp, resp. 393 MWp aan zonneparken in hun bezit. Bij de grootschalige portfolio's zijn sowieso alleen west-Europese (inclusief Nederlandse) eigenaren / holdings dominant.
Ook wordt in de detail analyse kort stilgestaan bij het tijdelijk (?) weer volledig ontmantelde Groene Energiecorridor project bij Zwanenburg, wat het tweede grootste PV project van Nederland had kunnen zijn, als de beruchte "schittering problematiek" geen roet in het eten had gegooid ...
23,6% van totaal volume, niet op dak, eind 2024
Als we bij de hierboven uitgebreid besproken categorie klassieke grondgebonden veldopstellingen ook nog de separaat geïnventariseerde netgekoppelde drijvende zonneparken meenemen, heeft Polder PV eind 2024 al 6.482 MWp, 11,2% meer capaciteit staan dan het CBS claimt voor hun categorie "groot vermogen op veld" (5.831 MWp). Nemen we ook opstellingen op geluidswallen e.a. verkeers-infra mee, zit Polder PV eind 2024 al op 6.497 MWp, 11,4% meer vermogen "niet op dak" (bij installaties > 15 kWp), dan het CBS heeft staan. Zouden we dan ook nog de vrijstaande carports en vergelijkbare derivaten (inclusief de 1e aangesloten grotere fruitoverkapping agri-PV projecten) meenemen, feitelijk ook te beschouwen als "niet-gebouwgebonden" installaties, komen we eind 2024 voorlopig al op een volume van 6.599 MWp aan niet dakgebonden "veldsystemen sensu lato", 13,2% meer dan het "groot vermogen op veld" volume volgens CBS.
Voor 2025 is het nog te vroeg om te kunnen stellen wat het aandeel van deze vier categorieën op het totaal volume is geworden, want er ontbreekt nog zeer veel informatie. Wel kan ik hier alvast de voorlopig status van de al gevonden volumes noemen. Tot nog toe zijn er al 1.447 projecten bekend bij deze vier categorieën, met een verzameld vermogen van 7.565 MWp. Dus al een aardig eind richting de 8e GWp piketpaal.
Met de nog voorlopige CBS data voor 2024, 27.980 MWp accumulatie voor álle PV-capaciteit in Nederland, aan het einde van het jaar, zou het aandeel van de verzamelbak veldsystemen, drijvende projecten, zon op / in infra, en vrijstaande solar carports, eind dat jaar al opgelopen kunnen zijn tot bijna 23,6% van het totaal opgestelde volume in Nederland. Dat gaat dus al bijna richting een kwart van het totaal volume.
Portfolio
Er komt nog veel meer volume in deze deelmarkten aan. Alleen al in de SDE portfolio's zitten, tot en met de beschikkingen voor SDE 2024 "++", reeds toegekende capaciteiten voor 3,4 GWp voor uitsluitend klassieke vrijeveld opstellingen, 215 MWp voor drijvende zonneparken, 2 MWp voor agri-PV installaties, en 8,5 MWp voor zon op / in infra. Daar bovenop komen de nog niet bekende toe te kennen capaciteiten voor SDE 2025, waarvoor bijna 1,1 GWp aan vermogen is aangevraagd. Een veelvoud van deze volumes staat daarnaast nog in planning, van nog nat achter de oren, tot op het punt van het doen van een aanvraag voor een (of meer) SDE beschikking(en) bij RVO.
Afvoer
Niet alle veldinstallatie plannen brengen het tot een goed einde. Er is inmiddels al een flinke verzameling van 293 projecten afgevoerd, waarvan een melding bekend is dat ze zijn gestaakt. Opvallend is, dat van 135 projecten bekend was dat ze een - met veel moeite verkregen - SDE beschikking hadden. In werkelijkheid zullen er veel meer plannen zijn gestopt, maar daar is verder geen reuring aan gegeven.
In de detail analyse vindt u veel (extra) cijfers, toelichtingen, grafieken, tabellen, en een stel geselecteerde project foto's van de hand van Polder PV terug. Volg daarvoor onderstaande link.
Zonneparken
in Nederland. Status update 27 januari 2026. |
Bron: projecten overzichten Polder PV, vrijwel dagelijks bijgehouden sedert 2015
1 maart 2026. Zonnestroom productie PV systeem Polder PV februari 2026, duidelijk ondergemiddelde productie voor deze maand. Na de gemiddelde maandproductie in januari viel de 2e maand van het jaar beduidend tegen, met een flink ondergemiddelde output. Data Boonstra & Siderea toegevoegd op 8 maart 2025.
In deze analyse de cijfers voor februari 2026, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis, begin maart 2026, inmiddels 9.484 dagen in bedrijf is. Voor een verslagje van de systeemrevisie op 8 maart, bij het eerste kwart eeuw jubileum, 13 maart 2025, zie hier. De in een eerdere rapportage uitgesproken hoop dat "alles weer normaal" zou worden in 2025, als gevolg van die systeem renovatie, blijkt met de cijfers voor april tot en met december volledig te zijn uitgekomen. En zelfs tot de derde beste jaarproductie ooit te hebben geleid, dat jaar.
In onderstaand verslag de resultaten met het gerenoveerde, ruim een kwart eeuw oude Polder PV (kern) systeem.
In eerste instantie de gebruikelijke tabel met de fysiek gemeten maandopbrengsten per deelgroep in het kleine PV systeem van Polder PV, die hier onder zijn weergegeven.

De tabel met de gemeten / deels geïnterpoleerde producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV, voor februari 2026, en voor de sommatie van de producties in januari en februari 2026, in vergelijking met de (specifieke) opbrengst in februari 2025, en de cumulatieve opbrengsten voor de eerste twee maanden in 2025, helemaal rechts (zie aparte analyse op Polder PV). Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. De productie viel toen nog, mede vanwege de forse infra problemen die al langer in 2023-2024 speelden, tegen. Die situatie is, net als in april 2025 tm. januari 2026, volledig gewijzigd. Alle producie resultaten liggen in 2026 weer redelijk dicht bij elkaar (kWh/kWp).
In de sombere maand februari 2026 is de vaak in het verleden goed presterende set met 2 Kyocera 50 Wp paneeltjes in serie op 1 micro-inverter ditmaal net als in de voorgaande maanden wederom de beste, met een specifieke opbrengst van 37,0 kWh/kWp. Op de 2e en 3e plek staan ook ditmaal de 2 pal zuid geplaatste 108 Wp panelen (donkergroene band, 35,4 kWh/kWp), en, bijna ex aequo, de oudste kwartet zonnepanelen, 4x 93 Wp Shell Solar modules (35,3 kWh/kWp), en de qua kabelinfra volledig gerenoveerde, in 2024 langdurig problematische set 108 Wp exemplaren gericht op ZZO (rode band, 35,2 kWh/kWp). De 4 in de achterste rij staande 108 Wp panelen (oranje band), deden het ook ditmaal het minst goed, met 33,8 kWh/kWp, wat met in de wintermaanden optredende schaduweffecten van de voorste rij panelen heeft te maken, die met name bij zonnig weer / laagstaande zon de productie van de achterste panelen onderdrukt.
Vergelijk met februari 2025 en met cumulatie januari + februari 2025
De productie verschillen met de vrij zonnige maand februari 2025 liggen, vooral vanwege de toen nog vigerende kabel / infra problemen in de installatie, tussen 6% voor de in de voorste rij ZZO gerichte exemplaren die in 2024 de grootste structurele problemen hadden, en destijds flink ondermaats presteerden (rode band), tot 28% minder productie bij de 4 oudste Shell Solar panelen (lichtblauwe band). Alle andere sets panelen deden het ook slechter dan in zonnig februari 2025 (-18% tot -27%), vanwege het veel lagere aantal zonneuren.
Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van 35,3 kWh in februari, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 34,6 kWh/kWp. Dat ligt fors, 53% hoger dan de 22,6 kWh/kWp in januari 2026, vanwege een combinatie van weer toenemende daglengtes en de gemiddeld weer groter wordende hoogte van de zon t.o.v. de horizon, wat een nog sterker effect heeft (uitleg bij KNMI). Het kernsysteem heeft echter 22% minder zonnestroom geproduceerd dan in de zonnige maand februari 2025.
Voor de totale productie in de eerste 2 maanden is wederom de Kyocera set het beste jongetje van de klas (63,2 kWh/kWp), en ook hier weer de achterste set 108 Wp panelen, waarschijnlijk vanwege nog wat schaduw effecten bij laagstaande winterzon, rode lantaarndrager (55,0 kWh/kWp). Duidelijk is de progressie bij de langdurig door infraproblemen getroffen set met 2 108 Wp panelen in de voorste rij (rode band) te zien, t.o.v. februari 2025. Dit, vanwege de algehele systeem renovatie in maart van 2025, die deze set weer volop liet meedraaien met de rest.
Desondanks, blijft de productie van de tien panelen (lichtgroene band) in januari + februari 2026 duidelijk achter bij dezelfde 2 maanden in 2025 (-12%), vanwege het flink minder aantal zonneuren in februari.
In de laatste kolom is het volume voor de al langer slecht producerende set met 2 108 Wp panelen (ZZO, rode band) voor februari 2025, en voor jan. + feb. 2025, nog van een rood kader voorzien. De verwachting is dat de verhoudingen met de andere sets weer zullen normaliseren vanaf april 2026, gezien de geslaagde infra renovatie in maart 2025.
KNMI maandbericht
Februari 2026 kreeg van het KNMI de kwalificatie "Zacht, vrij droog en somber" toebedeeld (voorlopig overzicht van 27 februari). Met 74 zonuren t.o.v. het langjarige gemiddelde van 92 voor die maand, lag dat dus bijna 20% onder het historisch gemiddelde [periode 1991-2020]. Het aantal zonuren was zelfs gelijk aan dat in 3 dagen langer durend januari 2026, maar lag ver onder de 103 zonuren in februari 2025. Ditmaal kreeg weerstation Westdorpe in Zeeuwsch Vlaanderen (nabij de Belgische grens) het minste aantal van 64 zonuren in februari 2026. Het 137 kilometer oostelijker gelegen station Beek in Limburg, was het zonnigst, met ongeveer 84 zonuren.
Het resultaat voor het nog steeds prima functionerende 1,02 kWp kernsysteem in februari 2026 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2026 heeft een eigen kleurstelling gekregen. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.
Voor een korte bespreking van de maandproducties tm. juli 2025, zie de rapportage over augustus. Voor de overige maanden van 2025, zie de rapportage over december van dat jaar.
Januari 2026 kwam, met een productie van 23,1 kWh, minder dan 1% onder het langjarige gemiddelde (23,2 kWh) voor die maand uit. Februari zit, met 35,3 kWh, 18% onder het langjarige gemiddelde. De extremen voor februari lagen tussen de 27,3 kWh in 2009, tot het hoogste niveau, 70,9 kWh, in februari 2018 (65% meer dan gemiddeld).
Opvallend is, dat bij Polder PV, de maand met de gemiddeld hoogste productie over alle jaren, alweer een tijdje de maand mei is geworden. Dit heeft vermoedelijk te maken met de combinatie van hoge instraling, met een nog relatief lage luchttemperatuur. In warme zomermaanden, heeft het PPV systeem te maken met hittestress, met name bij de in ons appartement hangende micro-inverters (die op zeer hete dagen geforceerd worden gekoeld met computer ventilatoren). Ook is de lucht in mei koeler dan in de latere zomermaanden, en minder vochtig, waardoor de instraling gemiddeld genomen intenser is, ook over langere periodes.

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. 2022 is verwijderd, en 2026 is recent toegevoegd in deze nieuwe grafiek. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Vooral 2025 steekt bij de voorjaar-zomer producties duidelijk boven de 2 eerdere jaren uit, met zeer hoge producties. Dit heeft deels met de infra problemen in 2023-2024 te maken (vooral in 2024 tot zeer lage opbrengsten leidend), en deels wordt het veroorzaakt door hoge instraling in deze maanden in 2025. We gaan in 2026 zien, hoe dit zich gaat ontwikkelen in die hoog-productieve periode.
De eerste 2 maand producties in 2026 laten tot nog toe gemiddelde, tot duidelijk ondergemiddelde niveaus zien. Januari 2024 scoorde bovenmatig hoog in deze periode, wat in februari echter weer ten negatieve werd "gecompenseerd".

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel. Momenteel is dat, voor het nieuwe jaar, de periode januari tm. februari. De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in januari tm. februari is in de laatste oranje kolom weergegeven, en door de horizontale zwarte streepjeslijn, en bedraagt (periode 2002-2026) inmiddels 66,2 kWh voor dit deel-systeem.
De spreiding in de cumulatieve opbrengsten is voor deze 2 maanden nog steeds behoorlijk hoog. De verschillen worden echter later over een langere periode uitgemiddeld, en zullen beslist lager gaan worden tussen de jaren onderling. De extremen voor januari + februari liggen momenteel tussen de 48,4 kWh (2007), en 92,2 kWh (2003).
In bovenstaande grafiek is ook weer de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2026 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt iets boven het gemiddelde, op een niveau van 66,4 kWh.

In deze vierde grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. 2023 (lichtgeel) was, door diverse infra problemen, tot voor kort het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het toen nog laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).
2024 heeft, helaas "met stip", 2023 in negatieve zin overtroefd, en kwam, door een combinatie van structurele problemen met de oude installatie, en het beslist niet meewerkende weer door het jaar heen, tot en met december bij de productie op een nieuw laagte-record, 806 kWh (gemiddelde over alle jaren: 922 kWh).
2025 heeft, vanwege een combinatie van zeer zonnige condities, én de systeem infra renovatie in maart, de op twee na hoogste productie ooit opgebracht, voor dit deelsysteem: 1.003 kWh.
2026 begon in januari met een gemiddelde productie, februari was echter duidelijk ondergemiddeld.
De cumulatieve jaarproducties van de drie hoogst (2003, 2022 en 2025), en 2 slechtst presterende jaargangen (2024, 2023) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.
Data Anton Boonstra, Siderea.nl, NKP, Energieopwek.nl
Er waren kennelijk wat problemen met de data volgens Boonstra (Bluesky post van 3 maart 2026). Aanvankelijk heeft hij als eerste de instralingsdata van het KNMI kunnen verwerken. Op 8 maart volgden de productie data, die Boonstra met enige moeite weer heeft weten te reconstrueren.
Instraling en productie data via Boonstra
Er is in februari 2026 gemiddeld 35,3 kWh/m² instraling gemeten door het KNMI in Nederland, wat 14,1% minder zou zijn dan in februari 2025. De extremen vinden we in noord Nederland, met 33,6 kWh/m² in Drenthe en ruim 34 kWh/m² in de 3 omringende provincies (Gr., Fr. en Ov.), en 37,0 kWh/m² in Limburg. De relatieve verschillen met februari 2025 lagen tussen de -16,5% in Limburg, en -11,0% in Fryslân.
De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor de PVOutput data van de (plm. 1.100) Nederlandse contribuanten op 31,0 kWh/kWp in februari 2026, wat, volgens Boonstra, 17,8% lager lag dan in dezelfde maand in 2025. Rode lantaarndrager was, wederom Fryslân, met 26,9 kWh/kWp. Limburg had de hoogste gemiddelde productie, 33,4 kWh/kWp, gevolgd door Noord-Holland en Zeeland (32,8 resp. 32,7 kWh/kWp).
De productie van het gereviseerde PV-systeem van Polder PV kwam, met gemiddeld 34,6 kWh/kWp (eerste tabel aan het begin van dit artikel), wederom behoorlijk (14%) boven het provinciale gemiddelde (Zuid-Holland) uit, met een gemiddelde van 30,4 kWh/kWp, volgens Boonstra's data extracten. Met name in de warme zomermaanden ligt dat meestal andersom (wanneer onze micro-inverters vaak aan "hittestress" leiden).
De relatieve afwijkingen t.o.v. de productie cijfers in februari 2025 lagen tussen -20,7% in Noord-Brabant, en -9,6% tot -9,5% in Drenthe, resp. Groningen.
In de eerste 2 maanden van 2026 is, volgens de KNMI data extracten van Boonstra, een hoeveelheid van gemiddeld 57,5 kWh/m² aan horizontale instraling gemeten. Dit was 5,7% lager dan de instraling in dezelfde 2 maanden in 2025. De gemiddeld genomen laagste instraling in die 2 maanden werd gemeten in Groningen, 54,6 kWh/m², en, vrij byzonder, het hoogst in centraal gelegen Utrecht (60,0 kWh/m²). Het verschil tussen de extremen is niet zeer groot, Utrecht ontving gemiddeld bijna 10% meer instraling dan in Groningen. Bij de relatieve verschillen t.o.v. de instraling in januari tm. februari 2025, liggen deze tussen de extremen -9,7% in Limburg, resp. -1,5% in Gelderland.
Voor de eerste 2 maanden van 2026 kwam Boonstra met een specifieke productie van gemiddeld 48,2 kWh/kWp, 13,0% minder productie, dan in dezelfde periode in 2025. De extremen kwamen voor in Fryslân (40,2 kWh/kWp), resp. Zeeland, met 55,1 kWh/kWp (37% hoger dan in Fryslân). In relatieve zin, was de minder opbrengst t.o.v. januari - februari 2025 inmiddels het hoogst in Gelderland (-15,5%), en het laagst in Zeeland (-9,8%). Het oude PV systeem van Polder PV deed het inmiddels, na de uitgebreide systeem revisie op 8 maart jl., in januari tm. februari in Leiden, 17% beter (57,2 kWh/kWp, tabel bovenaan dit artikel) dan het provinciale gemiddelde van 48,9 kWh/kWp.
Verschillen
instraling vs. productie
De (positieve) verschillen van de gemeten producties zijn normaliter
kleiner t.o.v. dezelfde periode in het voorgaande jaar, dan bij de instralings-data.
Dit is al langere tijd zo, en is waarschijnlijk deels terug te voeren
op extra problemen, zoals veroudering, tijdelijk uitvallende omvormers
bij netspannings-problemen in met name laagspanningsnet - gebieden (woonwijken
e.d.), en vermoedelijk ook, actieve uitschakeling van PV installaties
bij klanten met een dynamisch stroom contract, in periodes met negatieve
stroomprijzen. Deze problemen zullen vermoedelijk stapsgewijs gaan toenemen.
In 2025 was de situatie echter omgekeerd: bij 11,7% meer horizontale instraling, heeft Boonstra, in een vorige update, 12,3% meer productie geconstateerd in de door hem beheerde groep installaties, tussen de jaren 2024 en 2025. Het is onduidelijk waar dit aan ligt. Mogelijk ligt het verschil binnen de statistische afwijkingen, en/of is de door hem geraadpleegde installatie populatie niet representatief voor het totaal aan PV projecten in Nederland. Dit blijft vooralsnog echter speculatie. In de 1e 2 maanden van 2026 is de situatie weer als vanouds.
Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening (LOB), met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. De methodiek bij Siderea is verder verfijnd, zie het separate bericht onderaan. Dit werkt ook door in de resultaten op de LOB pagina. Deze resultaten worden ook apart weergegeven in een separaat tabblad.
Nieuw bij Siderea.nl
Er zijn diverse toevoegingen geweest op de site van Siderea sinds oktober 2025, zie de berichten op het blog aldaar. Er wordt o.a. melding gemaakt van vervanging van het Limburgse KNMI meetstation Arcen (gesloten) door Horst (geopend). Zie ook het KNMI bericht van 20 november 2024 over dat nieuwe station. Bij de berekeningen voor de LOB overzichten is nu ook rekening gehouden met aparte opbrengst berekeningen voor zonnepanelen gericht op ZW dan wel op ZO. In de nieuwe LOB overzichten wordt daaruit een gemiddelde opbrengst getoond van die 2 gescheiden situaties.
Verder is er ook nog een interessante bijdrage toegevoegd (12 dec. 2025), waarbij op basis van publieke pyranometer waarden van station de Bilt geclaimd wordt, dat deze metingen "afwijkend gedrag" lijken te vertonen (diverse "spikes" gesignaleerd).
Vervolgens gaat bij Siderea vanaf dit jaar (2026) gerekend worden met productie potentialen gebaseerd op uurwaardes, die nauwkeuriger resultaten zouden genereren dan die gebaseerd op de gebruikelijke dagwaardes (bericht 21 december 2025).
Tot slot, in een blog post van 16 januari 2026, stelt Siderea, dat de condities in (oostelijke) delen van Nederland wat instraling betreft meer op het "landklimaat van Duitsland" beginnen te lijken. Vanaf 2002 zou er zelfs "een abrupte verschuiving van zonuren naar de ochtend" zijn opgetreden, op basis van waargenomen verdelingen van de hoeveelheid daglicht in de ochtend resp. in de middag. Siderea claimt dat dit een indicatie zou zijn dat in delen van Nederland het zeeklimaat verdrongen zou worden door een meer landklimaat-achtig regime. Vervolgens wordt deze vaststelling gebruikt, om voor de langjarig gemiddelde opbrengsten voortaan (bij Siderea.nl) uit te gaan van de periode 2006-2025 † ...
Resultaten Siderea.nl
Siderea.nl kwalificeerde februari 2026 als een "slechte maand", met een te verwachten productie ongeveer 10% lager dan in zijn referentie periode (2006-2025), en met een behoorlijke geografische spreiding (-1 tm. -27%).
Er wordt op de LOB pagina voor februari 2026 gerekend met haalbare specifieke opbrengsten van 34 kWh/kWp in Overijssel en zuid Drenthe, tot 42 kWh/kWp in Maastricht (L.), voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO. Tot waarden van 38 kWh/kWp (Overijssel en Z. Drenthe), tot 46 kWh/kWp voor, wederom, Maastricht, voor installaties met zuidelijke oriëntaties.
Voor de langjarige periode 2006-2025 berekende Siderea voor alleen de maand februari haalbare gemiddelde opbrengsten, tussen de 38 kWh/kWp (Eelde, N. Drenthe) en 45 kWh/kWp (Zeeland), voor "gemiddelde oriëntaties", en 42 kWh/kWp (N. Drenthe), tot 50 kWh/kWp voor Zeeland, voor oriëntaties op pal zuid.
Voor de periode januari tm. februari in 2026 liggen de laagste waarden in centraal Overijssel, Den Helder (NH), en N. Limburg (81 kWh/kWp), de hoogste in de Achterhoek (Gld) en in Z. Limburg (108 resp. 109 kWh/kWp). Zeeland komt pas op de 4e plaats, na centraal N. Brabant (100 resp. 105 kWh/kWp).
Zoals vaker gememoreerd, zijn door Siderea finaal berekende cijfers allemaal ideale gevallen. De meeste van de recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet (zoals al jaren blijkt uit de verzamelde data van Boonstra), omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties. Dit zal sowieso niet gaan verbeteren, maar eerder nog minder gaan worden. In ieder geval in de "zonnige" maanden. Wat de door de Eerste Kamer aangenomen wet afschaffen salderen voor extra negatieve gevolgen zal gaan hebben voor de te verwachten (specifieke) productie volumes is nog afwachten. Dit kan beslist een significante rol gaan spelen. 2026 wordt het aller-laatste jaar waarin er gesaldeerd mag worden, op 1 januari 2027 is het einde verhaal. In de op 4 september officeel gepubliceerde "Solar Bible", "Zon in de polder", wordt op pagina's 289-291 dieper ingegaan op de "mogelijke" resp. te verwachten (specifieke) opbrengsten van zonnestroom installaties in Nederland.
Nationaal Klimaat Platform had nog geen cijfermatige beschouwing over de maanden januari - februari 2026 tijdens publicatie van deze analyse. Voor eerste inzichten over de productie in december en in kalenderjaar 2025, zie het artikel van 29 december 2025 (samenvatting op Polder PV).
De actueel berekende data zijn tegenwoordig te raadplegen via het Nationale Energie Dashboard, zie ook het artikel van 21 maart 2024, op Polder PV. Eerder leek te worden gesuggereerd, dat de energieopwek.nl site in de 2e helft van 2024 zou worden opgeheven, en in het NED zal worden ondergebracht. Begin 2026 is deze echter nog steeds als separate entiteit actief, zie hier onder.
Energieopwek.nl
De brondata voor, achtereenvolgens, Klimaatakkoord, Nationaal Klimaat Platform, en het Nationale Energie Dashboard, worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (inmiddels gepensioneerd), die met steeds geavanceerder modelleringen worden gevoed (energieopwek.nl website). Hierbij dient echter de nodige prudentie betracht te worden. Zoals al langer verwacht door Polder PV, zijn door het CBS recent de capaciteits-cijfers voor zonnestroom in ieder geval voor 2023 en 2024 fors bijgesteld, in laatstgenoemd jaar in sterk neerwaartse richting. Inmiddels lijken de nu actuele productie cijfers op energieopwek.nl als gevolg van die forse bijstellingen, ook te zijn aangepast, want record volumes liggen nu op lagere niveaus dan in eerdere overzichten. Toen de cijfers nog niet waren aangepast, was er een opmerkelijk verschil met de officiële waarden gepubliceerd door het CBS te zien, met name in 2024 ff., zie de grafiek vergelijking met de maandproducties van CBS versus energieopwek.nl, gemaakt door Polder PV en besproken in het artikel van 21 november jl. De volgende bespreking gaat van de nu actuele (in een vorige update gecorrigeerde) volumes op de energieopwek.nl site uit.
In februari 2026 werd het hoogste gemiddelde vermogen voor de berekende zonnestroom productie op de 25e bereikt, met een berekende output van gemiddeld 3,6 GW over dat etmaal. Dit is, uiteraard, duidelijk lager dan het nieuwe historische record berekend, voor 2025, inmiddels voor 12 juni (7,24 GW). Maar voor februari, een wintermaand met vaak lage producties, beslist goed te noemen.
Net als voor januari 2026, haalde het hoogste dag gemiddelde in februari 2026 niet het hoogste niveau in februari 2025, toen, op de 17e, zelfs 3,99 GW werd behaald bij het dag-gemiddelde. De piek in februari 2026 ligt daarmee bijna 10% láger dan het nog staande februari record uit 2025. In 2024 was de hoogste piek beduidend lager (2,48 GW op de 27e februari). Meestal vinden we de hoogste records in het vigerende jaar, waarin al fors meer PV capaciteit meewerkt om de totale productie verder omhoog te stuwen.
Record waarden per maand wederom aangepast
In de voorliggende maanden werden, met de huidige energieopwek.nl cijfers, de gemiddelde record waarden bereikt op de volgende (meest recente) data:
22 januari 2026 (1,78 GW).
25 december 2025 (1,93 GW), 21 november (2,23 GW), 1 oktober (3,97 GW), 7 september (5,07 GW), 11 augustus (6,18 GW), 1 juli (6,75 GW), 12 juni (7,24 GW, het nieuwe all-time-high maand record), 19 mei (6,89 GW), 27 april (6,60 GW), 27 maart 2025 (5,39 GW), 17 februari 2025 (3,99 GW), 13 januari (2,13 GW).
En voor 2024: 1 december 2024 (1,54 GW), 3 november (2,31 GW), 5 oktober (3,95 GW), 1 september (4,4 GW), 12 augustus (5,64 GW), 29 juli (5,97 GW), resp. voormalig record houder in dat jaar, 26 juni 2024, met 6,46 GW gemiddeld, flink lager dan oorspronkelijk 7,33 GW).
In 2023 werd het voorgaande jaar record, ook in juni, op de 13e vastgesteld op 6,23 GW gemiddeld (bij eerst-publicatie was dat nog maar 5,85 GW). Nieuwe records zullen sowieso weer gaan sneuvelen vanaf de lente van 2026.
Het nieuwe dag-"record" voor de maand februari 2026, op de 25e die maand, komt neer op een berekende zonnestroom productie van 3,6 (GW) x 24 (uren) = 86,4 GWh. Dat ligt bijna 10% lager dan het hoogste niveau in februari 2025 (17e: 95,8 GWh).
Voor de maand februari 2026 werd de hoogste momentane berekende output piek voor zonnestroom, 14,09 GW, ook op de 25e behaald. Die piek ligt uiteraard ook duidelijk lager dan het historische record van bijna 20,1 GW momentaan vermogen berekend voor 12 juni 2025 (30 juni lijkt hoger uit te komen, maar vertoont een merkwaardige aberratie midden op de dag). De momentane dag pieken zullen vanaf maart 2026 naar verwachting weer verder gaan groeien. Al op de eerste dag van die maand werd een nieuwe piek vastgesteld, van 14,9 GW.
De dagen zijn weer gaan lengen, en de zon zal weer hoger komen te staan t.o.v. de horizon. Dit zal het output vermogen en de dagproductie van PV installaties weer laten toenemen. Voor hogere dag- en maandproductie cijfers dan in juni 2025 zullen we moeten wachten tot de voorjaars-maanden april - juni 2026. Dit nog afgezien van niet publiekelijk bekende curtailment volumes, in periodes van negatieve dan wel zeer onaantrekkelijke marktprijzen, die de werkelijk geproduceerde volumes verder onder druk zullen gaan zetten. Deze zijn beslist niet exact te becijferen, omdat veel van dergelijke informatie bedrijfsgeheim is, tenzij wettelijke voorschriften publicatie van die volumes zullen verplichten.
Solarcare 2025
Het bekende monitoring platform van Solarcare had eerder in 2024 reeds haar bevindingen over het kalenderjaar 2024 gepubliceerd. Zij kwamen met minder hoge gemiddelde opbrengsten dan in het zonniger jaar 2023. De gemiddelde specifieke opbrengst die zij hebben bepaald over hun deel-populatie (22 MWp, 2.500 installaties, dus gemiddeld vrij klein, 8,8 kWp per stuk), is 820 kWh/kWp.jaar. In 2023 was het nog 870 kWh/kWp.jr.
Zoals reeds verwacht, zijn nu ook de resultaten over 2025 gepubliceerd. Deze zijn beduidend hoger dan in 2024. Toen werden door ongeveer 2.000 geselecteerde PV-installaties (totaal plm. 20 MWp, dus gemiddeld zo'n 10 kWp per project) genormeerde producties behaald van gemiddeld 930 kWh/kWp, wat gemiddeld genomen zo'n 13% hoger was dan in 2024. De spreiding over heel Nederland was een zeer lage 780 kWh/kWp in Drenthe, tot een max. van 990 kWh/kWp voor Zeeland, en zelfs een regionale outlier van 1.050 kWh/kWp op Texel. Een "verondersteld gemiddelde installatie", met een opgesteld generator vermogen van 3,5 kWp zou in 2025 een jaaropbrengst van gemiddeld 3.287 kWh hebben gehad, volgens Solarcare. Opvallend is wederom, dat mei 2025 als meest productieve maand wordt gezien in de Solarcare analyse.
Het is hierbij goed om te beseffen, dat belangrijke deelpopulaties, die normaliter veel hogere specifieke opbrengsten halen, de zonneparken, en de grote rooftop projecten op DC's van meerder MWp-en hierbij niet vertegenwoordigd lijken te zijn.
Anton Boonstra vergeleek later zijn productie resultaten met die van Solarcare voor 2025 (Bluesky post van 2 februari 2026), en kwam tot enkele opvallende verschillen, met name voor de provincies Drenthe (veel lager bij Solarcare) en voor Flevoland (beduidend hoger bij Solarcare). De oorzaak van die verschillen zijn vooralsnog onbekend. De gemiddelde waarden voor heel Nederland ontlopen elkaar echter niet veel (919 AB, 930 kWh/kWp Solarcare).
Bronnen:
Meetdata Polder PV sedert maart 2000
Extern:
Februari 2026. Zacht, vrij droog en somber (27 februari 2026, maandbericht KNMI, voorlopig!)
Winter 2025-2026 (december, januari, februari). Zacht, droog en de normale hoeveelheid zon (27 februari 2026, seizoens-bericht KNMI, voorlopig)
Zachte winter met gladheid en sneeuw (27 februari 2026, nieuwsbericht KNMI)
Jaar 2025. 2025 was zeer warm, droog en zeer zonnig (definitief jaaroverzicht KNMI 2025, 7 januari 2026)
Jaar 2024. Extreem warm en zeer nat met vrijwel de normale hoeveelheid zon (definitief jaaroverzicht over 2024, KNMI, 10 januari 2025)
Schonere lucht zorgt voor meer zonneschijn (zeer interessant artikel, KNMI, 18 juni 2025)
De staat van ons klimaat 2025: Nederlands weer in tijden van klimaatverandering (29 januari 2026, nieuwsbericht KNMI met link naar volledige rapportage. Let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 10, de progressie van de instraling per kalenderjaar [slide 11], en het berekende zonne- plus windenergie [potentieel] per dag, op slide 15. Op de berekende zonnestroom productie had Polder PV echter wel onderbouwd commentaar, zie draadje op Bluesky, 28 januari 2026)
De staat van ons klimaat 2024: Weer een recordwarm jaar (31 januari 2025, nieuwsbericht KNMI, met link naar volledige rapportage over dat jaar)
Klimaatstreepjescode krijgt nieuw streepje voor 2025 (nieuwsbericht 30 december 2025, KNMI)
Klimaatstreepjescode vanaf het begin van de jaartelling (nieuwsbericht 8 januari 2025, KNMI, incl. "klimaatstreepjescode" tm. 2024)
En verder:
Data Boonstra:
Instralingsdata KNMI via Anton Boonstra, zowel voor februari, als voor cumulatie januari en februari 2026 (Bluesky post, 4 maart 2026)
Zonnestroom productie 1.100 grotendeels residentiële PV systemen PVOutput.org in februari 2026 (Bluesky post, 8 maart 2026)
Ditto, gemiddelde productie in januari tm. februari 2026 (Bluesky post, 8 maart 2026)
Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)
Update "Siderea PV Simulator". Bericht gedateerd 7 april 2024, over enkele wijzigingen in de berekenings-methodiek bij Siderea
2025: Meer duurzame energie, ook meer ongebruikte overschotten. Voorlopig overzicht status Klimaatmonitor voor kalenderjaar 2025
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2025: 0,93 kWh/Wp (Solarcare ongedateerd januari 2026. Totale jaaropbrengsten 2025 van zo'n 2.000 installaties / 20 MWp.
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2024: 0,82 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januari 2025. Totale jaaropbrengsten 2024 van zo'n 2.500 installaties / ruim 22 MWp, ongeveer 6% lager dan in 2023. Incl. provinciale verdeling).
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2023: 0,87 kWh/Wp (Solarcare / webarchive, ongedateerd, januari 2024)
2025 solar resource overview in maps: A year of exceptional highs and lows (7 januari 2026; blog artikel instralings-specialist Solargis over globale verschillen in instraling in 2025 t.o.v. langjarig gemiddelde. Europa deels 4-10% meer instraaling, oost Azië 15-20% meer, India en delen van Zuid en Midden Amerika 7-14% minder dan langjarig gemiddeld)
Solargis data helps unveil new insights into Europe’s solar radiation trends (16 februari 2026; blog artikel Solargis over langjarige trends van instraling in periode 1994-2023 in Europa. Gemiddeld 2,1 W/m² per jaar toename van de instraling, niet homogeen verdeeld over Europa, combinatie van effecten verminderde aerosol concentratie / luchtvervuiling en wijzigingen in wolkendek)
Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden / selectie. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet). Vanaf maart worden hier de Bluesky links geplaatst, direct toegankelijk voor account houders aldaar (equivalent op Twitter blijft voorlopig nog actief). Overigens, "detail", Visser is inmiddels gepensioneerd, maar zet diverse activiteiten zoals onderhavige gewoon door:
Maandelijkse producties zonnestroom; februari 2026 20% minder berekend dan in feb. 2025 (posted 1 maart 2026)
Eerste negatieve stroomprijzen EPEX beurs van 2026, op 28 februari (posted 28 februari 2026)
Dagproducties zonnestroom berekend vanaf 2016. Nieuw record voor februari op de 25e (posted 26 februari 2026)
De "peentjesgrafiek" januari 2026 t.o.v. gemodelleerde grafiek 2030, incl. significante bijdrages voor zonnestroom (posted 23 februari 2026)
Aandeel zonnestroom in elektra mix EU landen van 10,6% in 2024 naar al 12,9% in 2025, voorlopige cijfers (posted 21 februari 2026)
Voorspellingen over potentieel zonnestroom productie in Nederland lopen gigantisch uiteen (posted 20 februari 2026)
Momenteel 11,3% aandeel van zon en wind t.o.v. finaal energieverbruik en scenario's KEV 2022 tm. KEV 2025 (posted 19 februari 2026)
5 februari 2026: Energieleveren.nl - sub 1 MWac PV markt januari 2026: start nieuwe jaar met, wederom, nieuw dieptepunt bij aanwas, bijna 48% lagere capaciteits-groei dan in januari 2025. Op de website energieleveren.nl zijn op 4 februari de eerste cijfers voor 2026 gepubliceerd. De data van januari, voor het marktsegment van de daar gemelde / geregistreerde PV installaties per stuk kleiner dan 1 MW omvormer capaciteit. In een eerdere rapportage werd het jaar 2024 afgesloten, met 53% minder nieuwe capaciteit in dit marktsegment, dan in record jaar 2023. Medio januari 2026 volgde de rapportage voor 2025, met ruim 45% minder aanwas dan in 2024, en een record lage aanwas in de maand december. Bij de aantallen registraties waren die percentages zelfs 53% (2024 t.o.v. 2023) en ruim 46% minder (2025 t.o.v. 2024).
Het volume aan nieuwe registraties in januari 2026 heeft wederom een nieuwe dieptepunt bereikt, in dit door residentiële installaties gedomineerde, grote marktsegment. Er werden voor januari 6.897 nieuwe registraties genoteerd, wederom het laagste maand volume sedert medio 2021. En wat maar liefst 54% minder was dan in ook al flink tegenvallend januari 2025. In cumulatie werd een opgesteld vermogen van 19.312 MWac capaciteit bereikt, verdeeld over bijna 3,3 miljoen installaties.
In de eerste analyse van de energieleveren.nl cijfers, medio september 2024, maakte ik al gewag van de "instorting" van het kleine PV marktsegment in Nederland, op basis van de in dat jaar voor het eerst daar gepubliceerde marktcijfers van de "sub 1 MWac markt". In augustus 2024 werd destijds een voorlopig dieptepunt bereikt, met slechts 14 duizend nieuwe installaties, met een toegevoegd omvormer vermogen van 82 MWac. Een tweet van Polder PV (toen nog op "X") over deze markt "instorting" werd zeer vaak bekeken (laatste stand van zaken: 16.500 maal).
In de daar op volgende maanden was de trend duidelijk negatief, met af en toe een kleine "opklaring" (maart - april 2024), maar het hele kalenderjaar werd beduidend minder volume geregistreerd dan in record jaar 2023.
Ook in 2025 bleven de nieuwbouw volumes zeer laag, tussen de 17.329 exemplaren in april, en enkele tussentijdse "laagte records", waaronder, uiteindelijk, het nieuwe dieptepunt in december, met slechts 9.635 exemplaren. Het gemiddelde vermogen per nieuwe registratie, opvallend hoog in juni 2025 (6,18 kWac), bleef flink schommelen, en na een nieuw laagtepunt in november (5,04 kWac), volgde eind van het jaar weer een flinke toename naar 5,55 kWac per nieuwe registratie. Wat in januari 2026 verder aanzwol tot 6,14 kWac.

Grafiek
met, per maand, de nieuwe aantallen registraties per maand, opgetekend
door energieleveren.nl, tm. januari 2026.
2024 in magenta gekleurde
kolommen, die de forse terugval in nieuwe installaties in het <1
MWac segment goed laat zien.
2025 begon weer op een
laag niveau, en in de tweede jaarhelft is het niveau zelfs "zeer
laag" geworden.
Het nieuwe dieptepunt vinden we in januari
2026, met slechts 6.897 nieuwe exemplaren.
Dat is 54% lager dan in januari 2025, en slechts 14,5% van het niveau
in januari 2023.
Met de geringe toevoeging in de eerste maand van 2026 zijn er begin februari in totaal nu bijna 3,30 miljoen PV installaties per stuk < 1 MWac bekend bij energieleveren.nl, volgens de optelling van de drie grootte-categorieën. Hierbij nogmaals de bekende disclaimer: dat is niet het aantal woningen, of dergelijke claims. Er worden immers zeer regelmatig uitbreidingen (= "installaties") aan bestaande projecten toegevoegd, zowel residentieel, als in de projecten markt, een endemisch verschijnsel in Nederland. Het aantal "objecten", "erven", "project sites", is, derhalve, altijd (veel) lager, dan bovengenoemd getal. Wat, desondanks, natuurlijk zonder meer een spectaculair volume blijft weergeven.
Het is nog zeer onzeker of deze "sub 1 MWac" markt zich in enige mate zal herstellen. Voorlopig zullen de nieuwbouw cijfers waarschijnlijk erg laag blijven. Wat vooral ligt aan de "schrik" in de residentiële markt, over het ook door de Senaat aangenomen wetsvoorstel van het huidige, demissionaire kabinet, om de salderingsregeling per 1 januari 2027 definitief af te schaffen. En dat, in combinatie met de vrijwel bij alle leveranciers ingevoerde invoedings-heffingen voor kleinverbruikers met zonnepanelen, resulterend in forse extra af te dragen bedragen bij, met name, de grotere residentiële installaties. Wel is het zo, dat er eerste signalen zijn dat de invoedings-vergoedingen weer afnemen (contract Vattenfall, zie Bluesky post van 3 februari 2026).
Of dat voldoende stimulans zal zijn om de residentiële markt weer een duw in de rug te geven is echter nog zeer onzeker. Tale-telling is, in ieder geval, dat de grootste partij die meer dan 50 duizend huurwoningen van zonnepanelen heeft voorzien, waarvan het businessmodel voor een belangrijk deel van het mogen salderen van zonnestroom bij de betreffende huurders afhangt, de overkoepelende BV van Wocozon, inmiddels het faillissement heeft aangevraagd, o.a. vanwege corona schulden, in combinatie met een "ingestorte markt".
Ruim 19,3 GWac capaciteit in cumulatie - en langzaam verder groeiend

In de september 2024 rapportage werd het passeren van de piketpaal 18 GWac gemeld, en eind augustus 2025 de 19 GWac grens, in alleen het sub 1 MWac segment. Eind januari 2026 staat nu een totaal volume van 19.312 MWac vermogen geaccumuleerd. 37% daarvan, een enorm volume van ruim 7,1 GWac, is bijna exclusief residentieel (installaties kleiner dan 5 kWac, blauwe segmenten in de grafiek). Daarbovenop komt nog een deel van de op 1 na grootste categorie, installaties tussen de 5 en 15 kWac, die eind 2025 in totaal nog eens bijna 4,8 GWac omvatte.
Als we de - ter discussie te stellen - 5% meer generator vermogen dan AC vermogen volgens energieleveren.nl als uitgangspunt nemen, zou eind september voor het eerst in de geschiedenis alleen al dit sub 1 MWac marktsegment, een generator vermogen omvatten wat de 20 GWp zou zijn gepasseerd. Vermoedelijk is het echter al een stuk meer, omdat uit CBS statistieken blijkt, dat die verhouding DC / AC ver boven de 5% ligt (meer richting 10-11%). Eind januari 2026 zou met de door energieleveren.nl gehanteerde, conservatieve, 5% conversie, er minimaal 20,3 GWp generator vermogen kunnen zijn geaccumuleerd in dit grote marktsegment.
Relatieve aandelen op totaal volumes
Eind 2024 was het volume in dit marktsegment 18.388 MWac, volgens energieleveren.nl. In heel Nederland stond begin 2025, volgens de laatste CBS update, in totaal 24.920 MWac aan PV capaciteit. De "sub 1 MWac" markt zou dan, volgens deze laatste gecombineerde cijfers een aandeel hebben van bijna 74% van het totaal volume. De verwachting is, dat het nog neerwaarts aangepast zal worden, omdat de nodige gerealiseerde grotere, meestal SDE gesubsidieerde projecten (incl. grote PV daken en zonneparken), nog niet doorgedrongen zullen zijn tot de CBS data. Daar gaat meestal lange tijd overheen. Eind 2023 was het aandeel met de huidige, "definitieve" CBS cijfers, nog bijna 76%, dus daar is reeds een daling zichtbaar in het relatieve aandeel. Voor eind 2025 zullen we moeten wachten op eerste kalenderjaar cijfers van CBS, voor we daar een - voorzichtige - uitspraak over kunnen doen.
Kijken we uitsluitend naar het < 5 kW marktsegment in het energieleveren.nl dossier, zou het aandeel van deze "exclusief residentiële" kleine installaties t.o.v. de totale CBS volumes, iets gedaald zijn, van 27,9% EOY 2023, naar 27,3%, EOY 2024. Eind 2022 was het 27,4%. 2023 was dan ook, zeker in het begin, een "boom-jaar" voor de residentiële sector. Vanaf 2024 is de aanwas in dat segment flink onderuit gegaan.
Groei capaciteit per maand ook naar nieuw dieptepunt, in januari 2026

In bovenstaande grafiek wordt de maandelijkse groei van de AC capaciteit bij de drie categorieën sub 1 MWac installaties getoond, afgeleid uit de accumulatie cijfers voor het eind van de maand, getoond in het vorige exemplaar. Hierin is goed te zien dat het nieuwbouw niveau voor de capaciteit in januari 2025 iets onder dat van augustus 2024 is komen te liggen, en toen een nieuw "all-time-low" had bereikt.
In 2025 tot en met januari 2026 gingen de volumes gemiddeld genomen verder onderuit, met aanwas cijfers tussen de 92 MWac (maart en april 2025), en, na het vorige record voor december, alweer een nieuw historisch dieptepunt in de getoonde periode, slechts 42,3 MWac in januari 2026. De horizontale streepjeslijnen geven de jaargemiddelde maandgroei cijfers weer. Meer specifiek, de 2e jaarhelft 2021 tm. kalenderjaar 2025. Het maandgemiddelde in 2025 (bijna 74 MWac/mnd) ligt flink onder dat voor 2024 (135 MWac/mnd), wat eerder al substantieel lager uitkwam t.o.v. het record gemiddelde in 2023 (284 MWac/mnd).
Bij de aanwas cijfers, is het aandeel van de capaciteit toevoeging van de kleinste, puur residentiële installaties (tot 5 kWac) in januari 2026 het laagst sinds medio 2021, 30,0% van het totaal. De grootste klasse had in dezelfde maand de hoogste impact, 47,2% van datzelfde totaal volume.
Ik heb in een vorige update 1 nieuwe grafiek toegevoegd, met de bekende volumes, voor de accumulatie aan het eind van het jaar, en de jaarlijkse aanwas cijfers, voor zowel de capaciteit (grote grafiek), als voor de aantallen installaties (inset linksboven), tussen 2021 en 2024. Hier onder staan de resultaten voor de complete jaargangen tm. 2025. Een volgende update volgt als de resultaten voor het eerste kwartaal van 2026 bekend zijn gemaakt.

Goed is te zien, dat 2023 het jaar met de hoogste toevoeging is geweest in dit grote deel-dossier, met 635 duizend nieuwe installaties en een toegevoegde capaciteit van 3.403 MWac. 2024 ging hard onderuit, met minder dan de helft van de nieuwe volumes in 2023 (298 duizend nieuwe installaties, 1.616 MWac). 2025 zakte nog verder onderuit, met een capaciteits-volume van 882 MWac, resp. 160 duizend nieuwe registraties. Wat 45% lager ligt dan de toevoeging in het ook al tegenvallende jaar 2024, en wat slechts ruim een kwart is van de record toevoeging in 2023.
Zie voor de mogelijke impact, andere grafieken, waaronder ook de update van het recent nieuw toegevoegde exemplaar met segmentatie in klein- en grootverbruik aansluiting, en duiding van dat alles, de bespreking van de meest recente cijfers in mijn update, hier onder gelinkt:
Statistieken PV markt segment registraties < 1 MWac bij energieleveren.nlupdate 4 februari 2026 |
Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")
1 februari 2026. Zonnestroom productie PV systeem Polder PV januari 2026, gemiddelde productie voor deze maand. Na de afsluiting van het voorgaande - zeer zonnige - jaar in de vorige maandelijkse update beginnen we een nieuwe reeks van 12 maand rapportages in 2026, met de zonnestroom productie bij Polder PV in januari 2026.
In deze analyse de cijfers voor januari 2026, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis, begin januari 2026, inmiddels 9.456 dagen in bedrijf is. Voor een verslagje van de systeemrevisie op 8 maart, bij het eerste kwart eeuw jubileum, 13 maart 2025, zie hier. De in een eerdere rapportage uitgesproken hoop dat "alles weer normaal" zou worden in 2025, als gevolg van die systeem renovatie, blijkt met de cijfers voor april tot en met december volledig te zijn uitgekomen. En zelfs tot de derde beste jaarproductie ooit te hebben geleid, dat jaar.
In onderstaand verslag de resultaten met het gerenoveerde, ruim een kwart eeuw oude Polder PV (kern) systeem.
In eerste instantie de gebruikelijke tabel met de fysiek gemeten maandopbrengsten per deelgroep in het kleine PV systeem van Polder PV, die hier onder zijn weergegeven.

De tabel met de gemeten / deels geïnterpoleerde producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV, voor januari 2026, in vergelijking met de (specifieke) opbrengst in januari 2025, helemaal rechts. Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. Helemaal rechts de specifieke opbrengst in januari 2025, ontleend aan het bericht over die maand, op de Polder PV website. De productie viel toen nog, mede vanwege de forse infra problemen die al langer in 2023-2024 speelden, tegen. Die situatie is, net als in april tm. december 2025, volledig gewijzigd. Alle producie resultaten liggen weer redelijk dicht bij elkaar (kWh/kWp). Alleen de productie van de 4 panelen in de achterste rij zijn wat lager, wat "normaal" is, omdat ze bij zonnige dagen in deze wintermaand door de ervoor staande panelen op het platte dak deels / partieel worden beschaduwd.
In de relatief zonnige maand januari 2026 is de vaak in het verleden goed presterende set met 2 Kyocera 50 Wp paneeltjes in serie op 1 micro-inverter ditmaal net als in de voorgaande maanden wederom de beste, met een specifieke opbrengst van 26,2 kWh/kWp. Op de 2e en 3e plek staan ook ditmaal de 2 pal zuid geplaatste 108 Wp panelen (donkergroene band, 25,0 kWh/kWp), en de qua kabelinfra volledig gerenoveerde, in 2024 langdurig problematische set 108 Wp exemplaren gericht op ZZO (rode band, 23,8 kWh/kWp). Pas dan volgt ons oudste kwartet zonnepanelen, 4x 93 Wp Shell Solar modules (23,5 kWh/kWp). De 4 in de achterste rij staande 108 Wp panelen (oranje band), deden het ook ditmaal het minst goed, met 21,2 kWh/kWp, wat met in de wintermaanden optredende schaduweffecten van de voorste rij panelen heeft te maken, die met name bij zonnig weer / laagstaande zon de productie van de achterste panelen onderdrukt. Het resultaat voor het uit 10 panelen bestaande basis systeem (felgroene band bijna onderaan) is 22,6 kWh/kWp. We zijn daarmee weer in de opgaande lijn beland, in december 2025 was er nog maar een productie van 18,2 kWh/kWp.
Vergelijk met januari 2025
De productie verschillen met de vrij sombere maand januari 2025 liggen, mede vanwege de toen ook nog vigerende kabel / infra problemen in de installatie, tussen 27% voor de in de voorste rij ZZO gerichte exemplaren die in 2024 de grootste structurele problemen hadden, en destijds flink ondermaats presteerden (rode band), tot 7% meer productie bij de 4 panelen in de achterste rij (oranje band). Bij de kleine Kyocera set (in serie op 1 micro-inverter) was het verschil het kleinst (bijna 4% meer productie dan in jan. 2025). Alle sets panelen deden het sowieso beter dan in januari 2025 (4-27%), ook omdat januari 2026 zonniger was, en omdat in maart 2025 de kabel infra voor de gehele installatie weer op orde is gebracht.
Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van 23,1 kWh in januari, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 22,6 kWh/kWp. Dat ligt duidelijk hoger dan de 18,2 kWh/kWp in december 2025, vanwege een combinatie van weer toenemende daglengtes en de gemiddeld weer groter wordende hoogte van de zon t.o.v. de horizon, wat een nog sterker effect heeft (uitleg bij KNMI). Het kernsysteem heeft bijna 10% méér zonnestroom geproduceerd dan in de relatief sombere maand januari 2025.
In de laatste kolom is het volume voor de al langer slecht producerende set met 2 108 Wp panelen (ZZO, rode band) voor januari 2025 nog van een rood kader voorzien. De verwachting is dat de verhoudingen met de andere sets weer zullen normaliseren vanaf april 2026, gezien de geslaagde infra renovatie in maart 2025.
KNMI maandbericht
Januari 2026 kreeg van het KNMI de kwalificatie "Koud, aan de zonnige kant en normale hoeveelheid neerslag" toebedeeld (voorlopig overzicht van 30 januari). Met 75 zonuren t.o.v. het langjarige gemiddelde van 68 voor die maand, lag dat dus ruim 10% boven het historisch gemiddelde [periode 1991-2020]. Het lag weer beduidend hoger, 21%, dan het aantal zonuren in somber januari 2025 (62 zonuren). Ditmaal kreeg weerstation Horst (wat in 2025 het oostelijker gelegen, oude meetstation te Arcen heeft vervangen, noord Limburg) het minste aantal van 55 zonuren in januari 2026. Het 150 kilometer westelijker gelegen station Wilhelminadorp op Walcheren (Zld), was het zonnigst, met ongeveer 85 zonuren (t.o.v. 67 zonuren historische normaal).
Het resultaat voor het nog steeds prima functionerende 1,02 kWp kernsysteem in januari 2026 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2026 heeft een eigen kleurstelling gekregen. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.
Voor een korte bespreking van de maandproducties tm. juli 2025, zie de rapportage over augustus. Voor de overige maanden van 2025, zie de rapportage over december van dat jaar.
Januari 2026 komt, met een productie van 23,1 kWh, minder dan 1% onder het langjarige gemiddelde (23,2 kWh) voor die maand uit. En is daarmee een goede representant van de haalbare gemiddelde opbrengst in die maand. 12 maanden gave mindere producties te zien, en weer 12 andere januari maanden hogere uitkomsten. Recordhouder is januari 2009, toen bijna 31,0 kWh productie werd genoteerd. KNMI kwalificeerde die maand dan ook als "Koud, zeer zonnig en gemiddeld over het land droog", met 95 t.o.v. de voor dat jaar geldende normaal van 52 zonuren. In januari 2004 werd het slechtste maandresultaat voor januari bereikt, 15,0 kWh, mogelijk vanwege tijdelijke sneeuw bedekking in die maand.
Opvallend is, dat bij Polder PV, de maand met de gemiddeld hoogste productie over alle jaren, alweer een tijdje de maand mei is geworden. Dit heeft vermoedelijk te maken met de combinatie van hoge instraling, met een nog relatief lage luchttemperatuur. In warme zomermaanden, heeft het PPV systeem te maken met hittestress, met name bij de in ons appartement hangende micro-inverters (die op zeer hete dagen geforceerd worden gekoeld met computer ventilatoren). Ook is de lucht in mei koeler dan in de latere zomermaanden, en minder vochtig, waardoor de instraling gemiddeld genomen intenser is, ook over langere periodes.

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. 2022 is verwijderd, en 2026 is inmiddels toegevoegd in deze nieuwe grafiek. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Vooral 2025 steekt bij de voorjaar-zomer producties duidelijk boven de 2 eerdere jaren uit, met zeer hoge producties. Dit heeft deels met de infra problemen in 2023-2024 te maken (vooral in 2024 tot zeer lage opbrengsten leidend), en deels wordt het veroorzaakt door hoge instraling in deze maanden in 2025. We gaan in 2026 zien, hoe dit zich gaat ontwikkelen in die hoog-productieve periode.
Januari 2026 begint in ieder geval op een gemiddeld niveau, en ligt vrijwel op de zwarte curve (langjarig gemiddelde van de producties in januari 2021 tm. januari 2026). Januari 2024 scoorde bovenmatig hoog in deze periode, wat in februari echter weer ten negatieve werd "gecompenseerd".

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel. Momenteel is dat, voor het nieuwe jaar, echter alleen nog januari. De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in januari is in de laatste oranje kolom weergegeven, en door de horizontale zwarte streepjeslijn, en bedraagt (periode 2002-2026) inmiddels 23,3 kWh voor dit deel-systeem.
De spreiding in de cumulatieve opbrengsten is voor alleen januari flink. De verschillen worden echter later over een langere periode uitgemiddeld, en zullen beslist lager gaan worden tussen de jaren onderling. Zoals reeds benoemd, zijn de extremen momenteel januari 2004 (15,0 kWh), resp. januari 2009 (31,0 kWh).
In bovenstaande grafiek is ook weer de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2026 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt nog steeds iets onder het gemiddelde, op een niveau van 23,1 kWh (toevalligerwijs ook de productie in januari 2026).

In deze vierde grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. 2023 (lichtgeel) was, door diverse infra problemen, tot voor kort het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het toen nog laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).
2024 heeft, helaas "met stip", 2023 in negatieve zin overtroefd, en kwam, door een combinatie van structurele problemen met de oude installatie, en het beslist niet meewerkende weer door het jaar heen, tot en met december bij de productie op een nieuw laagte-record, 806 kWh (gemiddelde over alle jaren: 922 kWh).
2025 heeft, vanwege een combinatie van zeer zonnige condities, én de systeem infra renovatie in maart, de op twee na hoogste productie ooit opgebracht, voor dit deelsysteem.
2026 begon in januari met een gemiddelde productie.
De cumulatieve jaarproducties van de twee hoogst (2003, 2022 en 2025), en 2 slechtst presterende jaargangen (2024, 2023) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.
Data Anton Boonstra, Siderea.nl, NKP, Energieopwek.nl
Voor januari 2026 had Boonstra voor de upload van dit artikel al het productie kaartje voor die maand gepubliceerd op het Bluesky platform.
De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor de PVOutput data van de (plm. 1.100) Nederlandse contribuanten op 17,2 kWh/kWp in januari 2026, wat, volgens Boonstra, 2,9% lager lag dan in dezelfde maand in 2025. Boonstra suggereert daarbij, dat de lagere opbrengsten waarschijnlijk liggen aan sneeuw (bedekking), die met name in noordoost Nederland die maand hardnekkig was (en terugkeerde na dooi). Rode lantaarndragers waren ditmaal wederom Fryslân, en Groningen, met 13,2 resp. 13,3 kWh/kWp. Zeeland stak met kop en schouders boven de rest uit, met 22,3 kWh/kWp, gevolgd door Noord-Holland (19,0 kWh/kWp).
De productie van het gereviseerde PV-systeem van Polder PV kwam, met gemiddeld 22,6 kWh/kWp (eerste tabel aan het begin van dit artikel), wederom flink (ruim 23%) boven het provinciale gemiddelde (Zuid-Holland) uit, met een gemiddelde van 18,3 kWh/kWp, volgens Boonstra's data extracten. Met name in de warme zomermaanden ligt dat meestal andersom, wanneer onze micro-inverters vaak last hebben van "hittestress", die de productie onderdrukt.
Boonstra signaleerde weer grote positieve verschillen bij de relatieve afwijkingen t.o.v. januari 2025: De opbrengst in januari 2026 lag tussen de -21,1% in Groningen, tot +6,2% in Limburg.
Voor instraling had Boonstra nog geen kaartje voor publicatie van dit artikel.
Verschillen
instraling vs. productie
De (positieve) verschillen van de gemeten producties zijn normaliter
kleiner t.o.v. dezelfde periode in het voorgaande jaar, dan bij de instralings-data.
Dit is al langere tijd zo, en is waarschijnlijk deels terug te voeren
op extra problemen, zoals veroudering, tijdelijk uitvallende omvormers
bij netspannings-problemen in met name laagspanningsnet - gebieden (woonwijken
e.d.), en vermoedelijk ook, actieve uitschakeling van PV installaties
bij klanten met een dynamisch stroom contract, in periodes met negatieve
stroomprijzen. Deze problemen zullen vermoedelijk stapsgewijs gaan toenemen.
In 2025 was de situatie echter omgekeerd: bij 11,7% meer horizontale instraling, heeft Boonstra, in de vorige update, 12,3% meer productie geconstateerd in de door hem beheerde groep installaties, tussen de jaren 2024 en 2025. Het is onduidelijk waar dit aan ligt. Mogelijk ligt het verschil binnen de statistische afwijkingen, en/of is de door hem geraadpleegde installatie populatie niet representatief voor het totaal aan PV projecten in Nederland. Dit blijft vooralsnog echter speculatie.
Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening (LOB), met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. De methodiek bij Siderea is verder verfijnd, zie het separate bericht onderaan. Dit werkt ook door in de resultaten op de LOB pagina. Deze resultaten worden ook apart weergegeven in een separaat tabblad.
Nieuw bij Siderea.nl
Er zijn diverse toevoegingen geweest op de site van Siderea sinds oktober 2025, zie de berichten op het blog aldaar. Er wordt o.a. melding gemaakt van vervanging van het Limburgse KNMI meetstation Arcen (gesloten) door Horst (geopend). Zie ook het KNMI bericht van 20 november 2024 over dat nieuwe station. Bij de berekeningen voor de LOB overzichten is nu ook rekening gehouden met aparte opbrengst berekeningen voor zonnepanelen gericht op ZW dan wel op ZO. In de nieuwe LOB overzichten wordt daaruit een gemiddelde opbrengst getoond van die 2 gescheiden situaties.
Verder is er ook nog een interessante bijdrage toegevoegd (12 dec. 2025), waarbij op basis van publieke pyranometer waarden van station de Bilt geclaimd wordt, dat deze metingen "afwijkend gedrag" lijken te vertonen (diverse "spikes" gesignaleerd).
Vervolgens gaat bij Siderea vanaf dit jaar (2026) gerekend worden met productie potentialen gebaseerd op uurwaardes, die nauwkeuriger resultaten zouden genereren dan die gebaseerd op de gebruikelijke dagwaardes (bericht 21 december 2025).
Tot slot, in een blog post van 16 januari 2026, stelt Siderea, dat de condities in (oostelijke) delen van Nederland wat instraling betreft meer op het "landklimaat van Duitsland" beginnen te lijken. Vanaf 2002 zou er zelfs "een abrupte verschuiving van zonuren naar de ochtend" zijn opgetreden, op basis van waargenomen verdelingen van de hoeveelheid daglicht in de ochtend resp. in de middag. Siderea claimt dat dit een indicatie zou zijn dat in delen van Nederland het zeeklimaat verdrongen zou worden door een meer landklimaat-achtig regime. Vervolgens wordt deze vaststelling gebruikt, om voor de langjarig gemiddelde opbrengsten voortaan (bij Siderea.nl) uit te gaan van de periode 2006-2025 † ...
Resultaten Siderea.nl
Voor januari 2026 worden haalbare specifieke opbrengsten van 20 kWh/kWp in Noord-Limburg, tot 28 kWh/kWp in Zeeland, voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO getoond. Tot waarden van 24 kWh/kWp tot 33 kWh/kWp voor dezelfde stations, voor installaties met optimale oriëntaties.
Voor het kalenderjaar 2025 lijken inmiddels definitieve cijfers beschikbaar te zijn. De prognoses voor dat jaar liggen tussen de 1.010 / 1.078 kWh/kWp in midden-Gelderland, tot 1.112 / 1.194 kWh/kWp in Den Helder (op de voet gevolgd door Zeeland).
Voor de nieuw-vastgestelde langjarige referentie periode 2006-2025 † (voorheen daar: 2001-2020) berekende Siderea voor alleen de maand januari haalbare gemiddelde opbrengsten, tussen de 20 kWh/kWp (midden Overijssel - Drenthe) en 26 kWh/kWp in Zeeland, voor "licht beschaduwde zonnepanelen met hellingshoek 40 graden op ZW of ZO". En 23 kWh/kWp (Noord-Drenthe), tot 31 kWh/kWp in Zeeland, voor "optimale oriëntaties" op zuid.
Voor de periode januari tm. december voor genoemde, aangepaste meetperiode van 2006-2025, liggen de laagste waarden in centraal Gelderland (Veluwe, 911 resp. 969 kWh/kWp), de hoogste in de Kop van Noord-Holland (1.016 resp. 1.087 kWh/kWp), resp. Zeeland (1.004 resp. 1.072 kWh/kWp), op de voet gevolgd door het Friese Stavoren (1.000 resp. 1.071 kWh/kWp).
Zoals vaker gememoreerd, zijn door Siderea finaal berekende cijfers allemaal ideale gevallen. De meeste van de recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet (zoals al jaren blijkt uit de verzamelde data van Boonstra), omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties. Dit zal sowieso niet gaan verbeteren, maar eerder nog minder gaan worden. In ieder geval in de "zonnige" maanden. Wat de door de Eerste Kamer aangenomen wet afschaffen salderen voor extra negatieve gevolgen zal gaan hebben voor de te verwachten (specifieke) productie volumes is nog afwachten. Dit kan beslist een significante rol gaan spelen. 2026 wordt het aller-laatste jaar waarin er gesaldeerd mag worden, op 1 januari 2027 is het einde verhaal. In de op 4 september officeel gepubliceerde "Solar Bible", "Zon in de polder", wordt op pagina's 289-291 dieper ingegaan op de "mogelijke" resp. te verwachten (specifieke) opbrengsten van zonnestroom installaties in Nederland.
Nationaal Klimaat Platform had nog geen cijfermatige beschouwing over januari tijdens publicatie van deze analyse. Voor eerste inzichten over de productie in december en in kalenderjaar 2025, zie het artikel van 29 december 2025 (samenvatting op Polder PV).
De actueel berekende data zijn tegenwoordig te raadplegen via het Nationale Energie Dashboard, zie ook het artikel van 21 maart 2024, op Polder PV. Eerder leek te worden gesuggereerd, dat de energieopwek.nl site in de 2e helft van 2024 zou worden opgeheven, en in het NED zal worden ondergebracht. Begin 2026 is deze echter nog steeds als separate entiteit actief, zie hier onder.
Energieopwek.nl
De brondata voor, achtereenvolgens, Klimaatakkoord, Nationaal Klimaat Platform, en het Nationale Energie Dashboard, worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser, die met steeds geavanceerder modelleringen worden gevoed (energieopwek.nl website). Hierbij dient echter de nodige prudentie betracht te worden. Zoals al langer verwacht door Polder PV, zijn door het CBS recent de capaciteits-cijfers voor zonnestroom in ieder geval voor 2023 en 2024 fors bijgesteld, in laatstgenoemd jaar in sterk neerwaartse richting. Inmiddels lijken de nu actuele productie cijfers op energieopwek.nl als gevolg van die forse bijstellingen, ook te zijn aangepast, want record volumes liggen nu op lagere niveaus. Toen de cijfers nog niet waren aangepast, was er een opmerkelijk verschil met de officiële waarden gepubliceerd door het CBS te zien, met name in 2024 ff., zie de grafiek vergelijking met de maandproducties van CBS versus energieopwek.nl, gemaakt door Polder PV en besproken in het artikel van 21 november jl. De volgende bespreking gaat van de nu actuele (sinds de vorige update gecorrigeerde) volumes op de energieopwek.nl site uit.
In januari 2026 werd het hoogste gemiddelde vermogen voor de berekende zonnestroom productie op de 22e bereikt, met een berekende output van gemiddeld 1,78 GW over dat etmaal. Dit is, uiteraard, duidelijk lager dan het nieuwe historische record berekend, voor 2025, inmiddels voor 12 juni (7,24 GW). Maar voor januari, een wintermaand met vaak lage producties, beslist goed te noemen.
Het hoogste dag gemiddelde in januari 2026 haalde het echter niet t.o.v. de - aangepaste - niveau's in januari 2025, toen, op 13 januari, zelfs 2,13 GW werd behaald bij het dag-gemiddelde. Zelfs in januari 2024 werd een nog iets hoger niveau bereikt, 2,15 GW gemiddeld op 19 januari dat jaar. De piek in januari 2026 ligt daarmee ruim 17% láger dan het nog staande januari record uit 2024. Dat is vrij byzonder, meestal vinden we de hoogste records in het vigerende jaar, waarin al fors meer PV capaciteit meewerkt om de totale productie verder omhoog te stuwen.
Record waarden per maand wederom aangepast
In de voorliggende maanden werden in ieder geval, met de huidige energieopwek.nl cijfers, de gemiddelde record waarden bereikt op de volgende data. Hierbij zijn de nieuwe volumes, die voor twee maanden voor de 2e keer op rij zijn gecorrigeerd t.o.v. die weergegeven in de vorige update (voor december 2025), cursief weergegeven:
25 december 2025 (1,93 GW), 21 november (2,23 GW), dat vervangt het vorige record voor 7 november, 2,01 GW), 1 oktober (3,97 GW), 7 september (5,07 GW), 11 augustus (6,18 GW), 1 juli (6,75 GW), 12 juni (7,24 GW, het nieuwe all-time-high maand record), dat het vorige record van 30 juni (7,08 GW, ongewijzigd) heeft vervangen, 19 mei (6,89 GW), 27 april (6,60 GW), 27 maart 2025 (5,39 GW), 17 februari 2025 (3,99 GW), 13 januari (2,13 GW).
En voor 2024: 1 december 2024 (1,54 GW), 3 november (2,31 GW), 5 oktober (3,95 GW), 1 september (4,4 GW), 12 augustus (5,64 GW), 29 juli (5,97 GW), resp. voormalig record houder in dat jaar, 26 juni 2024, met 6,46 GW gemiddeld, flink lager dan oorspronkelijk 7,33 GW).
In 2023 werd het voorgaande jaar record, ook in juni, op de 13e vastgesteld op 6,23 GW gemiddeld (bij eerst-publicatie was dat nog maar 5,85 GW). Nieuwe records zullen sowieso weer gaan sneuvelen vanaf de lente van 2026.
Het nieuwe dag-"record" voor de maand januari 2026, op de 22e die maand, komt neer op een berekende zonnestroom productie van 1,78 (GW) x 24 (uren) = 42,7 GWh. Dat ligt ruim 16% lager dan het hoogste niveau in januari 2025 (13e: 51,1 GWh).
Voor de maand januari 2026 werd de hoogste momentane berekende output piek voor zonnestroom, 9,5 GW, ook op de 22e behaald. Die piek ligt uiteraard ook duidelijk lager dan het historische record van bijna 20,1 GW momentaan vermogen berekend voor 12 juni 2025 (30 juni lijkt hoger uit te komen, maar vertoont een merkwaardige aberratie midden op de dag). De momentane dag pieken zullen vanaf februari 2026 naar verwachting weer gaan groeien.
De dagen zijn weer gaan lengen, en de zon zal weer hoger komen te staan t.o.v. de horizon. Dit zal het output vermogen en de dagproductie van PV installaties weer laten toenemen. Voor hogere dag- en maandproductie cijfers dan in juni 2025 zullen we moeten wachten tot het voorjaar van 2026. Dit nog afgezien van niet publiekelijk bekende curtailment volumes, in periodes van negatieve dan wel zeer onaantrekkelijke marktprijzen, die de werkelijk geproduceerde volumes verder onder druk zullen gaan zetten. Deze zijn beslist niet exact te becijferen, omdat veel van dergelijke informatie bedrijfsgeheim is, tenzij wettelijke voorschriften publicatie van die volumes zullen verplichten.
Solarcare 2025
Het bekende monitoring platform van Solarcare had eerder in 2024 reeds haar bevindingen over het kalenderjaar 2024 gepubliceerd. Zij kwamen met minder hoge gemiddelde opbrengsten dan in het zonniger jaar 2023. De gemiddelde specifieke opbrengst die zij hebben bepaald over hun deel-populatie (22 MWp, 2.500 installaties, dus gemiddeld vrij klein, 8,8 kWp per stuk), is 820 kWh/kWp.jaar. In 2023 was het nog 870 kWh/kWp.jr.
Zoals reeds verwacht, zijn nu ook de resultaten over 2025 gepubliceerd. Deze zijn beduidend hoger dan in 2024. Toen werden door ongeveer 2.000 geselecteerde PV-installaties (totaal plm. 20 MWp, dus gemiddeld zo'n 10 kWp per project) genormeerde producties behaald van gemiddeld 930 kWh/kWp, wat gemiddeld genomen zo'n 13% hoger was dan in 2024. De spreiding over heel Nederland was een zeer lage 780 kWh/kWp in Drenthe, tot een max. van 990 kWh/kWp voor Zeeland, en zelfs een regionale outlier van 1.050 kWh/kWp op Texel. Een "verondersteld gemiddelde installatie", met een opgesteld generator vermogen van 3,5 kWp zou in 2025 een jaaropbrengst van gemiddeld 3.287 kWh hebben gehad, volgens Solarcare. Opvallend is wederom, dat mei 2025 als meest productieve maand wordt gezien in de Solarcare analyse.
Het is hierbij goed om te beseffen, dat belangrijke deelpopulaties, die normaliter veel hogere specifieke opbrengsten halen, de zonneparken, en de grote rooftop projecten op DC's van meerder MWp-en hierbij niet vertegenwoordigd lijken te zijn.
Anton Boonstra vergeleek later zijn productie resultaten met die van Solarcare voor 2025 (Bluesky post van 2 februari 2026), en kwam tot enkele opvallende verschillen, met name voor de provincies Drenthe (veel lager bij Solarcare) en voor Flevoland (beduidend hoger bij Solarcare). De oorzaak van die verschillen zijn vooralsnog onbekend. De gemiddelde waarden voor heel Nederland ontlopen elkaar echter niet veel (919 AB, 930 kWh/kWp Solarcare).
Bronnen:
Meetdata Polder PV sedert maart 2000
Extern:
Januari 2026. Koud, aan de zonnige kant en normale hoeveelheid neerslag. (30 januari 2026, maandbericht KNMI, voorlopig!)
Koude januari met veel waarschuwingen voor gladheid (nieuwsbericht KNMI, 30 januari 2026, voorlopige data)
Jaar 2025. 2025 was zeer warm, droog en zeer zonnig (definitief jaaroverzicht KNMI 2025, 7 januari 2026)
Jaar 2024. Extreem warm en zeer nat met vrijwel de normale hoeveelheid zon (definitief jaaroverzicht over 2024, KNMI, 10 januari 2025)
Schonere lucht zorgt voor meer zonneschijn (zeer interessant artikel, KNMI, 18 juni 2025)
De staat van ons klimaat 2025: Nederlands weer in tijden van klimaatverandering (29 januari 2026, nieuwsbericht KNMI met link naar volledige rapportage. Let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 10, de progressie van de instraling per kalenderjaar [slide 11], en het berekende zonne- plus windenergie [potentieel] per dag, op slide 15. Op de berekende zonnestroom productie had Polder PV echter wel onderbouwd commentaar, zie draadje op Bluesky, 28 januari 2026)
De staat van ons klimaat 2024: Weer een recordwarm jaar (31 januari 2025, nieuwsbericht KNMI, met link naar volledige rapportage over dat jaar)
Klimaatstreepjescode krijgt nieuw streepje voor 2025 (nieuwsbericht 30 december 2025, KNMI)
Klimaatstreepjescode vanaf het begin van de jaartelling (nieuwsbericht 8 januari 2025, KNMI, incl. "klimaatstreepjescode" tm. 2024)
En verder:
Anton Boonstra (grafieken met gemiddelde waarden van PVOutput.org, gelumpt per provincie). Vanaf eind 2024 op "Bluesky" platform, direct toegankelijk voor account houders.
Producties PVOutput.org portal in januari 2026 vergeleken met januari 2025 (Bluesky post, 1 februari 2026)
Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)
Update "Siderea PV Simulator". Bericht gedateerd 7 april 2024, over enkele wijzigingen in de berekenings-methodiek bij Siderea
2025: Meer duurzame energie, ook meer ongebruikte overschotten. Voorlopig overzicht status Klimaatmonitor voor kalenderjaar 2025
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2025: 0,93 kWh/Wp (Solarcare ongedateerd januari 2026. Totale jaaropbrengsten 2025 van zo'n 2.000 installaties / 20 MWp.
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2024: 0,82 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januari 2025. Totale jaaropbrengsten 2024 van zo'n 2.500 installaties / ruim 22 MWp, ongeveer 6% lager dan in 2023. Incl. provinciale verdeling).
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2023: 0,87 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januari 2024)
Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden / selectie. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet). Vanaf maart worden hier de Bluesky links geplaatst, direct toegankelijk voor account houders aldaar (equivalent op Twitter blijft voorlopig nog actief). Overigens, "detail", Visser is inmiddels gepensioneerd, maar zet diverse activiteiten zoals onderhavige gewoon door:
Gemiddelde "genormaliseerde" volaliteit stroomprijzen Nederland ondanks toename wind- en zonnestroom productie in 2025 iets lager dan in 2024 (30 december 2025)
Aandeel zonnestroom in totale netto stroomproductie diverse EU landen - NL op 2e plaats na Spanje, met 22% (29 januari 2026)
Gemiddelde stroommix en stroomprijs over de dag in 2025 (28 januari 2026)
Stijging energie uit hernieuwbare bronnen van 6% (2017) naar 22% (2026), volgens Entrance data (26 januari 2026)
Veronderstelde productie capaciteit PV januari 2026: 29.282 MWp "volgens Entso-E" (25 januari 2026; vrij onwaarschijnlijk, want dat zou een jaargroei van slechts 1,3 GWp opleveren sedert eind 2024, volgens de actuele, officiële CBS statistiek. Alleen al de momenteel bekende SDE opleveringen bij RVO, en de sub 1 MWac markt volumes bekend bij energieleveren.nl geven een nieuwe capaciteit van minimaal 1,8 GW voor 2025, exclusief de > 1 MWp projecten die nog niet bekend zijn geworden)
Veronderstelde toename totale zonnestroom productie resp. productie/capita in 2025, in EU27, USA en China (23 januari 2026; zie ook reactie Polder PV m.b.t. situatie NL)
Variatie in zonnestroom opbrengst per maand - lagere variatie in procenten in zomerse maanden (22 januari 2026)
Berekende dagelijkse zonnestroom producties 2016 - 2025 en eerste helft januari 2026 (19 januari 2026)
|