Zontwikkelingen "oud"
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
   
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws & analyses P.V. pagina 187

meest recente bericht boven

Specials:
Zonnestroom productie Polder PV in november 2023
CBS update 6 - eerste, nog zeer voorlopige zonnestroom cijfers voor medio 2023
Het "andere" zonne-energie dossier - thermische zonne-energie versus zonnestroom. CBS update deel 5

Zonnestroom versus andere elektra producerende modaliteiten, CBS update. Deel 4
Vergelijking zonnestroom maandproducties CBS vs. Energieopwek.nl, CBS update. Deel 3
Nieuwe capaciteit evolutie grafiek op basis van CBS update. Deel 2
Record jaargroei 2022 fors verder opgehoogd door CBS - 4.777 MWp / ruim half miljoen nieuwe installaties in 2022
Liander rapporteert 376 MW nieuwe PV capaciteit in Q3 2023 - opmaat voor record jaar 2023?
Oktober 2023 rapportage VertiCer - gecertificeerde zonnestroom netto 486 nieuwe installaties,
met 1.127 MWp nieuwe capaciteit tm. oktober

1 november 2023 - 1 december 2023



1 december 2023: Zonnestroom productie Polder PV - november, iets ondergemiddeld. De productie bij Polder PV bleef in november iets ondermaats. De al langer haperende verbinding van / naar 1 zonnepaneel heeft een minder negatief effect op de productie onder "beperkte licht omstandigheden" (i.t.t. de zomerse maanden), dus het verlies is zeer beperkt gebleven. November was ook een "extreem natte", relatief sombere maand, dus de productie verwachting was al niet bijster hoog.

In dit artikel worden de (afgeleide) primaire productie gegevens van Polder PV's oude PV-systeem voor november 2023 weergegeven. De data zijn verkregen uit maandelijkse meterstand opnames van de 13 micro-inverters van onze, voor het kern-systeem inmiddels al ruim 22 jaar oude PV installatie (netkoppeling 1e vier zonnepanelen: 13 maart 2000; 2e set van 6 op 12 oktober 2001, gevolgd door kleinere toevoegingen in 2007 en 2010).

De tabel met de producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV, afgeleid van de uitgelezen meterstanden van de 13 micro-inverters aan het eind van de maand november 2023. De maandproductie voor november is in het linker blok weergegeven; in het 2e blok de cumulatieve resultaten voor januari tm. november 2023; helemaal rechts ter vergelijking de specifieke productie in november 2022, resp. in de periode jan. - nov. 2022. Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden.

De "beste" specifieke opbrengsten in november 2023 werden ditmaal door een in het verleden al langer prima presterende set kleine 50 Wp Kyocera panelen (2 in serie op 1 micro-inverter) behaald, 26,8 kWh/kWp. Daarna kwam de recent vaak bovenaan staande, oudste set panelen, 4 stuks 93 Wp modules, op 1 december 2023 reeds 8.662 dagen productief sedert de netkoppeling in maart 2000, met een specifieke opbrengst van 25,2 kWh/kWp. Dat is al beduidend lager dan in oktober (46,9 kWh/kWp), we zaten dan ook in een winterse, sombere maand, met sowieso al een flink minder aantal zonne-uren dan in oktober.

Bij de 2 in de voorste rij staande 108 Wp modules zijn de in de vorige maanden al gerapporteerde tegenvallende resultaten ditmaal uitgebleven, met 25,1 kWh/kWp in die maand (rode band) is het resultaat op orde. Dit heeft zeer waarschijnlijk te maken met het feit dat de stroomsterktes in de bekabeling door het sombere weer laag zijn gebleven. De problemen bij deze set panelen spelen vooral bij veel zonlicht. De verliezen blijven, vanwege de micro-inverter set-up van onze installatie, beperkt, en we houden desondanks vermoedelijk toch zonnestroom productie over op jaarbasis, als de eerder al gesignaleerde problemen niet structureel erger gaan worden.

Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had in november dit jaar een opbrengst van 24,9 kWh, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 24,4 kWh/kWp. De opbrengst was 29% lager dan in november 2022 (34,2 kWh/kWp), wat toen volgens het KNMI, i.t.t. november 2023, "een zeer zonnige" november maand bleek te zijn.

Bij de opbrengsten van januari tm. november komt een al eerder gezien beeld naar voren, met de oudste 4 panelen het best presterend (907 kWh/kWp), en de 2 in de voorste rij staande oude 108 Wp modules het slechtst, met 672 kWh/kWp (26% slechter presterend dan eerstgenoemde groep, vermoedelijk vanwege een langdurig slechte verbinding).

Het KNMI kwalificeerde november 2023 als "Zacht, uitzonderlijk nat en de normale hoeveelheid zon". Er werd een zonneschijnduur van 67 uren gehaald, t.o.v. het langjarige gemiddelde (1991-2020) van 70 uur. Het was in ieder geval beduidend minder dan de 97 zonuren in november 2022. Vlissingen bleef met vlag vooraan lopen, met 86 zonuren, Twente moest het met slechts 49 zonuren doen. Het "meest gemiddelde station", de Bilt, kreeg 62 zonuren te verwerken, in de normaal periode kreeg ze er 67.

Periode vanaf start van het jaar in vergelijking met vorig jaar

Helemaal rechts in de tabel vindt u de specifieke opbrengsten gehaald in november, en in de periode januari tm. november in het zonnige jaar 2022. Voor het hele systeem was de output in november 2022, vanwege het relatief zonnige weer, een zeer forse 40% hoger dan in november 2023. Omdat in 2022 de weers-omstandigheden over langere tijd sowieso beduidend beter waren dan in 2023, is het verschil over de periode januari tm. november nu zelfs al 19% hoger dan in dezelfde periode in het huidige jaar (998 vs. 839 kWh/kWp). Uiteraard zal hier vrijwel niets van goed te maken zijn in de door de bank genomen licht arme maand december, en gaan we een zeer matig jaar tegemoet m.b.t. de te verwachten jaarproductie. Het kan vriezen en het kan dooien, het hoort er allemaal bij.

November 2023 kwam bij Polder PV qua productie van zonnestroom iets sub-gemiddeld uit in de "november rating" sedert 2001, met 25 kWh (langjarig gemiddeld: ruim 27 kWh) voor de kern-installatie met 10 panelen. In 7 eerdere jaren scoorde november nog (iets) minder. November 2010 presteerde het slechtst, met nog geen 20 kWh.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2023 heeft een lichtgele kleurstelling. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.

De spreiding van de productie in de maand november is laag; door de vaak lichtarme condities zijn extremen ook niet te verwachten, zeker niet omdat de dagen ook kort zijn en de zon, als ze al verschijnt, relatief laag aan de hemelkoepel staat overdag. De extremen liggen voor deze maand tussen de 20 kWh (nov. 2010) en bijna 36 kWh, in 2011 (november 2011 was dan ook "zeer zonnig" volgens het KNMI).

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. In het huidige exemplaar is, sedert het eerste maandrapport voor dit jaar, 2019 verwijderd, en 2023 toegevoegd (met nieuwe kleurstelling). Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot, met name in de lange zomerse periode. En komen ook buiten het hoge productie seizoen soms flinke extremen voor, zoals de record productie in maart 2022, en, daar tegenover staand, het zwaar tegenvallende resultaat in dezelfde maand in 2023. In mei is het verschil (in dit relatief korte tijdsbestek) een stuk kleiner, maar daar verschijnt natuurlijk wel het maand record van mei 2020 weer bovenaan in de grafiek. Geen enkele andere maandproductie heeft dat record overtroffen in de lange meethistorie bij Polder PV. Juni 2023 kwam, met de geïnterpoleerde productie, flink boven het maandgemiddelde uit, juli presteerde weer sterk ondermaats bij onze installatie. Dat was ook het geval in augustus tm. november met, in de laatste maand, 7,4% onder het langjarige gemiddelde. De spreiding is de afgelopen vier jaar voor november zeer klein, vergelijkbaar met september.

In deze derde grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle voorgaande maanden in dat jaar. Met inmiddels het resultaat van de productie van januari tm. november voor de jaren 2002 tm. 2023. Met forse verschillen tussen de jaren onderling. De eerste twee jaren (2000, 2001) gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 zonnepanelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde is in de laatste oranje kolom weergegeven en bedraagt, voor januari tm. november (periode 2002-2023) 913 kWh voor dit deel-systeem.

We zien dat er 2 jaren zijn die in die periode hier duidelijk bovenuit steken. Het voor Polder PV beroemde jaar 2003 blijft boven alles uit-torenen, met al 1.054 kWh, gevolgd door 2022, met 1.018 kWh. De overige jaren blijven daarbij duidelijk achter, met 948 kWh (2018) of minder op de teller. Januari - november 2023 komt, vooral vanwege de flink tegenvallende resultaten voor maart, april, en juli tm. november, een stuk onder het gemiddelde niveau uit (achteraan weergegeven in de oranje kolom). En wel, met 856 kWh 6,2% onder dat langjarige gemiddelde. Een lichte troost: tm. mei was dat nog bijna 7%, dus het is globaal wel iets minder erg geworden. Het verschil met de cumulatieve productie van januari tm. november in het zonnige jaar 2022 blijft zeer groot, 162 kWh (15,9% lager). In september 2023 was het voor het eerst, dat de laagste cumulatieve opbrengsten waren gehaald, voor onderhavig deelsysteem bij Polder PV. Tm. november doet alleen 2010 het nog ietsje slechter, dan 2023. Diverse ouderdoms-verschijnselen zijn ons antieke PV systeem parten aan het spelen, waardoor het minder goed presteert dan het vele jaren lang achter elkaar heeft gedaan.

In de grafiek is wederom de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2023 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze ligt iets lager dan het gemiddelde, op 901 kWh. De productie in de eerste 11 maanden van 2023 ligt daar 5,0% onder.

In deze grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. In een recente versie, die het hele kalenderjaar 2022 reeds toonde, voor de meeste "nieuwkomers" met zonnepanelen een absoluut record jaar, werd de op 1 na hoogste opbrengst voor het kern-systeem van Polder PV getoond. Wat lager dan de recordhouder 2003. In de lichtgele curve zijn resultaten voor de eerste elf maanden van 2023 terug te vinden. Wat aanvankelijk iets bovengemiddeld begon, maar door de fors tegenvallende opbrengsten in maart en april in cumulatie op een beduidend ondergemiddeld niveau kwam te liggen, in mei - juni weer wat werd bijgetrokken, maar in de wederom tegenvallende maanden juli tm. november duidelijk onderuit ging, naar het laagste resultaat tot nog toe*, 856 kWh in de maanden januari tm. november (langjarig gemiddelde = 910 kWh).

* onder uitsluiting van het niet representatieve jaar 2010


Data Anton Boonstra e.a.

Anton Boonstra heeft, zeer trouw, al direct op 1 december de inmiddels beroemde 4 kaartjes laten zien over instraling en productie gegevens, op het sociale platorm "Twitter-met-de-nieuwe-naam-X". Voor de links naar zijn kaartjes, zie het bronnen overzicht onderaan.

De horizontale instraling in november 2023 lag, volgens de data extracten van Boonstra, met 24,2 kWh/m², 17,7% lager dan het gemiddelde niveau in november 2022. Bij de absolute waarden lagen de verschillen per provincie tussen de 22,7 kWh/m² in Groningen, en 25,9 kWh/m², in Zeeland. In relatieve zin, lagen de verschil percentages t.o.v. de instraling in november 2022 tussen de minus 25,9% in Overijssel, en minus 6,7% in Friesland.

Bij de productie gegevens van november, van 1.234 grotendeels residentiële "Tweakers" installaties op PV Output.org, was het verschil met november 2022 landelijk bezien zelfs 27,6% lager, met een gemiddelde specifieke opbrengst van 21,4 kWh/kWp in die maand. Hier scoorden Drenthe en Friesland in absolute zin het laagst, met 18,6 resp. 18,7 kWh/kWp. Zeeland deed het, als vanouds, met gemiddeld 24,5 kWh/kWp, het best. Relatief bezien was het verschil bij de productie t.o.v. november 2022 het sterkst negatief in Limburg (-36,9%), en "slechts" -12,0% in Friesland. Onze oude installatie in Leiden haalde 24,4 kWh/kWp (eerste tabel in dit artikel). Ondanks de al geconstateerde "verouderings-problemen", bleef de output toch duidelijk boven het provinciale gemiddelde in Zuid-Holland (21,4 kWh/kWp). Ik heb dat al vaker gezien, onder lichtarme omstandigheden presteert onze installatie iets beter dan veel andere PV-systemen. Vermoedelijk heeft dat te maken met de lage inschakel-drempel voor onze micro-inverters, waardoor ze vroeger dan bij andere installaties al aan het werk gaan.

Over de eerste 11 maanden heeft Boonstra uiteraard ook weer de gegevens gepubliceerd. De cumulatieve instraling van januari tm. november kwam landelijk bezien op 1.106,1 kWh/m², 7,1% onder de cumulatie in dezelfde periode in 2022, en daarmee weer een verdere verslechtering t.o.v. het afgelopen jaar. Het niveau blijft nog steeds het laagst in provincie Drenthe (1.072 kWh/m²), het hoogst in usual suspect Zeeland, met 1.145 kWh/m². In relatieve zin waren de verschillen relatief laag in Drenthe en Groningen (-4,5 tot -4,6%). Utrecht is op dit punt de rode lantaarndrager (-8,1%). De drie noordelijke provincies hebben de laagste relatieve verschillen t.o.v. de 1e 11 maanden in 2022, in Nederland.

Bovenstaande vertaalde zich in de volgende verschillen bij de door Boonstra ge-extraheerde productie cijfers, waarbij natuurlijk ook andere factoren een rol spelen zoals (tijdelijke) uitval, al dan niet vanwege toenemende spanningsproblemen op het net in sommige lokaties, "natuurlijke" systeemfouten, mate van beschaduwing, etc. Een andere factor die in betekenis zou kunnen toenemen, is het uit (!) zetten van PV installaties ten tijde van negatieve marktprijzen, als er een dynamisch stroomcontract is afgesloten. Dan "loont" het om niet in te voeden, omdat anders geld betaald moet worden aan de energieleverancier, i.p.v. zoals te doen gebruikelijk, ontvangen...

Van de gelogde PV Output.org installaties werd een gemiddelde productie bepaald van 874,3 kWh/kWp in geheel Nederland. Dat lag 10,6% onder de productie in dezelfde periode in 2022 (978,2 kWh/kWp), het verschil is daarmee weer verder opgelopen. Friesland blijft opvallend achter, met slechts 827 kWh/kWp, Zeeland blijft veruit kampioen, met 926 kWh/kWp. In relatieve zin waren de verschillen 8,6% minder productie in Groningen en Friesland, in deze eerste 11 maanden, tot een 12,2% lagere productie in Flevoland.

In Zuid-Holland was, met 10,6% minder productie dan in 2022, het gemiddelde 888 kWh/kWp. In Leiden, gaf het kernsysteem van Polder PV, door wat ouderdoms-probleempjes, slechts 839 kWh/kWp te zien. Daar staat tegenover, dat de "onverwoestbare" oudste 4 zonnepanelen wederom boven het provinciale niveau uitkwamen met hun output (907 kWh/kWp, zie tabel bovenaan dit artikel).

Siderea.nl

In de nieuw opgezette Landelijke Opbrengst Berekening van Siderea.nl kwam het portal voor november 2023 tot haalbare specifieke opbrengsten tussen de 23 kWh/kWp rond Arcen (noordelijk Limburg) en 30 kWh/kWp in Vlissingen (Zld), voor PV systemen met "gemiddelde oriëntatie" (ZW tot ZO, hellingshoek 40 graden, licht beschaduwd). Voor "optimale" oriëntaties (zuid opstellingen) kwam het portal op haalbare waarden tussen de 26 en 34 kWh/kWp bij dezelfde locaties. Deze berekende potentiële output waarden liggen meestal duidelijk hoger dan de feitelijk gemeten waarden zoals Boonstra extraheert uit de PV Output.org installaties. Diverse soorten systeem "fouten", suboptimale systeem eigenschappen, en natuurlijk, toenemende problemen bij de netspanning, zijn hier waarschijnlijk debet aan. Langdurig "optimaal" presterende nieuwe installaties komen niet vaak (meer) voor, ook al omdat al talloze projecten onder suboptimale omstandigheden (hellingshoeken, inclinatie, beschaduwing, horizon belemmeringen etc.) worden gerealiseerd. Het laaghangende fruit is al lang geleden geplukt.

Het gemiddelde over de jaren 2001-2020 voor november lag in de data van Siderea tussen de 24 kWh/kWp voor Eelde (N. Drenthe), en 31 kWh/kWp voor Maastricht (L.), bij "gemiddelde" oriëntaties. En tussen de 27 kWh/kWp (Eelde), en 34 kWh/kWp voor Eindhoven (NB) en Maastricht, voor "optimaal" georiënteerde PV-systemen.

Nationaal Klimaat Platform (NKP)

Dit platform meldde op 1 december een record bijdrage van windenergie, die 35,3% van de nationale stroomvraag dekten in november. Zonnestroom voegde daar nog eens 6,2% aan toe, ondanks de natte, sombere condities. Dat was wel een stabilisering t.o.v. november 2022, ondanks de veronderstelde 25% groei in de opgestelde capaciteit. Tezamen met de andere bronnen (klein deel waterkracht, hernieuwbare component biomassa), was de helft van de stroomopwek uit hernieuwbare bronnen in november, tegenover ongeveer 40% in november 2022.

In november 2023 werd 15% meer energie (elektra, warmte, brandstoffen) productie uit hernieuwbare bronnen gerealiseerd dan in november 2022. De verwachting is dat de bijdrage van wind ook bij de totale energie opwek productie nog verder zal groeien, wegens al gerealiseerde bijplaatsing van nieuwe capaciteit op land en op zee, waarvan de productie nog niet was gestart.

Energieopwek.nl

De brondata voor het Nationaal Klimaat Platform worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (energieopwek.nl website). Het nieuwe dagrecord werd gevestigd op 13 juni (gemiddeld 5,85 GW over het hele etmaal op die dag). Dat record zal pas weer ergens in het voorjaar van 2024 verbroken gaan worden, afhankelijk van de zonneschijn condities.

Het hoogste dag gemiddelde in november werd gehaald op de 7e, met gemiddeld 1,36 GW zonnestroom output op die dag. Equivalent aan een berekende zonnestroom productie van 1,36 (GW) x 24 (uren) = 32,6 GWh. De laagste gemiddelde output werd voor november 2023 berekend voor de 27e (188 MW, een dag productie van 4,5 GWh aan zonnestroom). Dat is 36% lager dan het laagste niveau in oktober dit jaar (op de 20e: 294 MW / 7,1 GWh).

Het hoogste momentane zonnestroom output vermogen berekend midden op de dag werd ook op 7 november gehaald. Wat, met 6,66 GW uiteraard ver achterbleef bij het oktober record van 10,52 GW op 17 oktober, en het eerder gevestigde, nieuwe historische record niveau van 3 juni (15,87 GW). Sterker nog, november 2022 kende, met een flinke hoeveelheid opgestelde capaciteit minder, zelfs 3 dagen met nog hógere momentane outputs, het record op 2 november dat jaar, met 7,22 GW. Het productie karakter in november 2023 was onder te verdelen in een regelmatige zonnestroom productie, met niet al te hoge pieken en dalen, regelmatig afgewisseld met dagen met hoge windstroom producties (1, 6, 17, 23 en 27 november).

Bronnen:

Maandelijkse meetdata Polder PV sedert maart 2000

Extern

Maandbericht november 2023 (KNMI, 1 december 2023, voorlopig overzicht)

Uitzonderlijke zachte en natte herfst (nieuwsbericht KNMI, 30 november 2023)

Data Anton Boonstra / extracten van KNMI cijfers op Twitter (allen 1 oktober 2023):

Horizontale instraling in november 2023 t.o.v. ditto in november 2022 en verschil percentages per provincie

Zonnestroom productie PV Output.org installaties in november 2023 t.o.v. ditto in november 2022 en verschil percentages per provincie

Horizontale instraling in jan. tm. november 2023 t.o.v. ditto in 2022, en verschilpercentages per provincie

Zonnestroom productie PV Output.org installaties in jan. tm. november 2023 t.o.v. ditto in dezelfde periode in 2022 en verschil percentages per provincie

Siderea

Landelijke Opbrengst Berekening (interactief)

Nationaal Klimaat Platform

Wind levert record in november (Nationaal Klimaat Platform bericht, 1 december 2023)

Enkele recente tweets mbt zonnestroom en gerelateerde zaken, van cijfer goeroe Martien Visser (Hanzehogeschool, energieopwek.nl):

De bekende "worteltjes-grafiek", bijdrage zon en wind aan de NLse elektriciteitsvraag (1 december 2023)

Berekende zonnestroom productie NL in november ondanks natte weer toch mogelijk groei van 1% t.o.v. nov. 2022 (30 november 2023)

Gemiddelde day-ahead prijs stroom markt november 2023 2x zo hoog dan jaren voor de prijsexplosie in 2021-2022 (30 november 2023)

Voor gevorderden: "genormaliseerde beweeglijkheid van de stroomprijzen neemt nauwelijks toe", ondanksal forse variabele opwek (28 november 2023)

Zeer belangrijke grafiek voor (nieuwe) Kamerleden: de verschillende definities van de Nederlandse energievraag (27 november 2023)

Evolutie aantal uren met negatieve stroomprijs op de beurs tm. 25 november 2023 (25 november 2023)

Visser claimt dat Nederland (al) kampioen capacity/capita is m.b.t. zonnestroom capaciteit, t.o.v. "voormalig" kampioen Australia (24 november 2023)

Polder PV stelt, dat de huidige statistieken nog veel te onduidelijk zijn (met name die van het CBS), om dat nu al te "mogen" poneren (27 november 2023)



23 november 2023: Slagroom op de taart: CBS zonnestroom update deel 6 - eerste, zeer voorlopige cijfers voor 1e jaarhelft 2023. Alsof het niet op kan, heeft het CBS nóg een update van haar cijfers over zonnestroom doorgevoerd. Zie bij bronnen onderaan voor de eerder op Polder PV gepubliceerde 5 cijfer en grafiek updates op deze pagina. Veel vroeger dan gebruikelijk (meestal verschijnend rond medio december), is nu al een eerste set cijfers over het eerste half-jaar van 2023 gepubliceerd door het vlijtige data instituut. Met hierbij uiteraard weer een flinke waarschuwing, dat dit slecht zéér voorlopig cijfers zijn, waar nog heel veel aan kan veranderen, geeft dit wel een aardig eerste inkijkje in de potentie voor de jaargroei in 2023. Als tenminste de 2e jaarhelft in grove lijnen een vergelijkbare ontwikkeling heeft laten zien als in de eerste 6 maanden, wat beslist geen "gegeven" is. Polder PV publiceert enkele grafieken en cijfers met de eerste resultaten, en probeert deze, voor zover mogelijk, enigszins te duiden.

Medio 2023 zouden de PV volumes in Nederland al zijn aangezwollen tot 2,64 miljoen installaties, respectievelijk, een geaccumuleerde capaciteit van 22.412 MWp. Wat mogelijk alweer tot een record nieuw jaar volume zou kunnen leiden, al moeten meer definitieve cijfers van het CBS daarvoor worden afgewacht.

Nieuwe cijfer update CBS - aangepaste tabel aantallen

De nieuwste cijfers, de allereerste voor het 1e half-jaar van 2023, verschenen in de CBS Open Data tabel "Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio", met als update datum 17 november 2023.

Eerst laten we zien hoe de evolutie van de eindejaars-accumulaties (EOY) is gegaan in de laatste vier jaar, en, separaat wat er aan het eind van het eerste half-jaar van 2023 aan geaccumuleerd volume is waargenomen door het CBS. Daartoe heb ik in eerste instantie de tabel in het eerste deel van deze serie CBS updates, weer aangepast, met de meest recente cijfers voor de jaren 2019 tm. 2022, en het eerste cijfer voor H1 2023:


^^^
point as decimal separator (read 2.641.803 as 2 641 803, or 2641803)

Helemaal links de eerst door het CBS verstrekte cijfers voor het aantal installaties aan het eind van elk jaar van 2019, 2020, 2021, en 2022. En onderaan het nu eerst gepubliceerde cijfer voor eind van het eerste half-jaar van 2023. Eind juni 2023 zouden er alweer 2,64 miljoen PV installaties zijn geaccumuleerd in Nederland.

In de volgende kolom, "most recent est.", de nu bekende meest recente cijfers voor de eindejaars-volumes. Voor 2019 en 2020 heb ik die nu toegevoegd, zoals uit de huidige update bekend is geworden. Die voor 2021 en 2022 had ik al in het eerste artikel in deze serie gepubliceerd (laatst bekende wijzigingen, in rood). De volgende kolom, "change", geeft het verschil tussen de eerste opgaves, en de nu meest recente exemplaren weer. Nog weinig verschil voor 2019 (204 installaties toegevoegd), maar al hoge volumes voor 2020 (14.824 later extra gevonden projecten), resp. 17.379 nieuwe exemplaren voor 2021. Voor 2022 is een record nieuwe hoeveelheid "nagekomen" bij het CBS, 78.531 installaties extra t.o.v. de eerste afschatting voor dat jaar door het data instituut. In relatieve zin zijn de toevoegingen t.o.v. de eerst-opgaves opgelopen, van 1,1 / 1,0% in 2020-2021, tot alweer 3,5% in 2022.

Achteraan zijn de meest recente, uit de EOY accumulaties berekende jaargroei cijfers toegevoegd, voor de jaren 2020 tm. 2022. De groei is ongelofelijk, van bijna 322 duizend nieuwe installaties in 2020, via ruim 346 duizend nieuwe exemplaren in 2021, tot al een verbijsterend aantal van 563.869 nieuwe projecten in 2022.

Helemaal rechts onderaan is de groei van het aantal installaties in het eerste half-jaar van 2023 weergegeven, gebaseerd op de nu bekende cijfers. Het tussen haakjes staande volume, 347.649 nieuwe installaties, zou, indien dat "representatief" voor beide jaarhelften zou zijn, bij verdubbeling, in 2023 kunnen leiden tot alweer een nieuw record volume van ruim 695 duizend nieuwe PV projecten. Dit is echter nog uitermate speculatief, omdat sowieso (a) het eindejaars-cijfer voor 2022 nog - substantieel - zal gaan wijzigen, (b) het cijfer voor eind juni 2023 ook nog zeer fors bijgesteld zal gaan worden, (c), die bijstelling vermoedelijk, net als voor het vorige jaar, niet meer door het CBS zal worden geherpubliceerd, en (d), het eindejaars-volume voor 2023 pas zéér laat (ergens eind 2024, waarschijnlijk in definitieve versie pas in 2025) bekend zal worden gemaakt. Zeker bij het jaargroei cijfer voor 2023 kan dus nog een zeer forse verschuiving gaan komen. Wel lijkt, met de nu nog zeer voorlopige eerste half-jaar cijfers, een nieuw record groei volume voor het hele jaar "vrij waarschijnlijk". Het zal ook sterk afhangen van het effect van de gesignaleerde kopersstaking in de residentiële sector in de tweede jaarhelft. Waarvan de cijfermatige effecten echter nog helemaal niet bekend zijn.

Grafiek - trends evolutie aantallen installatie bij de provincies

In onderstaande grafiek heb ik de nu bekende trends voor de aantallen PV installaties bij de provincies, waarvoor detail cijfers zijn opgegeven, plus de hierboven weergegeven totale cijfers voor heel Nederland getoond.

In bovenstaande grafiek worden de eindejaars-volumes (EOY) van de aantallen PV projecten weergegeven volgens de laatste update van het CBS. Helemaal rechts wordt het volume aan het eind van het 2e kwartaal / het eind van het eerste half-jaar 2023 weergegeven (30 juni 2023).

De eindejaarsvolumes evolueerden achtereenvolgens van 1,06 miljoen (2019), via 1,38 miljoen (2020), en 1,73 miljoen, (2021), naar alweer 2,29 miljoen installaties in heel Nederland, eind 2022. Aan het eind van juni 2023 zou het totaal alweer zijn opgelopen naar het ongelofelijke aantal van 2,64 miljoen PV projecten.

Voor de stand van zaken in 2022 en voor eind H1 2023 heb ik ook de bijbehorende cijfers voor de afzonderlijke provincies, en een categorie "onbekend" / "niet in te delen" (eind H1 2023 slechts 445 projecten bevattend) weergegeven.

Noord Brabant blijft ongeslagen kampioen, met medio 2023 al 422.882 PV projecten, maar wordt al aardig op de hielen gezeten door dichtbevolkte provincie Zuid-Holland (413.995 exemplaren). Waar vooral veel (nieuwe) inwoners eindelijk ook een PV installatie hebben gekocht, wat een fors effect heeft op de totale aantallen installaties. Gelderland en Noord-Holland volgen op enige afstand (349.775 resp. 326.502 projecten). De volgorde van de provincies is verder niet substantieel gewijzigd. Provincie Utrecht, die in 2021 nog iets achter Overijssel stond, heeft inmiddels wel duidelijk afstand van haar collega's daar genomen, en bevindt zich nu, met 207.735 PV projecten op de 6e plaats, achter Limburg (210.386 exemplaren).

Hekkensluiter is bij de aantallen projecten provincie Flevoland, met 69.838 PV installaties, eind juni 2023.

Kijken we naar de tussentijdse groei cijfers, vallen de volgende zaken op.

  • Zuid-Holland vertoonde de grootste groei bij het relatieve aandeel op het totaal volume in heel Nederland in het eerste half-jaar van 2023. Het aandeel groeide van 15,4%, EOY 2022, naar 15,7%.
  • Drenthe, Fryslân, Groningen, en Zeeland, moesten bij de aantallen installaties 0,1% aandeel inleveren.
  • De extremen in de jaargroei van de aantallen projecten in 2021 t.o.v. de aanwas in 2020 lagen tussen de -5,9% in Drenthe, tot een forse 21,2% positief in Zuid-Holland. Utrecht stoomde dat jaar ook fors verder, met een positieve aanwas van 18,7% t.o.v de groei in het voorgaande jaar.
  • Voor 2022 zijn opvallende hoge groeicijfers van de aantallen nieuwe installaties t.o.v de aanwas in het voorgaande jaar vastgesteld. Van "relatief laag" in het al met grote hoeveelheden PV projecten bedeelde Noord-Brabant (41,9% meer groei dan in 2021), tot zelfs 202,9% (!) in provincie Zeeland.
  • Zouden we, speculatief, uitgaan van "2x het groeivolume in de eerste jaarhelft van 2023", voor het hele kalenderjaar 2023, zouden de daaruit volgende, volstrekt speculatieve "jaargroeicijfers" voor 2023 leiden tot extremen van minus 30% verschil in aanwas tussen 2023 en 2022 in Zeeland, en plus 40% in Noord-Brabant (met ook Overijssel en Drenthe hoog in de boom zittend). Zoals al hier boven gesteld, moet hier met prudentie mee worden omgegaan, vanwege de nog vele onzekerheden bij de vigerende CBS cijfers.
  • Voor heel Nederland zou bij deze extrapolatie in 2023 een, puur theoretische, ruim 23% hogere groei in 2023 kunnen plaatsvinden bij de aantallen nieuwe installaties, dan in 2022. Onder voorbehoud van latere wijzigingen van de onderliggende cijfer reeksen.

Tabel capaciteit ook uitgebreid

De in de eerste sectie van deze serie reeds aangepaste tabel voor de capaciteit, die al completer was dan die voor de aantallen, is nu ook uitgebeid, met de eerste cijfers voor de geaccumuleerde capaciteit aan het eind van juni 2023:


^^^
point as decimal separator (read 22.412 as 22 412, or 22412)

Deze tabel is al in het eerste deel van deze serie besproken. Maar nu is links onderaan het 1e nieuwe cijfer voor de eerste jaarhelft van 2023 toegevoegd, 22.412 MWp accumulatie voor de nog zeer voorlopige status, eind juni dit jaar. In combinatie met het nieuwe EOY cijfer voor 2022, leidt dat tot een nog zeer voorlopige groei van 2.812 MWp in de eerste jaarhelft, zoals rechts onderaan weergegeven.

Als dat volume "representatief" zou zijn voor beide jaarhelften, zouden we een bizarre jaargroei van ruim 5,6 GWp tegemoet kunnen zien. Maar, zoals reeds onder de aantallen installaties aangegeven, dat is nog beslist geen gegeven, en zal in werkelijkheid sterk gaan afwijken van die extrapolatie. Reken uzelf dus beslist niet rijk. Ook al zou puur theoretisch 2023 een nieuw record jaar op het vlak van nieuw gebouwde capaciteit kunnen worden, de (eindejaars-)cijfers voor 2022 zijn zelfs nog lang niet definitief. Dus een verschilcijfer (groei) baseren op een eerst gepubliceerd accumulatie halfjaar cijfer is en blijft wat het is: pure speculatie. We moeten later, nauwkeuriger, en actuele, bijgestelde data van het CBS afwachten voordat dit echt duidelijk(er) gaat worden.

Tweede grafiek - trends evolutie PV capaciteiten bij de provincies

In onderstaande 2e grafiek heb ik de nu bekende trends voor de PV capaciteiten bij de provincies, waarvoor detail cijfers zijn opgegeven, plus de hierboven weergegeven totale cijfers voor heel Nederland getoond.

In bovenstaande grafiek worden de eindejaars-volumes (EOY) van de totale PV capaciteiten weergegeven volgens de laatste update van het CBS. Helemaal rechts wordt het volume aan het eind van het 2e kwartaal / het eind van het eerste half-jaar 2023 weergegeven (30 juni 2023).

De eindejaarsvolumes evolueerden achtereenvolgens van 7.226 MWp (2019), via 11,11 GWp (2020), en 14,82 GWp, (2021), naar alweer 19,6 GWp in heel Nederland, eind 2022. Aan het eind van juni 2023, zou het totaal alweer zijn opgelopen naar het voor een klein land best wel bizarre volume van alweer 22,41 GWp.

Voor de stand van zaken in 2022 en voor eind H1 2023 heb ik wederom de bijbehorende cijfers voor de afzonderlijke provincies, en een categorie "onbekend" (eind H1 2023 slechts 29 MWp omvattend) weergegeven.

Noord Brabant blijft uiteraard ook op het vlak van de verzamelde PV capaciteit met stip kampioen, met medio 2023 al 3.814 MWp, al een flink eind verwijderd van de provincie met de meeste zonneparken, Gelderland, die 25% minder volume heeft, met 2.866 MWp. De dichtbevolkte provincie Zuid-Holland volgt als goede derde, met 2.640 MWp. Noordelijke buur Noord-Holland, moet het met beduidend minder volume doen, 2.112 MWp, gevolgd door Overijssel en Limburg (1.832, resp. 1.728 MWp). Ook Groningen en Drenthe doen het zeer aardig op dit niveau (1.567 resp. 1.520 MWp), grotendeels gedragen door de aanwezigheid van een behoorlijk aantal grotere zonneparken, die forse hoeveelheden capaciteit op het totaal volume in deze provincies toevoegen. De volgorde van de provincies is verder niet substantieel gewijzigd. Wel is wederom provincie Utrecht, die in 2021 nog iets achter Friesland stond, inmiddels die provincie duidelijk gepasseerd (1.199 om 1.149 MWp).

Hekkensluiter is bij de geaccumuleerde capaciteit ditmaal niet Flevoland (wat ook een aantal forse zonneparken kent), maar provincie Zeeland, met 866 MWp, eind juni 2023. Het is daarmee de enige overgebleven provincie die de "magische" 1 GWp grens nog niet is gepasseerd, medio 2023.

Kijken we naar de tussentijdse groei cijfers bij de capaciteit, vallen de volgende zaken op.

  • Flevoland vertoonde de grootste relatieve groei bij het relatieve aandeel op het totale capaciteits-volume in heel Nederland in het eerste half-jaar van 2023. Het aandeel groeide van 4,5%, EOY 2022, naar 4,9%, een toename van 0,4 procent-punt.
  • Fryslân, Noord-Brabant, en Overijssel, moesten bij de PV capaciteiten elk 0,2% aandeel inleveren.
  • De extremen in de jaargroei van de nieuwe capaciteit volumes in 2021 t.o.v. de aanwas in 2020 lagen tussen de -52,5% in Groningen, tot een forse 27,1% positief in Drenthe. Er waren forse verschillen in de aanwas cijfers, tussen de provincies onderling, tussen deze 2 kalenderjaren.
  • Voor 2022 zijn de groeicijfers door de bank genomen minder extreem dan bij de aantallen nieuwe installaties t.o.v de aanwas in het voorgaande jaar, wat een duidelijke aanwijzing is dat de residentiële markt een flink gegroeide invloed heeft gehad ten koste van de projecten markt in dat jaar. Groningen had wederom een negatieve aanwas t.o.v. de groei in 2021, van -9,8%, Flevoland zag echter een zeer forse toename in de groei, van maar liefst 190,8%. Wat vooral werd veroorzaakt door de toevoeging van enkele forse zonneparken in dat jaar, waaronder het grootste in Nederland (Dorhout-Mees).
  • Zouden we, speculatief, uitgaan van "2x het groeivolume in de eerste jaarhelft van 2023", voor het hele kalenderjaar 2023, zouden de daaruit volgende, wederom volstrekt speculatieve "jaargroeicijfers" voor 2023 leiden tot extremen van minus 27% verschil in aanwas tussen 2023 en 2022 in Drenthe, en een hoge positieve 125% in Groningen. Zoals al hier boven gesteld, moet hier met prudentie mee worden omgegaan, vanwege de nog vele onzekerheden bij de CBS cijfers. Vooral de impact van de oplevering van grote zonneparken moet hierbij niet onderschat worden, die kunnen het beeld flink vertekenen, op provinciaal niveau.
  • Voor heel Nederland zou bij deze extrapolatie in 2023 een, puur theoretische, bijna 18% hogere groei in 2023 kunnen plaatsvinden bij de nieuwe capaciteiten, dan in 2022. Wederom, onder strict voorbehoud van latere wijzigingen van de onderliggende cijfer reeksen bij / van het CBS.

Systeemgemiddelde capaciteit

Uit de huidige systeem data en de aantallen installaties in de afgelopen vier jaar, en voor het eerste half-jaar van 2023, zijn wederom de belangrijke systeemgemiddelde capaciteiten te berekenen.

EOY accumulaties

2019 6,80 kWp
2020 8,03 kWp
2021 8,57 kWp
2022** 8,54 kWp
H1 2023** 8,48 kWp

Zoals eerder al gememoreerd: de gemiddelde capaciteit nam eerst, onder druk van de grote hoeveelheden grote projecten opgeleverd vanuit de diverse SDE regelingen, eerst constant toe tot en met 2021. Daarna begonnen ze, vanwege de enorme toename van de talloze kleine installaties in de residentiële markt, ondanks reeds zeer hoge volumes gerealiseerde grote PV projecten, weer af te nemen, en ligt het niveau medio 2023 weer onder dat van eind 2021.

Op provinciaal niveau zijn hier twee flink uit elkaar liggende "outliers" terug te vinden. In provincie Utrecht, waar heel erg veel kleine residentiële projecten de markt domineren, ligt het systeemgemiddelde medio 2023 op slechts 5,77 kWp (dat is inclusief alle grote projecten !). In Flevoland echter, waar de nodige (zeer) grote zonneparken en talloze boerderijen vol met PV panelen zijn te vinden, is de maximale systeemgemiddelde capaciteit terug te vinden: 15,61 kWp. Bijna 3x zo groot.

Bij de jaargroei cijfers is dat verschil nog iets beter terug te zien:

YOY (systeemgemiddelde capaciteit bij de nieuwe installaties per jaar)

2020 12,07 kWp
2021 10,72 kWp
2022** 8,47 kWp
H1 2023** 8,09 kWp

Sedert 2020 is de systeemgemiddelde capaciteit dus bij de nieuwe installaties, jaar na jaar verder afgenomen. Een trend die is doorgezet in de eerste jaarhelft van 2023. Flevoland is hier nog steeds koploper, met gemiddeld maar liefst 22,85 kWp per nieuwe installatie in de eerste 6 maanden van 2023. Ook hier sluit provincie Utrecht de rij, met een gemiddelde capaciteit van slechts 5,68 kWp per nieuwe installatie, in de eerste jaarhelft van 2023.

Nog even terug naar "capacity/capita"

Eerder had ik het in deel 1 al over de zeer hoge relatieve maatvoering "PV capaciteit per inwoner", in het Engels ook wel "capacity/capita" gedoopt, voor Nederland. Hoe zit dat met de nog zeer voorlopige status, medio 2023 ?

Nederland, had, volgens nog voorlopige bevolkings-statistieken van het CBS, eind juni 17.866.118 inwoners, eind juni 2023. Dit, tezamen met het in dit artikel genoemde geaccumuleerde PV vermogen, van (exact) 22.412.163 kWp, zouden we, medio 2023, al op een "capacity /capita" verhouding gekomen kunnen zijn van maar liefst 1.254 Wp per inwoner. Da's al bijna "1 Polder PV per hoofd van de bevolking". Dit alles, wederom, pending latere wijzigingen van de huidige cijfers.

Toegevoegd (27 november 2023, updated 12 februari 2024)

Na een korte vakantie heb ik voor Australië ook voor de zekerheid nog terug gekeken bij de nu bekende officiële statistieken, voor zowel de capaciteit ontwikkeling bij de branche organisatie APVI, als voor de "estimated resident population" (ERP) van de hand van het officiële Austalische statistiek bureau, ABS.gov.au. We komen inmiddels voor de volgende twee peildata op deze voorlopige cijfers uit:

Eind juni 2023: 26.638.500 inwoners (ERP), 32.407,536 MW**; 1.217 W/capita (vermoedelijk Wp/capita)

Eind december 2023: 26.588.782 inwoners (population projection), 34.454.243 MW**; 1.296 W/capita

** "estimated installed capacity" (dit is een opwaartse bijstelling t.o.v. de tot dat moment "reported installed capacity", op basis van bekende historische bijstellingen van laatstgenoemde cijfer.

Als de opgegeven capaciteit voor Australia inderdaad het nominale generator vermogen weergeeft (dit is niet helemaal duidelijk), en de cijfers voor Nederland, eind juni, "accuraat" zouden zijn (wat echter nog lang geen zekerheid is), zou Nederland halverwege 2023 inderdaad "wereldkampioen" op het vlak van capacity/capita geworden kunnen zijn bij de implementatie van fotovoltaïsche zonnestroom capaciteit per inwoner. We zullen, zeker voor Nederland, de "harde", definitieve cijfers moeten afwachten, of dat inderdaad het geval is geweest. Dat kan nog wel even gaan duren.

APVI meldt ook op haar website, dat Australië eind december 2023 meer dan 3,69 milioen PV installaties zou hebben staan, met al geregistreerd 34,2 GW (en verwacht, op basis van eerdere historische bijstellingen, bijna 34,5 GW opgesteld vermogen). Dat is wel al 1 miljoen installaties meer dan Nederland medio 2023 zou hebben. Ook Down Under is residentiële PV, in combinatie met een beduidend hogere instraling, en veel gebruik van airco's, een "no-brainer", en is deze duurzame energie techniek wijdverspreid omarmd door de bevolking.

Zonneparken - blijvend onderschat

Ik heb ook nog even kort terug gekeken naar het vermogen, wat CBS tot nog toe heeft gevonden voor de zonneparken. Ze blijven daar in te kort schieten, zoals ik al uitvoerig in mijn laatste zonnepark update van 17 september heb uitgewerkt. Voor alle zonneparken inclusief drijvende exemplaren claimen zij achtereenvolgens 1.039 MWp (2019), 2.101 MWp (2020), 3.005 MWp (2021), 3.887 MWp (2022**), en 4.236 MWp (medio 2023**).

Polder PV heeft tot nog toe de volgende volumes in zijn overzichten met netgekoppelde installaties staan. Met hierbij de aantekening, dat uitsluitend "RES-fähige" projecten (groter dan 15 kWp per project) worden meegenomen. En dat zonneparken met meerdere SDE beschikkingen, een vaak voorkomend fenomeen, uiteraard slechts als "1 project" gelden:

Tm. 2019 1.074 MWp
Tm. 2020 2.200 MWp
Tm. 2021 3.110 MWp
Tm. 2022** 4.292 MWp
Tm. medio 2023 ** 4.823 MWp

Bij de capaciteiten lopen de verschillen tussen de eindejaars-accumulaties bij Polder PV op, vanaf 3,4% meer dan bij het CBS, EOY 2019, naar zelfs alweer 10,4% eind 2022, en voor de nog zeer voorlopige status in 2023, naar bijna 14%. Bij de aantallen zonneparken was het vooral in de oudere jaargangen nog een stuk erger. Polder PV had tm. 2019 zelfs 57% (!) meer zonneparken in zijn Big Sheet staan, dan het CBS toen vermeldde. Medio 2023 is dat verschil flink terug gelopen naar 3,2%, maar daarbij wel met de aantekening, dat dit een vreemd verschil is t.o.v. de forse discrepanties in de capaciteits-cijfers. Dit doet vermoeden, dat het CBS mogelijk SDE beschikkingen telt, en niet de zonneparken zelf (veel zonneparken hebben meerdere SDE beschikkingen ...). En dus mogelijk een verkeerde voorstelling van zaken lijkt te geven op het vlak van "aantallen" veld / floating solar projecten. Het CBS lijkt sowieso heel veel kleinere projecten niet te kennen, want het kost enorm veel mankracht, om te achterhalen waar die projectjes zich bevinden. Ze worden nergens behalve bij Polder PV expliciet als zodanig gedocumenteerd, en in de analyses meegenomen.

Over vrij staande carports, die het CBS in de enorme categorie "daksysteem" gooit, rapporteert het data instituut niets. Polder PV heeft die allemaal in een separate categorie "byzondere veld-installaties" staan, behalve de paar pergola / luifel systemen die boven de bovenste parkeerdekken van sommige parkeergarages zijn aangebracht (alleen die vallen "echt" onder rooftop installaties).

Bron, extern

Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio (CBS Open Data update 17 november 2023)

Intern

CBS update 14 november ff deel 1 - zonnestroom update basis gegevens en verdieping

CBS update 14 november ff deel 2 - evolutie zonnestroom capaciteit

CBS update 14 november ff deel 3 - vergelijking maandproductie data CBS en Energieopwek.nl

CBS update 14 november ff deel 4 - zonnestroom productie t.o.v. andere elektra genererende modaliteiten

CBS update 14 november ff deel 5 - thermische zonne-energie versus zonnestroom

CBS update 17 november ff deel 6 - eerste, zeer voorlopige cijfers voor medio 2023 (huidige artikel)

Voor andere recente interne bronnen, zie lijstje onderaan het eerste artikel in deze serie

Toegevoegd 12 februari 2024: status PV Australië eind juni en eind december 2023, en nieuwe berekening Wp/capita



19 november 2023: Het "andere" zonne-energie dossier - thermische zonne-energie versus zonnestroom. CBS update deel 5. Het is alweer een tijd geleden dat ik aandacht besteedde aan thermische zonne-energie, ook wel warmte opwek middels "zonnecollectoren" genoemd. Althans, wat de nationale CBS statistieken betreft. Vlak voor Kerst 2017 liet ik enkele grafieken zien, ontleend aan de destijds bekende data bij het nationale statistiek instituut. Later heb ik wel stelselmatig bij mijn detail inventarisaties van het enorme PV dossier bij de SDE beschikkingen, ook altijd een kleine update van de status van thermische zonne-energie laten zien. Waar echter niet erg veel projecten voor zijn beschikt, er nogal wat uitval is opgetreden, en er weinig realisaties zijn. Voor de laatste stand van zaken in de projecten markt op dat gebied, zie de laatste grafiek in de RVO update van 1 oktober 2023.

Omdat ik toch de laatste dagen intensief met CBS statistieken bezig ben geweest, heb ik ook weer enkele grafieken voor thermische zonne-energie van een update voorzien. De laatste stand van zaken voor de capaciteiten en aantallen, is echter alweer van wat langer geleden, van 15 juni 2023. Daar heb ik een viertal grafieken uit ge-extraheerd. Vervolgens heb ik een 2-tal grafieken gemaakt met het bruto eindverbruik van zowel thermische als elektrische (PV) zonne-energie), en een CO2 reductie impact grafiek, met data van de meest recent beschikbare CBS updates van 17 november, resp. 30 juni 2023.


Data thermische zonne-energie aantallen en oppervlaktes - CBS update 15 juni 2023

1. Evolutie nieuwe aantallen afgedekte zonnecollector systemen tm. 6 m² per kalenderjaar (1990-2017)

In eerste instantie geef ik het verloop van de aantallen "klassieke" kleine zonnecollector sytemen met glasplaat ("afgedekt"), met een oppervlakte van maximaal 6 vierkante meter in bovenstaande grafiek weer. Helaas loopt deze data reeks tot en met 2018, er zijn geen recentere cijfers meer gegeven door het CBS. Van grotere installaties worden géén aantallen opgegeven in de CBS statistieken. Wel oppervlaktes (zie verderop).

In de grafiek zijn boven de X-as de in-gebruik genomen aantallen kleinere zonnecollectoren weergegeven per jaar (oranje kolommen). Er onder de volgens een al langer gehanteerde methodiek berekende aantallen installaties die in hetzelfde jaar uit-gebruik genomen zouden zijn (verwijderd, geamoveerd, blauwe kolommen). De statistiek bepaling voor aantallen, capaciteit, en energie productie is voor dit soort installaties vrij ingewikkeld, zie daarvoor de toelichtingen in het jaar rapport "Hernieuwbare Energie 2022" van het CBS, en in paragraaf 4.2.2 van het "Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie" van RVO en CBS, herziening 2022.

Uit bovenstaande grafiek blijkt, dat na een groei in de negentiger jaren van de vorige eeuw, er redelijk wat kleinere installaties nieuw per jaar werden geplaatst in het begin van de 21e eeuw, de bijplaatsingen terugvielen in de jaren 2003-2006, er in 2009 weer een kleine piek was (10.714 installaties), maar daarna is de nieuwbouw stapsgewijs weer omlaag gegaan. In 2017 kwamen er slechts 6.303 nieuwe installaties bij. Tegelijkertijd zijn er rekenkundig bezien, rond de eeuwwisseling, kleine hoeveelheden installaties weer verwijderd, is er vervolgens enkele jaren een "nul-groei" gehanteerd (2006-2009), maar begonnen er vanaf 2010 steeds groter hoeveelheden installaties rekenkundig "verwijderd" te worden per jaar, middels de gehanteerde CBS reken systematiek. In 2017 oplopend tot een fors verlies van 7.804 bestaande installaties. Wat, voor het eerst in de historie zou betekenen dat er netto meer installaties zouden zijn verwijderd, dan dat er bijgekomen zouden zijn in een jaar tijd. Hierna zijn er geen data meer voorhanden voor de aantallen geplaatste, dan wel rekenkundig "verwijderde" installaties van kleinere (afgedekte) zonnecollector systemen.

2. Evolutie nieuwe oppervlaktes 3 typen zonnecollector systemen per kalenderjaar (1990-2022)

In deze tweede grafiek is een volledige datareeks te zien van 1990 tm. 2022, en zijn drie typen zonnecollector systemen vertegenwoordigd, elk met hun eigen kleurstelling. Waarbij wederom de per jaar in-gebruik genomen oppervlaktes boven de X-as zijn weergegeven, met een stapeling van de 3 types systemen per jaar, in 3 kleuren oranje - geel, en het totale volume bovenaan weergegeven in getallen (vierkante meter oppervlakte). Hetzelfde geldt voor de (rekenkundig bezien vanwege veronderstelde beperkte levensduur) uit-gebruik genomen installaties onder de X-as, in 3 kleuren blauw, afhankelijk van het type installatie. We zien hier grote verschillen in de dynamiek. Voor de ingebruiknames boven de X-as is een vergelijkbaar beeld in de trend tm. 2017 te zien. Tot en met 2019 is er en een duidelijk groei waarneembaar, tot een maximum totaal nieuw oppervlak van 51.491 m² (totaal alle drie de categrorieën). Daarna stortte de bijplaatsing weer in tm. 2021, in 2022 was er echter weer een opleving omdat er aanspraak gemaakt kon worden op de zogenaamde ISDE regeling voor zonnecollectoren in de bestaande bouw. Waarmee, volgens het CBS, in dat jaar 24 duizend m² gesubsidieerd werd geplaatst (totaal: 42.097 m², alle drie de installatie types).

Onder de X-as vinden we weer de "rekenkundig uit-gebruik genomen" oppervlaktes. Met van 1990-2004 relatief weinig uit-gebruiknames, dan van 2005 tm. 2009 een "rekenkundige stilstand", waarna de uitgevallen volumes volgens de aangenomen levensduur beperkingen (zo'n 20 jaar bij particulieren) van jaar tot jaar toenemen. Om een maximale theoretische uitval van minus 41.582 m² te bereiken in 2022. Wat bijna op het niveau van de totale nieuwe oppervlakte toevoegingen ligt in dat jaar.

Verschil in trends

Ook is goed te zien, dat er verschillen zijn in de evoluties bij de 3 verschillende typen systemen. Onafgedekte exemplaren, vooral populair bij zwembaden (gele kolommen), hebben een behoorlijke oppervlakte, en de groei was dan ook vooral in de jaren 1990 - 2008 te zien. Daarna waren dit soort installaties kennelijk niet meer zo populair, de groei is tussen 2009 en 2022 zeer beperkt geweest. Afgedekte systemen groter dan 6 vierkante meter (licht oranje kolommen) waren in het begin nog relatief schaars, maar begonnen in volume toe te nemen vanaf 2009, en bereikten een voorlopig maximum van 24.996 m² nieuwe oppervlakte in 2019. De kleinere afgedekte systemen (donker oranje kolommen) lieten een op en neer gaande trend zien, met een maximum nieuwe bijbouw van 31.842 m² in 2009, en, na een wat rustiger periode, weer een mede door de ISDE regeling versterkte opleving in 2022 (27.629 m² nieuw toegevoegd).

Bij de rekenkundig bepaalde uit-gebruiknames onder de X-as gebeurt er tm. 2004 vrij weinig, met relatief lage veronderstelde afschrijvingen van, met name, onafgedekte systemen (lichtblauwe kolommen). Ook hier is er weer een kunstmatige (rekenkundige) pauze van 2005 tm. 2009, waarna fictieve verwijderingen dan wel buiten gebruik stellingen flink toenemen. Naast al wat grotere afnames van de oppervlaktes bij de onafgedekte systemen, lopen vooral de verliezen bij de (residentiële) kleine systemen (donkerblauwe kolom segmenten) flink op, tot een maximum van 28.080 m² in 2022. Iets hoger dan het oppervlak van de nieuwe toevoegingen boven de X-as. De (rekenkundige) verliezen van oppervlaktes bij de grotere afgedekte installaties (>6 m², blauwe kolommen), zijn nog relatief bescheiden, al lopen ze richting 2022 wel op, naar een volume van 6.002 m².

3. Evolutie eindejaars-accumulatie oppervlakte 3 typen thermische zonnecollector systemen 1990-2022, incl. verrekende uitval

In bovenstaande grafiek is de berekende accumulatie aan het eind van het jaar weergegeven, van de oppervlaktes van de 3 onderscheiden typen thermische zonnecollector installaties, en bovenaan de kolommen de totaal optelling van de drie categorieeën, in cijfers. In deze data is rekening gehouden met de fors oplopende verliezen, die door het CBS zijn berekend aan de hand van verwachte levensduur van de installaties, en die in de voorgaande 2 grafieken werden getoond. Wat resteert is een positieve evolutie van het opgestelde oppervlak tot en met 2015, waarna grofweg een stagnatie heeft plaatsgevonden, omdat er recent per jaar niet meer oppervlakte bij is gekomen, dan er - rekenkundig bezien - is afgeschreven in de laatste jaren. Uiteraard met wat kleine fluctuaties, met een klein piekje van 672.496 m² in 2019, en een resultante van 662.369 m², eind 2022.

Het oppervlakte van de onafgedekte systemen nam EOY toe tot 131.945 m² in 2009, en begon daarna weer te slinken, vanwege een geringe aanwas en toegenomen (berekende) uitval per jaar. Eind 2022 zou er nog maar een oppervlak over zijn van 67.445 m², aldus de berekeningen van het CBS.

De grotere afgedekte installaties groeiden continu in populariteit vanaf 1990, en bereikten in 2022 een eindejaars-volume van 171.151 m², al bijna een 3 maal zo groot oppervlak dan de niet afgedekte installaties.

De residentiële markt, met de kleinste afgedekte installaties van maximaal 6 vierkante meter, groeide wel, ondanks alle tussentijdse (berekende) verliezen, maar begon te stagneren vanaf plm. 2015. Ze bereikte eind 2016 het hoogste niveau, van 437.707 m², en viel daarna stapsgewijs terug, naar nog maar 423.773 m², eind 2022.

Nederland in lagere regionen EU, mogelijke oorzaken

Binnen Europa zit Nederland, als het om het geaccumuleerde oppervlak, of berekende productie van thermische zonne-energie per inwoner gaat, beslist niet hoog in de boom, zoals bij haar Grote Zus PV (NL op dat punt zelfs bijna wereldkampioen). In deze rating komt ze namelijk eind 2022 op de op 6-na-laagste plek uit, volgens de meest recente cijfers van EurObserv'ER (thermische ZE rapportage met cijfers tm. 2022, te downloaden vanaf deze pagina). Per inwoner is er slechts 0,038 m² geaccumuleerd met een berekende productie aan zonnewarmte, van 0,026 kWth. per inwoner (EU kampioen Cyprus: 1,288 m², resp. 0,902 kWth/capita). Zelfs België doet het op dit vlak een stuk minder slecht (0,064 m²/capita, resp. 0,045 kWth./capita).

CBS wijt de matige prestatie op dit specifieke gebied, in haar "Hernieuwbare Energie in Nederland 2022" rapportage, aan diverse mogelijke oorzaken, zoals ze die verwoordt in de paragraaf zonne-energie (5.2 Zonnewarmte):

"Zonnewarmtesystemen worden al heel lang toegepast in Nederland. Een grote doorbraak is echter tot op heden uitgebleven. Hiervoor zijn verschillende redenen aan te wijzen, zoals een gebrek aan bekendheid bij zowel het publiek als beleidsmakers en adviseurs, relatief hoge kosten en een lange terugverdientijd in vergelijking met concurrerende technieken en technische uitdagingen ... De huidige subsidieregelingen hebben een beperkte effectiviteit. Ook zijn de prijsdalingen van deze systemen lang niet zo sterk als bij zonnestroom. Het totale collectoroppervlak is daardoor al [een] aantal jaren redelijk stabiel".

Het CBS geeft in hun analyse van de zonnewarmte data trouwens ook een tweetal tabellen met segmentaties naar sector waarbij de collectoren zijn toegepast (nieuwbouw, bestaande bouw, utiliteitsgebouwen, landbouw, en onbekend), en splitst de drie in dit artikel genoemde categorieën ook verder uit over de vlakkeplaat collectoren en de modernere varianten van vacuumbuis collectoren. Zie bovenstaande link voor de data.

4. Berekende energie productie per kalenderjaar 3 typen thermische zonnecollector systemen 1990-2022

Uit het opgestelde collector oppervlak berekent het CBS volgens vastgestelde richtilijjnen in het in 2022 weer gereviseerde "Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie van RVO / CBS", de jaarlijkse energie productie, in terajoule (TJ, 1 TJ is ongeveer het equivalent van 278 MWh). Daarmee krijgen we de volgende evolutie grafiek met de (berekende) energie output van de individuele en van het totale collector oppervlak:

De berekende producties evolueren volgens vergelijkbare trends bij de collector oppervlaktes (vorige grafiek). Niet afgedekte systemen bereikten hun max. in 2009 (166 TJ), en produceerden in 2022 nog maar 85 TJ aan zonnewarmte. De grotere afgedekte installaties kwamen in dat jaar al op een meer dan 3 x zo grote output, 283 TJ. De kleinere, grotendeels residentiële installaties zaten, tot slot, op hun top in 2016 en 2018 (826 TJ), om in 2022 ook op een lager niveau te eindigen, op 800 TJ.

In totaal zou er in dat jaar door alle thermische collector installaties zo'n 1.168 TJ zijn geproduceerd = bijna 1,2 PJ (petajoule). De verhoudingen waren bij de 3 typen installaties in 2022 7,3% van totale energie productie (onafgedekt), 24,2% (afgedekt groot), resp. 68,5% (afgedekt klein).

De eerste PJ werd in 2011 gehaald, volgens de CBS berekeningen.

Vanwege alle aannames en afgeleide berekeningen, schat het CBS de onzekerheid in de cijfers over de productie van zonnewarmte in Nederland hoog in, op maar liefst 25 procent.

5. Berekende output thermische zonne-energie in vergelijk met Grote Zus zonnestroom

Ook deze grafiek heb ik al eens eerder getoond (december 2017). Het huidige exemplaar is onleend aan weer een andere CBS tabel, die op 17 november jl. is bijgewerkt. En wel, "Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing". Daar vinden we de zogenaamde "bruto eindverbruik" cijfers voor alle specifieke deelbronnen terug die onder de noemer "hernieuwbare energie" vallen. Zo ook thermische zonne-energie (onder deel rubriek warmte), en zonnestroom (ditto, elektriciteit). Hiermee kunnen we de totale outputs van deze 2 van de zon gebruik makende technieken naast elkaar zetten, en het totaal voor de hoofd-categorie "zonne-energie" bepalen (sommatie van deze 2 techniek platforms). In de grafiek heb ik deze 3 modaliteiten weergegeven. Warmte (zonnecollectoren) in oranje, Elektriciteit (zonnestroom, PV panelen) in geel, en het totaal van de twee weergegeven in groen.

Zoals al duidelijk was geworden uit de grafiek uit 2017, is zonnestroom in alles dominant t.o.v. haar "kleine zusje" zonnewarmte. Laatstgenoemde brengt het tot slechts 1.168 TJ, in 2022 (zie ook vorige grafiek). Zonnestroom zit in dat jaar (met ook nog voorlopige cijfers, die kunnen worden bijgesteld), al op een extreem hoog niveau, van 61.483 TJ. Een factor van bijna 53 (!) verschil. Zonnestroom claimde daarmee 22,2% van het totaal voor alle als hernieuwbaar beschouwde bronnen in 2022 (totaal bruto eindverbruik 276.892 TJ = 276,9 PJ = 0,28 exajoule, EJ), zonnewarmte slechts 0,4%.

Gezien de vigerende en komende marktcondities, zal zonnewarmte dit al extreem opgelopen verschil beslist niet goed kunnen maken, noch "structureel gaan inlopen". Al worden er beslist af en toe mooie, ook grotere projecten opgeleverd. Naast de nodige grotere rooftop projecten ook al zelfs enkele impact makende veldopstellingen, bij Amaryllus teler van Marrewijk in de Lier, (recent in 2023 opgeleverd, 1.567 m²), 2 veldjes bij teeltbedrijf Noordhoek in Kapelle (2021), 300 vlakkeplaat collectoren (700 m²) voor zwembad de Carrousel in Ommen en Mol Freesia in Nibbixwoud, met 15.000 m² aan zonnecollectoren (beiden in 2020), en Tesselaar Freesia in Heerhugowaard, met 9.300 vierkante meter collector oppervlak, in 2 fases (2019). Het "zoneiland" in Almere Noorderplassen is van veel langer geleden, het werd in 2010, met Europese subsidie opgeleverd en ingekoppeld in het stadswarmte net van destijds Nuon (nu Vattenfall).

Dorkwerd

Het momenteel grootste thermische zonne-energie project van Nederland wordt gebouwd op het oude bagger depot Dorkwerd, tussen het Reitdiep en het Van Starkenborghkanaal aan de noord-rand van Groningen, krijgt een omvang van 12 van in totaal 22 hectare (incl. natuurontwikkeling), met 24.000 collectoren, en een verwachte energie productie van 37 MWth. per jaar. Het is een samenwerking tussen K3, Novar, TVP Solar, en Warmtestad Groningen. Het zou het derde grootste thermische zonne-energie park ter wereld moeten gaan worden, gaat invoeden op het Groninger stadswarmte net, en zou deze maand, november 2023, opgeleverd moeten gaan worden (berichten K3, Novar).

6. Berekende aandeel "vermeden emissie van kooldioxide (CO2)" door zonne-energie t.o.v. totale vermijding van alle hernieuwbare energie bronnen

In de laatste grafiek de door Polder PV uit de beschikbare CBS data berekende percentages aandelen van zonnewarmte (oranje) en zonnestroom (geel), en de cumulatie van die twee (vetgedrukte cijfers bovenaan kolommen) in het totaal aan "vermeden emissies van CO2 vanwege de inzet van hernieuwbare bronnen". De totale impact voor zonne-energie is, vooral door de zeer sterke groei van zonnestroom productie, rap toegenomen. Van twee-honderdste procent in 2010, via 0,45% in 2015, naar reeds 1,87% in 2022. Met de bijdrage van thermische zonne-energie, die in de beginjaren nog de meest betekenisvolle contributie gaf, maar die zo'n beetje de laatste jaren is gestagneerd, komt het totale aandeel voor zonne-energie (elektra + warmte) op 1,89%, in 2022. De verwachting is dat dat aandeel flink verder zal toenemen, vooral gedreven door de zeer dynamische, en sterk groeiende PV markt.

Bronnen

Extern (CBS tabellen)

Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing (CBS tabel, update 17 november 2023)

Hernieuwbare energie in Nederland 2022. 5. Zonne-energie (4 september 2023)

Vermeden verbruik fossiele energie en emissie CO2 (30 juni 2023)

Zonnewarmte; aantal installaties, collectoroppervlak en warmteproductie (15 juni 2023)

Intern

CBS update 14 november ff deel 1 - zonnestroom update basis gegevens en verdieping

CBS update 14 november ff deel 2 - evolutie zonnestroom capaciteit

CBS update 14 november ff deel 3 - vergelijking maandproductie data CBS en Energieopwek.nl

CBS update 14 november ff deel 4 - zonnestroom productie t.o.v. andere elektra genererende modaliteiten

CBS update 14 november ff deel 5 - thermische zonne-energie versus zonnestroom (huidige artikel)

CBS update 17 november ff deel 6 - eerste, zeer voorlopige cijfers voor medio 2023

Voor andere recente interne bronnen, zie lijstje onderaan het eerste artikel in deze serie



17 november 2023: Zonnestroom productie per jaar ten opzichte van andere "hernieuwbare", en overige elektra producerende modaliteiten. CBS update deel 4. In de vorige drie artikelen werd uitsluitend op zonnestroom gefocust m.b.t. de cijfer updates van het CBS op 14 november jl. Hoe is de stand van zaken in relatie tot andere opwek methodieken van elektra uit hernieuwbare bronnen? Daarvoor vinden we wederom in de CBS tabel "Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen" de data terug. In het 4e artikel in deze serie presenteer ik daarom een update van de grafiek, met de vier belangrijkste entiteiten, en de totale stroom productie uit hernieuwbare bronnen. Waarbij voor 2021 en 2022 de kalenderjaar producties iets zijn gewijzigd t.o.v. de resultaten gepresenteerd in het exemplaar van 6 maart 2023. In een tweede grafiek wordt de ontwikkeling in relatie tot ander stroom genererende modaliteiten gepresenteerd, volgens de meest recent gepubliceerde CBS data.

In deze wederom bijgewerkte grafiek is de door het CBS berekende jaarlijkse elektra productie van vier als "hernieuwbaar" beschouwde bronnen getoond in de periode 2015 tm. 2022, met de laatst bekende data uit genoemde CBS tabel, met peildatum 14 november 2023. De data tm. 2021 zijn definitief, die voor 2022 nog "nader voorlopig". Zonnestroom is hierin weergegeven als de gele lijncurve, met de elders in deze serie artikelen reeds behandelde, ook in de grafiek weergegeven jaarproducties, culminerend in 17,08 TWh in 2022 (nader voorlopig cijfer, in de update van 6 maart 2023 was dit nog 17,65 TWh). Zonnestroom haalde biomassa (bruine curve) in 2019 in, en is er verder op uitgelopen in de opvolgende jaren. Waarbij er opeens een enorme voorsprong ontstond in 2022, omdat de productie uit biomassa zelfs fors onderuit ging t.o.v. 2021. Daarbij moet wel de waarschuwing, dat dit nog enigszins kan bijtrekken, omdat volledige cijfers voor productie bij deze veelomvattende optie pas heel laat beschikbaar komen. De meer opbrengst bij zonnestroom was grotendeels te wijten aan de weer flinke capaciteit toename van het netgekoppelde PV installatie park, in combinatie met de uitzonderlijk zonnige condities in vrijwel het hele jaar 2022.

Voor windenergie (donkerblauwe curve) zijn die cijfers meestal niet zeer moeilijk te verkrijgen, alle windturbines zijn gecertificeerd bemeten en alle productie is als "hernieuwbaar" te bestempelen, dus de getoonde cijfers zullen vermoedelijk niet veel meer wijzigen, tenzij de bemetering van nieuw in dat jaar opgeleverde windparken nog niet helemaal op orde was. Toch zijn er t.o.v. de update van 6 maart ook hiervoor nog, relatief kleine, wijzigingen geweest, zowel voor 2021, als voor 2022. Het grootst waren de bijstellingen voor windenergie op land, in beide kalenderjaren. Wind op zee wijzigde alleen voor het jaar 2022. Het totale volume (wind op land plus off-shore) is gewijzigd, van 18,01 naar 17,92 TWh in 2021, resp. van 21,15 naar 21,40 TWh, in 2022. Zowel kleine neerwaartse, als opwaartse aanpassingen, dus.

De productie van elektriciteit uit windturbines is ongeveer rechtlijnig toegenomen in de jaren 2020 - 2022. De toename tussen 2021 en 2022 resulteerde in een stijging van de productie met 19,4%. Ook dit was grotendeels te wijten aan een toename van de opgestelde capaciteit. Of deze lijn doorgezet kan worden mag echter, in ieder geval wat wind op land betreft, worden betwijfeld. Nieuwe on-shore windparken ontwikkelen is zeer lastig geworden, en wordt met de nodige schijnargumenten tegengehouden door vele partijen. Dus als de trends zo aanhouden, kruipt de nationale zonnestroom productie steeds dichter richting de totale output van windenergie in Nederland. Een byzonder fenomeen, want in veel landen met relatief lage hydropower capaciteit blijft windenergie ongeslagen - en met grote afstand - kampioen bij de als "hernieuwbaar" te beschouwen stroom opwekking opties.

De gecertificeerde productie voor waterkracht viel, na een tijdelijke stijging van 0,05 naar 0,09 TWh in 2020-2021, weer terug naar het lage niveau van 0,05 TWh in 2022 (onderste lichtblauwe lijn). Het blijft een zeer beperkt volume, en zal niet sterk kunnen groeien, vanwege de geografische beperkingen in het vlakke land genaamd Nederland.

In de donkergroene curve bovenaan wordt het totale volume van deze vier modaliteiten getoond. Wat een aanwas kende van 39,13 TWh (2021, iets bijgesteld) tot, voorlopig, 47,23 TWh in 2022 (bijgesteld). Resulterend in een groei van bijna 21%. De Compound Annual Growth Rate (CAGR) was in de periode 2015-2022 gemiddeld 20,2% per jaar voor het totaal. Gemeten over de lange periode van 1998 tm. 2021 was het nog steeds een zeer respectabele 14,0% gemiddeld per jaar.

Het aandeel van zonnestroom in de "mix" van deze vier modaliteiten is fors gestegen, van 8,5% in 2015 via ruim 20% in 2018, naar, voorlopig, ruim 36% in 2022. De relatieve stijging t.o.v. het voorgaande jaar was, in de getoonde periode, het grootst in 2018, toen 68% meer productie werd vastgesteld dan in 2017. Ook in 2020 was de toename aanzienlijk, 59%. De meer opbrengst in 2022 is, t.o.v. de output in 2021 voorlopig ruim 51%, een prima prestatie. Latere te verwachten bijstellingen van de bron-cijfers bij het CBS kunnen hier voor 2022 nog wat verandering in gaan brengen.

Bij de CAGR groeicijfers blijft zonnestroom zonder meer kampioen. In de periode 2015-2022 lag het bij de berekende productie op gemiddeld 47,8% per jaar. Windenergie op land en op zee moesten het met een CAGR van 11,1%/jr, resp. 32,3%/jr stellen, biomassa slechts 10,8%/jr gemiddelde groei bij de elektra output. Kijken we naar de langere periode tussen 1998 en 2022, blijft zonnestroom ongeslagen op de eerste plaats staan. Met een gemiddeld groei percentage van 41,7% per jaar bij de berekende stroom productie.

Hernieuwbaar in de stroom "mix" - overige cijfers

Tot slot hier ook nog een inbedding van de "renewables" in het totale stroom plaatje. Getoond worden in bovenstaande grafiek de netto stroom producties (bij fossielen en biomassa onder aftrek van voor de installaties benodigde eigen verbruik), van 6 geselecteerde modaliteiten. Van onder naar boven, de fossiele opties "brandstoffen excl. biomassa", waarvan aardgas nog steeds het grootste deel claimde in 2022, al is het totale aandeel flink gedaald. Vervolgens windenergie (sommatie wind op land en off-shore), zonnestroom, biomassa, kernenergie, "overige bronnen" (totaal), en tot slot de marginale optie waterkracht. De sortering is volgens de meest impact makende opties in 2022, van onder naar boven.

Alleen voor zonnestroom en de totale netto hoeveelheden zijn voor alle jaren de absolute productie volumes in de grafiek opgenomen. Voor het jaar 2022 zijn voor alle getoonde opties de betreffende productie hoeveelheden (in TWh) weergegeven.

In de getoonde periode van 2015 tm. 2022 is er eerst een stijging, van 105,8 naar 113,5 TWh (terawattuur) aan netto stroom productie van deze 6 modaliteiten, in crisis jaar 2018 daalde dat even naar 110,8 TWh. Om weer te stijgen naar 119,8 TWh, in 2020. Dit is vervolgens de afgelopen 2 jaar weer gestaag afgenomen, naar een niveau van 118,2 resp. 118,0 TWh in 2021 en 2022.

De bijdrage van fossiele bronnen (met name aardgas en steenkolen), dus exclusief biomassa, was in 2019 nog zeer hoog (91,6 TWh, bijna 78% van het totaal volume), het aandeel van de 4 genoemde hernieuwbare bronnen, incl. biomassa was toen 18,7%. Zonder de vaak als "twijfelachtig hernieuwbaar" beschouwde optie biomassa, was dat aandeel nog maar 14,4% in 2019. Onder druk van diverse crisissen, klimaatdoelstellingen, en de voorspoedige uitbouw van duurzame elektriciteit genererende projecten, is het aandeel van "fossiel" de afgelopen vier jaar flink onderuitgegaan. In 2022 is dat, met 66,3 TWh, namelijk nog maar ruim 56% van het totaal volume. De productie uit fossiele bronnen was alweer 11,5% minder dan in 2021. Vooral de productie uit aardgas daalde flink, met bijna 16% naar 46,7 TWh, o.a. vanwege de zeer hoge prijsstelling in de markt. Helaas bleef mede daardoor, en vanwege de opheffing van het productie maximum, de kolenstook op niveau, er werd weer bijna evenveel productie uit kolen gehaald als in 2021 (bijna 16,5 TWh).

Terwijl het aandeel van kernenergie vrijwel stabiel bleef (van 3,1 naar 3,3% in 2019 > 2022), is tegelijkertijd de hoeveelheid productie van stroom uit hernieuwbare bronnen flink toegenomen, van 22,0 TWh in 2019, naar al 39,1 TWh in 2021, en 47,2 TWh in 2022. Resulterend in een toename van het aandeel van ruim 33% (2021), naar al 40% op de totale productie van elektra in 2022. Als biomassa niet zou worden meegenomen (wat tegen de officële EU policy in zou gaan), zou het aandeel HE bronnen (water, wind, en zon), zijn gestegen van bijna 25% in 2021, naar bijna 33% in 2022.

De sterk toegenomen impact van zonnestroom op de totale productie van elektriciteit is goed terug te zien in deze tweede grafiek. Dat aandeel nam voordurend toe, van 1,05% in 2015, naar al 14,47% van de totale netto stroom productie, in 2022.

De productie toename van stroom uit HE bronnen inclusief biomassa was 20,7% tussen 2021 en 2022. Zou biomassa niet worden meegeteld, is die stijging zelfs 31,4% geweest. Dat komt, omdat in 2022 11% minder opwek uit biomassa is gegenereerd dan in 2021.

Bronnen

Extern

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen (CBS, update datum 14 november 2023)

Elektriciteitsbalans; aanbod en verbruik (CBS, update datum 17 november 2023)

Intern

CBS update 14 november ff deel 1 - zonnestroom update basis gegevens en verdieping

CBS update 14 november ff deel 2 - evolutie zonnestroom capaciteit

CBS update 14 november ff deel 3 - vergelijking maandproductie data CBS en Energieopwek.nl

CBS update 14 november ff deel 4 - zonnestroom productie t.o.v. andere elektra genererende modaliteiten (huidige artikel)

CBS update 14 november ff deel 5 - thermische zonne-energie versus zonnestroom

CBS update 17 november ff deel 6 - eerste, zeer voorlopige cijfers voor medio 2023

Voor andere recente interne bronnen, zie lijstje onderaan het eerste artikel in deze serie



17 november 2023: Maandelijkse zonnestroom producties tm. augustus 2023. CBS vs. En-Tran-Ce / Energieopwek.nl, nieuw maand record juni 2023. CBS update deel 3. In de vorige twee artikelen is ingegaan op de enorme wijziging in de CBS cijfers van de opgestelde zonnestroom capaciteit in 2022 (analyse, resp. nieuwe capaciteit evolutie grafiek). Op dezelfde dag waarop deze wijzigingen werden gepubliceerd, 14 november jl., is ook door het CBS een update gegeven van de zogenaamde elektriciteits-balans, met cijfers tm. augustus 2023. Nogal wat maandproducties van zonnestroom van eerdere maanden zijn hierbij weer aangepast. Waarbij zelfs nog een kleine wijziging voor mei 2020 werd doorgevoerd (!). Uiteraard kunnen, en zullen, meerdere van de historische maand data (zelfs van net gereviseerde), later nog worden bijgesteld. In dit artikel kunnen we in ieder geval een eerste indruk geven van de huidige stand van zaken voor 2021-2022 (al behoorlijk geconsolideerd), de variatie per maand, en een eerste doorkijkje voor de productie data in de eerste 8 maanden van 2023. Volgens de - herziene - berekeningen van het CBS werd, zoals eerder al gemeld, een record zonnestroom productie bereikt, van 17,1 TWh in 2022. Wat momenteel maar liefst 51% meer zou zijn dan in 2021. Juni was in 2022 officieel record houder, met een berekende, bijgestelde productie van 2.531 GWh. Dat is in juni 2023 alweer ver overvleugeld, met een voorlopige productie van alweer 3.629 GWh, 43% meer (en met nog de nodige wijzigingen in het verschiet).

In onderstaande ververs ik enkele reeds eerder gemaakte evolutie grafieken. Voor een voorlaatste update, zie analyse van status datum 6 maart 2023, met eerste cijfers voor het hele kalenderjaar 2022.

Voor alle grafieken en data geldt dat deze voor 2021 "definitief", voor 2022** nog "nader voorlopig", en voor 2023* "voorlopig" zijn. De cijfers kunnen achteraf dus nog aangepast worden door het CBS, het meest waarschijnlijk, en in behoorlijke mate, voor 2023. Nadere aanpassingen voor 2022 zullen vermoedelijk relatief beperkt blijven. Ten overvloede: 1 GWh = 1 miljoen kWh; 1 TWh = 1.000 GWh = 1 miljard kWh.

1. Maandelijkse zonnestroom producties per kalenderjaar tm. augustus 2023

In deze grafiek zijn de berekende nationale zonnestroom producties voor alle maanden vanaf 2015 weergegeven. Data zijn in de meest recente jaargangen, vanaf mei 2020, afhankelijk van de betreffende maand, bijgesteld. Het laatste volledig afgebeelde kalenderjaar is 2022 (bruine lijn). Voor 2023 zijn de eerste acht maanden weergegeven (donker grijze lijn), waarvan verwacht kan worden dat deze nog lang niet de "definitieve" producties laten zien, en dus meermalen opwaarts bijgesteld zullen gaan worden in komende CBS updates. Duidelijk is, dat met name vanwege de al jarenlang optredende, continue, en forse capaciteits-uitbreidingen, de berekende producties in die grote populaties almaar blijven toenemen. Daar bovenop kunnen sombere dan wel zeer instralings-rijke maanden extra afwijkingen in de grafiek veroorzaken. Wat dat laatste betreft, is er bijvoorbeeld een duidelijk verhoogde piek in de zeer zonnige maand maart te zien in 2022. Deze is inmiddels herberekend op 1.502 GWh, maar liefst 80% hoger dan in maart 2021. Die "zonnigste maart in de meet historie" had zoveel impact, dat de productie in maart 2023, met alweer een jaar aan nieuwe capaciteit toevoegingen achter de kiezen, dat hoge productieniveau (nog) niet kon inhalen. En met de huidige update op 1.222 GWh bleef steken. Dat is nu nog 19% minder dan maart 2022, al kunnen latere bijstellingen dat verschil wel gaan verkleinen.

Ook augustus 2022 was opvallend, "de op één na zonnigste augustus sinds het begin van de waarnemingen", volgens het KNMI, met momenteel een berekende productie van 2.373 GWh. Augustus 2023 zit, met een "normale hoeveelheid zon", nog maar 0,8% hoger (2.450 GWh). Maar omdat dit volume recent is toegevoegd, zal daar nog wel het een en ander bij opgeteld gaan worden in de latere CBS data. Wat het eindresultaat wordt, zien we vermoedelijk pas 1 tot 2 jaar later terug bij de cijfers van deze statistiek instelling.

Het voorlopig vastgestelde maandrecord vond plaats in juni 2023, wat voorgaand recordhouder, juni 2022, al snel weer naar de archieven verwees. Momenteel staat er voor juni 2023 3.629 GWh productie in de boeken, 43% meer dan de voormalige record houder, juni 2022 (inmiddels 2.531 GWh). Genoemde 3,6 TWh is vergelijkbaar met ruim 92% van de jaarproductie van kernsplijter Borssele in 2022 (3.931 GWh, zie jaarverslag EPZ).

In juni 2023 werd er in Nederand alweer ruim 30 maal (!) zoveel zonnestroom geproduceerd dan in juni 2015, volgens de berekeningen met de meest recente data van het CBS.

December is (meestal) de minst productieve maand, maar door de continue nieuwbouw van PV capaciteit, neemt de berekende productie uiteraard ook in die maand continu toe. Van 26 GWh in december 2015, tot, inmiddels (neerwaarts bijgesteld), 250 GWh in december 2022, bijna 10 maal zo veel. Daarmee neemt wel het verschil met de zomerse producties verder toe, omdat die in absolute zin sneller groeien, dan de aanwas in de wintermaanden. Dit scheelt momenteel in deze vergelijking al een factor 3 bij de verschil-waarden.

2. Evolutie maandelijkse zonnestroom producties en gemiddelde maandvolumes per jaar

In bovenstaande grafiek worden wederom de (deels nieuwe) berekende maandproducties in sequentie weergegeven, van januari 2015 tm. augustus 2023, met daarbij inbegrepen eventuele wijzigingen / bijstellingen van eerder gepubliceerde data. Met name de cijfers voor 2022 zijn behoorlijk aangepast t.o.v. de vorige analyse van Polder PV. Nieuwe, nog zeer voorlopige cijfers voor 2023 zijn achteraan toegevoegd (tm. augustus).

De hoogste maandproducties per jaar zijn hier ook getals-matig weergegeven. Deze namen toe van 152 GWh tot 1.801 GWh in juni 2021. Juni 2022 verbeterde dat record in hoge mate, met inmiddels 2.531 GWh (vorige update nog 2.653 GWh). En juni 2023 ging daar alweer zeer fors overheen, met momenteel 3.629 GWh. Dit nog exclusief later te verwachten bijstellingen als gevolg van de gebruikelijke aanpassingen van de capaciteits-cijfers, die zelfs ook nog voor 2022 zouden kunnen veranderen, en eventuele aanpassingen aan de rekenmethodiek. De laagste berekende maandproductie in deze reeks, 26 GWh, was voor december 2015.

Met horizontale streepjeslijnen heb ik de gemiddelde maandproductie per kalenderjaar aangegeven, die uiteraard ook flink is toegenomen de afgelopen jaren. De "sprong" naar hogere niveaus in het "minder zonnige" 2021 is iets minder groot dan in het zonnige jaar 2020. Maar de toename is onmiskenbaar, en kwam op een niveau van 942 GWh/maand gemiddeld, in 2021 (van 714 GWh/maand in 2020). Door een combinatie van blijvend hoge capaciteits-groei van PV installaties en, vooral, een extreem zonnig jaar, werd in 2022 een opvallend nieuw record niveau bereikt van gemiddeld 1.423 GWh/maand. Dat ligt alweer 51% hoger (!) dan het voorgaande hoogste gemiddelde niveau in 2021.

Voor 2023 is het gemiddelde over de eerste 8 maanden inmiddels op 2.041 GWh/maand uitgekomen (lichter gekleurde streepjes-lijn), maar dat zal flink lager worden, omdat er nog 2 herfst- en 2 wintermaanden aan moeten worden toegevoegd, met veel lagere producties. Wel zullen latere bijstellingen van de cijfers weer een deels compenserend effect op het uiteindelijke gemiddelde hebben. Hoe dat uiteindelijk zal uitpakken op kalenderjaar basis, zullen we pas over een jaar of twee te weten komen, als alle capaciteit en productie cijfers zijn "gesetteld".

Kwartaal productie ook naar record niveau

Wat de kwartaal producties betreft: ook hier is weer een record te melden, en wel 8.782 GWh in het tweede kwartaal van 2023 (nieuwe cijfers). Dit is bijna 4 maal zo veel productie dan in het eerste kwartaal, wat logisch is, omdat daar 2 winterse maanden met korte dagen in zitten. Maar, belangrijker, het is alweer 32% meer dan de berekende productie in het tweede kwartaal van 2022 (6.678 GWh, gereviseerd cijfer). In 2022 volgde het derde kwartaal op enige afstand van QII, met 6.408 GWh (ook gereviseerd cijfer), en was het de derde hoogste kwartaal opbrengst tot nog toe bekend in de CBS data historie.


^^^
Klik op plaatje voor uitvergroting in apart venster

In deze tabel staan per maand, voor de jaren 2019 - (augustus) 2023, de door het CBS (her)berekende zonnestroom producties (in GWh per maand). Links van de zwarte balk de absolute producties, met onderaan de jaar volumes. Toenemend van 5,4 TWh in 2019, via 8,6 TWh in 2020, 11,3 TWh in 2021, tot 17,1 TWh in 2022**. Cijfers voor 2022 kunnen nog wijzigen in een later stadium. Voor 2023 is uiteraard nog geen kalenderjaar opbrengst bekend, maar tot en met augustus is nu al een volume van 16,3 TWh bekend, wat al 95% is van het kalenderjaar volume in 2022. Hier moeten nog 4 maandproducties bij worden opgeteld, plus alle later toe te voegen (meestal: opwaartse) correcties.

Rechts van de zwarte balk zijn de verschillen in de afzonderlijke maandproducties tussen, achtereenvolgens 2019-2020, 2020-2021, 2021-2022, en 2022-2023 (tm. augustus) weergegeven. Met telkens in de linker kolom het absolute verschil in berekende productie, en rechts ernaast, het relatieve verschil t.o.v. de productie in de betreffende maand van het eerstgenoemde jaar, in procent.

De extremen bij de relatieve verschillen vinden we voor 2020 t.o.v. 2019 tussen 11% voor februari, resp. 114% voor maart. In de vergelijking van 2020-2021 zijn de extremen terug te vinden bij mei (9% verschil t.o.v. mei 2020), resp. februari (107% meer productie in 2021 dan in 2020). Voor de verschillen tussen 2021 en 2022 is dit het laagst in januari (21%), en het hoogst in maart (80% meer productie in deze exceptioneel zonnige maand in 2022 t.o.v. maart 2021). Augustus 2022 zat ook relatief hoog in de boom bij de berekende productie verschillen t.o.v. dezelfde maand in 2021 (71%).

Tot nog toe zijn de verschillen in de eerste 8 maanden van 2023 t.o.v. de reeks in 2022 een opmerkelijke -19% voor maart (vanwege de extreem zonnige maart 2022), en plus 43% voor juni. Aan deze relatieve verschillen zal ongetwijfeld nog wel e.e.a. gaan wijzigen, in komende cijfer updates van het CBS.

Onderaan zien we de relatieve toenames op jaarbasis, met de meest recente data: 59% productie groei tussen 2019 en 2020, 32% toename tussen 2020 en 2021, en van 2021 naar 2022 is weer een stevige versnelling te zien, met 51% meer berekende productie in 2022, dan in het voorgaande jaar. Over 2023 is nog niet zoveel zinnigs te zeggen, daarvoor moeten we eerst de totale kalender jaar opbrengst afwachten.

Helemaal achteraan volgt ook nog een vergelijking tussen de maand producties in 2023 t.o.v. de situatie in 2019. De relatieve verschillen in 4 jaar tijd zijn opmerkelijk, tussen de 224% in augustus, en zelfs 322% in juni. In andere, nog toe te voegen maanden, kunnen de verschillen nog groter / kleiner worden.

Kijken we naar de vergelijking van volledige kalenderjaar producties, was er over het hele jaar genomen 216% meer zonnestroom productie in 2022 dan in 2019.

In het vierde kwartaal van 2022 werd 53% meer zonnestroom geproduceerd dan in de laatste drie maanden van 2021 (1.705 GWh t.o.v. 1.116 GWh). Het tweede half-jaar van 2022 leverde zelfs 56% meer zonnestroom productie op, dan in de laatste 6 maanden in 2021 werd gegenereerd.

Het 2e kwartaal in 2023 bracht, met de huidige, nog voorlopige cijfers, al 32% meer zonnestroom productie dan in Q2 2022. Kijken we naar de eerste jaarhelft in 2023, was het verschil met de eerste 6 maanden in 2022 23%.

3. Vergelijking berekeningen maandelijkse zonnestroom producties CBS versus Energieopwek.nl

In deze grafiek worden de maandproducties zoals berekend door het CBS (blauwe curve) vergeleken met de producties die berekend zijn uit opgaves van "het gemiddelde etmaal vermogen" voor zonnestroom in het Energieopwek.nl data portal (oranje curve). Dit laatste werd opgezet in opdracht van, en gebruikt voor de communicaties vanuit het Klimaatakkoord. Dat is sedert begin 2023 overgenomen door de opvolger organisatie, het Nationaal Klimaat Platform. Brein achter het Energieopwek.nl portal is Martien Visser van de Hanzehogeschool / En-Tran-Ce te Groningen. Die ook prominent aanwezig is op Twitter / "X", en veelvuldig de "grafiek van de dag", over een keur aan energie statistieken, publiceert op dit sociale platform.

Alle maandelijkse productie data op het Energieopwek.nl portal zijn wederom door Polder PV nagelopen en gecheckt, omdat er soms wijzigingen in de reken systematiek worden doorgevoerd, die ook doorwerken in de historische resultaten. Derhalve, zijn alle nu actuele data getoond in de grafiek.

De curves komen grofweg genomen redelijk met elkaar overeen, terwijl er andere methodieken cq. fine-tuning worden gebruikt bij de berekeningen, wat de relatieve betrouwbaarheid van de gedeelde resultaten versterkt. Wel zijn er ook duidelijke verschillen waar te nemen, met name bij de berekeningen voor de zomerse maanden. Daarbij lagen de CBS data aanvankelijk onder die van Energieopwek.nl (2016 - 2017), maar zijn ze vanaf 2018 er bij tijd en wijlen een stuk boven gekomen.

Wijzigingen rekenmethodiek Energieopwek.nl

Dit heeft waarschijnlijk deels te maken met enkele wijzigingen die bij Energieopwek.nl sedert begin 2023 zijn doorgevoerd, en die vooral voor 2022 met terugwerkende kracht het nodige effect hebben. Visser had al aangekondigd dat hun modellering ge-finetuned zou gaan worden, waarbij er rekening gehouden zou gaan worden met productie "remmende" effecten, zoals oost-west opstellingen die nog niet als zodanig waren verdisconteerd, tijdelijke uitval door peak-shaving ingrepen, en nieuwe eisen aan projecten om de omvormer capaciteit nog maar op zo'n 50% van de generator capaciteit te mogen installeren (binnen de nieuwe SDE regelingen). U ziet hierdoor met name in de zomermaanden van 2021 tm. 2023 een behoorlijk verschil ontstaan tussen de berekeningen van het CBS en die van het Energieopwek.nl portal.

Visser is ook bezig met een zeer lastige extra, "nieuwe" fysieke productie remmende component. Het afschakelen van met name grote zonneparken in uren met met negatieve marktprijzen. Dat is nauwelijks te modelleren, de omvang van de afschakelingen is uiteraard een streng bewaard bedrijfsgeheim, wat projectontwikkelaars niet zomaar zullen prijsgeven.

Het grootste absolute verschil is tot nog toe te vinden in juni 2022, met 195 GWh minder productie bij Energieopwek.nl, t.o.v. het resultaat bi jhet CBS. Ook al is dit een stuk lager dan in een vorige update (277 GWh), het komt neer op een 5% lager niveau dan berekend door het CBS in die maand. Dat is echter in relatieve zin beslist niet het grootste verschil, want dat zien we terug in oktober 2017, toen Energieopwek.nl zelfs 22% lager zat dan de berekening van het CBS.

Energieopwek.nl zit echter regelmatig ook hoger in de boom dan het CBS bij hun berekeningen. Het grootste positieve verschil was 47% meer berekende productie dan het CBS, in december 2022. Ook in 2023 zijn er al enkele maanden waarbij Energieopwek.nl hoger uitkomt, de hoogste percentages vinden we bij de wintermaanden januari en februari terug (33%, resp. 21% meer dan CBS).

De resulterende trend bij deze cijfer vergelijking lijkt te zijn: Energieopwek.nl zit in de zomer op lagere berekende producties, maar in de winter op hogere producties, dan berekend door het CBS.

Energieopwek.nl heeft altijd sneller data dan het CBS. Daar staat tegenover, dat het CBS een langere data historie kent. In 2015 waren er bijvoorbeeld al data, net als in voorliggende jaren, Energieopwek.nl heeft pas cijfers vanaf 2016. Beide reeksen worden naderhand vaak weer bijgesteld, op basis van nieuwe inzichten, en fijnere modelleringen. Bovenstaande verschillen berusten op de huidige, meest actuele cijfer reeksen.

Jaarproducties CBS vs. Energieopwek.nl

Bij de (her)berekende kalenderjaar producties komen we in de jaar-reeks 2017 tm. 2022 op de volgende bevindingen. Hieronder zijn de door het CBS opgegeven kalenderjaar producties getoond, gevolgd door de berekende maandopbrengsten gecumuleerd per jaar voor de data van Energieopwek.nl. De afwijkingen zijn op diverse punten gewijzigd t.o.v. de berekeningen in de voorlaatste update. Bovendien zijn 2017 en 2018 toegevoegd.

  • 2017 CBS 2.204 GWh; Energieopwek.nl 2.218 GWh. 0,6% meer bij laatstgenoemde.
  • 2018 CBS 3.708 GWh; Energieopwek.nl 3.512 GWh. 5,3% minder bij laatstgenoemde.
  • 2019 CBS 5.399 GWh; Energieopwek.nl 5.399 GWh. Vergelijkbaar.
  • 2020 CBS 8.567 GWh; Energieopwek.nl 8.626 GWh. 0,7% meer bij laatstgenoemde.
  • 2021 CBS 11.304 GWh; Energieopwek.nl 11.471 GWh. 1,5% meer bij laatstgenoemde.
  • 2022 CBS 17.079 GWh; Energieopwek.nl 17.614 GWh. 3,1% meer bij laatstgenoemde.

Aangezien het zeker bij 2022 nog om voorlopige resultaten gaat, kunnen de verhoudingen tussen de 2 data leveranciers beslist nog wijzigen in dat jaar. Het verschil is, vanaf vrijwel nihil in 2019, nogal toegenomen, wat vooral te wijten lijkt te zijn aan de aangepaste reken methodiek van Energieopwek.nl.

2018 is een duidelijke "outlier" in deze reeks, met beduidend minder berekende productie volgens Energieopwek.nl, dan het CBS voor dat jaar heeft berekend.

Bronnen

Extern

Elektriciteitsbalans; aanbod en verbruik (CBS Open Data tabel, update 14 november 2023, cijfers tm. augustus 2023)

Website Energieopwek.nl (tegenwoordig ondersteund door het Nationaal Klimaat Platform)

Intern

CBS update 14 november ff deel 1 - zonnestroom update basis gegevens en verdieping

CBS update 14 november ff deel 2 - evolutie zonnestroom capaciteit

CBS update 14 november ff deel 3 - vergelijking maandproductie data CBS en Energieopwek.nl (huidige artikel)

CBS update 14 november ff deel 4 - zonnestroom productie t.o.v. andere elektra genererende modaliteiten

CBS update 14 november ff deel 5 - thermische zonne-energie versus zonnestroom

CBS update 17 november ff deel 6 - eerste, zeer voorlopige cijfers voor medio 2023

Voor andere recente interne bronnen, zie lijstje onderaan het eerste artikel in deze serie


16 november 2023: Nieuwe capaciteit evolutie grafiek op basis van CBS update. Deel 2. In het eerste artikel in deze serie heb ik de basis gegevens van de gewijzigde CBS cijfers voor PV capaciteit en - installaties laten zien en nader geduid. In dit korte vervolg artikel presenteer ik de aangepaste capaciteit evolutie grafiek, op basis van deze nieuwe cijfers.

In blauw zijn de eindejaars capaciteits-volumes (EOY) getoond, die een "stormachtige ontwikkeling" laten zien vanaf, met name 2018. Ter illustratie heb ik Excel een exponentiële trendlijn laten tekenen (blauwe stippellijn), waaruit blijkt, dat de ontwikkeling van de eindejaars-volumes daar al lang fors boven ligt. Dat is echter geen blijvertje, permanente exponentiële groei in een natuurlijk systeem is gedoemd tot een einde te komen, vanwege steeds sterker knellende, fysieke randcondities. Zo ook voor zonnestroom, diverse tekenen zijn daarvoor al op de muur verschenen. Desondanks heeft Nederland het uitmuntend gedaan op het vlak van het uit de polderklei stampen van grootschalige, gedemocratiseerde stroom opwek uit zonlicht. Daarbij uiteraard, zeer goed geholpen door de al sedert 2004 in Wet verankerde salderingsregeling, in combinatie met de talloze opvolgers van de voor het eerst in 2008 opgetuigde SDE regeling voor de projectenmarkt.

In oranje worden de uit de EOY waarden berekende jaargroei cijfers getoond. Daar is de groei "milder", maar deze is ook zeer substantieel toegenomen. Van 138 MWp nieuw in 2013, tot 3.882 MWp in Corona jaar 2020. Vervolgens is er een kleine groei pauze, met 3.715 MWp nieuwbouw in 2021. Maar in 2022 werd, met de nog voorlopige resultaten voor dat jaar, "het gas er weer opgezet". En bereikte Nederland een historisch record niveau, van 4.777 MWp aan nieuwe PV capaciteit. Dat doen weinig (kleinere) landen ons na.

In een rood omrand kader heb ik ook de disclaimer opgenomen, dat het CBS eind 2011 op een andere cijfer verzamel statistiek is overgestapt (zie artikel van Polder PV hier over, van 30 mei 2018). Voor de EOY cijfers tm. 2011, resp. de YOY data tm. 2012, zijn de historische jaar cijfers daardoor niet (meer) te vergelijken met die verkregen via de nieuwe onderzoeks-statistiek. En ontstaat er een zogeheten "statistiek trendbreuk" in de cijfer historie.

Met dat belangrijke criterium in het achterhoofd houdend, kunnen we tegelijkertijd echter ook stellen, dat de cijfers voor 2012 feitelijk al compleet ondersneeuwen in het plaatsings-geweld van de jaren daarna, met name vanaf 2018. De meeste data tm. 2010 zijn al niet eens meer zichtbaar te maken in deze grafiek ...

Intern

CBS update 14 november ff deel 1 - zonnestroom update basis gegevens en verdieping

CBS update 14 november ff deel 2 - evolutie zonnestroom capaciteit (huidige artikel)

CBS update 14 november ff deel 3 - vergelijking maandproductie data CBS en Energieopwek.nl

CBS update 14 november ff deel 4 - zonnestroom productie t.o.v. andere elektra genererende modaliteiten

CBS update 14 november ff deel 5 - thermische zonne-energie versus zonnestroom

CBS update 17 november ff deel 6 - eerste, zeer voorlopige cijfers voor medio 2023

Voor andere recente interne bronnen, zie lijstje onderaan het eerste artikel in deze serie



16 november 2023: CBS stelt data voor PV-capaciteit kalenderjaar 2022 weer fors opwaarts bij. Record jaargroei volume nog hoger, bijna 4,8 GWp, 564 duizend nieuwe installaties. Deel 1. In het voorjaar publiceerde het CBS de allereerste afschatting voor de mogelijke accumulatie van zonnestroom capaciteit aan het eind van 2022, wat toen neerkwam op een volume van ruim 18,8 GWp. Op 2 juni werd een eerste bijstelling gepubliceerd, waarmee de capaciteit alweer opgeschroefd werd naar ruim 19,1 GWp. Op 14 november 2023 heeft het data instituut de tweede, zeer forse bijstelling gepubliceerd, evenals diverse andere nieuwe cijfers voor installaties en productie gebruikmakend van verschillende hernieuwbare energie bronnen. Voor zonnestroom is de eindejaars-accumulatie voor 2022 aanzienlijk bijgesteld, naar 19.600 MWp. Ook het aantal PV installaties is flink aangepast. De eindejaars-cijfers voor 2021 zijn ook wat gewijzigd, in negatieve zin voor de capaciteit, en positief voor de aantallen installaties. Deze zouden nu "definitief" zijn geworden. De wijzigingen resulteren in een eindejaars-volume van 2,29 miljoen installaties in 2022. Waarmee nog hogere record jaargroei cijfers zijn bereikt van 4,78 GWp, resp. bijna 564 duizend (ruim een half miljoen !) nieuwe PV installaties, in 2022. In onderstaande analyse gaat Polder PV nader in op de nieuwste CBS cijfers.

Zonnestroom capaciteit - absolute cijfers

Het CBS heeft voor 14 november een update doorgevoerd van, o.a., de tabel "Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen" *. Dit soort type wijzigingen vinden elk jaar plaats, en worden, gaandeweg, ook in andere, gerelateerde tabellen geïmplementeerd. De cijfers voor 2020 waren eerder al definitief. Met de nu ook weer doorgevoerde, wat kleinere wijzigingen voor 2021, hebben de getallen voor dat jaar nu ook het statistische "eindstadium" bereikt, en zullen deze waarschijnlijk niet meer wijzigen. Data voor 2022 zijn, na al een eerste aanpassing in juni dit jaar, met de huidige update aanzienlijk gewijzigd, al zijn het nog steeds "nader voorlopige cijfers". Nadat in juni voor het eerst ook het aantal PV-installaties was benoemd voor het eind van 2021 en 2022, zijn nu ook weer die cijfers met de huidige revisie aangepast.

De wijzigingen voor 2021 en 2022 vindt u in de rood gemarkeerde data onderaan de onderstaande, al jaren lang van updates voorziene tabel van de hand van Polder PV. Verderop heb ik een vergelijkbaar tabelletje toegevoegd met de aantallen installaties, zoals CBS die in de hoofd-tabel heeft weergegeven (alleen data voor 2021 en 2022 beschikbaar).

New methodology CBS data developed as of year 2012; YOY growth 2012 uncertain !
Growth in 2011, 2012 according to "old methodology" CBS

In de bijgewerkte 1e tabel weer in de eerste kolom het betreffende kalenderjaar, in de 2e het allereerste officiële EOY accumulatie cijfer wat het CBS (ooit) heeft gepubliceerd voor het betreffende jaar, in de derde kolom het meest recent gepubliceerde (actuele) cijfer voor dat jaar. In de vierde kolom het absolute verschil (MWp), en het daar uit resulterende procentuele verschil (%), tussen de eerste en de laatst bekende officiële opgaves. En in de laatste kolom de uit de meest recente data volgende jaargroei in het betreffende jaar, wederom in MWp.

* In de op 31 oktober 2023 gewijzigde CBS tabel Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio, was deze omvangrijke capaciteit wijziging voor 2022 nog niet doorgevoerd, evenals de kleine bijstelling voor 2021. CBS claimde die tabel medio december dit jaar te gaan aanpassen, en (zeer voorlopige) eerste half-jaar cijfers voor 2023 te publiceren. Dit is echter veel sneller geschied dan aangekonigd: reeds op 17 november 2023 werd een update gepubliceerd, met zelfs ook alweer eerste cijfers voor het 1e half-jaar van 2023. Zie deel 6 in deze serie CBS update artikelen.

Kleine bijstelling 2021

Nieuw toegevoegd, onderaan in rood, 2 getalsmatige bijstellingen. Een relatief kleine voor eind 2021, nu definitief, 14.823 MWp. Let op, dat dit, vrij ongebruikelijk in de wijzigingen bij het CBS, een negatieve bijstelling is t.o.v. de juni update, 88 MWp lager dan de toen bekende 14.911 MWp accumulatie eind 2021. Mogelijk is er iets in de capaciteit gewijzigd bij enkele grotere PV projecten (zoals zonneparken), en/of is er capaciteit verschoven naar 2022, doordat de correcte inbedrijfstelling datum bekend is geworden. CBS publiceert dat soort details echter niet, dus dat blijft gissen.

Grootschalige correctie 2022

Ten tweede, is er een enorme nieuwe bijstelling van de eindejaars-accumulatie in 2022 doorgevoerd. Dat was in de juni update eerder dit jaar namelijk nog 19.143 MWp. Maar daar is een groot volume aan toegevoegd van 457 MWp, wat nu resulteert in de nog steeds voorlopige, spectaculaire eindejaars-capaciteit van 19.600 MWp. Dit is alweer 4,0% (751 MWp!) hoger dan het eerst gepubliceerde volume, 18.849 MWp (6 maart dit jaar; 2e kolom). Weliswaar is dit niet de hoogste bijstelling, dat viel ten deel aan het jaar 2020, toen zelfs, in verschillende stappen, in totaal 895 MWp werd bijgeplust door het CBS. Maar 2022 is een goede tweede geworden op dit vlak van statistische bijstellingen. Om een "gevoel" te krijgen bij de omvang van de 751 MWp extra volume in 2022: dat is het equivalent van bijna 1,6 miljoen netgekoppelde, moderne PV modules à 480 Wp, die door het CBS zijn "terug gevonden" voor het jaar 2022 ...

Hiermee is ook alweer behoorlijk wat afstand genomen van de afschatting in het Nationaal Solar Trendrapport 2023 van DNER (18,8 GWp, dus t.o.v. die afschatting zelfs al 4,3% meer). En het ligt zelfs 7,7% hoger dan de lage 18,2 GWp accumulatie in de voorspelling van Holland Solar, in het op 21 juni 2023 gepubliceerde Global Market Outlook for Solar Power 2023-2027 rapport van branche organisatie Solar Power Europe.

De verwachting blijft dat het eindejaars-volume voor 2022 in een later stadium nog verder kan worden bijgesteld. Zeer grote wijzigingen, zoals meermalen in recente jaren zijn voorgekomen, worden echter onwaarschijnlijker, omdat er, zeker in 2023, al langere tijd een duidelijke afkoeling van de hoge capaciteit volumes inbrengende projecten markt is waar te nemen. Waardoor latere wijzigingen van de CBS cijfers vermoedelijk lager zullen uitpakken dan in recente, bij de grote projecten sterke groei vertonende jaren. Er zijn echter ook andere aanwijzingen, dat nog steeds het totaal volume in de Nederlandse markt flink wordt onderschat.

Genoemde 19,6 GWp, EOY 2022, is alweer een toename van 32,2% t.o.v. het definitief vastgestelde EOY volume in 2021 (14,8 GWp).

Jaarlijkse groei 2021-2022

De uit de EOY cijfers bepaalde voorlopige nieuwe jaarvolumes (YOY) laten het volgende zien.

De groei in 2021 is, door de negatieve bijstelling van het eindejaars-volume, inmiddels wat lager geworden, 3.715 MWp, i.p.v. de 3.803 MWp in de juni 2023 update. Daarmee is de jaargroei in 2021 4,3% lager geworden, dan de groei in Corona jaar 2020 (3.882 MWp).

Een eerdere suggestie, dat het in theorie mogelijk zou zijn, dat de jaargroei in 2021 boven die in 2020 uit zou kunnen komen, bij komende bijstellingen van de cijfers, is inmiddels niet meer waar te maken, omdat ook het eindejaars-volume van 2021 door het CBS nu als "definitief" wordt beschouwd.

Met de zeer forse bijstelling voor EOY 2022 is, in combinatie met de aanpassing voor EOY 2021, inmiddels de jaargroei in 2022 zeer flink opgewaardeerd, naar momenteel al 4.777 MWp. In de juni update was al sprake van een nieuw jaar record voor 2022, maar dat is nu dus in flinke mate verder verstevigd. Het ligt alweer 21,3% hoger dan de eerste afschatting in het artikel op 6 maart jl. (groei daar nog door het CBS bepaald op 3.938 MWp). Dit nieuwe jaargroei record is alweer 23,1% hoger (895 MWp) dan het vorige record van 3.882 MWp YOY in Corona jaar 2020 (definitief volume). En zelfs 28,6% hoger dan de berekende 3.715 MWp aanwas in 2021. Afhankelijk van eventuele latere statistische aanpassingen aan het EOY volume van 2022, kunnen deze verhoudingen nog verder wijzigen.

Relatie met andere gepubliceerde groeicijfers

Zelfs al moeten we rekening houden met een mogelijk toekomstige negatieve aanpassing van de jaargroei voor 2022, zoals in de huidige update in geringe mate voor kalenderjaar 2021 is geschied, het is duidelijk dat het CBS momenteel op een veel hoger niveau zit, dan de prognose in het hier boven reeds gelinkte Nationaal Solar Trendrapport 2023 van DNER. Het nationale statisitek instituut komt nu met een jaargroei van bijna 4,8 GWp, wat een forse 23% hoger ligt, dan de 3,9 GWp geclaimd in het NST rapport. Ook Holland Solar zat, met hetzelfde jaargroei volume in 2022 (3,9 GWp), in gelijke mate veel te laag, in hun afschatting in het ook hierboven gelinkte recente GMO rapport van Europese branche organisatie SPE.

Bovengenoemde (bijna) 4,8 GWp jaargroei in 2022 is, op basis van de eerste half-jaar cijfers van het CBS, gepubliceerd medio december 2022, véél hoger dan een verdubbeling van het toen vastgestelde eerste half-jaar groeivolume (1.946 MWp). Dit kan op twee zaken wijzen. Ten eerste zal dat destijds gepubliceerde half-jaar volume inmiddels fors zijn gewijzigd door het CBS op basis van nieuw ontvangen data. Wat zeer waarschijnlijk is, alleen is dat nieuwe half-jaar volume niet door CBS geopenbaard. Ten tweede, kan het ook zijn, dat de tweede jaarhelft meer nieuwe capaciteit heeft opgeleverd dan de eerste. Gezien het beperkte aantal nieuwe grote zonneparken, wat in de tweede helft van 2022 netgekoppeld is opgeleverd (volgens de laatste informatie bekend bij Polder PV), lijkt een grote onbalans tussen de 2 jaarhelften niet erg waarschijnlijk. Er is vermoedelijk over het hele jaar genomen veel meer capaciteit toegevoegd door het CBS.

Wp/inwoner ratio Australia vs. NL - het blijft nog even spannend

Op basis van een eerdere vraag van Emiel van Druten op Twitter, heb ik ook weer uitgezocht hoe het zit met het opgestelde vermogen aan zonnestroom installaties per hoofd van de bevolking (capacity/capita), n.a.v. berichten in 2022, dat Nederland wereldkampioen Australië op de hielen zou zitten, op dat punt.

De afgelopen drie jaren was dat, op basis van de meest recent beschikbare officiële cijfers van Australië (aanvankelijk Australian PV Insititute, resp. Population.net), 802 (2020), en 981 (2021) Wp/inwoner, "Down Under". Afhankelijk van de geraadpleegde bron voor de eindejaars-accumulatie in 2022, zou je voor dat jaar dan uitkomen op 1.019 Wp/inwoner (referentie: op 21 augustus 2023 verschenen IEA PVPS rapportage Australië 2022, EOY 2022 30.368 MWp). Of, als het in dit artikel al aangehaalde Global Market Outlook for Solar Power 2023-2027 rapport van SPE als referentie zou worden genomen, zelfs op 1.180 Wp/inwoner (EOY 31.024 MWp, in combinatie met het officiële bevolkings-cijfer volgens ABS.gov.au).

Voor Nederland waren de cijfers, gebruikmakend van officiële, voor 2022 gereviseerde CBS statistieken, voor zowel de PV capaciteiten, als voor de inwoner aantallen, achtereenvolgens, 636 (2020), 843 (2021), resp. 1.100 Wp/inwoner (2022). De ratio tussen deze "capacity/capita" cijfers voor Australië t.o.v. Nederland, is afgenomen van factor 1,26, via 1,16, naar nog maar 0,93 (IEA - PVPS scenario !), of, mogelijk beter onderbouwd 1,07 (SPE - GMO scenario). Het gaat dus nog steeds spannend worden, of Nederland in staat is, om in 2023 wereldkampioen te gaan worden op dit vlak. Of dat het IEA - PVPS cijfer het betere is van de 2, en dan zou Nederland eind 2022 mogelijk Down Under al geklopt kunnen hebben. We hebben sowieso nog mogelijk extra wijzigingen van het CBS voor 2022 tegoed, dus wellicht wordt het gaatje nog kleiner, dat jaar. Maar als Australië een groeispurt gaat maken, kan dat gat weer wat groter gaan worden, zeker in 2023.

Al gemeld in de vorige update: Zouden we de data van IRENA erbij gaan halen (merkwaardige, nergens anders terug te vinden opgave van 22.590 MWp voor Nederland, resp. een te lage opgave van 26.792 MWp voor Australië, voor eind 2022), zou Nederland "Down Under" al in 2022 hebben ingehaald. Maar ik zet grote vraagtekens bij die cijfers van IRENA.

Duitsland stond eind 2022 volgens de zeer betrouwbare cijfers van Energy-Charts, in combinatie met gegevens van het nationale statistiek instituut Destatis.de, slechts op een ratio van 801 Wp/capita.

Deze cijfers zijn, nogmaals ontleend, aan de officiële status data van de betreffende landen. Ze wijken af van de capacity/capita ratio's genoemd in het geciteerde GMO rapport van SPE. Die kennelijk andere broncijfers hanteert, met name voor de inwoner aantallen.

(Te verwachten) aanpassingen CBS cijfers

Dat er regelmatig forse aanpassingen worden doorgevoerd bij het CBS, heeft deels te maken met het feit, dat met name in het SDE dossier van RVO er nog veel wijzigingen en aanvullingen worden gepubliceerd, omdat daar geen "actuele stand van zaken" bekend is. Veel informatie, zeker ook voor (zeer) grote projecten als grote rooftops en zonneparken, die al lang geleden netgekoppeld zijn opgeleverd, komt pas zeer laat beschikbaar, hier kunnen soms vele maanden overheen gaan. Polder PV komt regelmatig nieuw door RVO vastgestelde "opleveringen" uit de jaren 2020 en 2021 tegen, die bij voorgaande (CBS) updates nog helemaal niet bekend (konden) zijn. Al deze late toevoegingen leiden tot - soms forse - aanpassingen in de RVO registraties. En die worden vervolgens weer gebruikt door het CBS om cijfers uit voorgaande jaren aan te passen. In 2020 ging het om een zeer aanzienlijk volume van 895 MWp t.o.v. de allereerste afschatting door het CBS. In 2021 is er, met de huidige wijziging, 574 MWp meer volume bekend dan tijdens de eerste schatting op 7 maart. Met de hier besproken, aanzienlijke wijziging voor 2022 is er alweer een volume van 751 MWp bijgeplust t.o.v. de eerste cijfers van het CBS. Nog geen record, wat absoluut toegevoegde capaciteit betreft, maar er kunnen nog extra wijzigingen gepubliceerd gaan worden door het data instituut ...

Daar staat tegenover, dat ik de laatste tijd veel grotere projecten op satelliet- en luchtfoto's tegenkom, waarbij de PV generator al langere tijd op het dak of op de veldopstelling ligt, maar een "ja" vinkje bij de SDE beschikking(en) bij RVO zeer lang op zich laat wachten. Dit is een zeer duidelijke indicatie, dat er fikse vertragingen bij de netaansluitingen bij dergelijke grote, hoge impact hebbende projecten, optreden. M.a.w., projecten die aan het eind van het jaar wel al een complete generator hebben, maar die nog niet zijn aangesloten aan het net, zullen pas in het opvolgende jaar in de statistieken gaan verschijnen.

Een andere factor is de registratie van de extreem gegroeide residentiële markt. Mij bereiken berichten, dat de opvolger van het zgn. PIR register, CERES, inmiddels steeds betrouwbaardere cijfers over dat zeer belangrijke, grote marktsegment weet te genereren, en dat er veel meer feitelijk staat geregistreerd dan jaren lang het geval was. Dit heeft onder anderen te maken met aangescherpte voorwaarden bij de energieleveranciers om te "mogen salderen" met PV installaties achter kleinverbruik aansluitingen. Registreren bij energieleveren.nl wordt verplicht, en weigeraars wordt het zeer moeilijk dan wel onmogelijk gemaakt om daar aan te ontkomen. Het gevolg is, dat het CERES dossier flink is gegroeid, en dat hier grote extra verrassingen uit kunnen gaan voorkomen. De marktvolumes zijn jarenlang nog steeds onderschat, zo lijkt het. En dat vinden we terug in de soms omvangrijke cijfer aanpassingen door het CBS.

Een bijkomend probleem is hier wel: hoe gaat het CBS om met recente rapportages van oudere installaties, opgeleverd in voorgaande jaren? Op basis van hun publicatie systematiek, "cijfers tm. 2021 definitief", lijkt het data instituut op dat vlak flink in de knoop te gaan komen, met rapportages cq. aanmeldingen van oudere projecten. En zouden die oudere installaties alsnog met bijstellingen in de statistieken voor voorgaande jaren opgenomen moeten gaan worden ... Vooralsnog laat het CBS zich hier in het geheel niet over uit ...

Nieuw - aantallen installaties en project gemiddelde

Voor het eerst had het CBS in de juni update ook een totaal volume gepubliceerd voor het aantal door het CBS "getelde", dan wel uit diverse databestanden "ge-extraheerde" PV installaties, eind 2021 en 2022. Beide cijfers zijn alweer gewijzigd, zie de veranderingen in het hierboven weergegeven nieuwe staatje, vergelijkbaar met de bekende eerste tabel met de capaciteiten. Waarin helaas nog de oudere jaargangen ontbreken (nog niet wereldkundig gemaakt door het CBS, in de huidige tabelvorm).

Eind 2021 is het aantal installaties met 0,3% toegenomen t.o.v. de eerste afschatting, tot een volume van, inmiddels, 1.730.285 projecten (ruim 5 duizend installaties meer dan oorspronkeijk gedacht). De wijziging voor EOY 2022 is veel groter. Met 3,5% meer installaties, maar liefst ruim 78 en een half duizend stuks meer dan aanvankelijk gedacht, is eind 2022 al het verbijsterende volume ontstaan van 2.294.154 projecten (bijna 2,3 miljoen installaties). Wat een bizar hoge toename zou zijn van 563.869 nieuwe installaties dat jaar. Ver over de half miljoen nieuwe projecten... Een absoluut record. In de eindejaars-update van 2022 werd nog gewag gemaakt van een toenmalig record volume van ruim 341 duizend nieuwe installaties in 2021, in 2022 is dat dus alweer toegenomen met zo'n 65%(!). Een spectaculaire groei, vooral veroorzaakt door de enorme hoeveelheden nieuwe residentiële installaties in 2022. We hebben bij o.a. Stedin, en bij Enexis reeds eerder gezien, dat de groeipercentages in het kleinverbruik segment zeer hoog hebben gelegen in dat jaar.

Met het nieuwe vermogen van 4.777 MWp toegevoegd in 2022, komt de combinatie met bovenstaande aantal nieuwe installaties in dat jaar, de gemiddelde systeem capaciteit van de toevoegingen neer op 8,47 kWp. En voor alle installaties, eind 2022, fractioneel hoger, 8,54 kWp. Dit betekent op dat punt een lichte teruggang voor het totale project volume eind van het jaar. Het nam namelijk af, van 8,64 kWp gemiddeld naar, inmiddels, 8,57 kWp, EOY 2021.

Bij de nieuwbouw per jaar, is er sowieso een duidelijke terugval te bespeuren. Het systeemgemiddelde vermogen was namelijk bij de aanwas in 2021 11,14 kWp, volgens dezelfde, hierboven gelinkte grafiek. Dat was al terug gevallen vanaf 12,07 kWp, voor het nieuwe volume in 2020. En is bij de nieuwe projecten in 2022, met de laatste gereviseerde cijfers, weer een stuk lager geworden, 8,47 kWp. Dit betekent onherroepelijk, dat het residentiële / kleinverbruik segment in Nederland weer een "greep terug" heeft gedaan op het totale marktvolume, en dat de groei in de grote projecten markt in 2022 een flinke "tik" heeft gekregen en het met heel wat minder heeft moeten doen dan ze in recente jaren gewend was geworden. Ongetwijfeld een gevolg van de diep ingrijpende problemen bij de beschikbare netcapaciteit, overal in het land. Die vooral spelen op de middenspannings-niveaus, in het grootverbruik segment, de projecten markt sensu lato. We zien deze constatering in ieder geval al terug bij de progressie van de VertiCer cijfers, die grotendeels de SDE gesubsidieerde projecten markt omvat.

We zullen later bij diepere segmentaties gaan zien wat er exact is gewijzigd in de verhouding tussen het residentiële en het (klein)zakelijke segment, in 2022.

Jaarlijkse productie zonnestroom

In dezelfde tabel als waar uit het nieuwe capaciteit cijfer voor 2022 is gehaald, houdt het CBS de productie cijfers voor hernieuwbare en niet hernieuwbare bronnen bij in de Nederlandse elektriciteits-markt. Voor de totalen bij de "hernieuwbare energie bronnen" zijn hierbij wederom alle data in de update van 14 november 2023 gewijzigd voor de jaren 2020-2021. Voor zonnestroom zijn, in navolging van de relatief geringe negatieve capaciteiteit wijziging voor 2021, en de zeer grote opwaartse aanpassing daarvoor in 2022, ook de productie cijfers en de aandelen t.o.v. de totale stroom consumptie weer aangepast (vergelijk met de grafiek in de update van 2 juni jl.). De flink opwaarts gewijzigde productie data voor 2022 zijn rechts in de grafiek zichtbaar in een iets afwijkende kleurstelling: die data zijn nog nader voorlopig.

De door het CBS berekende jaarlijkse zonnestroom productie, van 1998 tm. 2022. Data tm. 2020 zijn ongewijzigd, voor 2021 zijn de berekeningen iets neerwaarts aangepast (en definitief geworden), en rechts zijn flinke wijzigingen voor de productie in 2022 toegevoegd (nader voorlopige cijfers). De productie van zonnestroom nam van 2019 tm. 2022 enorm toe, van 5.399 GWh (2019), via 8.568 GWh (2020), en 11.304 GWh in 2021 (definitief cijfer), naar alweer een volume van 17.079 GWh†, in 2022 (in de vorige update was dat nog 16,83 TWh; toen nog een zeer voorlopige afschatting). Daarmee is het relatieve aandeel van de "niet-genormaliseerde" zonnestroom productie in het binnenlandse bruto stroomverbruik alweer gestegen, van 4,42% in 2019, via 7,10% in 2020, en 9,25% in 2021, naar alweer 14,53% in 2022. Relateren we de productie aan de totale netto elektriciteitsproductie (exclusief eigenverbruik van o.a. gas en kolencentrales), zouden we in 2022 al op een aandeel zonnestroom van 15,02% van totaal zitten. De afschatting voor 2022 kan beslist nog verder worden aangepast in latere CBS updates, die voor 2021 is nu definitief.

In de totale productie cijfers bij elektra uit hernieuwbare bronnen zijn er ook de nodige wijzigingen geweest t.o.v. de update van juni dit jaar. De nieuwe totaal volumes vindt u in onderstaand staatje terug, grotendeels uit de tabel HE productie en vermogen van het CBS. Gewijzigde cijfers zijn cursief gedrukt. De verwachting is dat voor 2022 nog wel het een en ander zal gaan wijzigen (vooral voor biomassa komen cijfers voor de ingewikkelde rapportages pas laat beschikbaar).

  • Bruto elektra productie alle HE bronnen (niet genormaliseerd) 2020 32.740 GWh; 2021 40.229 GWh; 2022** 48.315 GWh
  • Netto elektra productie alle HE bronnen (niet genormaliseerd) 2020 31.792 GWh; 2021 39.129 GWh; 2022** 47.232 GWh
  • Aandeel bruto productie HE bronnen in binnenlands verbruik (n.g.) 2020 27,14%; 2021 32,92%; 2022** 41,10%
  • Aandeel netto productie HE bronnen in binnenlands verbruik (n.g.) 2020 27,12%; 2021 33,04%; 2022** 41,52%
  • Genormaliseerde bruto productie alle HE bronnen 2020 31.924 GWh; 2021 40.668 GWh; 2022** 46.884 GWh
  • Aandeel genormaliseerde bruto productie in binnenlands verbruik 2020 26,41%; 2021 33,28%; 2022** 39,89%
  • N.B.: Het netto totale stroomverbruik in Nederland was in de afgelopen 3 jaren, volgens de Elektriciteitsbalans tabel van het CBS, 112,4 TWh (2020), 113,6 TWh (2021), resp. 108,9 TWh (2022). De totale bruto stroomproductie was in die jaren 123,3 TWh, 122,0 TWh, resp. 121,8 TWh. Vanwege de - noodgedwongen - besparingen in o.a. de industrie, en de lagere stroomvraag, is het relatieve aandeel van de hernieuwbare bronnen mede gestegen, bovenop de autonome ontwikkeling van de oplevering van nieuwe installaties
  • Aandeel van zonnestroom in het bruto eindverbruik nam, volgens de Energiebalans tabel van het CBS, toe van 30,8 PJ (2020), via 40,7 PJ (2021) naar 61,5 PJ (2022**)
  • In de nog niet aangepaste CBS tabel "Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron, techniek en toepassing" (status 2 juni 2023) vinden we de deels nog aan te passen relatieve aandelen van zonnestroom bij het bruto eindverbruik terug. Dat aandeel steeg van 1,62% (2020), via 2,06% (2021**) naar 3,28% (2022*). De verwachting is dat in december 2023 het definitieve percentage voor 2021 bekend zal worden, voor 2022 zal dat pas eind 2024 definitief worden vastgesteld. CBS stelt in hun tabel toelichting hierover: "Belangrijkste (verwachte) wijzigingen tussen nader voorlopig in december en definitief een jaar later zijn de cijfers over zonnestroom."

† Kleine discrepanties kunnen voorkomen t.o.v. cijfers in andere CBS tabellen, en zijn meestal terug te voeren op afrondings-verschillen. In de vorige update was er nog een behoorlijk verschil met de opgave in de elektriciteitsbalans tabel, maar daar is nu hetzelfde volume te vinden. Die tabel heeft nu dan ook dezelfde update datum als de hier besproken tabel (14 november 2023).

Bronnen

Extern

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen (CBS tabel, status 14 november 2023)

Intern - recente artikelen Polder PV over de evolutie van CBS data voor zonnestroom

CBS update 14 november ff deel 1 - zonnestroom update basis gegevens en verdieping (huidige artikel)

CBS update 14 november ff deel 2 - evolutie zonnestroom capaciteit

CBS update 14 november ff deel 3 - vergelijking maandproductie data CBS en Energieopwek.nl

CBS update 14 november ff deel 4 - zonnestroom productie t.o.v. andere elektra genererende modaliteiten

CBS update 14 november ff deel 5 - thermische zonne-energie versus zonnestroom

CBS update 17 november ff deel 6 - eerste, zeer voorlopige cijfers voor medio 2023

Voor andere recente interne bronnen, zie lijstje onderaan het eerste artikel in deze serie

Flashback vanuit het verleden - prognoses Stichting Z.O.N. juni 2016 versus realisaties in de Nederlandse zonnestroom markt 2014-2023 (13 oktober 2023)

Regionale CBS statistiek tm. 2022 - appetizer (16 juni 2023; wordt rond jaarwisseling van uitgebreide update voorzien)

Bijgestelde CBS data voor PV-capaciteit en zonnestroom productie kalenderjaar 2022. Record jaargroei volume >4,2 GWp (2 juni 2023; vorige CBS cijfer update)

Eerste CBS data voor PV-capaciteit en zonnestroom productie kalenderjaar 2022. II capaciteit tabel en productie grafiek, voorlopig record jaargroei PV vermogen 2022 (status CBS op 6 maart 2023)

Record zonnestroom productie 2022 - CBS vs. Energieopwek.nl cijfers. (8 maart 2023; wordt binnenkort van nieuwe update voorzien)

Bijstellingen voor zonnestroom capaciteit data CBS 2020 (definitief) en 2021 (nader voorlopig), 1e data eerste half-jaar 2022 - grafische analyse (CBS update 15 december 2022)

De "ultimate" CBS zonnestroom statistiek update - eerste voorlopige detail resulaten voor heel kalenderjaar 2021. Segmentaties naar provincie, gemeentes, RES sub-regio, omvang en type PV installatie (20 oktober 2022; introductie, en complete cijfermatige analyse met veel grafieken)



15 november 2023: Derde kwartaal update 2023 zonnestroom resultaten bij grootste netbeheerder, Liander (Alliander) - naar een record jaar? Gisteren werden weer bijgewerkte grafieken getoond op de Alliander website, over de progressie van zonnestroom capaciteit in hun netgebied. Er zou een nieuw volume van 376 MW zijn bijgeschreven in het derde kwartaal (3e grootste kwartaal groei), waarmee er een totaal geaccumuleerd volume van 7.144 MW zou zijn ontstaan in hun netgebied (cumulatie van ongelijkwaardige kleinverbruik en grootverbruik cijfers). Op basis van de huidige beschikbare cijfers zou Liander afstevenen op een record jaar, als er geen vreemde anomalieën meer opduiken in de cijfers over afgelopen jaar. Polder PV analyseert de nieuwe cijfers, en houdt de resulterende hoge groei in de eerste drie kwartalen tegen het licht.

(1) Evolutie geaccumuleerde capaciteit (totalen)

In deze eerste grafiek de accumulatie aan het eind van elk kwartaal, van de "totale capaciteit" aan PV installaties, in het netgebied van Liander. Dit is, zoals te doen gebruikelijk, en sedert enige tijd ook aangegeven op de betreffende web pagina van Alliander, een artificiële optelling van het generator vermogen bij kleinverbruik (in MWp), en het gecontracteerde AC vermogen bij grootverbruik (MWac), dus een beetje een merkwaardig, kunstmatig totaal resultaat gevend (referentie rechter Y-as, optelling in "MW AC / DC"). De lange tijd nog in de gegevens voorkomende grote anomalie in de jaren 2019-2020 is eindelijk in een vorige versie (publicatie van data voor Q3 2022) verdwenen, waardoor er geen vreemde "knikken" meer in de grafiek voorkomen. Ook is er eerder een nieuwe revisie verschenen van de data voor de kwartalen Q4 2021 tot en met Q3 2022. Deze zijn reeds in de update tm. QI 2023 besproken.

Voor de eindejaars-cijfers heb ik de bijbehorende waarden vermeld in de grafiek, evenals de resultaten voor de nu bekende 3 kwartalen in 2023, rechtsboven in het diagram. De groei is onmiskenbaar, en heeft in Liander gebied, volgens hun recente data zelfs record hoogtes bereikt. De eerste resultaten voor Q3 2023 zijn rechts toegevoegd, waarbij de groei weer hoog blijkt te zijn, na de record groei in het voorgaande kwartaal. Eind september stond er bij Liander in totaal alweer 7.144 MW PV capaciteit (optelling generator vermogen kleinverbruik, KVB, en gecontracteerd AC vermogen grootverbruik, GVB).

De blauwe streepjeslijn (referentie linker Y-as) geeft de groei per kwartaal weer t.o.v. het voorgaande kwartaal, in procent. Deze had een tijdelijke, zeer hoge piek in Q4 2012 (47% groei t.o.v. Q3 2012), toen er nog zeer lage groei volumes waren en elke afwijking nog behoorlijk opviel. In 2014 - 2017 lagen die percentages rond de 10%. In 2018-2019 was er een opleving met groei percentages richting de 15%, waarna deze weer zijn afgenomen, om in 2022 rond de 5-7% uit te komen. In Q1 2023 kwam er 6% bovenop het totale volume, eind Q4 2022. De groei versnelde in Q2 2023, met nog eens 9% extra t.o.v. de status, eind Q1 2023. In Q3 2023 was de toename weer in relatieve zin lager, 6% t.o.v. eind Q2 2023.

Eind Q1 2022 werd in het verzorgings-gebied van Liander de 5 GW (AC + DC) grens bereikt (horizontale streepjeslijn), passage van de 6 GW is ruimschoots gehaald in het eerste kwartaal van het nieuwe jaar, zoals reeds in een vorige update door Polder PV werd voorspeld, en in het tweede kwartaal dit jaar zit Liander al met ver over de 6 en een halve GW aan PV vermogen in haar verzorgingsgebied. In de huidige update, voor het derde kwartaal van dit jaar, is inmiddels de 7 GW alweer ruimschoots gepasseerd.


(2) Accumulatie PV capaciteit Alliander netgebied, per regio - evolutie in de loop van de tijd

In deze 2e grafiek wordt het verloop van het totale vermogen (DC generator + AC aansluiting) per deel-regio in Liander netgebied weergegeven, tm. Q3 2023. De verschillen zijn groot, wat natuurlijk alles heeft te maken met de zeer verschillende (type) regio die zijn weergegeven, van alleen een stad (Amsterdam), via alleen het noordelijke deel van provincie Zuid-Holland, tot de zeer grote provincie Gelderland, met een combinatie van diverse grotere steden, én veel agrarisch achterland, met vele honderden boerderijen met dakvullende installaties, én het grootste aantal zonneparken van alle provincies, op het grondgebied.

Gelderland doorbrak de 1 GW piketpaal al in Q2 2020, de 2e GW 2 jaar later (Q2 2022), en zit in aan het eind van het derde kwartaal van 2023 al een flink eind richting de 2,8 GW (2.777 MW). Noord-Holland incl. Amsterdam is nog lang niet zo ver, en zal Gelderland beslist niet (meer) in kunnen halen. Het geaccumuleerde vermogen is in Noord-Holland, eind Q3 2023, nog iets onder de 2 GW blijven steken, op 1.982 MW (zonder Amsterdam 1.712 MW). Friesland is, als 3e Liander provincie, de 1 GW piketpaal in Q1 2023 gepasseerd, en is inmiddels op 1.168 MW uitgekomen, het groeitempo ligt daar weer iets lager dan in Noord-Holland. Flevoland heeft een wat grillig verloop, wat het gevolg is van de onregelmatige toevoegingen van behoorlijk grote zonneparken, die in een gebied met niet heel erg veel totale capaciteit, direct effect hebben op de accumulatie curve. De relatief kleine provincie kwam, met de laatste tijd een relatief stabiele groei, eind september dit jaar uit op 731 MW. Zuid-Holland "noord", waartoe ook de domicilie van Polder PV hoort, is het "kleinere segment" van de dichtbevolkte provincie Zuid-Holland, met een zeer beperkt aandeel t.o.v. het véél grotere volume in het grote zuidelijke deel, waar netbeheerder Stedin de scepter zwaait. De groei is in het noordelijke deel van Zuid-Holland al jaren vrijwel stabiel, rechtlijnig, maar zette in het 2e kwartaal een kleine tempo versnelling in. En kwam in het derde kwartaal uit op een geaccumuleerd vermogen van 468 MW (DC + AC).

Amsterdam revisited

Na de als "onverklaarbaar" bestempelde zeer hoge groei in het eerste kwartaal van 2023 (29 MWp nieuw, commentaar in een eerdere analyse), heeft Amsterdam inmiddels het tweede hoogste kwartaal groeicijfer gehaald, met 19 MW. Het is, wederom, vrij onwaarschijnlijk dat het grootste deel daarvan door grote projecten is opgeleverd. RVO komt in hun laatste update (oktober 2023) bij de SDE projecten niet verder dan 8,8 MWp nieuwbouw in de eerste 9 maanden van 2023 in de hoofdstad, dus een substantieel deel van de nieuwe capaciteit moet daar van kleine, grotendeels residentiële projecten komen. Zelfs al moeten we rekening houden met terugwerkende kracht, naderhand toe te voegen projecten die nog in de administratieve molen van RVO zitten: De groei in de woning sector blijft onvervaard verder gaan, op hoog niveau.

Tot slot, heb ik de "categorie overig" ook weer meegenomen in de grafiek, die afgezien van het opvallende piekje in Q4 2017, slechts marginale volumes bevat (uitkomend op 18 MW, eind Q3 2023). De installaties in deze rest categorie kunnen kennelijk (nog) niet goed toegewezen worden aan 1 van de getoonde regio, en/of ze bevinden zich in rand-regionen met andere netbeheerders, waar mogelijk andersoortige aansluitingen (in het andere netgebied) zijn gerealiseerd.

Door Polder PV zijn wederom alle historische data gecheckt op eventuele wijzigingen in de cijfer reeksen, voor alle getoonde regio. Er zijn ditmaal geen veranderingen in de historische data vastgesteld.

Liander vs. CBS, blijvende vraagtekens

Omdat Liander zelf een "gemengde" opgave doet van DC generator en AC omvormer vermogen, treden er verschillen op met de opgaves van het CBS, die altijd in (totale) DC generator vermogens worden opgegeven, voor de hele populatie (dus kleinverbruik + grootverbruik). Eind 2019 was er een nogal grote anomalie met de cijfers voor Amsterdam. Weliswaar is dat verschil met de meest recente cijfers bijgetrokken, maar het CBS heeft nu voor de hoofdstad 90 MWp staan voor eind dat jaar. Liander geeft nog steeds 82 MW (DC + AC) op, een vrij groot gat, en onverklaarbaar vanuit de verschillen in weergaves van de betrokken eenheden. Dit verschil is wat minder groot t.o.v. de in een vorige update bijgestelde cijfers voor eind 2021 (die dus ook niet goed vergelijkbaar zijn), CBS bijna 160,5 MWp, Liander 166 MW (DC + AC), dus, merkwaardig, nu omgeslagen in het "voordeel" van de cijfers bij de netbeheerder. Eind 2022 is het verschil iets opgelopen, naar 4% (CBS 199,1 MWp; Liander 206 MW).

Kijken we naar de verschillen bij de provincies voor de laatst bekende opgaves bij het CBS, voor eind 2022, zit het nationale statistiek instituut, met wel nog steeds voorlopige cijfers voor dat jaar, telkens een stuk hoger (met opgeteld DC generator vermogen) bij haar opgaves, maar wel met vrij sterk verschillende percentages: Friesland 7% meer (1.026 MWp, DC + AC opgave Liander 962 MW), Gelderland 9% meer (CBS 2.460 MWp, Liander 2.256 MW), Noord-Holland (incl. Amsterdam) 13% meer (CBS 1.825 MWp, Liander 1.616 MW), tot zelfs 35% (!) meer in Flevoland (CBS 878 MWp, Liander 650 MW). Deze opvallende verschillen, die allemaal zijn toegenomen t.o.v. de actuele stand van zaken voor eind 2021 (6, 5, 9, resp. 21% verschil), blijven curieus, want je zou veel homogener resultaten verwachten als van standaard conversie kengetallen (AC > DC) uitgegaan zou zijn. Of er zijn andere statistische problemen die dit soort verschillen veroorzaken. Vooral het zeer forse verschil in Flevoland is ronduit opvallend, en niet verder verklaard.

Zie verder ook een eerdere discussie over de discrepanties tussen de Liander en CBS data (bijdrage 15 juli 2021).


(3) Evolutie van nieuwe kwartaal volumes bij Alliander

In deze grafiek laat ik de nieuwe aanwas cijfers per kwartaal bij Liander zien, zoals berekend uit de door hen, op de Alliander site publiekelijk getoonde accumulatie cijfers van de PV capaciteit aan het eind van elk kwartaal. Vanwege de in voorgaande rapportages doorgevoerde correcties voor de periodes Q3 2019 tm. Q2 2020, en Q4 2021 tm. Q3 2022, hebben de kolommen een veel normaler verloop gekregen dan in eerdere updates, en worden ze voor die periodes dan ook als "definitief" beschouwd. Globaal bezien is er een "relatief lage groei" tm. eind 2017 te zien, en een "relatief hoge groei" vanaf begin 2018, maar wel met flinke uitschieters, zowel naar boven als naar beneden.

De historisch hoogste kwartaalgroei, voor Q2 2021 (397 MW), blijkt inmiddels met stip te zijn gebroken door het eerder dit jaar gepubliceerde resultaat voor Q2 2023, wat met maar liefst 546 MW op een 38% hogere groei is uitgekomen. Ongekend hoog, en, mede gezien de fors tegenvallende trend bij VertiCer in 2023, de nodige vraagtekens oproepend (zie verder). Nieuw op de derde plaats is nu de kwartaalgroei in Q3 2023 gekomen, met een respectabele 376 MW nieuw vermogen.

Het vierde kwartaal van 2021 is hierdoor net naar de vierde plaats verbannen, wat de aanwas per kwartaal betreft, met 374 MW groei. Op basis van de gepubliceerde einde-kwartaal-cijfers van Liander, zou de groei van Q2 dit jaar maar liefst 57% hoger hebben gelegen dan in Q1. Dit lijkt vrij onwaarschijnlijk, ook omdat de projecten markt slechts traag groeit vanwege alle problemen in dat zeer belangrijke marktsegment. Het enorme verschil lijkt niet verklaard te kunnen worden door een reusachtige groei in alleen het residentiële segment. De groei daar is er natuurlijk wel geweest, maar niet zo bizar hoog, dat daarmee dit enorme verschil verklaard kan worden. Ook is de weer zeer heftige terugval in Q3 moeilijk te verklaren. Er zou sprake zijn van vertraagde groei in de residentiële markt, als gevolg van allerlei rare heffingen die leveranciers in het leven gingen roepen als "compensatie" van hoge kosten door de salderingsregeling, waar al meer dan 2,2 miljoen Nederlandse huishoudens gebruik van zouden maken. Maar of dat dermate dramatische gevolgen heeft gehad, zoals de grafiek toont, valt ook te betwijfelen. Er zitten dus vreemde schommelingen in de Liander cijfers, die (nog) niet goed verklaard kunnen worden.

Opvallend laag in de afgelopen jaren, is Q3 2020. Wat met 171 MW maar liefst 45% lager uitkwam dan Q3 in 2019. Dat was midden in Corona tijd, mogelijk een van de oorzaken van die tijdelijk lage groei. In 2022 is er duidelijk een wat lagere groei geweest, zoals uit de gereviseerde kwartaal data bleek in de vorige rapportage.

Kwartaal gemiddeldes

In de grafiek heb ik met gekleurde stippellijnen ook verschillende gemiddeldes uitgezet voor diverse periodes, weergegeven in de legenda. Sommige daarvan hebben eerder al een iets ander niveau gekregen, vanwege wijzigingen van historische kwartaal cijfers. De gemiddelde kwartaal groei in de periode 2013 tm. Q2 2023 (zwarte stippellijn) is, met de laatste stand van zaken, 165 MW geweest (vorige update tm. Q2 2023 nog 160 MW).

Kijken we alleen naar de recente periode met hoge groei, 2018 tm. Q3 2023, ligt het gemiddelde inmiddels, mede door de hoge groei in de eerste kwartalen van 2023, op 272 MW groei per kwartaal (rode stippellijn). Bekijken we alleen de laatste vier jaargangen, zien we eerst progressie, gemiddeld 153 MW per kwartaal in 2018 (magenta stippellijn), en 249 MW per kwartaal in 2019 (groene stippellijn, flink bijgesteld in een vorige update). Vervolgens een lichte afkoeling, naar 236 MW in 2020 (grijze stippellijn, ook bijgesteld), en, tot slot, record jaar 2021, wat een flink gestegen gemiddelde van 334 MW per kwartaal liet zien (lichtbruine stippellijn). Wat al ruim het dubbele is van het gemiddelde kwartaal volume in 2018 (vier kwartalen). In 2022 is, met de recente wijzigingen meegerekend, het gemiddelde uitgekomen op 273 MW (geelbruine stippellijn). Weliswaar flink onder dat van het voorgaande jaar liggend (ruim 18%), en daarmee een duidelijke afkoeling in de jaargroei bevestigend. Maar het ligt nog wel beduidend hoger dan de eerder aangepaste gemiddeldes voor de jaren 2019 en 2020.

Door de hoge tot deels zelfs record hoge groei in de eerste 3 kwartalen van 2023, ligt het gemiddelde daarvan vér boven de jaargemiddeldes in vorige jaren, op maar liefst 423 MW (turquoise stippellijn). De vraag die hierbij oprijst, of dit weer niet een artefact in de data historie van Liander zou kunnen zijn, gezien het opvallend hoge niveau. Of dat een zeer hoge groei toch het geval is geweest, in 2023.


(4) Jaargroei volumes zonnestroom capaciteit bij Alliander

Uit de accumulatie data in de publiek toegankelijke grafiek van Alliander zijn ook de jaarlijkse groei cijfers te bepalen. Zoals te doen gebruikelijk, heb ik deze weer laten zien als stapel kolommen met de belangrijkste contribuerende regio in 2021-2022, en eerste cijfers voor Q1-3 van 2023 (Gelderland) onderop, en de categorie "overige" - in theorie althans - bovenaan (bijna niet zichtbaar). Uitzondering daar weer op vormt de aanwas in 2018, die een negatieve groei van laatstgenoemde categorie liet zien (onderaan de X-as zichtbaar). Een gevolg van het vreemde verloop van de accumulatie cijfers van die "rest" categorie (piek eind 2017, daarna weer sterke afname, net aan zichtbaar in de tweede grafiek in dit artikel).

In dit diagram zijn de jaargroei volumes voor 2019 en 2020 sedert de update voor Q3 2022 "genormaliseerd" als gevolg van de aanpassingen voor de data van vier kwartalen in die 2 jaren in genoemde revisie. Zie ook het commentaar daar over in de analyse van de cijfers voor Q3 2022. In de update van Q4 2022 ben ik ook nog ingegaan op enkele vreemde cijfers in de Liander statistieken, zie aldaar voor het commentaar van Polder PV.

Daar werd ook ingegaan op de vreemde discrepanties tussen cijfers genoemd in persberichten van Liander, en gepubliceerde (eigen) kwartaalcijfers. Wat de jaarvolumes betreft, is, met alle reeds doorgevoerde wijzigingen, het resultaat voor 2022 inmiddels "vrijwel in lijn" met de gereconstruceerde jaargroei (1.087 MW volgens persbericht, 2e blauwe stippellijn; 1.093 MW volgens gereconstrueerde jaargroei uit gepubliceerde kwartaalcijfers). Maar voor 2021 klopt daar niets (meer) van. Het persbericht van 17 januari 2022 meldde 1.169 MW groei in 2021 (1e blauwe stippellijn). De kwartaalcijfers wijzen, met alle reeds doorgevoerde wijzigingen, inmiddels op een record groei van 1.337 MW. Dat is 14% hoger dan wat in genoemd persbericht werd gemeld (!).

2023 - alweer een vraageken

Wat resteert, is de ronduit opmerkelijke, tot nog toe uit de Liander data gedestilleerde zeer hoge groeicijfers voor de eerste 9 maanden van 2023. Deze zijn helemaal rechts in de grafiek, in de gearceerde kolom weergegeven, en daar moeten de resultaten voor het laatste kwartaal later nog aan worden toegevoegd. Provincie Gelderland zou alleen al in de eerste 9 maanden van 2023 meer capaciteit hebben toegevoegd, dan in de complete jaargangen 2019 en 2020. En zou, indien gerekend wordt met de gemiddelde kwartaal groei in 2023, puur theoretisch op een jaarvolume kunnen komen van zo'n 695 MW. Wat 22% hoger ligt dan de jaargroei in het record jaar 2021 (572 MW). Als deze groeicijfers "waar" zouden zijn, zou 2023 zonder meer op een nieuw record jaar afstevenen. Voor het totale jaarvolume (plm. 1.693 MW ?) mogelijk zelfs op 27% meer aanwas, dan in "vorig" record jaar 2021.

Zeker wat de projecten markt betreft, mag dat gezien de afkoelende trend bij VertiCer / CertiQ betwijfeld worden. Weliswaar werd tegelijkertijd al 15% groei in het kleinverbruik segment vastgesteld door Liander in het eerste half-jaar (nieuwsbericht 10 juli 2023), met een imposante toename van bijna 116 duizend installaties in dat segment. Maar bij een aangenomen gemiddelde capaciteit van zo'n 4,5 kWp bij woningen (CBS data), kom je dan op zo'n 522 MWp groei uit in dat marktsegment. Wat voor de "niet-woningen" (grotendeels grootverbruik, GVB) dan zou resulteren in 894 (MW) - 522 (MWp) = 372 MW groei in het eerste half-jaar. In 2020 was er een jaarlijkse groei van 581 MW in het GVB segment. Genoemde potentiële groei van 372 MW in het eerste half-jaar van 2023, zou dan zo'n 28% hoger liggen dan de helft van de jaargroei in 2020 in het GVB segment. In een - volgens VertiCer - beduidend afnemende projecten markt (vrijwel exclusief GVB aansluitingen betreffend). Er wringt dus het nodige bij deze uit de Liander data gedestilleerde record groei cijfers voor 2023.

De vraag rijst hier op, of er bij Liander wellicht tussentijds een vergelijkbare "inhaal cijfer operatie" heeft plaatsgevonden, zoals al minstens 2 maal eerder is geschied. Waarbij met name voor de grote projecten achter een grootverbruik aansluiting in 2022 nu mogelijk weer een fors nieuw gevonden volume zou kunnen zijn. Dat zou betekenen, dat een deel van de hoge groei niet aan 2023, maar aan het voorliggende jaar, 2022, zou moeten worden toegerekend. En dat de verschillen tussen die 2 jaren dus flink zouden verminderen bij de uiteindelijk vast te stellen jaargroei cijfers.

Een vraag in die richting is reeds in de zomer door Polder PV gesteld aan Liander. Het antwoord was: "Ik heb nagevraagd of er grote correcties hebben plaats gevonden, maar dat schijnt niet het geval te zijn. Ruim 70% van de groei komt van het KVB segment, dat is wel bizar veel natuurlijk. Residentieel gaat onverminderd hard!". De vraag is of dat tempo in de residentiële markt ook na de zomer is volgehouden. Daarmee worden de "officiële" CBS cijfers, die pas zeer laat tot onze beschikking zullen komen over 2023, natuurlijk wel een zeer interessante bron, om de huidige, ogenschijnlijk bizarre cijfers van Liander aan af te meten. Daarvoor moeten we helaas geduld oefenen.


(5) Segmentaties kleinverbruik en grootverbruik provincies in 2022

In een vorige update ben ik uitgebreid ingegaan op de segmentaties naar klein- en grootverbruik voor het jaar 2022, volgens de publicatie van Liander begin 2023. Zie voor die sectie het vorige kwartaalbericht, met drie besproken grafieken en duiding van de getoonde gegevens.


(6) Poging prognose evolutie capaciteit netgebied Liander

Ook werd in het vorige kwartaalbericht ingegaan op een voorlopige prognose van het potentieel aan PV capaciteit in het netgebied van Liander. Polder PV kwam voorlopig op een volume van 7,4 GW (DC + AC) PV capaciteit, voor eind 2023, sterk afhankelijk van de beschikbare netcapaciteit dit jaar. Ik hoop hier later nog een update van te kunnen maken, als er meer gegevens beschikbaar komen. Met de huidige volumes zou die groei zelfs nog hoger kunnen gaan worden (7,1 GW eind september + gemiddelde kwartaalgroei in 2023, 423 MW, zou de accumulatie aan het eind van het jaar over de 7,5 GW kunnen tillen). Maar, mede in het licht van de inmiddels slecht verklaarbare hoge groei in de eerste drie kwartalen van 2023 (discussie onderaan paragraaf 4), kunnen we hier voorlopig nog geen zinnige uitspraken over doen.


Bronnen:

Onze actuele prestaties. Ontwikkeling energietransitie (website Alliander, 14 november 2023)

Huishoudens kunnen vaker opgewekte zonnestroom niet kwijt (10 juli 2023, bericht Liander met o.a. voorlopige statistieke cijfers groei residentiële markt)

Historische groei zonnepanelen op woningdaken in Noord-Holland, Friesland, Flevoland, Gelderland en Zuid-Holland (website Liander, 27 januari 2023, met daar aan gelinkt links naar nog eens 5, grotendeels overeenkomende "aparte" artikelen over de status in 5 provincies in Liander netgebied)

In 2022 historische groei zonnepanelen op woningdaken (bericht website Netbeheer Nederland, 27 januari 2023)

Zeldzame samenwerking #netbeheerders. Cijfers #zonnestroom (Tweet Polder PV, 27 januari 2023, n.a.v. de "gezamenlijke statistiek storm" van de meeste netbeheerders, aan de vooravond van het vervolg debat over afbouw salderen van zonnestroom bij kleinverbruikers, en met links naar berichten bij de diverse netbeheerder)

Intern

Analyse tm. Q2 2023 (28 juli 2023, record groei in Q2 2023 ?)
Analyse tm. Q1 2023 (10 mei 2023, met revisie van de cijfers voor Q4 2021 tm. Q3 2022)

Analyse tm. Q4 2022 (6 februari 2023, met bespreking segmentaties kleinverbruik / grootverbruik in 2022)
Analyse tm. Q3 2022 (27 oktober 2022, met de volledige revisie van de data voor Q3 2019 tm. Q2 2020, en Q3 2022 toegevoegd)
Analyse tm. Q2 2022 (21 juli 2021, nog met de niet aangepaste, "artificiële" verdeling van de data voor Q3 2019 tm. Q2 2020)
Analyse tm. Q1 2022 (26 april 2021)

Voor eerdere gedetailleerde besprekingen van de PV statistieken bij Liander, zie paragraaf bronnen in de analyse van de status van oktober 2021


2 november 2023: VertiCer update oktober 2023 - eerste 10 maanden 1.127 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 33% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022. Voor uitgebreide toelichting van de voorliggende historie van de CertiQ data voor gecertificeerde zonnestroom in Nederland, zie de bespreking van 7 maart jl (februari rapportage). Voor de transitie van CertiQ naar de nieuwe organisatie VertiCer, zie introductie in de recente analyse, van 19 juli jl.

In de huidige rapportage brengt Polder PV de nieuwe resultaten uit de data rapportage van VertiCer, voor de maand oktober 2023, en voor september voor de reeds verstrekte Garanties van Oorsprong voor gecertificeerde PV projecten. Met daarin deels weer gewijzigde (maand) cijfers sedert augustus 2021. Wederom is er géén update van nog oudere data verschenen. Ook voor die gegevens en grafieken daaromtrent, verwijs ik naar de hier boven gelinkte analyse van het oudere CertiQ rapport, waarin die gegevens wel waren bijgesteld in een separate rapportage.

Niets nieuws onder de zon

Benadrukt zal hier blijven worden, dat de voor sommigen wellicht verwarrende, continu wijzigende cijfers bij VertiCer, en haar rechtsvoorganger CertiQ, beslist geen "nieuw fenomeen" betreffen. Dit is altijd al staande praktijk geweest bij CertiQ, en wordt gecontinueerd onder VertiCer. Niet alleen werd dat zichtbaar in de soms fors gewijzigde cijfers in de herziene jaar rapportages tot en met het exemplaar voor 2019. Helaas zijn daarna geen jaarlijkse revisies meer verschenen. In een tussentijdse analyse van oorspronkelijk gepubliceerde, en toen actuele, bijgestelde, werd al duidelijk, dat de databank van de destijds alleen onder TenneT vallende dochter continu wijzigingen ondergaat, zoals geïllustreerd in de Polder PV analyse van 4 november 2020. In dit opzicht, is er dan ook niets nieuws onder de zon. De wijzigingen zijn er altijd al geweest, alleen zijn ze inmiddels, met weliswaar de nodige moeite, regelmatig zichtbaar te maken, door de nieuwe wijze van rapporteren van VertiCer.

Voordat we de huidige resultaten bespreken, blijft de belangrijke, al lang geleden door Polder PV geïntroduceerde, en tussentijds verder aangepaste disclaimer bij alle (zonnestroom) data van VertiCer / CertiQ recht overeind:

* Disclaimer: Status officiële VertiCer (ex CertiQ) cijfers
volgens maandelijkse rapportages !


I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en gemiddeld genomen steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan het bedrijf (waarna deels substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van Polder PV niet uit, dat de huidige status bij rechts-opvolger VertiCer niet (volledig) correct zal kunnen zijn. Een vierde casus diende zich aan n.a.v. het februari rapport in 2021. En, helaas, herhaalde dit zich wederom in de december rapportage van 2022.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij VertiCer, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Hierbij komt ook nog het feit, dat ooit gepubliceerde volumes in de maandrapportages, al snel bijgesteld kunnen worden door continue toevoegingen en correcties voor de betreffende maanden, bij VertiCer. Wat de directe gevolgen daarvan zijn, vindt u grafisch geïllustreerd in het artikel gepubliceerd op 4 november 2020.

Voor 2020 en 2021 zijn de consequenties van deze continu optredende bijstellingen opnieuw berekend - in de rapportage voor december 2021. Deze bijstellingen werden in analyses van de maand rapportages tot en met 2022 bijgehouden door Polder PV, waaruit o.a. de meest actuele jaargroei volumes werden berekend.

Vanaf januari 2023 is er een complete revisie van de publicatie systematiek van CertiQ in gang gezet, inmiddels gecontinueerd onder de regie van rechtsopvolger VertiCer.

CertiQ heeft op basis van diverse opmerkingen van Polder PV over deze problematiek destijds stelling genomen met belangrijke achtergrond informatie over de totstandkoming van hun cijfers.

Zie ook aangescherpte voorwaarden voor correcte invoer van installaties voor de VertiCer databank, gericht aan netbeheerders en meetbedrijven (bericht 6 september 2023). Hierbij is, voor meetprotocol-verplichte installaties achter grootverbruik aansluitingen (incl. alle SDE gesubsidieerde installaties), de datum van ondertekening van het meetprotocol door de producent gelijk aan de ingangsdatum van zijn productie-installatie, volgens de documentatie van VertiCer.

Het overzicht met de eerste cijfers over oktober 2023 verscheen in de nieuwe, drastisch gewijzigde vorm op de website van VertiCer, al direct op 1 november 2023. Referenties naar eerder verschenen historische data zijn uiteraard impliciet als CertiQ gegevens geanalyseerd, in oudere analyses.


2. Evoluties basis parameters

2a. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer juli 2021 - oktober 2023

In deze grafiek, met de meest recente actuele en gewijzigde data uit de oktober rapportage van VertiCer, en deels oudere data uit de CertiQ updates, de stand van zaken vanaf juli 2021 tm. oktober 2023. De blauwe kolommen geven de ontwikkeling van de aantallen installaties weer (ref.: rechter Y-as), voorlopig culminerend in 34.434 exemplaren, begin november dit jaar. Wat, wederom, een licht negatieve groei weergeeft van 27 projecten t.o.v. de status, eind september (gereviseerd, 34.461 exemplaren). Wel is er, t.o.v. het ook weer herziene eindejaars volume van 2022, netto bezien een groei geweest van 486 projecten in het gecombineerde VertiCer / CertiQ bestand. Wat maar liefst 79% minder is dan de groei in de eerste tien maanden van 2022 (flinke revisie: 2.286 nieuwe projecten genoteerd; voor de half-jaar volumes, zie ook nieuwe half-jaar grafiek verderop). Diverse historische data zijn wederom gewijzigd t.o.v. de september update. Zo is de stand van zaken voor eind (december) 2022 inmiddels 33.948 projecten, in de vorige rapportage waren dat er nog 33.920.

In de gele kolommen (ref. rechter Y-as, in MWp) de bijbehorende geaccumuleerde gecertificeerde PV-capaciteit, die begin november 2023 op 10.928,1 MWp is gekomen, wat, een kleine trendbreuk inluidend, weer een positieve groei inhoudt t.o.v. de gereviseerde stand voor eind september (revisie: 10.845,4 MWp). Dit kan uiteraard nog steeds substantieel gaan wijzigen in komende updates, zoals ook in alle vorige exemplaren is geschied. Afhankelijk van komende revisies van historische cijfers, lijkt de 10 GWp in dit grote PV dossier inmiddels ergens begin januari 2023 te zijn gepasseerd.

Eind 2022 is de geaccumuleerde capaciteit inmiddels op een niveau gekomen van 9.800,8 MWp. In het eerste flink gewijzigde januari rapport was dat nog 9.409,3 MWp. Voor EOY 2022 is dus alweer bijna 392 MWp / 4,2% meer volume bijgeschreven dan oorspronkelijk gerapporteerd.

Met de huidige, gereviseerde cijfers, is de nog zeer voorlopige groei in de eerste 10 maanden van 2023 ruim 1.127 MWp geweest. Dat is, zoals al aangegeven in de eerdere maandrapportages door Polder PV, een forse afkoeling van de marktgroei, zelfs al weten we dat alle cijfers nog regelmatig zullen worden bijgesteld. In dezelfde periode in 2022 was het - nu weer aangepaste - groei volume namelijk 1.674 MWp. De toename in 2023 is dus tot nog toe bijna 33% lager dan het nu bekende nieuwe volume in 2022 in de maanden januari tm. oktober. Dat is wel een significant minder hoog verschil, dan bij de aantallen nieuwe projecten: de bij VertiCer instromende nieuw geregistreerde projecten* blijven gemiddeld genomen dus nog steeds groter worden qua omvang. Ook is het verschil, t.o.v. de toename in 2022, weer verder afgenomen in vergelijking met de status in de september rapportage (toen nog bijna 46%).

In de groene curve is de uit voorgaande parameters berekende systeemgemiddelde capaciteit voor de gehele gecertificeerde populatie PV-projecten bij VertiCer, in kWp (referentie linker Y-as) weergegeven. Dit blijft door de bank genomen almaar toenemen, en is sedert eind 2022 verder gegroeid, van 288,7 naar 317,4 kWp, eind oktober dit jaar. Vanwege de tijdelijk (?) negatieve groei in februari, is het systeemgemiddelde vermogen toen ook tijdelijk iets terug gevallen, maar nam het in maart tm. oktober weer op een bescheiden niveau toe. Ook deze onregelmatigheid kan in latere updates worden "glad gestreken". De laatste maanden leek het systeemgemiddelde vermogen duidelijk te stabiliseren, maar in oktober is er toch weer een duidelijke toename te zien.

Links in de grafiek vindt u ook de meest recent bekende EOY cijfers voor 2021 weergegeven. Die zijn ditmaal weer licht gestegen van 31.427 naar, momenteel, 31.430 projecten, respectievelijk, van 7.843,5 naar 7.845,2 kWp. Deze data zijn belangrijk voor de vaststelling van de aangepaste jaargroei cijfers voor 2022, zie paragraaf 3d.

* Beter: "het netto overblijvende nieuwe volume, wat het verschil is tussen de (niet qua volume geopenbaarde) uitschrijvingen en de volumes aan nieuwe inschrijvingen".

2b. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer EOY 2009 - 2022 (- 2023)

Ik geef hieronder de begin dit jaar volledig gereviseerde grafiek met de evolutie van de eindejaars-accumulaties weer, waarbij alleen de nu bekende weer gewijzigde cijfers in het oktober rapport van VertiCer, voor de jaren 2021 en 2022, zijn toegevoegd. Alle oudere data zijn ontleend aan eerder gepubliceerde CertiQ updates. Waarvan nog geen eventuele herziening bekendgemaakt is na 1 maart 2023. In onderstaande grafiek zijn vanaf de vorige update ook de nog zeer voorlopige, bovendien onvolledige, cijfers voor 2023 achteraan toegevoegd (gearceerde kolommen, status eind oktober 2023).

Deze tweede grafiek in deze sectie geeft niet de maandelijkse progressie (paragraaf 2a), maar de evolutie van de eindejaars-accumulaties van 2009 tm. 2022 (en status tm. oktober 2023) weer, met alle ondertussen weer gewijzigde data in de huidige VertiCer update. De opbouw van de grafiek is vergelijkbaar met die voor de laatste maand-cijfers, maar om alle data in 1 grafiek te krijgen zonder extreme verschillen, is de Y-as voor alle drie de parameters hier logarithmisch gekozen. Het aantal installaties is fors toegenomen, van 3.767 exemplaren, eind 2009, naar, inmiddels, 33.948, eind 2022, resulterend in een Compound Annual Growth Rate (CAGR) van gemiddeld 18,4% per jaar in 2009-2022. Eind oktober 2023 staat de teller alweer op 34.434 projecten (nog zeer voorlopige data).

Bij de capaciteits-ontwikkeling is het echter nog veel harder gegaan. Deze nam toe van 18,7 MWp, eind 2009, tot alweer 9.800,8 MWp, eind 2022. Resulterend in een byzonder hoge CAGR, van gemiddeld 61,9% per jaar (!). Wel begint er, voorstelbaar, na zo'n langdurige, spectaculaire groei periode, een afvlakking zichtbaar te worden in de expansie. Wat veel te maken heeft met overal optredende problemen met beschikbare netcapaciteit, gestegen project kosten, beschikbaar personeel, etc. Begin november 2023 is de capaciteit doorgegroeid naar een voorlopig volume van 10.928,1 MWp. Daar moet sowieso nog 3 maanden aan aanvullend vermogen bij worden opgeteld, nog afgezien van alle wijzigingen die er ook nog zullen gaan komen.

Historische bijstellingen

Dat de cijfers in de databank behoorlijk worden bijgesteld, bezien over een langere periode, laten de nu actuele eindejaars-cijfers voor 2021 weer goed zien. Die zijn momenteel namelijk 31.430 installaties, en een verzamelde capaciteit van 7.845,2 MWp. In het "klassieke" maandrapport voor (eind) december 2021, alsmede in het gelijktijdig verschenen eerste jaaroverzicht, waren die volumes nog maar 30.549 installaties, resp. 7.417,8 MWp. In de huidige cijfer update, zijn de verschillen t.o.v. de oorspronkelijke, "klassieke" maandrapport opgaves van, destijds, CertiQ, derhalve, opgelopen tot bijna 2,9% (aantallen), resp. bijna 5,8% (capaciteit). Uiteraard hebben deze continu voorkomende bijstellingen ook gevolgen voor de uit de EOY cijfers te berekenen jaargroei volumes (YOY).

Uit voorgaande twee parameters werd door Polder PV weer de gemiddelde systeem-capaciteit aan het eind van elk kalenderjaar berekend (groene curve in bovenstaande grafiek). Ook deze nam spectaculair toe, van slechts 5,0 kWp, eind 2009 (bijna uitsluitend kleinere residentiële installaties), tot alweer 288,7 kWp, eind 2022 (bestand VertiCer inmiddels gedomineerd door duizenden middelgrote tot zeer grote projecten incl. zonneparken). Een factor 58 maal zo groot, in 13 jaar tijd. Wat de enorme schaalvergroting in de projecten sector goed weergeeft. Tm. oktober 2023 is er momenteel een verhoging zichtbaar, naar ruim 317 kWp. Maar daar kan nog wel het een en ander aan wijzigen, gezien de te verwachten bijstellingen voor zowel capaciteit als aantallen projecten.


3. Maandelijkse, kwartaal-, half-jaar- en jaarlijkse toenames aantallen en capaciteiten bij VertiCer

3a. Maandelijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer augustus 2021 - oktober 2023

Ook al moet ook bij deze grafiek de waarschuwing, dat de cijfers nog lang niet zijn uitgekristalliseerd, en we nog de nodige bijstellingen kunnen verwachten, de trend bij de nieuwe aantallen projecten door VertiCer, en rechtsvoorganger CertiQ, geregistreerd van maand tot maand, laten, ook in de huidige versie van oktober 2023, een zeer duidelijke afkoeling van de PV-projectenmarkt zien sedert de zomer van 2021. Werden er in januari 2022 nog netto 385 nieuwe gecertificeerde PV-projecten bijgeschreven, is dat in de rest van het jaar al zeer duidelijk minder geworden, en vanaf augustus dat jaar zelfs zeer sterk "afgekoeld". Met wat ups en downs, is het laagste volume voorlopig bereikt in november 2022, met, inmiddels, 90 nieuwe installaties. Daarna veerde het weer even op, daalde stapsgewijs, leidde tijdelijk tot een "nihil-groei" in juli, en bereikte in augustus - oktober 2023 zelfs netto negatieve groei cijfers van, deels alweer bijgesteld, -49 tot -27 projecten in deze update. Eerder getoonde negatieve groeicijfers voor de maanden maart tm. juni zijn inmiddels omgezet in positieve aanwas, a.g.v. de voortdurend wijzigende historische cijfers in de VertiCer bestanden. Dit zal ongetwijfeld ook volgen voor de maanden waar nu nog "nulgroei" danwel "negatieve groeicijfers" voor zijn afgeleid. In de huidige update zijn voor 17 maanden de waarden inmiddels weer aangepast sinds het exemplaar tm. september 2023. De oudste (kleine) wijziging was voor augustus 2021 (1 extra project toegevoegd).

Al zal de nu nog vastgestelde "negatieve netto groei" in augustus tm. oktober beslist ook nog in positieve zin ombuigen in latere updates, zoals in het recente verleden is geschied, de trend is bij de aantallen onmiskenbaar: er worden, netto bezien, nog maar relatief weinig netgekoppelde projecten bijgeschreven bij VertiCer, per maand. Een van de redenen kan zijn, dat er een toenemend aantal uitschrijvingen uit de databank van de Gasunie/TenneT dochter is begonnen, die de instroom (tijdelijk) afremt of zelfs overvleugelt. Een belangrijke reden kan hierbij zijn de beginnende uitval van de oudste onder SDE 2008 gesubsidieerde kleine projectjes, die immers 15 jaar subsidie konden genieten. We moeten gaan zien hoe het verloop bij de aantallen zich ontwikkelt, nu de subsidie termijn voor de eerste projecten aan het aflopen is. Uiteraard betekent uitschrijving uit de VertiCer databank verder beslist niet dat de betreffende projecten fysiek zijn, of worden verwijderd. Ze kunnen nog vele jaren lang met een aardig rendement worden ge-exploiteerd door de eigenaren, zonder SDE-gerelateerde inkomsten. Hier is byzonder weinig zicht op, cijfers over het al of niet verder exploiteren van deze oudere projecten ontbreken in het geheel in statistiek moeras Nederland.

Een vergelijkbare grafiek als voor de aantallen (vorige exemplaar), maar ditmaal de ermee gepaard gaande maandelijkse toename (of zelfs tijdelijk zelfs afname) van de capaciteit van gecertificeerde PV-projecten, in MWp. De evolutie laat een nogal afwijkend beeld van dat bij de aantallen zien, met sterk fluctuerende verschillen tussen de maanden onderling. Ook deze kunnen uiteraard naderhand nog worden bijgesteld. De "netto negatieve groei" in september 2022, al gesignaleerd in het januari rapport, is uiteindelijk in latere updates in ieder geval omgeslagen in "normale, positieve groei", van, inmiddels, 73,1 MWp. De ook al hoge piek in januari 2023, nog 354,4 MWp in de januari rapportage zelf, is sedert dat rapport continu verder opgeplust, en geeft in de huidige rapportage van oktober al een netto groei t.o.v. eind 2022 van 432,0 MWp aan. In het "klassieke" CertiQ december rapport van 2022 was nog een zeer hoge november piek zichtbaar bij de capaciteit. Het lijkt er op, dat een groot volume daarvan naar het begin van het nieuwe jaar is geschoven (de vermoedelijke feitelijke datum van netkoppeling). Ook in januari 2022 zagen we eerder al een "nieuw-jaars-piek", maar die is duidelijk kleiner, inmiddels neerkomend op 306,7 MWp nieuw volume (ongewijzigd sedert de vorige 3 updates).

Voor februari 2023 was er aanvankelijk een magere positieve groei van 28,1 MWp positief. Deze sloeg echter in de maart rapportage om in een enorme negatieve bijstelling van 316,1 MWp negatief (!), bij een netto aanwas van 65 nieuwe projecten. In de april update was er een marginale opwaartse correctie naar 312,3 MWp. In de rapportages voor mei tm. oktober is de negatieve "groei" verder fors geslonken naar, inmiddels, minus 208,1. Zoals al vaker gemeld, kunnen de redenen voor zulke, soms aanzienlijke bijstellingen, zeer divers zijn, zoals destijds gerapporteerd door CertiQ na vragen van Polder PV daar over (artikel 16 januari 2023). Mogelijk is, of zijn, er wellicht (deels) correctie(s) geweest van de hoge ("record") capaciteit weergegeven voor de maand januari ?

Het eerst gepubliceerde resultaat voor maart 2023 was 197,4 MWp, en is na diverse neerwaartse en positieve wijzigingen inmiddels weer gegroeid naar 219,1 MWp in de huidige update. De rapportage voor april 2023 begon weer met een netto negatieve "groei" van 15,4 MWp, maar is inmiddels omgeslagen naar een positieve aanwas van 189,6 MWp. Voor mei werd aanvankelijk een bijna nihil groei gepubliceerd, maar ook dat is in de rapportages tm. oktober inmiddels een voorlopige groei van 157,8 MWp geworden. In juni was het eerste resultaat een zeer kleine netto negatieve groei van -0,7 MWp, inmiddels is dat omgezet in een sterk positieve groei van 120,1 MWp. Juli begon wederom negatief, met netto -14,6 MWp, en is inmiddels positief geworden, 50,1 MWp. Augustus begon op minus 25,5 MWp, en zit inmiddels iets positief, op 37,1 MWp aanwas. September begon met minus 41,6 MWp, maar is in de huidige update al sterk in positieve zin gegroeid, naar +46,8 MWp. Oktober gaf weer een trendbreuk te zien: het eerste gerapporteerde cijfer is al flink positief, 82,7 MWp groei. Dit zou te maken kunnen hebben, met het feit dat de meeste grotere zonnepark projecten vaak aan het eind van het jaar netgekoppeld worden opgeleverd, maar dat is speculatie.

In de huidige update zijn ook voor 17 maanden de nieuwe capaciteit volumes inmiddels weer, allemaal opwaarts, aangepast sinds het exemplaar tm. september 2023.

Als we de nieuwe maandvolumes voor de eerste tien maanden bij elkaar optellen, komen we voor 2022 op een groei van 1.674 MWp uit, voor 2023 33% minder, slechts 1.127 MWp. Dit wordt, in eerste instantie, vooral veroorzaakt door het (fors) negatieve maandgroei cijfer voor februari. Bij de aantallen waren de verschillen nog veel groter (79% minder netto nieuwe projecten). Zelfs bij de verwachting, dat deze cijfers nog flink verder bijgesteld zullen gaan worden, moet de conclusie nu al luiden, dat de groei in het huidige jaar significant lager zal uitpakken dan in 2022.

3b. Kwartaal groeicijfers QIV 2021 - QIII 2023

In een vorige update heb ik de kwartaal cijfers weer van stal gehaald en in grafiek weergegeven tm. de toen net "volledig", geworden cijfers voor de kwartalen QIV 2021 tot en met QI 2023. In het huidige exemplaar heb ik de soms weer licht gewijzigde data gebruikt, en nog lang niet definitief vastgestelde, ook aangepaste resultaten voor QII - QIV 2023 rechts toegevoegd. Met name laatstgenoemde volumes zullen nog fors wijzigen, gezien de continu door Polder PV bijgehouden data historie van VertiCer en haar rechts-voorganger CertiQ. Voor QIV is natuurlijk sowieos nog maar een eerste maand resultaat bekend (oktober, gearceerde kolommen), waar (a) nog 2 maand volumes aan moeten worden toegevoegd, én (b) alle nakomende toevoegingen nog bij opgeteld zullen moeten gaan worden.

Wederom met bovengenoemde disclaimer in het achterhoofd, waardoor de verhoudingen tussen kwartalen onderling dus ook nog lang niet vaststaan, lijkt een conclusie wel al duidelijk getrokken te kunnen worden: Zowel de aantallen netto nieuw geregistreerde PV projecten per kwartaal, als de daarmee gepaard gaande capaciteit volumes, zijn sinds het eerste kwartaal van 2022 in globale zin stapsgewijs beduidend afgenomen. En lijkt de PV projecten markt in Nederland dus duidelijk af te koelen, waarvoor ook diverse andere aanwijzingen zijn. Het aantal nieuwe projecten per kwartaal is afgenomen van, momenteel, 902 exemplaren in QIV 2021, tot nog maar 408, met de nu bekende cijfers, voor QI 2023, en zelfs nog maar 192 in QII dit jaar. QIII geeft nu nog een netto negatieve groei van -87 projecten weer, al is de verwachting dat dit cijfer nog flink zal gaan wijzigen (waarschijnlijk > positief wordend). Oktober / QIV zit momenteel op netto minus 27 projecten, waarvoor uiteraard hetzelfde geldt.

Bij de nieuwe gerapporteerde netto capaciteit is het verhaal minder pessimistisch. Het netto volume per kwartaal nam even toe, van, momenteel, 557 MWp in QIV 2021, naar 627 MWp, in QI 2022, maar is daarna ook, gemiddeld genomen, aantoonbaar minder geworden. Om een voorlopig dieptepunt te bereiken in QIV 2022, met 357 MWp nieuw gerapporteerd volume, gebaseerd op de huidige cijfers. Daar is inmiddels duidelijk verbetering in gekomen. Met 443 MWp in QI 2023, al is dat slechts 71% van de groei in QI in 2022 (627 MWp). Voor de aanwas in QII 2023 geldt momenteel een netto groei van 468 MWp, waar later nog e.e.a. aan zal gaan wijzigen, vermoedelijk in positieve zin. Het niveau is daarmee momenteel gestegen naar 96% van de 487 MWp in QII 2022, en kan dus, in theorie, een iets grotere omvang gaan bereiken, als er later nog veel volume aan wordt toegevoegd. De nog zeer premature aanwas in QIII is inmiddels al 134 MWp in de plus, voor oktober (1e resultaat voor QIV) was het al 83 MWp). De volumes voor in ieder geval de laatste twee kwartalen gaan beslist in een later stadium nog fors opwaarts aangepast worden. De verwachting daarbij is, mede vanwege gecontinueerde hoeveelheden uit de databank van VertiCer uitgeschreven (meestal relatief kleine) projecten, dat de aantallen laag zullen blijven.

Hoe dit bij de capaciteit van gecertificeerde projecten zal gaan verlopen is nu nog even spannend. Maar verwacht hierbij geen plotselinge hoge groeicijfers, die zijn niet meer haalbaar in ons land. En met het nu al beruchte, recent aangekondigde verbod voor nieuwe zonneparken in Nederland, zal het groeitempo in de projecten sector stapsgewijs verder gaan opdrogen, zelfs al zouden er meer (grote !) daken worden ontsloten.

Voor de evolutie van de gemiddelde systeem omvang (per maand), zie ook de grafiek onder paragraaf 2a.

3c. Halfjaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer 2022-2023 HII

Omdat de eerste resultaten voor het 1e half-jaar van 2023 beschikbaar waren gekomen, en alweer gewijzigd, heb ik in een vorige analyse ook weer de "half-jaar grafiek" van stal gehaald. Die had ik voor het laatst gepubliceerd op basis van de CertiQ data in het bericht van 9 januari 2023. Het huidige exemplaar bevat echter alleen de laatst bekende resultaten gebaseerd op de compleet gereviseerde publicatie systematiek bij VertiCer. De (aangepaste) cijfers voor de tweede jaarhelft van 2021 zijn niet volledig bekend, vandaar dat we nu nog slechts de resultaten vanaf de 1e jaarhelft van 2022 kunnen laten zien, tm. de nog zeer premature cijfers voor HII 2023 (oktober).

Ook uit deze halfjaarlijkse groei cijfers blijkt duidelijk een afkoeling van de projecten markt, zoals dominant vertegenwoordigd in het VertiCer dossier. Bij de aantallen projecten nam de half-jaarlijkse aanwas af, van 1.515 nieuwe projecten in HI 2022, via 1,003 stuks in HII 2022 (34% minder), naar nog maar een (voorlopige) groei van slechts 600 nieuw in HI 2023. Wederom 40% minder. Achteraan vinden we (gearceerd) de eerste resultaten voor de tweede jaarhelft van 2023, met nog slechts voorlopige data voor juli tm. oktober, een netto negatieve groei van -114 installaties), en nog veel addities en wijzigingen te verwachten.

Bij de capaciteit namen de nieuwe volumes per half-jaar minder dramatisch snel af, en is er zelfs een geringe opleving te zien. Met de huidige bekende cijfers 1.113 MWp nieuw in HI 2022, 842 MWp in HII 2022 (245% minder), en (voorlopig) 911 MWp nieuwe capaciteit in HI 2023, ruim 8% méér dan in HII 2022. Wel is de aanwas in HI 2023 nog steeds 18% lager dan in dezelfde jaarhelft in 2022. De vraag is of het verschil voldoende wordt bijgeplust in latere updates, om in de buurt van HI 2022 te gaan komen.

De tweede jaarhelft geeft, met de netto groei van, momenteel, 217 MWp voor juli tm. oktober nog slechts een geringe vingerwijzing naar de uiteindelijk vast te stellen (definitieve) groei voor dat half jaar, als alle toevoegingen en wijzigingen zijn verwerkt. Dat kan nog wel even gaan duren.

Een aspect is in ieder geval duidelijk: de afname van de groei sedert HI 2022 is voor de capaciteit in relatieve zin "beperkt", t.o.v. de zeer forse daling bij de netto aantallen nieuw geregistreerde projecten bij VertiCer. Gecombineerd met de sterke afname van de aantallen (overgebleven) geregistreerde installaties, lijkt hier weer een duidelijke extra vingerwijzing naar verdere schaalvergroting van de markt zichtbaar te worden. Met gemiddeld genomen nóg grotere installaties, dan we toch nog toe al hadden gezien, in de Nederlandse projecten markt.

Mogelijk wordt deze trend nog verder versterkt, doordat er regelmatig kleinere projecten worden uitgeschreven bij VertiCer (zie tabellen onder paragraaf 5), terwijl de overblijvende (en nieuwe) projecten in de bestanden gemiddeld genomen zelf al veel groter zijn dan de oude (deels zelfs residentiële) kleine installaties. Dat kan een extra oorzaak zijn van de toenemende trend verschillen tussen de overgebleven aantallen resp. capaciteit van de geregistreerde projecten bij VertiCer.

3d. Jaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer YOY 2009 - 2022** (- 2023*)

Wederom naar analogie van de grafiek voor de eindejaars-volumes, ditmaal de daar uit afgeleide jaargroei cijfers volgens de laatste data update van VertiCer, in bovenstaande grafiek (alle drie parameters met referentie de rechter schaal, logarithmisch weergegeven). Omdat de langjarige historie het laatste halfjaar van 2023 geen update meer heeft gehad bij CertiQ, en in deze 5e update van de hand van VertiCer, is de grafiek samengesteld uit de (gereviseerde) data beschikbaar in de update van 1 maart, tot en met het jaar 2020 (toen nog bij CertiQ gepubliceerd). En zijn de nieuwe data voor 2021**, 2022**, en de eerste resultaten voor 2023*, toegevoegd, gebruikmakend van de huidige update van de data tm. oktober 2023, zoals geopenbaard door rechtsopvolger VertiCer. De grafiek toont dus de huidige situatie, met de laatst beschikbare bron-cijfers. Mochten toekomstige "historische" jaarcijfers alsnog wijzigen, en wereldkundig worden gemaakt, zullen die in latere updates worden toegevoegd aan deze grafiek.

Duidelijk is te zien dat er een verschil is in de trend bij de nieuwe jaarlijkse aantallen installaties (blauwe kolommen) en bij de nieuwe capaciteit per jaar (gele kolommen). Bij de aantallen beginnen we op een hoog niveau van 3.765 [overgebleven † !] nieuwe installaties in 2009, het gevolg van de enkele duizenden grotendeels particuliere kleine SDE beschikkingen die in de eerste jaren van de SDE (2008 tm. 2010) werden opgeleverd. Die bron droogde al snel op omdat particuliere installaties de facto uit de opvolger regelingen werden gedwongen (eis minimaal 15 kWp, later ook nog verplicht grootverbruik aansluiting), en zakte de hoeveelheid nieuwe installaties dan ook stapsgewijs naar het dieptepunt van 259 nieuwe projecten in 2014. Daarna zwol het jaarlijkse volume weer aan door een reeks van (deels) succesvol geïmplementeerde SDE "+", tot een voorlopig maximum van 5.503 nieuwe projecten in Corona jaar 2020.

Daarna is, zelfs met grote hoeveelheden nieuw beschikte projecten onder de SDE "++" regimes, het tempo weer fors afgenomen, waar met name de wijdverspreide net-problemen een belangrijke (maar niet de enige) oorzaak van zijn. In 2021 en 2022 zijn met de recentste cijfers nu netto 3.880, resp. 2.518 nieuwe projecten toegevoegd. Dat laatst bekende volume voor 2022 is slechts 46% van het record niveau in 2020.

Tot en met oktober, is in 2023 nog maar een zeer beperkt volume van 486 (netto) nieuwe projecten bekend (gearceerde blauwe kolom achteraan). Hier kan nog veel aan wijzigen, nog exclusief de nog te verwachten toevoegingen in het laatste kwartaal, dit jaar.

Capaciteit andersoortige trend

Bij de capaciteit is de jaarlijkse aanwas in de beginjaren relatief "stabiel" geweest, met wat kleine op- en neerwaartse bewegingen, van 18,7 MWp nieuw in 2009, tijdelijk zakkend naar 13,0 MWp nieuw volume in 2010, nog eens 4 jaar iets boven dat niveau blijvend, om vanaf 2015 sterk te stijgen. Dat was in het begin vooral vanwege de implementatie van de toen succesvolle SDE 2014 regeling. Er werd elk jaar weer meer capaciteit toegevoegd, tot een maximum van 2.436,9 MWp, wederom in het Corona jaar 2020. Maar ook de nieuwe capaciteit kreeg met afnemende aantallen gerealiseerde nieuwbouw projecten uiteraard klappen in de laatste twee jaren.

In 2021 was het nieuwe netto volume nog 2.005,5 MWp, dat is in 2022 momenteel nog maar 1.955,6 MWp met de huidige update. Dat is, met ruim 80% van het maximale nieuwbouw volume in 2020, in ieder geval beduidend beter dan de flinke terugval bij de aantallen nieuwe projecten (46%), maar het is en blijft een grote stap terug in de aanwas van nieuwe capaciteit. Met, uiteraard, de blijvende disclaimer, dat ook deze jaargroei cijfers nog niet "in beton zijn gegoten", en nog verder kunnen wijzigen. Opvallend blijft in ieder geval, dat met de laatste updates, het jaargroei volume voor de capaciteit in 2022 steeds dichter is toegekropen naar dat van het voorgaande jaar. Het verschil is nog maar 50 MWp.

In 2023 is in de eerste 10 maanden nog maar een netto volume bijbouw van 1.127,3 MWp geconstateerd. Als dat naar een heel kalenderjaar zou worden toegerekend, zou je, puur theoretisch, op slechts 1.353 MWp kunnen komen. Wat slechts 56% t.o.v. de toevoeging zou zijn in record jaar 2020, resp. 69% t.o.v. de nu bekende groei in het voorgaande kalenderjaar, 2022. We hebben echter ook gezien dat bijna alle recentere data nog (flink) zullen worden bijgesteld, dus vermoedelijk zal dat "substantieel hoger" gaan uitpakken. Hoe hoog, is nu echter de nog niet te beantwoorden vraag.

Gemiddelde project omvang

Wederom heb ik, uit deze uit de eindejaars-data afgeleide jaargroei cijfers, uiteraard ook weer de gemiddelde systeemcapaciteit van de nieuwe aanwinsten per jaar berekend, en getoond in de groene curve in bovenstaande grafiek (vermogen in kWp gemiddeld per nieuwe installatie). Deze vertoont, na een lichte inzinking tussen 2009 en 2010, een zeer sterke progressie, van 5,0 kWp bij de nieuwe projecten in 2009, tot alweer 776,6 kWp gemiddeld per nieuw project in 2022. Een factor 155 maal zo groot, in 13 jaar tijd. Deze enorme schaalvergroting, sterk gedreven door de oplevering van honderden zonneparken en enorme distributiecentra bomvol zonnepanelen op de platte daken, is een van de belangrijkste oorzaken, van de nieuwe realiteit bij de stroomvoorziening in Nederland: de overal zichtbaar wordende netcongestie, met name op de middenspannings-netten. Wat uiteraard ook zijn weerslag heeft gekregen op de progressie van de uitbouw van de gecertificeerde nieuwe volumes in de VertiCer databank: de uitbouw is sterk aan het vertragen.

Voor de eerste 10 maanden van 2023 is een sterke toename van de gemiddelde capaciteit zichtbaar, naar inmiddels 2.320 kWp per project (!). Echter, omdat deze maatvoering van 2 input variabelen afhankelijk is, die beiden nog flink (in beide richtingen) kunnen gaan afwijken van de huidige waarden, is er nog niet veel te zeggen over wat dit uiteindelijk op kalenderjaar basis zal gaan opleveren. Het is echter wel waarschijnlijk, dat die gemiddelde nieuwe project capaciteit op een hoog niveau zal komen te liggen, vanweg de sterk neerwaartse trend bij het aantal nieuwe projecten, bij een veel minder sterke krimp bij de nieuwe totale capaciteiten.

† Met name uit de oudere SDE regelingen, vallen regelmatig lang geleden bij VertiCer voorganger CertiQ ingeschreven projecten weg. Hier zijn verschillende redenen voor. In de uitgebreide SDE project analyses van Polder PV wordt hier regelmatig, en gedetailleerd over gerapporteerd (exemplaar 1 oktober 2023, zie hier).


4. 100 procents-grafieken en segmentatie naar grootteklasse

Een van de nieuwe mogelijkheden van de compleet herziene presentaties bij VertiCer, is de segmentatie naar grootteklasse. Daar kon tot voor kort uitsluitend iets over gezegd worden op basis van de jaaroverzichten, waar, al lang geleden op basis van een verzoek in die richting door Polder PV, inderdaad werk van gemaakt is door rechtsvoorganger CertiQ. Zoals in de eerste analyses van de januari rapportage al duidelijk werd, is dit nu ook op maandelijkse basis mogelijk. Met, we blijven dit herhalen, de waarschuwing, dat alle cijfers bijgesteld kunnen worden in latere updates, met name m.b.t. de meest recente data. Bij de al wat oudere periodes vinden wijzingen minder vaak plaats, en zijn ze meestal van een bescheiden omvang.

In het 3e artikel over de eerste resultaten van januari heb ik al meer-jaarlijkse trends laten zien bij de evolutie van de diverse grootte klasses. Inclusief een toen nog in de bestanden van CertiQ voorkomende enorme anomalie, die niet bleek te zijn hersteld (artikel 14 februari 2023). Van dat historische overzicht zijn, om onbekende redenen, tm. de huidige maand cijfers bij rechtsopvolger VertiCer, nog steeds geen updates verschenen. Maar uiteraard wel op de wat kortere termijn. De nieuwe data voor oktober 2023, en de aangepaste waarden voor de maanden in de meest recente periode daar aan voorafgaand vindt u hier onder.

4a. 100 procents-grafiek aantallen per categorie

Een zogenaamde "100-procents-grafiek" voor de evolutie trends van de 8 door VertiCer en haar rechtsvoorganger onderscheiden grootteklassen van de gecertificeerde PV-populatie die zij bijhouden, dit exemplaar voor de aantallen projecten aan het eind van elke maand. Voor eind oktober / begin november 2023 zijn de absolute waarden per grootteklasse rechts weergegeven. Globaal genomen nemen de kleinste categorieën (1-5 kWp, 5-10 kWp, en 10-50 kWp) in betekenis verder af sedert juli 2021, de impact van de grotere categorieën wordt groter. Er is echter weer een stabilisatie gekomen, omdat het tempo bij de aantallen nieuw netgekoppelde projecten onder de SDE regimes weer flink is afgenomen. In de oktober 2023 update, is het totale aantal installaties groter of gelijk aan 50 kWp, medio 2021 al meer dan de helft, met het gezamenlijke volume al op bijna 57% van het totaal gekomen (19.464 van, in totaal, 34.434 projecten). De categorie 100-250 kWp omvat het grootste aantal projecten, 7.412 exemplaren, afgezien van de kleinste installaties tot 5 kWp (8.652 stuks, eind oktober 2023, weer 7 minder dan in de september rapportage). Uiteraard hebben de grotere project categorieën, vanaf 250 kWp, relatief weinig tot bescheiden aantallen. Maar schijn bedriegt: ze omvatten de allergrootste volumes bij de capaciteit, zie de volgende grafiek.

Plussen en minnen

Een klein deel van de afnemende betekenis van de kleinste project categorieën wordt veroorzaakt door continue uitval uit het databestand van VertiCer (diverse redenen mogelijk, ook al heel lang waargenomen bij de SDE portfolio's, analyse status 1 oktober 2023). Daar staat ook weer tegenover dat volledig buiten de populaire SDE regelingen om gerealiseerde kleinschalige projecten bijgeschreven kunnen worden in de registers van CertiQ. Een fenomeen wat compleet onbekend lijkt in de PV sector in ons land, er wordt in ieder geval nooit over gerept. In de eerste 10 maand rapportages van 2023 werden er bijvoorbeeld netto 32 installaties in de kleinste project categorie uitgeschreven, maar kwam er tegelijkertijd een verrassende hoeveelheid van 133 exemplaren bij in de categorie 5 tm. 10 kWp, waarvoor normaliter beslist géén (nieuwe) SDE beschikking afgegeven kan zijn sedert SDE 2011 (zie ook tabel paragraaf 5b). Dat soort kleine projecten zijn mogelijk afkomstig uit portfolio's van bedrijven zoals Powerpeers en Vandebron, die geoormerkt garanties van oorsprong (GvO's) van door de afnemer aangewezen projecten afboeken, ter "vergroening" van de stroomconsumptie van de klant. Daar kunnen ook (zeer) kleine residentiële projecten, of bijvoorbeeld kleine installaties op scholen, gymzalen e.d. bij zitten. Om dat soort transacties te kunnen / mogen doen, moeten de betrokken projectjes ook verplicht geregistreerd worden bij VertiCer.

De grootste categorie, projecten (of eigenlijk: "registraties") groter dan 1 MWp per stuk, omvat eind oktober 2023 1.471 installaties (alweer 32 meer dan in de vorige update tm. september), wat slechts 4,3% van het totale aantal is op dat moment. Op herhaalde verzoeken van Polder PV, om deze grote "verzamelbak" verder op te splitsen, gezien de dominante hoeveelheid capaciteit in deze categorie, is, destijds, CertiQ, helaas niet ingegaan.

4b. 100 procents-grafiek capaciteit per categorie

Een vergelijkbare "100 procents-grafiek" als voor de aantallen projecten, maar nu voor de periode juli 2021 tm. oktober 2023, voor de daarmee gepaard gaande capaciteiten in MWp. Voor eind oktober 2023 zijn wederom de absolute volumes rechts weergegeven. Een totaal ander beeld is hier te zien, met "überdominant" de grootste project categorie (installaties groter dan 1 MWp). Waarvan het aandeel op het totale volume in de getoonde periode alweer flink is toegenomen, van bijna 51% eind juli 2021, tot al ruim 60% eind oktober 2023 (6.577 MWp, t.o.v. het totale volume van 10.928 MWp in die maand). Waarmee de almaar voortdurende schaalvergroting in de projecten sector wederom wordt geïllustreerd. Dit, met tevens een vingerwijzing naar het relatief bescheiden aantal projecten (vorige grafiek: 1.471 projecten in oktober 2023), terug te voeren op een steeds hoger wordende systeemgemiddelde capaciteit van de projecten in deze grootste categorie. In juli 2021 was dat nog 4.027 kWp gemiddeld, eind oktober 2023 is dat alweer toegenomen naar 4.471 kWp, een toename van 11% in ruim 2 jaar tijd.

Voor de overige categorieën blijft er dan niet zeer veel "ruimte" meer over op het totaal. Nemen we ook nog de drie opvolgende categorieën mee (flinke projecten van een halve - 1 MWp, 250 - 500 kWp, resp. 100 - 250 kWp), claimen de grootste vier project categorieën het allergrootste geregistreerde volume in de totale markt. Dit was in juli 2021 al 93,3%, eind oktober 2023 is dat 95,2% geworden. De kleinste 2 categorieën zijn op deze schaal al vrijwel niet meer zichtbaar. Hun aandeel is eind oktober 2023 geslonken naar nog maar 0,14% van totaal volume (15,4 MWp, projecten van elk 5 - 10 kWp, ondanks tussentijdse groei), resp. 0,20% (21,9 MWp, projecten van elk 1 - 5 kWp, licht verlies lijdend).

Dan resteren nog relatief bescheiden volumes voor de categorieën projecten van 50-100 kWp (totaal 362 MWp in oktober 2023), resp. 10-50 kWp (totaal 127 MWp).


5. Jaarvolume segmentaties 2022 - 2023

5a. 2022 revisited - status update eind oktober 2023

In de maandrapport analyse voor januari dit jaar publiceerde ik ook een tabel met de nieuw gereconstrueerde cijfers voor de jaargroei voor kalenderjaar 2022. Daar zijn natuurlijk in de tussenliggende rapportages weer veel wijzigingen in gekomen, waarbij ik de laatste stand van zaken in de oktober update hier onder weergeef in tabelvorm. Voor nadere toelichting, zie de analyse bij het januari rapport. Wijzigingen van de oorspronkelijke gegevens (aantallen en capaciteit) t.o.v. het voorgaande exemplaar, van september, zijn cursief weergegeven. Slechts enkele cijfers zijn ongewijzigd gebleven in de huidige versie. De meeste afgeleide cijfers zijn uiteraard (deels "achter de komma") mee gewijzigd.

Nieuwe jaarvolumes 2022 (YOY)
Aantallen
aandeel op totaal (%)
Capaciteit (MWp)
aandeel op totaal (%)
Gemiddelde capaciteit per nieuwe installatie (kWp)
1-5 kWp
-58
-2,3%
-0,078
-0,004%
1,3
5-10 kWp
50
2,0%
0,406
0,02%
8,1
10-50 kWp
218
8,7%
6,786
0,35%
31,1
50-100 kWp
421
16,7%
32,381
1,7%
76,9
100-250 kWp
787
31,3%
136,127
7,0%
173,0
250-500 kWp
518
20,6%
179,462
9,2%
346,5
500-1.000 kWp
265
10,5%
188,958
9,7%
713,0
> 1 MWp
317
12,6%
1.411,538
72,2%
4.452,8
Totaal
2.518
100%
1.955,58
100%
776,6

Aantallen nieuw "totaal" wijzigde in de huidige update, van 2.493 naar 2.518; de capaciteit "totaal" nam ook toe, van 1.946,206 MWp naar 1.955,580 MWp. De systeemgemiddelde capaciteit van de toevoegingen in 2022 veranderde mee, en is wederom door alle wijzigingen lager geworden: van 780,7 kWp naar 776,6 kWp bij de totale volumes. Zie de tabel voor de overige details bij alle segmentaties.

Overduidelijk blijft, dat de grootste groei bij de aantallen nieuwe projecten in 2022 lag bij de installaties van 100 tm. 250 kWp (inmiddels 787 nieuwe exemplaren bekend, 31,3% van totale jaarvolume), met categorie 250 tm. 500 kWp als goede tweede (518 nieuwe projecten, 20,6%). Opvallend blijft het forse volume van 317 nieuwe installaties in de grootste projecten categorie >1 MWp (12,6%, 2 exemplaren toegevoegd sinds de vorige update), waar de meeste grondgebonden zonneparken en grote rooftop installaties op distributiecentra e.d. onder vallen. Ook valt de negatieve groei van de kleinste project categorie op, er zijn inmiddels netto 58 projecten uit de databank van VertiCer "uitgeschreven" in 2022. Daarvoor zijn diverse redenen mogelijk, waar onder misschien eerste oude projecten met een SDE 2008 beschikking, die door hun subsidie termijn heen zijn, en waarvan de eigenaren actief de registratie bij de rechtsopvolger van CertiQ hebben be-eindigd.

Bij de capaciteit is het verhaal compleet anders. Hier blijft de categorie projecten groter dan 1 MWp alles veruit domineren, met maar liefst 1.411,5 MWp van het totale 2022 jaarvolume (72,2%) op haar conto, een zoveelste illustratie van de schaalvergroting in de projecten markt. De drie opvolgende categorieën kunnen nog enigszins - op grote afstand - meekomen, met aandelen van 9,7, 9,2, resp. 7,0% van het totale toegevoegde project volume (capaciteit). De kleinste 3 categorieën doen uitsluitend voor spek en bonen mee bij dit grote projecten-geweld (aandelen 0,35% of veel minder bij de capaciteit).

5b. Groei in de eerste 10 maanden van 2023 - status update 1 november 2023

Naar analogie van de - gewijzigde - cijfers voor de nieuwe aanwas in heel 2022 (vorige tabel), geef ik hier onder de uiteraard nog zeer voorlopige data voor de als "zeer rustig" te bestempelen eerste tien maanden van 2023 (cumulatie januari tm. oktober), volgens de cijfers in het laatste maandrapport verschenen op de VertiCer website:

Nieuwe "jaar" volume 2023 (jan. tm. okt.)
Aantallen
aandeel op totaal (%)
Capaciteit (MWp)
aandeel op totaal (%)
1-5 kWp
-32
-6,6%
-0,035
-0,003%
5-10 kWp
133
27,4%
1,174
0,10%
10-50 kWp
-80
-16,5%
-2,760
-0,24%
50-100 kWp
89
18,3%
7,098
0,63%
100-250 kWp
78
16,0%
12,598
1,1%
250-500 kWp
82
16,9%
24,299
2,2%
500-1.000 kWp
85
17,5%
63,186
5,6%
> 1 MWp
131
27,0%
1.021,741
90,6%
Totaal
486
100%
1.127,301
100%

Uit dit overzicht blijken 2 zaken kristalhelder: de groei is in de eerste 10 maanden van 2023 in bijna alle kleinere categorieën "niet van betekenis" geweest, en/of, vanwege de vele wijzigingen in de actuele databestanden bij VertiCer, hebben deze zelfs (tijdelijk ?) tot negatieve groeicijfers geleid t.o.v. de herziene status aan het begin van het jaar (= status EOY 2022, vorige tabel). Er zijn vanaf begin dit jaar nogal wat wijzigingen geweest in de updates van dit jaar. Sommige voorheen "negatieve groeicijfers" zijn inmiddels omgeturnd in positieve exemplaren, en vice versa. Nogmaals wijs ik op het oorspronkelijke, uitgebreide commentaar van CertiQ, hoe dergelijke (tijdelijke) negatieve groeicijfers en wijzigingen daarin tot stand kunnen komen in hun databestanden. Het berekenen van systeemgemiddeldes bij negatieve groeicijfers heeft niet zoveel zin, dus die heb ik voor dit specifieke overzicht voorlopig weggelaten. Dat komt later wel, als er enig zicht is op volledige jaarcijfers.

Negatieve groei cijfers zijn er voor zowel aantallen als bij de capaciteit bij de categorieën 1-5 kWp (-32, resp. -0,035 MWp), en 10-50 kWp (-80, resp. -2,760 MWp).

In totaal zijn er netto bezien dit jaar nog maar 486 nieuwe projecten bijgekomen in de eerste 10 maanden, 85 meer dan in de voorgaande update. Dat zal nog wel aardig bijgesteld kunnen gaan worden in komende updates. Het is in ieder geval extreem laag, dat is al een tijdje duidelijk. Een neergaande trend bij de netto bijkomende projecten was al veel langer zichtbaar in de klassieke maand rapportages. Zie de eerste grafiek in de analyse van het laatste "gangbare" maandrapport van rechtsvoorganger CertiQ (december 2022). Deze trend lijkt zich te hebben versterkt, vooral bij de netto aantallen nieuwkomers.

Gezien vele problemen in de markt "redelijke" groei van capaciteit

Wat overblijft, is het enige positieve punt, namelijk de groei van de capaciteit, ondanks de vele, structurele problemen in de markt (met name voorhanden netcapaciteit en hogere project kosten). De facto is die vrijwel exclusief neergekomen op een toename in, het wordt eentonig, de grootste project categorie (registraties per stuk groter dan 1 MWp). Want daar werd tussen januari en begin november dit jaar al een "behoorlijke" 1.021,7 MWp aan toegevoegd, bijna 91% van het totale nieuwe volume van 1.127,3 MWp.

De in een vorige update gerapporteerde disclaimer, dat voor de grootste project categorie een schier onmogelijk hoog project gemiddelde van 31,5 MWp per project resulteerde voor het eerste kwartaal, lijkt met de diverse gepasseerde latere forse bijstellingen in ieder geval alweer achterhaald, zoals toen ook al voorspeld. Het gemiddelde met de huidige cijfers is, over de 1e tien maanden van dit jaar inmiddels uitgekomen op een veel "logischer" gemiddelde van 7,8 MWp voor de grootste project categorie. Dat ligt echter nog steeds op een hoog niveau. Deze categorie zet een dominant stempel op het totale gerealiseerde volume, en de projecten in deze categorie zijn per stuk ook nog eens gemiddeld zeer groot.

De enige categorieën die nog enigszins iets voorstellen zijn de 2 op een na grootsten, met projecten tussen de 500 en 1.000 kWp, resp. 250-500 kWp, die momenteel cumulatief in de eerste 10 maanden een verzameling van 63 MWp, resp. 24 MWp nieuw toegevoegde capaciteit tellen. De overige categorieën stellen nog steeds weinig voor bij de nieuwe capaciteit in deze periode.


6. Evolutie van gecertificeerde zonnestroom productie / uitgifte van GvO's tm. september 2023

Ook voor deze parameter, afgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong (GvO's), geldt, dat er geen update van de historische cijfers is gegeven, behalve voor de meer recente data vanaf mei 2021. In onderstaande grafiek daarom ook alleen de situatie van de meeste recente jaren. Voor een fraaie grafiek die verder terug gaat in de tijd, zie de update in de bespreking van het februari rapport van dit jaar, en het commentaar daarbij.

De extractie van een continue reeks van zonnestroom productie data uit de nieuwe spreadsheets van VertiCer is niet eenvoudig omdat er terug gerekend moet worden naar maand van productie, er continu wijzigingen / bijstellingen zijn, en alle over verschillende periodes uitgegeven garanties van oorsprong (GvO's) voor gecertificeerde zonnestroom uiteindelijk per maand opgeteld moeten worden. Bovenstaande grafiek is het uiteindelijke resultaat, met de meest recent beschikbare reeks van mei 2021 tm. september 2023. In de maand rapportages lopen de productie resultaten altijd 1 maand achter op die van de opgestelde generator capaciteit. De productie is weergegeven in de blauwe curve (rechter Y-as als referentie, eenheid GWh = 1 miljoen kWh).

Er zijn twee "drijvende krachten" achter het verloop van deze curve. Ten eerste natuurlijk de seizoens-variabiliteit, die zich uit in hoge producties in de zomermaanden ("toppen"), resp. lage output in de wintermaanden ("dalen"). Meestal is december de slechtst producerende maand. Eerder zagen we al dat, sterk afhankelijk van de gemiddelde instralings-condities in de betreffende maand, in de zomerperiodes hetzij mei (2020), juni (2019, 2021, 2022), of juli (2017, 2018) de best performer waren bij de productie. Voor de hier getoonde recentere periode zijn de waargenomen "zomer pieken" alle 3 in juni gevallen. De piek in juni 2021 is stabiel gebleven t.o.v de vorige update (922 GWh). Die voor juni 2022 is iets opgeplust, naar een volume van 1.239 GWh aan afgegeven GvO's in die maand (ruim 34% hoger dan in juni 2021).

De tot nog toe gecertificeerde productie in juni 2023 is weer verder opgeschroefd, naar een nieuw record niveau van 1.511 GWh, in de huidige revisie. Dat is al bijna 22% hoger dan in juni 2022. Anton Boonstra had voor heel Nederland, voor juni 2023, 11% meer instraling vastgesteld dan in juni 2022, de maand was dan ook "record zonnig" volgens het KNMI. Dit opmerkelijke resultaat voor juni is dus niet verbazingwekkend. Dat, in combinatie met de continu voortschrijdende nieuwbouw van PV projecten (al dan niet met SDE subsidie), maakt dat we eind juni dit jaar al een (gecertificeerd) productie record te pakken hebben. In de vorige rapportage lag het toen bekende resultaat voor juni nog op een niveau van 1.504 GWh, dus er zijn wederom wat productie certificaten voor die recordmaand bijgeschreven in de huidige update, en de verwachting is dat die piek nog wel wat hoger zal gaan worden in komende updates.

De piek volumes uit met name de laatste 2 jaar zullen later ook nog enigszins kunnen worden bijgeplust. Zeker van de kleinere projecten, die niet maandelijks door een meetbedrijf worden gemeten, komen productiecijfers namelijk heel erg laat pas beschikbaar, en worden ze dan pas aan de databestanden van VertiCer toegevoegd. En worden ze "zichtbaar" in de hier getoonde productie historie.

Juli duidelijk minder productie dan juni

Het eerste resultaat voor juli 2023 laat een scherpe neerwaartse knik in de grafiek zien, en komt, nog zeer voorlopig, uit op een productie van 1.174 GWh in die maand. Ten eerste was juli, i.t.t. juni, een historisch bezien "normale" maand wat het aantal zonne-uren betreft. Boonstra meldde dat er in die maand 11,3% minder instraling was dan in juli 2022, en productie is altijd direct gerelateerd aan de hoeveelheid instraling, dus een lagere output voor juli was sowieso al de verwachting.

Ten tweede. In juli 2023 steeg het aantal uren met negatieve prijzen op de stroommarkt behoorlijk, volgens de bekende grafiek van Martien Visser van Entrance op "X" (28 oktober 2023). Het kan beslist zo zijn geweest, dat hierdoor met name grotere projecten tijdelijk hun productie hebben gestaakt, om geen geld te moeten betalen i.p.v. te ontvangen. Geen productie = geen GvO's. De omvang daarvan is echter nog steeds een aardig mysterie, want die afschakelingen worden bij mijn weten niet nationaal bijgehouden cq. geopenbaard ...

Ten derde, was het midden in de vakantie, en kunnen dus mogelijk nog een hoop niet verwerkte data missen a.g.v. onderbezetting bij VertiCer. En sowieso, komen er altijd al productie data pas later beschikbaar. Pas aan het eind van dit jaar kunnen we een wat zinniger beeld krijgen van de verhouding van de productie in juli t.o.v de voorgaande periode.

Augustus 2023 zit momenteel op 1.028 GWh, wat bijna 12% lager is dan de 1.164 GWh, die tot nog toe voor augustus 2022 door VertiCer zijn uitgegeven.

Voor september 2023 is nu voor het eerst een cijfer beschikbaar. Tot nog toe is er voor 870 GWh aan GvO's afgegeven, waar uiteraard nog veel bij zal gaan komen. Standaard bij de GvO data van VertiCer is, dat de eerstpublicatie voor een willekeurige maand al het grootste volume GvO's voor die maand oplevert. Afgiftes die later worden gepubliceerd, zijn al veel geringer van omvang, en worden stapsgewijs kleiner qua volume. Het "doorsijpelen" van later afgegeven GvO's, die met terugwerkende kracht voor de betreffende maand worden bijgeschreven, kan echter heel lang doorgaan. Dat kan minstens langer dan een jaar duren in veel gevallen.

Het nu bekende eerste volume voor september is al 14% meer, dan de al meer geconsolideerde uitkomst voor september 2022 (766 GWh). Dit is in lijn met het feit, dat Anton Boonstra uit de KNMI data 6,8% meer horizontale instraling in september 2023 heeft berekend dan in september 2022 (platform "X", 1 oktober 2023). Het is verder ook waarschijnlijk dat het, met name voor september 2023, nog flink meer zal gaan worden door nieuwe bijschrijvingen die later worden verwerkt door VertiCer.

De tweede drijvende kracht achter deze curve is uiteraard de in het recente verleden zeer onstuimige groei van de projecten markt, met telkens flink meer, gemiddeld genomen steeds grotere PV projecten, wier nieuwe productie volumes in de loop van het kalenderjaar toegevoegd worden aan de output van het eerder al bestaande productie "park". Dat is dé drijvende kracht achter de steeds hoger wordende pieken (bovenop de verschillen in instraling van jaar tot jaar). De groei van capaciteit is echter in 2023 duidelijk afgezwakt, zoals eerdere grafieken in deze bijdrage laten zien. Maar alle nieuwe capaciteit zal bijdragen aan het verhogen van de pieken, zelfs al hebben ze in toenemende mate oost-west opstellingen.

Progressie in winter"dips"

In de productie curve is goed te zien dat de zogenaamde "winter-dips" ook op een steeds hoger niveau komen te liggen, a.g.v. de almaar toenemende productie capaciteit, die ook in de winter aan een toenemende hoeveelheid zonnestroom productie bijdragen. In deze laatste update blijkt december 2022 een iets lager bijgesteld volume te tonen, dan in de september rapportage van VertiCer en haar rechtsvoorganger. December 2022 komt inmiddels uit op 135,3 GWh. Dat is wel al 12,1% hoger dan in december 2021 (120,7 GWh), en is zelfs al ruim een factor 4,5 maal het niveau van de "dip" in het winterseizoen van 2017/18 (jan. 2018 29,8 GWh, zie eerder gepubliceerde historische grafiek). De verwachting is dat met name de recentere maand productie cijfers later nog wat opgeplust zullen gaan worden.


7. Jaarproducties volgens Garanties van Oorsprong

Een herziene versie van de grafiek met de jaarlijkse uitgifte van Garanties van Oorsprong (GvO's) werd gegeven in de analyse van de februari cijfers (link). Er is nog steeds geen nieuwe revisie van de oudere cijfers, alleen van de data vanaf mei 2021. Omdat de oudere cijfers ondertussen flink gewijzigd kunnen zijn, kunnen er nog geen nieuwe totale volumes worden bepaald.

Als we alleen naar de geregistreerde volumes in de data van de huidige update van 1 november 2023 kijken, zou 2021 in totaal 4,5 TWh gecertificeerde productie hebben, en 2022 al ruim 8,5 TWh, exclusief alle andere volumes van niet bij VertiCer geregistreerde installaties (waar onder vrijwel de gehele residentiële markt). In de eerste 9 maanden van 2023 is tot nog toe al bijna 8,0 TWh gecertificeerde zonnestroom productie geregistreerd. Dat is al 78% meer dan het totale jaarvolume van 2021. Dat zal later uiteraard nog flink bijgeplust gaan worden, bovendien zal ook de productie van de laatste 3 maanden van 2023 nog aan het geheel toegevoegd moeten gaan worden. Het zal daarbij interessant zijn, te zien, wat de balans zal gaan worden tussen de méér productie van de toegevoegde nieuwe gecertificeerde capaciteit in 2023, in relatie tot het feit, dat de cumulatieve instraling in de eerste 10 maanden van dit jaar, 6,8% lager lag, dan in dezelfde periode in 2022, aldus de data-extracten en waarnemingen van Anton Boonstra.


8. Bronnen

Intern - rapportages CertiQ / VertiCer 2023, aflopend gesorteerd

VertiCer update september 2023 - eerste 3 kwartalen 867 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 46% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (4 oktober 2023)

VertiCer update augustus 2023 - eerste 8 maanden 835 MWp gecertificeerde PV capaciteit nieuw, (voorlopig) 45% minder t.o.v. nieuwe capaciteit in dezelfde periode 2022 (7 september 2023)

VertiCer update juli 2023 - eerste zeven maanden 646 MWp, (voorlopig) 46% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (2 augustus 2023)

VertiCer (ex CertiQ) update juni 2023 - "negatieve maandgroei", stabilisatie capaciteit; eerste half jaar 546 MWp, (voorlopig) 49% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (19 juli 2023)

CertiQ / VertiCer update mei 2023 - "negatieve maandgroei" aantal installaties, stabilisatie capaciteit; eerste vijf maanden 356 MWp, 38% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (3 juni 2023)

CertiQ / VertiCer update april 2023 - wederom "negatieve maandgroei"; eerste vier maanden slechts 14% van nieuwe capaciteit t.o.v. zelfde periode 2022 (4 mei 2023)

CertiQ / VertiCer update maart 2023 - nieuwe en bijgestelde cijfers gecertificeerde zonnestroom, eerste kwartaal 41% van nieuw volume QI 2022 (4 april 2023)

CertiQ / VertiCer update februari 2023 - nieuwe en bijgestelde cijfers gecertificeerde zonnestroom, hoge toevoeging capaciteit januari, zeer lage hoeveelheden in februari (7 maart 2023)

Revisie van historische maand- en jaarcijfers CertiQ. Deel II. Grafieken, nieuwe jaarvolumes (hoger in 2018-2020, lager in 2021), volledige sequentie Garanties van Oorsprong. (14 februari 2023)

Januari 2023 flinke toename geregistreerde gecertificeerde zonnestroom capaciteit, 354 MWp, maar het verhaal is complexer bij CertiQ. Deel I. (8 februari 2023)

CertiQ herziet cijfer presentatie methodiek - een nieuw tijdperk ? (8 februari 2023)

Sinterklaas surprise november rapport CertiQ 2022 bleek een fopspeen: december rapport wederom "negatieve groei", 1e status update. (9 januari 2023, laatste analyse van "klassieke" maandrapportage, en links naar eerdere analyses in 2021 en 2022)

Meer licht in de duisternis (?) omtrent ontwikkeling gecertificeerde zonnestroom portfolio in (2019-) 2020 bij CertiQ. (4 november 2020; vroege signalering van sterk wijzigende historische CertiQ data door Polder PV)

Extern

Data overzichten website VertiCer (vooralsnog alleen rapportages over 2023)

NB: de oude website van CertiQ is niet meer actief, de url verwijst door naar de site van rechtsopvolger VertiCer !



1 november 2023: Zonnestroom productie Polder PV - oktober, door slecht weer en intern probleem blijvend laag. De productie bij Polder PV blijft nog steeds op een relatief laag niveau, door een haperende verbinding van / naar 1 zonnepaneel, in combinatie met somber, regenachtig weer.

In dit artikel worden de (afgeleide) primaire productie gegevens van Polder PV's oude PV-systeem voor oktober 2023 weergegeven. De data zijn verkregen uit maandelijkse meterstand opnames van de 13 micro-inverters van onze, voor het kern-systeem inmiddels al 23 jaar oude PV installatie (netkoppeling 1e vier zonnepanelen: 13 maart 2000; 2e set van 6 op 12 oktober 2001, gevolgd door kleinere toevoegingen in 2007 en 2010).

De tabel met de producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV, afgeleid van de uitgelezen meterstanden van de 13 micro-inverters aan het eind van de maanden september en oktober 2023. De maandproductie voor oktober is in het linker blok weergegeven; in het 2e blok de resultaten voor januari tm. oktober 2023; helemaal rechts ter vergelijking de specifieke productie in oktober 2022, resp. in de periode jan. - okt. 2022. Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden.

De "beste" specifieke opbrengsten in oktober 2023 werden wederom door onze oudste set panelen, 4 stuks 93 Wp modules, op 1 november 2023 reeds 8.632 dagen productief sedert de netkoppeling in maart 2000, behaald, 46,9 kWh/kWp. Dat is nog maar ruim de helft van de specifieke productie in september (88,4 kWh/kWp). Het "winterseizoen" is al flink onderweg, met veel minder zonne-uren, een ongunstiger instralingshoek van het zonlicht door een lagere zonnestand, gecombineerd met het door de bank genomen veel slechtere, sombere weer.

Bij de 2 in de voorste rij staande 108 Wp modules zijn de afgelopen tijd al gerapporteerde tegenvallende resultaten gecontinueerd, met slechts 34,8 kWh/kWp in oktober (rode band, donker rood omlijnd). Dit betreft zeer waarschijnlijk een slechte verbinding van 1 van de 2 panelen in die sub-groep. Belangrijk bij dit soort rapportages is, dat juist dit soort incidenten direct opvallen. De verliezen blijven, vanwege de micro-inverter set-up van onze installatie, beperkt, en we houden desondanks vermoedelijk toch zonnestroom productie over op jaarbasis, als de problemen niet structureel erger gaan worden. De vinger blijft aan de pols gehouden worden op dit punt, een simpele oplossing is er in ieder geval niet.

Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had in oktober een opbrengst van 44,5 kWh, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 43,6 kWh/kWp. De opbrengst was een flinke 30% lager dan in oktober 2022 (62,1 kWh/kWp).

Bij de opbrengsten van januari tm. oktober komt uiteraard een vergelijkbaar beeld naar voren, met de oudste 4 panelen het best presterend (882 kWh/kWp), en de 2 in de voorste rij staande oude 108 Wp modules het slechtst, met 647 kWh/kWp (27% slechter presterend dan eerstgenoemde groep, vermoedelijk vanwege een slechte verbinding).

KNMI bestempelde oktober 2023 als "Zeer zacht, zeer nat en vrij somber", met in de Bilt zelfs de natste gemeten oktober maand sedert de start van de metingen aldaar (1906). Dat is dus een extra verklaring voor de zwaar tegenvallende zonnestroom opbrengsten, afgelopen maand. KNMI kwam uit op slechts 110 zonuren in oktober, ruim 8% minder dan het langjarige gemiddelde (1991-2020), van 120 uren. Wat een groot contrast geeft met de voorgaande maand, september, die juist zeer zonnig was. Wederom was het Limburgse Beek "kampioen", met 135 zonuren. Leeuwarden scoorde een triest aantal van slechts 90 zonuren. Langjarig gemeten, centraal gelegen De Bilt deed het wat beter, met 100 t.o.v. 119 (langjarig gemiddeld) zonuren.

Zelfde maand vorig jaar, en periode vanaf start van het jaar

Helemaal rechts in de tabel vindt u de specifieke opbrengsten gehaald in oktober, en in de periode januari tm. oktober in het zonnige jaar 2022. Voor het hele systeem was de output in oktober 2022 maar liefst 41% hoger dan in oktober 2023 (!). Omdat in 2022 de weers-omstandigheden over langere tijd veel beter waren dan in 2023, is het verschil over de periode januari tm. oktober, net als tm. september, al 17% hoger dan in dezelfde periode in het huidige jaar (wel iets lager t.o.v. de 19% tm. augustus). 2023 blijft tot nog toe een duidelijk sterk tegenvallend jaar wat zon input, en dus ook zonnestroom productie betreft. Bij Polder PV is dat verder verslechterd door de aanhoudende problemen met 1 van de inverter / paneel combinaties.

Oktober 2023 kwam bij Polder PV qua productie van zonnestroom op de een-na-laagste positie in de "oktober rating" sedert 2001, met ruim 44 kWh (langjarig gemiddeld: 56,5 kWh) voor de kern-installatie met 10 panelen. Oktober 2020 presteerde het minst, met slechts 37 kWh. Dat was dan ook een zeer sombere maand, volgens het KNMI.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2023 heeft een lichtgele kleurstelling. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.

De spreiding van de productie in de maand oktober is, net als in september, relatief laag. De extremen liggen voor deze maand tussen de 37 kWh (oktober 2020) en ruim 73 kWh, in het voor Polder PV uitzonderlijk productieve jaar 2003.

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. In het huidige nieuwe exemplaar is, sedert het eerste maandrapport voor dit jaar, 2019 verwijderd, en 2023 toegevoegd (met nieuwe kleurstelling). Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot, met name in de lange zomerse periode. En komen ook buiten het hoge productie seizoen soms flinke extremen voor, zoals de record productie in maart 2022, en, daar tegenover staand, het zwaar tegenvallende resultaat in dezelfde maand in 2023. In mei is het verschil (in dit relatief korte tijdsbestek) een stuk kleiner, maar daar verschijnt natuurlijk wel het maand record van mei 2020 weer bovenaan in de grafiek. Geen enkele andere maandproductie heeft dat record overtroffen in de lange meethistorie bij Polder PV. Juni 2023 kwam, met de geïnterpoleerde productie, flink boven het maandgemiddelde uit, maar daarna gingen de producties, vooral door een intern probleem met een kabelverbinding, onderuit, en werden alleen nog maar subgemiddelde producties behaald. In oktober 2023 op 23% onder het langjarige gemiddelde uitkomend. De spreiding is de afgelopen vier jaar voor oktober weer opvallend groter dan in de voorgaande maand, september.

In deze derde grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle voorgaande maanden in dat jaar. Met inmiddels het resultaat van de productie van januari tm. oktober voor de jaren 2002 tm. 2023. Met behoorlijke verschillen tussen de jaren onderling, al worden die over een langere periode gemeten altijd wat minder sterk dan in kortere tijdvakken. De eerste twee jaren (2000, 2001) gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 zonnepanelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor 12 kalendermaanden is in de laatste oranje kolom weergegeven en bedraagt, voor januari tm. oktober (periode 2002-2023) 885 kWh voor dit deel-systeem.

We zien dat er minstens 4 jaren zijn die in die periode hier duidelijk bovenuit steken. Het voor Polder PV beroemde jaar 2003 blijft boven alles uit-torenen, met toen al 1.025 kWh, gevolgd door het ook al zeer zonnige jaar 2022, met 983 kWh. De overige jaren blijven daarbij duidelijk achter, met 915 kWh (2018) of minder op de teller. Januari - oktober 2023 komt, vooral vanwege de flink tegenvallende resultaten voor maart, april, en juli tm. oktober, inmiddels ver onder het gemiddelde niveau uit (achteraan weergegeven in de oranje kolom). En wel, met 831 kWh 6,1% onder dat langjarige gemiddelde. Een lichte troost: tm. mei was dat nog bijna 7%, dus het is globaal wel iets minder erg geworden. Het verschil met de cumulatieve productie van januari tm. oktober in zeer zonnig voorgaand jaar 2022 is verder toegenomen, naar 152 kWh (15,5% lager). In september 2023 was het voor het eerst, dat de laagste cumulatieve opbrengsten zijn gehaald, voor onderhavig deelsysteem bij Polder PV. Tm. oktober presteert alleen 2010 slechter, maar dat komt omdat in het najaar de installatie enkele weken van het net was gekoppeld, vanwege een flinke dak renovatie. Diverse ouderdoms-verschijnselen zijn ons antieke PV systeem parten aan het spelen, waardoor het minder goed presteert dan het vele jaren lang achter elkaar heeft gedaan.

In de grafiek wordt ook weer de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2023 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze ligt duidelijk lager dan het gemiddelde, op 873 kWh. De productie in de eerste 10 maanden van 2023 ligt daar 4,8% onder.

In deze grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. In een recente versie, die het hele kalenderjaar 2022 reeds toonde, voor de meeste "nieuwkomers" met zonnepanelen een absoluut record jaar, werd de op 1 na hoogste opbrengst voor het kern-systeem van Polder PV getoond. Wat lager dan de recordhouder 2003. In de lichtgele curve zijn resultaten voor de eerste tien maanden van 2023 terug te vinden. Wat aanvankelijk iets bovengemiddeld begon, maar door de fors tegenvallende opbrengsten in maart en april in cumulatie op een beduidend ondergemiddeld niveau kwam te liggen, in mei - juni weer wat werd bijgetrokken, maar in de wederom tegenvallende maanden juli tm. oktober significant onderuit ging, naar het laagste resultaat tot nog toe (excl. niet representatief jaar 2010): 831 kWh in de maanden januari tm. oktober (gemiddelde = 885 kWh).


Data Anton Boonstra e.a.

Anton Boonstra heeft, wederom zeer trouw, al direct op 1 november de inmiddels beroemde 4 kaartjes laten zien over instraling en productie gegevens, op het sociale platorm "Twitter-met-de-nieuwe-naam-X". Voor de links naar zijn kaartjes, zie het bronnen overzicht onderaan. Service to mankind bottom-up, daar kan Nederland alleen maar diep respect voor hebben ...

Instraling oktober
De horizontale instraling in oktober 2023 lag, volgens de data extracten van Boonstra, met 51,2 kWh/m², een forse 17,1% láger dan het gemiddelde niveau in oktober 2022. Bij de absolute waarden lagen de verschillen per provincie tussen de 45,2 kWh/m² in Groningen, en 57,6 kWh/m², in zowel Limburg, als in Zeeland. In relatieve zin, lagen de verschil percentages t.o.v. de instraling in oktober 2022 tussen de -23,7% in Groningen, en -10,2% in Limburg.

Productie oktober
Bij de productie gegevens van oktober, van 1.232 grotendeels residentiële "Tweakers" installaties op PV Output.org, was het verschil met oktober 2022 landelijk bezien zelfs 22,9% lager, met een gemiddelde specifieke opbrengst van 44,2 kWh/kWp in die maand (de helft lager dan in september). Hier scoorde Friesland in absolute zin het laagst, met 37,4 kWh/kWp. Limburg deed het, net als in september, by far het best, met gemiddeld 55,2 kWh/kWp. Relatief bezien was het verschil bij de productie t.o.v. oktober 2022 het meest negatief in Drenthe en Groningen (-28,7 resp. -28,4%), en weer relatief laag voor Limburg (-17,6%), resp. Brabant (-18,8%). Onze oude installatie in Leiden haalde slechts bijna 44 kWh/kWp (eerste tabel in dit artikel), deels vanwege algehele verouderings-verschijnselen, inclusief een haperende verbinding of andere malheur. En dat ligt, toch een beetje bemoedigend, vrijwel op het provinciale gemiddelde in Zuid-Holland.

Instraling jan. - okt.
Over de eerste 10 maanden heeft Boonstra uiteraard ook weer de gegevens gepubliceerd. De cumulatieve instraling van januari tm. oktober kwam landelijk bezien op 1.081,9 kWh/m², 6,8% onder de cumulatie in dezelfde periode in 2022. Het niveau bleef het laagst in provincie Drenthe (1.049 kWh/m²), het hoogst in usual suspect Zeeland, met 1.119 kWh/m². In relatieve zin bleven de verschillen relatief laag in Drenthe en Groningen (-4,2 tot -4,4%), al zijn ze wel wat verder opgelopen. Limburg heeft haar achterstand tm. augustus, 9,4% minder instraling, duidelijk ingehaald, en zit nog op minus 7,2%. De nieuwe rode lantaarndragers zijn bij deze relatieve verschil percentages Zuid-Holland (-7,6%), resp. provincie Utrecht (-7,8%).

Productie jan. - okt.
Bovenstaande vertaalde zich in de volgende verschillen bij de door Boonstra ge-extraheerde productie cijfers, waarbij natuurlijk ook andere factoren een rol spelen zoals (tijdelijke) uitval, al dan niet vanwege toenemende spanningsproblemen op het net in sommige lokaties (een toenemend probleem, vanwege de al hoge penetratie van residential solar), "natuurlijke" systeemfouten, mate van beschaduwing, etc. Een andere factor die in betekenis zou kunnen toenemen, is het uit (!) zetten van PV installaties ten tijde van negatieve marktprijzen, als er een dynamisch stroomcontract is afgesloten. Dan "loont" het om niet in te voeden, omdat anders geld betaald moet worden aan de energieleverancier, i.p.v. zoals te doen gebruikelijk, ontvangen...

Van de gelogde PV Output.org installaties werd een gemiddelde productie bepaald van 853,0 kWh/kWp in geheel Nederland. Dat lag 10,1% onder de productie in dezelfde periode in 2022 (948,8 kWh/kWp), het verschil is daarmee weer toegenomen, waarschijnlijk vanwege het slechte weer in nat oktober (verschil tm. september nog 9,3% minder productie). Friesland blijft nog steeds flink achter lopen, met slechts 809 kWh/kWp, Zeeland blijft veruit kampioen, met 902 kWh/kWp. Wat nu al flink boven de nog steeds gehanteerde, zeer conservatief geschatte "officiële" gemiddelde specifieke jaaropbrengst in NL ligt (875 kWh/kWp.jr). Met nog 2 winterse maanden te gaan. In relatieve zin waren de verschillen 8,4% minder productie in Groningen in deze eerste 10 maanden, tot 11,7% minder in Flevoland. In Zuid-Holland was, met 10,3% minder productie dan in 2022, het gemiddelde 867 kWh/kWp. In Leiden, gaf het kernsysteem van Polder PV, door wat ouderdoms-probleempjes, slechts 815 kWh/kWp te zien. Maar de "onverwoestbare" oudste 4 zonnepanelen kwamen wederom boven het provinciale niveau uit (882 kWh/kWp, zie tabel bovenaan dit artikel).

Siderea.nl

Zeer goed nieuws vernemen we van deze jaren lang actieve "zonnestroom opbrengsten potentie norm" website van Rob de Bree. De Landelijke opbrengst berekeningen (LOB) voor installaties met oriëntaties op zuid, resp. ditto op ZW of ZO, zijn fors uitgebreid. Er zijn nu berekeningen voor 17 in plaats van slechts 5 locaties in Nederland beschikbaar, waardoor een land-dekkend systeem is ontstaan, een zeer welkome uitbreiding van deze service. Als slagroom op de taart, zijn de LOB berekingen nu interactief op te vragen met keuze knoppen.

Voor oktober 2023 berekende Siderea.nl haalbare specifieke opbrengsten tussen de 46 kWh/kWp in Zuid Drenthe, en 63 kWh/kWp in Zuid-Limburg, voor PV systemen met ZW of ZO oriëntaties. Voor "optimale" oriëntaties op pal zuid, komt het gereviseerde portal op haalbare waarden tussen de 50 en 71 kWh/kWp bij dezelfde locaties. Deze berekende potentiële output waarden liggen meestal duidelijk hoger dan de feitelijk gemeten waarden zoals Boonstra heeft bepaald uit de data van de beschikbare PV Output.org installaties. Diverse soorten systeem "fouten", suboptimale systeem eigenschappen, en natuurlijk, toenemende problemen bij de netspanning, zijn hier waarschijnlijk debet aan. Langdurig "optimaal" presterende nieuwe installaties komen niet vaak (meer) voor, ook al omdat al talloze projecten onder suboptimale omstandigheden (hellingshoeken, inclinatie, beschaduwing, horizon belemmeringen etc.) worden gerealiseerd. Het laaghangende fruit is al lang geleden geplukt.*

Het gemiddelde over de jaren 2001-2020 voor oktober lag in de data van Siderea tussen de 56 kWh/kWp nabij Eelde in het noorden van Drenthe en 61 kWh/kWp voor Eindhoven, nabij Gorinchem, en in Zeeland, bij "gemiddelde" oriëntaties. En tussen de 64 kWh/kWp (noordelijk Friesland, zuid Drenthe, en centraal Gelderland), en 69 kWh/kWp voor Zeeland, voor "optimaal" op zuid georiënteerde PV-systemen.

* Rob de Bree van Siderea reageerde kort na publicatie van dit artikel met het volgende (toegevoegd dd. 3 nov. 2023):

"De reden dat de data van Boonstra lager ligt dan de LOB zit ‘em ook in de mate van beschaduwing. Beschaduwing van de panelen bij consumenten kan hoger zijn dan waar de LOB rekening mee houdt. De LOB gaat uit van licht beschaduwde panelen (zo’n 5% schaduwverliezen).

De data van Boonstra bevat vrijwel zeker ook (veel) systemen die matig tot zwaar beschaduwd zijn. Dat drukt natuurlijk het gemiddelde.

En je hebt gelijk dat er mogelijk ook systemen tussen zitten die gewoon niet goed (meer) functioneren. Ook dat drukt het gemiddelde."

Nationaal Klimaat Platform (NKP)

Dit platform had nog geen nieuwsbericht over de maand oktober tijdens publicatie van dit artikel.

Energieopwek.nl

De brondata voor het Nationaal Klimaat Platform worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (Energieopwek.nl website). Het nieuwe dagrecord, gevestigd op 13 juni (gemiddeld 5,85 GW over het hele etmaal op die dag), werd uiteraard in deze maand met al beduidend lagere zonnestanden en kortere daglengtes, bij lange na niet meer gehaald. Dat record zal waarschijnlijk pas weer ergens in het voorjaar van 2024 verbroken gaan worden.

Het hoogste dag gemiddelde in oktober werd gehaald op de 1e, met gemiddeld 2,74 GW berekende zonnestroom output op die dag. Equivalent aan een zonnestroom productie van 2,74 (GW) x 24 (uren) = 65,8 GWh. De laagste gemiddelde output werd voor oktober 2023 berekend voor de 20e (294 MW, een dag productie van 7,1 GWh aan zonnestroom). Dat is 60% lager dan het laagste niveau in de zonnige maand september dit jaar (op de 25e: 737 MW / 17,7 GWh).

Het hoogste momentane zonnestroom output vermogen berekend midden op de dag werd op 17 oktober gehaald, deze maand (1 oktober bleef daar iets bij achter). Wat, met 10,52 GW weliswaar achterbleef bij het september record van 13,75 GW op 6 en 7 september, en het eerder gevestigde, nieuwe historische record niveau van 3 juni (15,87 GW). Maar wat voor oktober beslist op een hoog niveau ligt (vorige record voor die maand: 9,27 GW, 9 okt. 2022). Het productie karakter in oktober was behoorlijk grillig, met een "moderaat" niveau van zonnestroom, duidelijk afnemend in de tweede helft van de maand. En een achttal "wind-pieken", verdeeld over de hele maand.

Bronnen:

Meetdata Polder PV sedert maart 2000

Extern

Maandbericht oktober 2023 (KNMI, 31 oktober 2023, voorlopig overzicht)

KNMI'23-klimaatscenario's (uitgebreid achtergrond artikel met links, KNMI, 9 oktober 2023)

Data Anton Boonstra / extracten van KNMI cijfers op Twitter / "X" (allen 1 november 2023):

Horizontale instraling in oktober 2023 t.o.v. ditto in oktober 2022 en verschil percentages per provincie

Zonnestroom productie PV Output.org installaties in oktober 2023 t.o.v. ditto in oktober 2022 en verschil percentages per provincie

Horizontale instraling in jan. tm. oktober 2023 t.o.v. ditto in 2022, en verschilpercentages per provincie

Zonnestroom productie PV Output.org installaties in jan. tm. oktober 2023 t.o.v. ditto in dezelfde periode in 2022 en verschil percentages per provincie

Siderea

Landelijke Opbrengst Berekening (vanaf oktober 2023 interactief)

Enkele recente tweets mbt zonnestroom / energie uit HE bronnen, van cijfer goeroe Martien Visser (Hanzehogeschool, Energieopwek.nl):

17% energie uit hernieuwbare bronnen gemiddeld in oktober 2023 (1 nov. 2023)

30 uren meer wind- + zon-productie in oktober met meer dan 100% van de stroomvraag (1 nov. 2023)

3% groei zonnestroom productie oktober 2023 t.o.v. okt. 2022, met aanname 20% stijging opgestelde capaciteit (31 okt. 2023)

Afschakeling wind off-shore 1 GW vanwege negatieve marktprijs, evt. afschakeling zon nog niet in Energieopwek model (29 okt. 2023)

Zoveelste opwaartse bijstelling "andere hernieuwbare bronnen" (incl. PV) door IEA, verbeeld in grafiek (25 okt. 2023)

Flinke groei (voorspeld) energie uit hernieuwbare bronnen, incl., uiteraard PV 2013-2020 vlg. PBL (24 okt. 2023)

Visser speelt graag met (trollen) vuur, en vergelijkt mogelijke groei opwek van zon met (ook geprognosticeerd) kernenergie (24 okt. 2023)

Interessant plaatje aandeel "CO2-vrije elektriciteit" opwekking in EU27, in periode 2017-2023, incl. segmentatie met zon (21 okt. 2023)

 
 
 
© 2023 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP