Zontwikkelingen "oud"
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
     
 

SOLARENERGYERGY

Nieuws & analyses P.V. pagina 174

meest recente bericht boven

Specials:
CertiQ jaar rapport 2021 - analyse, tabellen, grafieken, evolutie garanties van oorsprong - the works
CertiQ laatste maandrapport 2021 - record maandgroei, revisie cijfers geeft veel lagere groei 2021 dan 2020
Verbruik- en opwek jaarcijfers Polder PV tm. 2021
Maandelijkse aandelen van zonnestroom productie t.o.v. de jaaropbrengst update tm. 2021
Zonnestroom opbrengst Polder PV - december 2021 en jaaropbrengst
De "ultimate" CBS zonnestroom statistiek update
- 2020 en 1e data tm. medio 2021
CertiQ rapportage november 2021 - lage groei gecertificeerde PV capaciteit 238 MWp, naar record op jaarbasis

13 december 2021 -2 februari 2022



 
^
TOP

2 februari 2022: Jaaroverzicht CertiQ 2021*, zonnestroom statistieken gecertificeerde populatie, en garanties van oorsprong. Met de publicatie van het december rapport van 2021 van de hand van CertiQ, verscheen gelijktijdig het jaar rapport over 2021, met nog zeer voorlopige cijfers over dat jaar. In die analyse worden diverse facetten over de gecertificeerde zonnestroom in Nederland uitgelicht, en in historische context geplaatst. Voor de jaarlijkse evolutie cijfers is deze deels wel verstoord, omdat CertiQ een andere segmentatie van de grootte categorieën is gaan hanteren. Deze brengt nu weliswaar meer duidelijkheid over het marktsegment met installaties tot 1 MWp, maar geeft nog steeds geen onderverdeling in de grootste categorie, waar de laatste tijd de meest omvangrijke groei plaatsvindt. In deze introductie worden enkele kernpunten uit het jaar rapport uitgelicht. Deze worden door Polder PV afgezet tegen eerdere jaarcijfers, inclusief de gereconstrueerde voor 2020, aangezien er sedert dat jaar geen gereviseerde jaar rapporten meer zullen verschijnen. Uit een vergelijking tussen de fors herziene cijfers voor 2020, en de nog zeer voorlopige voor 2021, blijkt een flink lager groei volume in 2021 te zijn gerealiseerd, zowel bij de aantallen nieuwe projecten, als bij de daarmee gepaard gaande nieuwe capaciteit. Met daarbij wel de belangrijke disclaimer, dat ook de voorlopige cijfers voor 2021 later nog fors kunnen wijzigen, en het verschil met 2020 dus een stuk kleiner zou kunnen gaan worden. In de bespreking wordt ook diep ingegaan op de stand van zaken rond de gecertificeerde productie van zonnestroom en andere modaliteiten (garanties van oorsprong, GvO's). De vaker getoonde animatie met de import van GvO's Nederland in, over een periode van 12 maanden, is uitgebreid tot en met december 2021, en bevat nu de beelden van de 67 afgelopen maanden. Het meest opvallend is daarbij het aandeel van nieuwkomer Portugal, wat in relatief korte tijd de vijfde positie heeft ingenomen bij de import certificaten voor Nederland.

Het eerste jaar rapport over 2021 verscheen gelijktijdig met het eerder op Polder PV besproken laatste maandrapport voor 2021. Dergelijke detail analyses produceert Polder PV al jaren als enige in Nederland, waarbij de cijfers tevens van inhoudelijk commentaar en duiding worden voorzien. Hier onder volgen enkele van de belangrijkste data voor het jaaroverzicht van 2021, onderaan volgt een link naar de volledige analyse.

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en gemiddeld genomen steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna deels substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van de PPV website niet uit, dat de huidige status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn. Een vierde casus diende zich aan n.a.v. het februari rapport in 2021.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Hierbij komt ook nog het feit, dat ooit gepubliceerde volumes in de maandrapportages, al snel bijgesteld kunnen worden door continue toevoegingen en correcties voor de betreffende maanden, bij CertiQ. Wat de directe gevolgen daarvan zijn, vindt u grafisch geïllustreerd in het artikel gepubliceerd op 4 november 2020.

Voor 2020 en 2021 zijn de consequenties van deze continu optredende bijstellingen opnieuw berekend - in de rapportage voor december 2021.

CertiQ heeft de eindejaars accumulaties voor het "2e Covid19 jaar" 2021 inmiddels voorlopig bepaald op 7.417,8 MWp, en 30.549 installaties, waaruit een systeemgemiddelde capaciteit volgt van 243 kWp. Aangezien de EOY data voor 2020 grondig zijn gewijzigd op basis van reconstructie van de actuele progressie grafiek in het december 2021 rapport, betekent dit, dat met deze nog zeer voorlopige cijfers, de jaargroei in 2021 veel lager is geweest dan in record jaar 2020.

De evolutie van de eindejaars- capaciteit, aantallen, en daar uit afgeleid systeemgemiddelde vermogen, vindt u in de grafiek hier onder, die in de detail analyse verder wordt uitgediept:

De combinatie van deze eerste cijfers voor 2021, met de nieuwe reconstructie van de meest actuele data voor 2020, geeft een voorlopig eerste afschatting voor de toevoegingen in 2021. Deze komen momenteel uit op een jaargroei van 2.550 MWp, en 5.551 nieuwe projecten, met een systeemgemiddeld vermogen van 459 kWp per stuk (!) voor de nieuwe projecten in 2020. Wat de verschil cijfers met de jaargroei in 2019 betreft, die definitief lijken te zijn, gebaseerd op de gereviseerde jaar rapporten voor 2018 en 2019, is de jaargroei in 2020 bij de capaciteit een spectaculaire 56% geweest t.o.v. de aanwas in 2019. En bij de aantallen nieuwe projecten slechts 22% meer, wat een zoveelste vingerwijzing is naar de verdere schaalvergroting in de projecten markt (de nieuwe projecten blijven gemiddeld genomen groter worden). De groei van het systeemgemiddelde vermogen van de nieuwe installaties was 28% t.o.v. het niveau in 2019.

De verschil cijfers tussen de eerste eindejaars- (EOY) data voor 2021, en de fors gereviseerde EOY cijfers voor 2020 leiden tot nog zeer voorlopige jaargroei cijfers van 3.049 nieuwe projecten, met een nieuw ingebrachte capaciteit van slechts 1.588 MWp in 2021. Op basis van die nog zeer voorlopige eerste jaargroei cijfers, die veel lager uitpakken dan op basis van de gepubliceerde maandrapportcijfers geconcludeerd zou kunnen worden, zou het systeemgemiddelde vermogen van de nieuwe installaties in 2021 wel verder zijn gestegen, naar een zeer hoge 521 kWp.

Hier onder wordt de tabel met kerndata voor de jaargroei volumes in de afgelopen zes jaar getoond, inclusief de nog zeer voorlopige resultaten voor 2021. De jaargroei cijfers voor 2020 en 2021 zijn aangepast op basis van de recente reconstructie door Polder PV (in blauw weergegeven).

 jaargroei cijfers
2016
toename
jaargroei 2016 tov groei 2015
2017
toename jaargroei 2017 tov groei 2016
2018
toename jaargroei 2018 tov groei 2017
2019
toename jaargroei 2019 tov groei 2018
2020*
toename jaargroei 2020* tov groei 2019
2021*
toename jaargroei 2021* tov groei 2020*
aantallen projecten
1.404
209%
1.717
22%
2.693
57%
4.550
69%
5.551
22%
3.049
-45%
capaciteit (MWp)
192,0
66%
303,1
58%
914,9
202%
1.636,3
79%
2.550
56%
1.588
-38%
gemiddelde capaciteit (kWp)
136,8
-46%
176,5
29%
339,7
92%
359,6
6%
459,4
28%
520,8
13%

Verder is ook een eerste melding gedaan van de productie van gecertificeerde zonnestroom voor kalenderjaar 2021, al zal daar later nog een fors volume bij moeten worden geteld. Bekend is al een jaarproductie van minimaal 5.605 GWh, wat alweer ruim 42% meer is dan de inmiddels ook weer gereviseerde gecertificeerde zonnestroom productie in het jaar 2020, 3.937 GWh.

Voor de jaargroei van de capaciteit (blauwe kolommen, inset), en de gecertificeerde zonnestroom producties per kalenderjaar (gele kolommen, hoofd diagram), zie de hier onder weergegeven grafiek, die verder tegen het licht wordt gehouden in de detail analyse:

De diverse wijzigingen zijn door Polder PV weer in een uitgebreide grafische jaar rapportage verwerkt. Hierin wordt onder anderen dieper ingegaan op de nieuwe segmentaties in verschillende deel categorieën, zoals onderstaande 3e grafiek laat zien voor de geaccumuleerde capaciteit in 2021. De evolutie t.o.v. eerdere jaren is hier niet meer zichtbaar te maken, omdat de categorie grenzen compleet zijn gewijzigd.

Uit de inmiddels flink aangepaste accumulatie cijfers voor 2020 volgt nu ook, dat het aandeel van gecertificeerde PV capaciteit bekend bij CertiQ, eind dat jaar al meer dan de helft (53%) van het totale geaccumuleerde volume gepubliceerd door CBS voor heel Nederland (10.949 MWp) bedraagt (meest recente afschatting, status 10 december 2021). Waarbij wel als disclaimer moet, dat zowel de CBS, als de CertiQ data nogmaals kunnen wijzigen, en dus ook de verhouding tussen die twee. Het aantal installaties bekend bij CertiQ blijft, ondanks behoorlijke verdere groei in 2020 en 2021, slechts een zeer gering deel van het totaal volume bekend bij CBS (eind 2019 ruim 1 miljoen PV installaties, eind 2020 1,4 miljoen, en medio 2021 alweer ruim 1,5 miljoen). Eind 2020 claimde het aantal installaties ingeschreven bij CertiQ in ieder geval slechts 2% van het totale volume bekend bij CBS.

De evolutie van de eindejaars-volumes (EOY) en jaarlijkse aanwas cijfers (YOY) zijn voor vijf jaar tussen 2016 en 2020 in tabelvorm naast elkaar gezet voor zowel de gecertificeerde volumes bij CertiQ, als voor álle capaciteit volgens het CBS. Onderaan is dan telkens het relatieve aandeel van het CertiQ contingent t.o.v. het CBS cijfer bepaald, in procent. Zowel de CertiQ als de CBS cijfers voor 2020 zijn in de laatste revisies weer aangepast, in blauwe cijfers weergegeven. Waardoor ook de verhoudingen weer zijn gewijzigd. Voor 2021 heeft het CBS nog geen EOY data verstrekt. De EOY, en daarvan afgeleide YOY volumes voor alle posten in 2020 zijn nog steeds voorlopig, en kunnen nog wijzigen. In ieder geval is nu weer duidelijk zichtbaar dat zelfs bij de EOY accumulatie, het CertiQ volume in 2020 al de grootste helft van het totale nationale volume heeft geclaimd (53%). Een gebeurtenis die er gezien de rappe evolutie van met name de SDE markt, er gewoon aan zat te komen. Voor de jaargroei cijfers had CertiQ zelfs al in 2018 de grootste helft van totaal te pakken (54%). Dat ligt met de eerder aangepaste cijfers voor 2019 al op 72%. De eerste data voor 2020 laten een iets lager aandeel van 68% zien bij de jaarlijkse aanwas. Maar zoals gezegd: dat relatieve volume kan nog gaan wijzigen.

Capaciteit (MWp)
EOY 2016
YOY 2016
EOY 2017
YOY 2017
EOY 2018
YOY 2018
EOY 2019
YOY 2019
EOY 2020*
YOY 2020*
CertiQ
Status 20 jan. 2022
426
192
729
303
1.644
915
3.280
1.636
5.830
2.550
CBS
Status 10 dec. 2021
2.135
609
2.911
776
4.608
1.698
7.177
2.265
10.949
3.723
aandeel CertiQ t.o.v. volume CBS
20%
32%
25%
39%
36%
54%
46%
72%
53%
68%

In de derde grafiek hier onder toon ik een van de nieuwe grafieken in de detail analyse, met de verdeling van de capaciteit, over de door CertiQ gereviseerde grootteklasse segmenten. Uit deze bijgestelde grafiek wordt nog duidelijker, dat de groei van de gecertificeerde PV capaciteit in het CertiQ dossier al enige tijd zeer dominant plaatsvindt bij de grootste installaties, elk groter dan 1 MWp per stuk. In voorgaande versies was de grootste categorie >100 kWp, en had dat segment al vrijwel álle capaciteit gekregen. De volumes bij de kleinere installaties zijn zéér bescheiden (categorieën 1-5 en 5-10 kWp, totaal 36 MWp). De opvolgende categorieën nemen steeds meer volume voor hun rekening, tot 1.160 MWp bij categorie 250-500 MWp. Het segment van een halve tm. 1 MWp is minder populair (864 MWp). De grootste geaccumuleerde capaciteit, 3.869 MWp, 52% van het totale volume van bijna 7.418 MWp, vinden we echter nu alweer in de grootste, verder niet opgesplitste categorie, projecten groter dan 1 MWp per stuk. We kunnen hieraan dan ook niet zien, hoe de verdeling over de grotere rooftop en zonneparken installaties is, want daar is een enorm verschil waar te nemen. Polder PV heeft die informatie wel, maar CertiQ segmenteert ook in de nieuwe opzet niet verder.

In de detail analyse wordt uiteraard ook een segmentatie voor de aantallen projecten gegeven. Daar is de kleinste categorie weer de grootste (8.749 projecten van 1-5 kWp per stuk), en de grootste categorie heeft weer de minste aantal projecten (of, beter gezegd "entiteiten"), in het CertiQ register: 937 entiteiten. Waarvan echter, zo wordt toegelicht door Polder PV, beslist de nodige lokaties meer dan 1 SDE beschikking kunnen hebben, die in de CertiQ databank separaat uitgesplitst kunnen zijn geadministreerd.

Enkele andere highlights in de detail analyse van het eerste 2021 jaar rapport

  • Eind 2021 een accumulatie van bijna 11.800 gecertificeerde PV projecten (cq. "entiteiten"), elk groter dan 100 kWp, 2 maal zo veel dan de 5.950 exemplaren in het gereviseerde jaar rapport van 2019.
  • Bij de capaciteit stond er in deze categorie projecten elk groter dan 100 kWp 6.954 MWp, wat een factor 2,3 maal zo veel was dan de 2.962 MWp in de revisie van de 2019 cijfers.
  • Uit bovenstaande volgt voor de zoveelste maal, dat zeker bij de grotere projecten de capaciteit sneller groeit dan de aantallen, een illustratie van de voortdurende schaalvergroting in de PV sector.
  • De Compound Annual Growth Rate (CAGR) voor het totale aantal projecten is in de periode 2010-2021 gemiddeld 14,9% per jaar.
  • De Compound Annual Growth Rate voor de totale PV capaciteit is in de periode 2010-2021 gemiddeld 64,2% per jaar, en ligt dus op een veel hoger niveau dan de toename van het aantal projecten (impliciete betekenis: projecten worden steeds groter).
  • Het systeemgemiddelde vermogen van alle bij CertiQ ingeschreven PV projecten is EOY 2021 gestegen naar 243 kWp (EOY 2019: 149 kWp).
  • Bijgewerkte grafiek met jaargroei cijfers toegevoegd aan analyse (aantallen projecten, capaciteit, gemiddeld systeemvermogen).
  • De gemiddelde systeemcapaciteit bij de (gereconstrueerde) nieuwe projecten in de jaren 2019 tm. 2021 nam toe van 360 kWp, via 459 kWp, naar alweer 521 kWp in 2021 (voorlopige data).
  • Tabel toegevoegd met vergelijking tussen de door CBS en CertiQ opgegeven zonnestroom producties in de totale nationale, resp. gecertificeerde (deel-)markt.
  • Gecertificeerde zonnestroom productie in 2020 al gestegen naar minimaal 45% van de nationale productie van zonnestroom, maar waarschijnlijk nog hoger bij te stellen in latere updates. 2021 nog niet bekend (CBS moet nog een eerste cijfer voor het nationale volume publiceren).
  • Diverse historische wijzigingen van CertiQ volumes worden uitgebreid gedocumenteerd in de detail analyse, incl. grote tabel.
  • Duurzame gecertificeerde stroomproductie is in Nederland in 2021 met minimaal 22% gestegen t.o.v. 2020 (vier modaliteiten, inclusief zonnestroom), van 27,8 naar 33,8 TWh.
  • Relatieve stijging van zonnestroom productie 42%, van 3,9 naar naar 5,6 TWh in 2021.
  • Import van Garanties van Oorsprong (GvO's) in 2021 weer iets terug gevallen, van 42,7 naar 41,5 TWh (4 modaliteiten, grootste volumes betrekking hebbend op certificaten uit windenergie).
  • Export van GvO's flink toegenomen van 5,9 naar 9,5 TWh in 2021.
  • Time-line van aan import van GvO's contribuerende landen wordt getoond in een lange reeks van juni 2016 tm. december 2021, met sterk wisselende, en continu wijzigende aandelen.
  • Verrassende nieuwe contribuant van Nederland in geïmporteerde GvO's: Portugal, die in december al de 5e plaats bezette.
  • De analyse wordt afgesloten met een korte status update voor gecertificeerde thermische zonne-energie, wat weer relatief gering is gegroeid bij de gecertificeerde volumes.

Als extra smaakmaker wordt wederom een animatie van de import van GvO's Nederland in gegeven, met de dynamische veranderingen bij de contribuerende landen in de afgelopen 67 maanden, tot en met december 2021. Die animatie vindt u ook hier onder.



 

Voor uitleg van, en toelichting op deze, en diverse andere nieuwe grafieken, en veel meer details m.b.t. de gepubliceerde CertiQ jaar overzichten, zie:

Evolutie gecertificeerde PV systemen, capaciteit, productie, en garanties van oorsprong in jaar rapportages CertiQ (tm.) 2021



21 januari 2022: Zonnestroom cijfers CertiQ laatste maandrapport 2021 - hoogste aantal projecten dat jaar, hoogste groei december 255 MWp, record 2.295 MWp jaargroei, accumulatie 7.418 MWp* (maandrapportages). Herziening cijfers: 2021 veel lagere jaargroei dan in 2020.

Revisie jaarvolume CertiQ 2020 & eerste generieke data 2021: zie paragraaf 9

Gisteren werd het laatste maandrapport van 2021 gepubliceerd door TenneT dochter CertiQ. De totale accumulatie van de capaciteit bij de gecertificeerde PV projecten is eind december dat jaar al op 7.418 MWp gekomen. Hierbij ging het in december om een netto toevoeging van een, voor 2021, record aantal nieuwe projecten in een maand, 459 stuks. Dit ging gepaard met een voor de maand december record volume aan toegevoegde capaciteit, 255 MWp, wat bijna 8% hoger is dan het vorige record volume, in december 2020. In 6 maand rapportages is in 2021 de hoogste nieuwe capaciteit bijgeschreven, waardoor, zelfs met soms fors tegenvallende cijfers in andere maanden, er nu, op basis van de maandrapportages, een nieuw historisch record volume in het hele jaar is gehaald, van 2.295 MWp. Desalniettemin, wordt in paragraaf 9 op basis van reconstructie van de meest actuele data van CertiQ, een herberekening van de jaarvolumes van 2020 en 2021 getoond, die een compleet gewijzigd beeld geven, met een aanzienlijke groei in 2020 (2.550 MWp), en vooralsnog, tot nader order, een relatief bescheiden toename in 2021 (1.588 MWp). Waarmee dus een waarschuwing wordt uitgegeven, dat een "blinde focus" op uitsluitend de maand rapportages tot compleet verkeerde conclusies zal leiden.

Het aantal ingeschreven zonnestroom projecten bij CertiQ is toegenomen naar 30.549 exemplaren. De gemiddelde systeemcapaciteit van alle ingeschreven PV installaties bij CertiQ is wederom verder gegroeid, naar bijna 243 kWp. Bij de uitgave van garanties van oorsprong (GvO's) voor zonnestroom is in de laatste 12 maanden tm. november een zoveelste nieuw record bereikt, van 5.605 GWh.

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en gemiddeld genomen steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna deels substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van de PPV website niet uit, dat de huidige status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn. Een vierde casus diende zich aan n.a.v. het februari rapport in 2021.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Hierbij komt ook nog het feit, dat ooit gepubliceerde volumes in de maandrapportages, al snel bijgesteld kunnen worden door continue toevoegingen en correcties voor de betreffende maanden, bij CertiQ. Wat de directe gevolgen daarvan zijn, vindt u grafisch geïllustreerd in het artikel gepubliceerd op 4 november 2020.

Voor 2020 en 2021 zijn de consequenties van deze continu optredende bijstellingen opnieuw berekend - in de rapportage voor december 2021.

Het overzicht met de cijfers over december 2021 (en voor de Garanties van Oorsprong, GvO's, tm. november 2021) verscheen bij CertiQ op 20 januari 2022.

In de detail analyse hier op volgend wordt ingegaan op de wijzigingen en aanvullingen, deels grafisch verbeeld. Voor uitgebreide toelichting ter referentie, gebruik s.v.p. daarvoor het eerder gepubliceerde artikel met analyse van het augustus 2019 rapport van de TenneT dochter.

1. Ontwikkeling van aantallen gecertificeerde zonnestroom installaties


Nieuwe aantallen installaties in bovenstaande grafiek, rode curve, met als referentie de linker Y-as. In december 2020 werd, na diverse behoorlijk hoge nieuwbouw cijfers in voorgaande maanden, en na het tussentijdse record in juli (589 netto nieuw), in de laatste kalendermaand wederom een nieuw record niveau met de (netto) bijschrijvingen bereikt bij CertiQ, 616 nieuwe exemplaren (geel omrand data punt rechtsboven in de grafiek). Vanaf januari 2021 viel het nieuwe volume bij de aantallen fors terug, grofweg wisselend rond de 300 nieuwe projecten per maand. Pas in december werd meteen het maandrecord voor dat jaar gevestigd, met 459 nieuwe projecten.

De accumulatie is te zien aan de blauwe kolommen curve in bovenstaande grafiek. In de september 2019 rapportage is de grens van twintigduizend gecertificeerde zonnestroom projecten overschreden. Het totaal is eind oktober 2020 de volgende piketpaal van 25 duizend gecertificeerde zonnestroom projecten gepasseerd. En is inmiddels, met december 2021 toegevoegd, uitgekomen op, voorlopig, 30.549 exemplaren. Dit is weliswaar nog steeds een zeer gering aandeel op het totaal aantal PV systemen in Nederland, wat eind 2020 al een omvang had van ruim 1,37 miljoen installaties, en halverwege 2021 al minimaal op ruim anderhalf miljoen installaties is komen te liggen volgens een recente CBS update (dominant residentieel zie detail analyse). Maar bij de capaciteit heeft de projecten markt al in 2019 de residentiële sector stevig ingehaald, gezien dezelfde CBS data. Die eind 2021 in een uitgebreide, voor Nederland unieke detail analyse nogmaals is getoond (paragraaf 0(i) in analyse).

Voor alle CertiQ data geldt: Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten per maand. Normaliter werden jaarcijfers later bijgesteld, zoals ook voor voorgaande jaren is geschied (zie revisies voor de jaren 2018 en 2019, met de daar aan gelinkte gedetailleerde analyses). Die revisies worden echter niet meer gepubliceerd, en moest er naar een andere reconstructie techniek worden overgestapt. Zie daarvoor paragraaf 9 in dit artikel. Al snel na publicatie van de officiële maandrapportages bij CertiQ, kunnen de waarden per maand al flink bijgesteld worden (analyse 4 november 2020). In de maandrapport besprekingen van, en de primaire grafieken bij Polder PV, wordt altijd dié inhoud als referentie aangehouden, en vergeleken met oudere maand rapportages, om in ieder geval die trends op een gelijkwaardige wijze met elkaar te kunnen vergelijken.


Grafiek met de variatie in de (netto) groei van de aantallen installaties per maand (rapport) bij CertiQ. De nieuwe volumes gerealiseerde projecten per maand zijn vanwege de enorme stapel aan SDE beschikkingen die al werd uitgevoerd in 2020 t.o.v. 2019 weer sterk toegenomen, ondanks de fikse beperkingen a.g.v. de Covid19 pandemie. In 2019 (gele kolommen, met max., in juli, 443 nieuwe projecten) was er op dit punt al duidelijk een versnelling zichtbaar. De maandelijkse toevoegingen in 2020 waren gemiddeld genomen zeer hoog, en culmineerden in nieuwe maand records in, juni, en, vooral, juli (589), resp. december (616 nieuwe projecten).

Ook januari 2021 heeft een nieuw record gevestigd voor die maand, 344 nieuwe installaties, 54 meer dan in januari 2020. De volgende zes maanden kwamen echter weer, vaak beduidend láger uit dan de record niveau's voor die maanden in 2020, lag in mei en juni lager dan het niveau in 2019, en in juli zelfs lager dan het niveau in 2017, 2019 en 2020. Deze trendbreuk is weer gekeerd in augustus, met 12 projecten meer toegevoegd dan in dezelfde maand in 2020, al had augustus 2019 een (record) toevoeging van veel meer projecten. Dit werd herhaald in september, met een toevoeging van 364 nieuwe entries bij CertiQ, slechts iets lager dan in sep. 2019, en 21 exemplaren meer dan in sep. 2020. Oktober echter, liet met 240 nieuwe installaties een zeer pover resultaat zien t.o.v. de 525 nieuwe exemplaren in oktober 2020, en kwam zelfs, na 2019, op hetzelfde niveau uit als in 2018 onder het SDE "+" regime. November veerde weer wat op t.o.v. oktober, met 315 nieuwe installaties, maar die aantallen haalden het niet bij de 382 exemplaren in november 2019, laat staan het hoge volume van 560 exemplaren in november 2020. Gelukkig is in december wel het hoogste maand volume in 2021 toegevoegd, 459 nieuwe projecten. Wat bijna 15% boven het vorige maand "record" dit jaar (februari, 400 nieuwe projecten) is uitgekomen. Het was echter beduidend lager dan de record hoeveelheid van 616 nieuwe installaties die in december 2020 werden genoteerd.

De maandgemiddeldes zijn in de jaren 2017-2020 sterk aangetrokken, weergegeven met de bij de betreffende jaren horende gekleurde horizontale stippellijnen. Dat jaar gemiddelde nam toe van 105 stuks/mnd in 2016, 158 stuks/mnd in 2017, 210 stuks/mnd in 2018, 350 stuks/mnd in 2019, naar een voorlopig record niveau van 445 stuks in 2020. Voor 2021 is het nieuwe gemiddelde tm. december, 339 projecten per maand (bruine stippellijn), echter onder het niveau in 2019 blijven steken. Dat ligt aan het feit dat de aantallen nieuwe projecten per maand gemiddeld genomen weer lager zijn geworden dan in de afgelopen 2 jaar. Een trend die sterk afwijkt van de gemiddelde trend bij de toegevoegde capaciteiten per maand (zie verderop).

Tót 2018 was er een verwarrende periode van 4 jaar waarbij ook tijdelijk negatieve groei optrad, vanwege een combinatie van lang durende her-registratie verplichtingen, en mogelijk "natuurlijke uitval" bij CertiQ.

Ook deze volumes (evenals die voor de capaciteiten) zullen achteraf nog worden bijgesteld door wijzigingen in de primaire database van CertiQ. Deze revisies kunnen zowel positief (capaciteit 2015-2018, eerste jaar rapport 2020), als negatief uitpakken. In 2019 is bijvoorbeeld de bijstelling voor de capaciteit in negatieve zin uitgepakt, zoals we hebben gezien bij de jaarcijfers.

Het nieuwe jaarvolume voor 2017 kwam volgens de maandrapporten uit op 1.898 installaties. In 2018 was dat 2.516 stuks, 2019 kwam op 4.195 exemplaren netto, 67% meer volume dan in dezelfde periode in het voorgaande jaar. Dat is inmiddels alweer fors opgewaardeerd naar maar liefst 4.550 nieuwe installaties in dat jaar (gemiddeld 379 nieuwe installaties per maand). Deze bijstelling vindt u terug in de door Polder PV gepubliceerde analyse van de tweede revisie van het jaar rapport. De bijstelling t.o.v. het gemiddelde volgens de maandrapportages, 350 stuks, is dus fors geweest (8,2% hoger).

In 2020 zijn in de 12 maandrapporten al 5.335 nieuwe projecten opgetekend door CertiQ. Een nieuw jaar record, wat 27,2% boven het kalenderjaar volume van de maandrapportages in 2019 (4.195 projecten) is komen te liggen. Mijn - conservatieve - afschatting op basis van het maandgemiddelde in de eerste 11 maanden van 2020 was in een vorige analyse nog zo'n 5.150 nieuwe projecten totaal, december heeft dus bovenmatig hoog gescoord t.o.v. dat gemiddelde niveau.

2021 heeft in totaal in de maandrapportages 4.073 nieuwe projecten opgeleverd, 24% lager dan in 2020. Mede gezien de fors toegenomen netproblemen overal in Nederland, tot in industriegebieden in dichtbevolkt west Nederland aan toe (Dordtse Kil gebied bij Dordrecht in Stedin netgebied, bijvoorbeeld), en inmiddels zelfs heel provincie Utrecht ook al in congestie status onderzoek, is de vraag of dat "aantal" projecten binnenkort weer kan toenemen. Zeker omdat ze gemiddeld genomen ook nog eens fors groter zijn geworden wat de opgestelde capaciteit betreft. Netbeheer Nederland heeft inmiddels haar landelijke netcapaciteit kaart gesplitst in een exemplaar voor netafname en een voor netinvoeding (tweet Polder PV). Laatstgenoemde laat grote delen van Nederland in rood (voorlopig geen capaciteit meer voor invoeding achter grootverbruik aansluitingen) tot oranje opgloeien (congestie onderzoek, hier komt vaak relatief weinig positief nieuws uit voort).

2. Capaciteit evolutie van gecertificeerde zonnestroom installaties


Voetnoot bij grafiek: de cijfers voor september 2017 zijn na vragen van Polder PV door CertiQ aangepast.
Voor de reden, zie analyse herziening september 2017 rapportage ! Ook voor juli 2019 is het aanvankelijk op 1 augustus 2019
verschenen maandrapport na interventie door Polder PV fors neerwaarts gecorrigeerd in een later gereviseerde versie.
Als klap op de vuurpijl resulteerde uit het april 2020 rapport een bizarre negatieve maandgroei van -108,5 MWp,
a.g.v. een "drie-nullen correctie" van een eerder (?) foutief ingegeven installatie door een netbeheerder. Ook het cijfer in januari 2021 is door een foute
entry van een netbeheerder veel te hoog uitgepakt. Dit is gecorrigeerd in februari, waardoor die maand een zeer lage "artificiële groei" laat zien.

In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit al langere tijd om opvallende, gemiddeld substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Met name in 2018 en 2019, en voor 2020 (met name vanaf mei, maar met uitzondering van augustus). Na de heftige revisie van het nieuwe netto volume voor juli 2019 volgde een nieuw, met nog wel wat vraagtekens omgeven historisch record van 270,9 MWp in augustus, wat het vorige record in februari van dat jaar (165,0 MWp) naar de annalen verwees. In november van 2019 werd wederom een verpletterend nieuwe record toevoeging van maar liefst 409,9 MWp geregistreerd. Ook december pakte hoog uit, met 156,2 MWp.

In 2020 werden in slechts 3 maanden veel slechtere resultaten gerapporteerd dan in dezelfde maand in 2019. Dat waren maart, april (met de bizarre negatieve anomalie vanwege een - herstelde - blunder van een netbeheerder), en augustus, wat veel lager uitkwam dan diezelfde maand in 2019. Zeer grote positieve verschillen vonden we in 2020 in de maanden juli, september, oktober, en december. En november haalde net aan niet het all-time high record van diezelfde maand in 2019, al scheelde het niet veel.

Het maandgemiddelde is in 2020, mede veroorzaakt door de hoge groei in de tweede jaarhelft, nadat het met het november rapportage al - eindelijk - hoger was geworden dan het kalenderjaar gemiddelde in 2019, op een toenmalig record niveau beland, van 158 MWp. In de oktober update lag de blauwe nog iets lager dan de gele stippellijn. Het huidige record was door Polder PV al voorspeld in een eerdere update, maar december heeft het zelfs dermate goed gedaan, dat het maandgemiddelde nieuwe vermogen nu in 2020 11,5% hoger is komen te liggen, dan dat in 2019 (142 MWp). Een opmerkelijk resultaat voor Covid19 jaar 2020.

2021 had meteen al twee byzondere verrassingen voor ons in petto, wat voorspellen in deze extreem dynamische markt zelfs op korte termijn zo lastig maakt. Januari scoorde vér boven verwachting, met een record voor die maand, 356,5 MWp nieuwe capaciteit toegevoegd, maar liefst een factor 6,3 maal het volume in januari 2020. Maar dat tijdelijke hoogtepunt werd direct in februari weer afgewisseld met een nieuwe, extreme dip. In de 2e, weliswaar winterse maand van 2021 werd slechts 13,6 MWp toegevoegd aan het CertiQ register. Een ongekend lage score, voor wie de recente cijfers over 2020 nog op het netvlies heeft. Slechts 7% van de 204 MWp toevoeging in februari 2020. Afgezien van de de bizarre april 2020 anomalie ("negatieve groei"), moeten we voor een nog lagere maandelijkse toename helemaal teruggaan naar april 2017, toen slechts 7,5 MWp netto werd toegevoegd in die maand. Bijna vier jaar geleden ...

De reden van deze bizar lage toevoeging is, gezien de disclaimer die Polder PV al enige tijd standaard in deze analyses heeft opgenomen, helaas weer een foute ingave van een netbeheerder. Die een beruchte "drie nullen fout" heeft gemaakt, en dit helaas "niet gecheckt" in de database van CertiQ terecht is gekomen (zie ook nagekomen bericht onder bespreking van het vorige maandrapport). Dit is door een CertiQ medewerker eerder al aan Polder PV bevestigd, het blijft ook daar een zorgenkind dat (duidelijk) foute ingaves door netbeheer niet altijd op tijd ontdekt worden.

Vanaf maart is de situatie weer genormaliseerd en werd er inmiddels, in tegenstelling tot de trend bij de nieuwe aantallen projecten per maand, vier maal achter elkaar een nieuw maandrecord gevestigd. En wel, van 171 MWp in maart, 194 MWp in april, 275 MWp in mei, tot, wederom een nieuw maandrecord voor die maand, 259,2 MWp in juni. Wat maar liefst een factor 1,7 maal zo hoog ligt dan het vorige record voor die maand, juni 2020, met 149,4 MWp.

Juli 2021 was echter weer een opvallende trendbreker, en scoorde met slechts 99,5 MWp beduidend minder dan juni 2020, toen ruim de dubbele hoeveelheid werd bijgeschreven bij CertiQ, 207,6 MWp. Deze maand kwam hiermee zo'n beetje op het niveau van juli 2019 uit. Gelukkig keerde in augustus de trend wederom ten positieve, in die maand werd 168,7 MWp nieuw bijgeschreven. Een spectaculaire 70% hoger dan de bijna 100 MWp in augustus 2020. Maar nog wel ver verwijderd van het record volume voor die maand, bijna 271 MWp in augustus 2019.

Ook in september volgde weer een "nare verrassing": er werd maar 85,7 MWp nieuwe capaciteit toegevoegd, wat een "schim" is van de toevoeging in september 2020, slechts een derde deel van de toen gerapporteerde 257 MWp ! Deze sterk tegenvallende toevoeging in september, is slechts weinig hoger dan het maandgemiddelde in heel 2018 (paarse stippellijn). Gelukkig werd in oktober weer voor dit jaar een bovengemiddelde hoeveelheid capaciteit toegevoegd, 205,1 MWp, wat echter nog wel 16% lager ligt dan de 244,4 MWp in oktober 2020.

Teleurstelling november, december positief

Gezien de vermelde problemen rond de netcapaciteit, mag het niet verwonderen, dat de spanning over het toegevoegde volume in november 2021 op een teleurstelling is uitgedraaid. In november 2019 en 2020 werden record nieuwe volumes gemeld, 409,9 MWp resp. 393,1 MWp, die grotendeels gerelateerd zijn geweest aan de oplevering van meerdere grote zonneparken. November 2021 heeft daarbij vergeleken een zeer laag niveau van slechts 212,3 MWp nieuw capaciteits-volume opgeleverd, iets meer dan de helft van de 2 voorgaande jaren. Wel ligt die nieuwe capaciteit een stuk hoger dan het maandgemiddelde in de eerste 11 maanden van 2021, 185,5 MWp, wat nog steeds fors hoger ligt dan dat gemiddelde in 2020 (bruine resp. blauwe stippellijnen).

December sloot gelukkig weer positief af, met 254,7 MWp nieuwe capaciteit. Wat zelfs een record was voor die maand sedert 2010, en 7,7% meer dan in november 2021. Januari blijft dat jaar, met bijna 357 MWp de hoogst contribuerende maand, maar dat was een kunstmatig hoge groei vanwege een ingave fout van een netbeheerder, die pas in het februari rapport is gecorrigeerd (derhalve, extreem lage groei in die maand). De beste, representatieve vergelijkings-maanden voor december zijn mei en juni, toen 275 resp. 259 MWp werden gerapporteerd, voor mei 8% meer dan in december.

De 12 maand rapportages van 2021 lieten, ondanks de tegenvallende aanwas in juli, september en november, een nieuwe record groei zien van ruim 2.295 MWp in 2021. Dit is 21% hoger dan het al hoge niveau in 2020 (1.897 MWp). En het is 35% hoger dan het niveau in 2019 (12 maand rapportages: 1.702 MWp). Duidelijk is in ieder geval dat in december dit jaar vermoedelijk meerdere zonneparken zullen zijn aangesloten. De grote vraag blijft, in hoeverre het totaal cijfer later nog zal gaan wijzigen, als exacte informatie over netkoppeling van andere grote projecten beschikbaar komt.

In de prognose gepubliceerd in de voorgaande bespreking (nov. 2021) werd op basis van de gemiddelde maandrapportage volumes zo'n 2.213 MWp voor de jaarlijkse aanwas voorspeld. Het is dus met de huidige stand van zaken alweer bijna 4% meer geworden. Omdat de maandrapport cijfers later continu fors worden bijgesteld, moet er voor de werkelijk gerealiseerde volumes echter anders worden gerekend. Met een voor velen wellicht zeer verrassende uitkomst. Zie daarvoor paragraaf 9 !

3. Gemiddelde capaciteit nieuwe PV installaties decmber 2021

Als we uitgaan van de CertiQ cijfers zoals nu gepubliceerd, deze als "correct" beschouwen, relatief weinig uitstroom van verwijderde projecten in de data bestanden veronderstellen, en de maandelijkse netto toevoegingen in de rapportages voor december 2021 combineren met de toegevoegde capaciteiten in die maand, resulteert dit, na de relatief hoge gemiddeldes in oktober (855 kWp), en november (674 kWp), weer in een wat lager gemiddeld systeem vermogen van 555 kWp per stuk bij de nieuwkomers. Dat geeft voor die maand een gemiddelde omvang van zo'n 1.586 zonnepanelen à 350 Wp per project. Dat zijn dus, gemiddeld genomen, nog steeds behoorlijk grote projecten geweest.

Het evoluerende systeemgemiddelde bij de totale accumulatie in het CertiQ dossier is door de relatief hoge capaciteit toevoeging in november weer verder toegenomen. Zie paragraaf 8.

4. Kwartaal cijfers CertiQ maandrapportages - laatste resultaat voor QIV resp. hele jaar


Groeicijfers per kwartaal. Het record volume per kwartaal is tot nog toe, zoals gedestilleerd uit de maand rapportages, in QIV 2020 gerealiseerd, met 874 MWp.

Het eerste kwartaal van 2021 heeft met de flinke toevoeging van 171 MWp in maart weer tot een nieuw kwartaal record voor QI geleid, 541 MWp. Met de toevoeging van juni aan de resultaten voor QII 2021 is wederom een record niveau bereikt, van 728 MWp (op een na laatste kolom). Daarmee zit het tweede kwartaal van dit jaar maar liefst 4,5 maal zo hoog dan QII 2020, met dien verstande dat daar natuurlijk de "negatieve anomalie" april bij heeft gezeten, wat dus in een niet representatieve vergelijking resulteert. Vergelijken we met het "normale" (pre-Covid) jaar 2019, is het tweede kwartaal van 2021 inmiddels al 2 en een half maal zo hard gegroeid dan de 295 MWp toevoeging in QII 2019.

Het derde kwartaal in 2021 is echter, met de gemiddeld genomen relatief bescheiden toevoegingen van 99,5 MWp in juli, 168,7 MWp in augustus, en nu 85,7 MWp in augustus, op een beduidend lager niveau van 354 MWp gekomen. Zelfs het derde kwartaal in 2019 heeft, met 440 MWp, behoorlijk meer nieuw volume opgeleverd. Ruim 24% meer ... Dit laat wederom zien dat voorspellingen over de te verwachten aanwas in het CertiQ dossier problematisch blijven: het kan alle kanten op blijven gaan.

Het laatste kwartaal is, met de toevoeging van de laatste maand december 2021 nu op een tweede plaats ge-eindigd. De groei was 672 MWp, wat bijna 3% boven het vierde kwartaal van 2019 (653 MWp) ligt. Maar het haalt het niet bij de zeer hoge 874 MWp groei in QIV 2020. Het tweede kwartaal presteerde in 2021 nog beter, met 728 MWp; het derde kwartaal was dat jaar het dieptepunt, met slechts 354 MWp nieuwbouw in de maand rapportages.

5. Half-jaar cijfers CertiQ maandrapportages - laatste toevoeging voor het 2e half jaar


Groeicijfers per half-jaar. De Y-as geeft de nieuw gerapporteerde capaciteiten in MWp, volgens de maandrapportages in de getoonde half-jaren. Op de X-as per kolom de resultaten van de 6 maand rapportages uit de half-jaren (HI = jan. tm. juni; HII = juli tm. december) sinds 2010, tot en met het eerste afgeronde half-jaar voor 2021, en een eerste resultaat voor het 2e half-jaar.

Het tweede half-jaar van 2020 heeft een nieuwe record capaciteit van 1.432 MWp laten zien. Die het voorgaande half jaar record, HII in 2019 1.094 MWp, alweer aan diggelen sloeg, met 31% meer toegevoegde capaciteit in dat tweede half-jaar (en wel, midden in de mondiale Covid19 pandemie).

Het eerste half jaar van 2021 heeft ook alweer het record voor die periode gebroken, met de toevoeging van juni werd dat 1.269 MWp. Dit is al een factor 2,7 maal het volume in het eerste half-jaar van 2020 (465 MWp), al moet daar wel aan toegevoegd worden dat in dat laatste cijfer ook de "negatieve groei anomalie in april 2020" zat besloten, en dus geen "eerlijke" vergelijking betreft. Het niveau in HI 2021 is echter ook al een factor 2,1 maal zo hoog dat dat in het eerste half-jaar van 2019 (608 MWp). In ieder geval was, zoals reeds eerder voorspeld door Polder PV, het tweede half-jaar van 2019 destijds naar de derde plaats verwezen in deze sub-rating.

De laatste kolom toont de complete set van zes toevoegingen voor het tweede half-jaar van 2021, met, geaccumuleerd, inmiddels 1.026 MWp in juli tm. december. Al lang was duidelijk, dat het resultaat voor het tweede half-jaar van 2020 (1.432 MWp groei) totaal onhaalbaar was voor HII 2021. Maar zelfs HI 2021 (1.269 MWp), én HII 2019 (1.094 MWp), moest het tweede half-jaar van 2021 aan zich voorbij laten gaan. Er lijkt hierbij dus duidelijk een flinke "afkoeling" van het realisatie tempo te zijn opgetreden. Wat vermoedelijk grotendeels is terug te voeren op de grote netproblemen die een fors deel van het land teisteren.

6. Kalenderjaar cijfers CertiQ maandrapportages & jaar-revisies - tm. december 2021, inclusief revisie 2019, eerste jaar rapport cijfer 2020, en nieuwe herzieningen


Voor beschouwing van een vorige versie van deze grafiek, zie onder de bespreking van het april maand rapport van 2021. Nieuwe kalenderjaar volumes volgend uit de oorspronkelijke maand rapportages zijn hier weergegeven in lichtblauwe kolommen. De volumes die volgen uit de later verschenen oorspronkelijke, dan wel gereviseerde jaar rapportages zijn getoond in de donkerblauwe kolommen. Normaliter werden gearceerde kolommen later nog bijgesteld door CertiQ, zie ook paragraaf 9 voor commentaar.

Het inmiddels bereikte niveau voor 2021, incl. het toegevoegde december rapport, 2.295 MWp, is al 21% hoger dan de 1.897 MWp voor 2020 in de maandrapportages over dat jaar. En nog steeds bijna 13% hoger dan het jaargroei cijfer in het eerste (nog niet gereviseerde) jaar rapport over 2020 (2.036 MWp).

In deze grafiek heb ik voor het eerst ook de opnieuw berekende jaarvolumes getoond, op basis van de elke maand herziene grafiek in het laatste maandrapport, in 2 rood gekleurde horizontale lijnstukken. Ditmaal voor de maand december 2021, die jaargroei volumes voor de jaren 2020 (2.550 MWp) resp. 2021 (1.588 MWp) oplevert. Dat zijn waarden die zeer sterk afwijken van de volumes die volgen uit de accumulaties van de maandrapport data zelf, én, voor 2020, van het voor dat jaar eerst verschenen, zeer voorlopige jaaroverzicht (gearceerde blauwe kolom). Omdat er géén herziene jaaroverzichten meer verschijnen bij CertiQ, moeten we dus terug grijpen op de door Polder PV gestarte reconstructie methode op basis van de wel gepubliceerde, continu bijgewerkte evolutiegrafiek in de maandrapportages (zie paragraaf 9 voor verdere details van die nieuwe cijfers).

7. Accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit


De trendlijn in de grafiek is sedert de mei 2020 update, als gevolg van de aanvankelijk tegenvallende cijfers in 2020 (incl. de negatieve groei in april anomalie), aangepast t.o.v. het exemplaar in de voorgaande versies. De polynoom "best fit" curve is vervangen door een voortschrijdend gemiddelde trendlijn, waarbij het gemiddelde resultaat van de laatste drie maanden wordt weergegeven. Mede vanwege de bizarre "negatieve maandgroei in april 2020", vlakte deze curve rond die maand tijdelijk wat af, en wederom, kort, begin 2021, n.a.v. de "januari-februari anomalie", maar daar is bijna niets meer van te zien. De groei is echter na deze incidenten op hoog niveau gecontinueerd. Vandaar dat de rode lijn weer een zeer sterk positieve stijging laat zien. Vertikale blauwe stippellijnen geven vanaf de bespreking van de november (2020) rapportage het snijpunt van de bereikte 1.000 MWp piketpalen ("een GWp") met deze curve weer. Zoals in een vorig maandrapport al voorspeld, is de zesde piketpaal inmiddels ook alweer een tijdje achter de rug, begin juni was het zover. En, zoals reeds verwacht, de zevende is eind november ook gepasseerd. Met de toevoeging van de december rapportage staat er eind 2021 bij CertiQ inmiddels alweer een geaccumuleerd gecertificeerd vermogen genoteerd van 7.417,8 MWp.

De verdere progressie hangt wederom van onzekere factoren af, met name de voortwoekerende netcapaciteit problemen, de beschikbaarheid van kundig en gekwalificeerd technisch personeel. De SDE portfolio's zijn echter nog dermate groot (analyse 1 oktober 2021 update alhier), dat we nog zéér veel volume kunnen gaan verwachten in de komende jaren. Gezien de krappe tijdvensters waarbinnen SDE beschikte projecten gebouwd dienen te worden, en ondanks een jaar respijt vanwege de pandemie, is 2021 sowieso alweer een record jaar geworden. Zeker op het gebied van de realisatie van grotere, SDE "+" en "++" gesubsidieerde projecten.

Eind december 2020 bereikte de zonnestroom databank van CertiQ in ieder geval een geaccumuleerde gecertificeerde capaciteit van 5.122,6 MWp, en had het daarmee toen al de vijfde Gigawatt ruim overschreden in - bijna exclusief - de projecten markt. Het bereiken van de eerste "gecertificeerde" GWp kostte sinds eind 2009, toen er nog slechts 22 MWp PV capaciteit bij CertiQ bekend was (gecertificeerd), 8 een een half jaar. De tweede GWp heeft minder dan een jaar gekost. De derde GWp is al binnen een periode van 6 maanden toegevoegd (tussen mei en december 2019). De vierde GWp volgde, mede vanwege de curieuze "negatieve groei" in het april rapport, en de vertragingen vanwege de Covid19 pandemie, 10 maanden later. De vijfde volgde echter alweer zeer rap, binnen 4 maanden tijd. De zesde volgde 5 maanden later, de huidige zevende duurde iets langer, maar was ook binnen een half jaar een feit. Het is een van de belangrijkste redenen, waarom de netbeheerders op talloze plekken in ons land in de problemen zijn gekomen met de beschikbare netcapaciteit: ze zijn compleet overvallen door het enorme tempo van de nieuwbouw van met name de grote PV projecten. En, wat de grote zonneparken betreft: vaak in dunbevolkte gebieden met een historisch verklaarbare "krappe netcapaciteit". Voor de meest recente status, zie de integrale net(krapte) kaart van Netbeheer Nederland (of via de websites van de afzonderlijke netbeheerders). Zie ook mijn recente tweet daarover.

Het inmiddels alweer bereikte volume van 7,42 GWp in het rapport van december 2021 is een factor 337 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En al ruim 57 maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. Voor een nieuwe prognose voor eind 2021, gebaseerd op dit diagram, zie de grafiek in paragraaf 9.

CertiQ vs. RVO

Ruim een maand geleden heeft Polder PV in detail uit de doeken gedaan wat de resterende beschikte, resp. gerealiseerde volumes aan zonnestroom projecten onder de SDE - SDE "+" regimes zijn geweest, volgens de opgegeven of bijgestelde beschikte hoeveelheden, in de RVO status update van 1 oktober 2021. Het geaccumuleerde volume aan "ingevulde beschikte capaciteit" was op die peildatum bij RVO opgelopen tot 6.436 MWp.

CertiQ kwam in het september rapport (status begin oktober 2021) met fysiek gerealiseerd (= niet gelijk aan beschikt volume !) 6.746 MWp PV capaciteit voor (gecerticificeerde) zonnestroom. Dat volume is inclusief een onbekend, waarschijnlijk gering volume "niet SDE gesubsidieerde" PV projecten*. Die zeer recente update van RVO ligt dus alweer, wat beschikte volumes betreft, 310 MWp achter op de harde realisatie cijfers van CertiQ tm. eind september 2021. Inmiddels is, met het verschijnen van de december rapportage, het fysiek gerealiseerde volume bij CertiQ alweer ruim 15% (982 MWp) hoger dan de laatste bekende "officiële" status rond de SDE bij RVO. Dit soort forse, tot soms zelfs extreme verschillen zal niet verdwijnen, het niveau van het gesignaleerde verschil verandert immers per status update van een van de beide instanties. Meestal lopen de RVO updates ver achter bij de CertiQ data.

Voor meer beschouwingen over dit onderwerp, zie de update van december 2020.

* NB: Hardnekkige claims, dat de CertiQ databanken alleen maar projecten "met SDE+ subsidie" (beschikkingen) zouden bevatten kloppen absoluut niet. Een groot volume bij de aantallen betreft kleine projecten met oude SDE beschikkingen, zoals hier ook voor de zoveelste maal gemeld. Maar daarnaast zijn er ook projecten zónder SDE of SDE "+" (dan wel, inmiddels, zelfs SDE "++") subsidie, die via diverse groencertificaten platforms instromen. Het aantal of het volume daarvan (in MWp) is echter niet publiekelijk bekend, omdat dat onderscheid in de CertiQ data niet wordt gemaakt. Dit is in 2021 expliciet bevestigd door een medewerker van CertiQ (pers. comm. met Polder PV). Voor een overzicht van hoeveelheden door CertiQ geturfde projecten per grootteklasse, zie ten eerste de revisie van de jaarcijfers voor 2019, in detail geanalyseerd door Polder PV. Een update met de eerste resultaten voor 2020 is inmiddels ook reeds beschikbaar, alhier. Laatstgenoemde cijfers zullen echter later nog worden bijgesteld, zie ook paragraaf 9.

8. Evolutie systeemgemiddelde capaciteit bij accumulaties CertiQ dossier


Met de aanhoudend sterke groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, bleef jaren lang ook de gemiddelde projectgrootte fors groeien in de cijfers van CertiQ. In het voorjaar van 2020 kwam daar korte tijd de klad in, sedert de toen historische piek in februari 2020 (159,5 kWp). Al in maart van dat jaar kregen we te maken met een "unicum", de gemiddelde systeemcapaciteit van het totale geaccumuleerde volume nam af. Door continue instroom van behoorlijk veel nieuwe projecten, maar beperkte hoeveelheden nieuwe capaciteit, én de daar op volgende "april anomalie" (negatieve capaciteits-groei), is het systeemgemiddelde voor het eerst in zeer lange tijd een korte periode achteruit gegaan. Vanaf mei 2020 is er weer een toename te zien, en belandde dit eind juni op 156,6 kWp per project. Eind juli hadden we een nieuw record te pakken, 161,4 kWp, ondanks ook een record bij het aantal nieuw geregistreerde projecten. Vanwege de voortdurende toevoegingen van grote volumes nieuwe projecten, met ook weer veel capaciteit, in augustus 2020 tm. januari 2021, blijkt dat record begin dit jaar in de accumulatie cijfers wederom fors te zijn verbeterd. De gemiddelde systeem capaciteit van alle bij CertiQ aangemelde dan wel overgebleven gecertificeerde installaties is namelijk verder gestegen naar 204,3 kWp per project.

Toen kwam echter het februari rapport, met zwaar tegenvallende toegevoegde capaciteit, en wederom kregen we een herhaling van de geschiedenis: het systeemgemiddelde vermogen van alle gecertificeerde PV projecten nam weer tijdelijk iets af naar 201,8 kWp. Echter, vanwege de "normale hoge groei" in maart tot en met juli, is dat alweer gerepareerd, zoals voorspeld. Het augustus rapport bracht weer een relatief hoog nieuw volume in, september een "beperkte" hoeveelheid. Eind september is het gemiddelde per installatie daarmee ongeveer gestabiliseerd, maar bij niet zeer hoge aantallen nieuwe installaties, gecombineerd met wel forse nieuwe capaciteits-toevoegingen in oktober tot en met december, is inmiddels alweer een nieuw record niveau neergezet, van 242,8 kWp, eind december 2021.

In het maand rapport van maart 2019 is de gemiddelde systeemgrootte bij de accumulatie aan gecertificeerde PV installaties bij CertiQ voor het eerst boven de 100 kWp gekomen. In het december rapport van 2019 is de 150 kWp grens gepasseerd. Met de update voor januari 2021 is ook bij deze afgeleide parameter de tweede belangrijke "piketpaal" bereikt: de gemiddelde project omvang was toen al de 200 kWp reeds ver voorbij. Afhankelijk van het "type groei" in de komende maanden, komt er voor het eerste half-jaar van 2022 al zicht op een mogelijk systeemgemiddeld vermogen van 250 kWp in de CertiQ database.

Het maximale niveau eind december 2021 is een hoge factor 41,9 maal het gemiddelde begin 2010. En een factor 16,2 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, onderste horizontale blauwe stippellijn). Ook in deze grafiek is, vanwege de trendbreuk begin 2020, afgestapt van een polynoom trendlijn, en is deze vervangen door een voortschrijdend gemiddelde lijn, met gemiddelde waarden van de laatste drie maanden (rode curve). Na een korte neerwaartse buiging tm. juni 2020, is deze weer omhoog gebogen a.g.v. de forse toevoegingen aan capaciteit in de rapportages van juli 2020 tm. januari 2021. De tegenvallende inbreng in het februari 2021 rapport leidde tot slechts een tijdelijke afzwakking van de hellingshoek van de rode lijn.

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoeging in de december 2021 rapportage lag die maand weer op een relatief hoog niveau, 555 kWp (paragraaf 3). Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten normaliter (veel) lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben (zie grafiek met de actuele [overgebleven] aantallen per grootte categorie in het eerste jaar overzicht van 2020). Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ. Zonder registratie immers géén (voorschot-betalingen voor) SDE subsidie meer.

9. Totaal CertiQ volume - nieuws m.b.t. revisie cijfers en extrapolatie tm. medio 2022

De verwachting, dat Nederland in 2019 weer een record jaar tegemoet zou gaan zien, is met de pas laat in 2020 gepubliceerde, gereviseerde cijfers voor de projecten markt - in casu CertiQ data - volledig uitgekomen. Hetzelfde geldt, voor sommigen wellicht een verrassing, voor Covid jaar 2020. Die in deze paragraaf nog, op basis van de nieuwste inzichten, een extra pluim in de derrière krijgt gestoken. Een belangrijke vervolg vraag blijft luiden: hoe "groot" is het CertiQ volume in 2021 geworden ?

Lange tijd werd er in 2019 - voor wie dat aandurfde - over mogelijk 2 GWp nieuwbouw voor heel Nederland gesproken, inclusief de gecertificeerde volumes (bijna uitsluitend SDE projecten), en de grote volumes aan residentiële en niet, of anderszins gesubsidieerde projecten. De groei is echter substantieel hoger geworden dan "slechts" 2 GWp". De eerste CBS publicatie kwam op 2.402 MWp uit. Het allerlaatste, nogmaals bijgestelde jaargroei cijfer voor 2019 is inmiddels alweer 2.618 MWp, 8,9% hoger.

De wederom flink bijgestelde cijfers voor 2020 zijn inmiddels ook bekendgemaakt door het CBS: 10.950 MWp eindejaars-volume, nieuwbouw in 2020 voorlopig 3.724 MWp. Voor uitvoerige details van de update van de CBS cijfers voor 2020, en toen nog zeer voorlopige cijfers voor de eerste jaarhelft van 2021, zie mijn gedetailleerde overzicht, gepubliceerd eind december 2021 (introductie alhier).

Nieuwe revisie evolutie cijfers afgelopen jaren door Polder PV

In de vorige update deed ik kond van het schokkende nieuws, dat CertiQ geen jaar rapport revisies zou gaan uitgeven (dus geen revisie rapport meer over 2020 ff.). Ik besloot toen terug te grijpen op de meest recent gepubliceerde progressie grafiek in het laatste maandrapport, en daar uit proberen zo nauwkeurig mogelijk te extraheren wat de voortdurende bijstellingen in die grafiek zouden laten zien. Ik heb dat in de huidige analyse wederom gedaan met de grafiek in het december 2021 rapport. De in dat rapport vermelde EOY aantallen installaties, en de daarmee gepaard gaande capaciteit, komen overeen met de data in het eerste (nog zeer voorlopige) jaar rapport over 2021, wat tegelijkertijd werd gepubliceerd door CertiQ. In de getoonde maandgrafiek worden echter soms nieuwe status data van reeds lang verstreken maanden getoond, die fors afwijken van de oorspronkelijke cijfers in de oude maand rapportages. Op basis van deze nieuwe uit de grafiek ge-extraheerde cijfers heb ik nieuwe berekeningen gemaakt voor de EOY en de daar uit volgende YOY volumes voor 2020 en 2021.

Ik kom daarbij op de volgende grove cijfers, wegens de tekortkomingen van deze ruwe methodiek, voor de jaren 2020 resp. 2021:

EOY volumes 2020
Eerste jaaroverzicht (JO)
Reconstructie grafiek CertiQ dec. 2021*
Verschil t.o.v. JO
Aantallen
26.736
27.500
2,9%

Capaciteit (MWp)

5.316,7
5.830
9,7%
Gemiddelde (kWp)
198,9
212,0
6,6%

EOY volumes 2021
Eerste jaaroverzicht (JO)
Reconstructie grafiek CertiQ dec. 2021*
Verschil t.o.v. JO
Aantallen
30.549
   

Capaciteit (MWp)

7.417,8
   
Gemiddelde (kWp)
242,8
   

* Grove afrondingen vanwege tekortkomingen reconstructie afleiding uit grafiek zonder harde cijfers. Hiervoor is een "overlay" techniek gebruikt van de gepubliceerde grafiek, in combinatie met Excel. Capaciteit voor EOY 2020 lijkt t.o.v. de grafiek in de november (2021) rapportage te zijn verhoogd, met ongeveer 200 MWp. Wederom een forse historische correctie.

Ook al zijn de in de tweede kolom weergegeven cijfers grove afrondingen wegens de tekortkomingen van een dergelijke "extractie methode", duidelijk is in ieder geval, dat de data voor 2020 een duidelijke toename laten zien van de eindejaars-volumes. Grofweg 2,9% meer dan in het eerste jaaroverzicht voor de aantallen projecten, en inmiddels zelfs al 9,7% voor de capaciteit geaccumuleerd aan het eind van 2020. De systeemgemiddelde capaciteit is daardoor ook ongeveer 6,6% hoger geworden dan in het eerste jaaroverzicht van dat jaar.

De nu eerst benoemde eindejaars-capaciteit voor 2021 ligt niet ver af van mijn laatste extrapolatie voor dat jaar, die ik in de vorige analyse heb gemaakt. Ik kwam toen op 7.375 MWp (zie analyse).

Op basis van de meest recente data kunnen we nu ook weer de jaargroei cijfers voor zowel 2020 als voor 2021 gaan bepalen. Dit levert voor velen waarschijnlijk wel een forse verrassing op.

Jaargroei 2020
EOY 2019 **
Reconstructie EOY 2020 (nieuw)
Jaargroei volume 2020
Jaargroei volume
2019 ***

Toename YOY 2020 t.o.v. YOY 2019 (%)

Aantallen
21.949
27.500
5.551
 
4.550
22,0%

Capaciteit (MWp)

3.280,3
5.830
2.550
 
1.636
55,9%
Gemiddelde (kWp)
149,5
212,0
459 **
 
360
27,5%

** De gemiddelde capaciteit is hier weergegeven voor het jaargroei volume. T.o.v. het EOY gemiddelde in 2019, kwam de systeemgemiddelde capaciteit EOY 2020 42% hoger te liggen. Zie ook paragraaf 5 in detail update voor 2019.

*** Jaargroei volume 2019 volgens de laatst bekende officiële status van de cijfers voor dat jaar, zie paragraaf 4 in detail update voor dat jaar (en eerste resultaten 2020).

Jaargroei 2021
Reconstructie
EOY 2020 (nieuw)
1e Jaar rapport 2021
Jaargroei volume 2021
Jaargroei volume
2020

Toename YOY 2021 t.o.v. YOY 2020 (%)

Aantallen
27.500
30.549
3.049
 
5.551
-45,1%

Capaciteit (MWp)

5.830
7.417,8
1.588
 
2.550
-37,7%
Gemiddelde (kWp)
212,0
242,8
521 **
 
459 **
13,5%

Volgens deze "herleide" gegevens, zou de jaargroei in 2020 nu neerkomen op 5.551 nieuwe installaties, met een nieuwe gecertificeerde capaciteit van 2.550 MWp in dat jaar. Wat leidt tot een systeemgemiddeld vermogen van 459 kWp bij de nieuwe installaties in dat jaar. Vergelijken we deze nieuwste cijfers met de "gevestigde" jaargroei cijfers van 2019 (laatste 2 kolommen in de eerste tabel), zijn die voor de aantallen nieuwe projecten in 2020 met 22 procent toegenomen, de capaciteit zelfs met bijna 56% (!). En is de systeemgemiddelde capaciteit bij de nieuwe volumes met bijna 28% gegroeid. Wat allemaal duidelijk indicatoren zijn van de verdere schaalvergroting in de SDE- gedreven projecten markt. Zowel bij de aantallen, als bij de omvang van de nieuwe projecten. Op een nóg substantiëler niveau dan tot voor kort werd gedacht.

In de nieuwe tabel voor 2021, onderaan, blijkt, op basis van de nieuw uit de grafieken in de maandrapportages gereconstrueerde aangepaste data van CertiQ dat, in tegenstelling tot de suggestie uit die maandelijkse overzichten, de jaargroei in 2021 beduidend minder hoog is geweest dan in 2020, óók voor de capaciteit. Volgens de oorspronkelijke maandrapportages over 2021 zouden er 4.073 nieuwe installaties, resp. 2.295 MWp nieuwe capaciteit zijn bijgekomen in het CertiQ register. Deze cijfers zijn echter alweer achterhaald, door continue bijstelling van eerdere maand-cijfers.

Met de nieuwste uit de december grafiek gereconstrueerde cijfers kom ik namelijk op zo'n 3.049 projecten bij de aantallen, wat 45% lager is dan de 5.551 nieuwe projecten in 2020. En 25% minder dan wat op basis van de maandrapporten werd vastgesteld.

Bij de capaciteit is de aanwas in 2021 nog maar 1.588 MWp geweest, wat bijna 38% lager zou zijn dan de zeer forse groei van 2.550 MWp in 2020. En 31% minder dan het volume berekend uit de oude maand rapportages. Dit is beslist opvallend te noemen, en wordt vooral veroorzaakt door forse opwaartse aanpassingen van de nieuwe capaciteit voor 2020, die dus "ten koste zijn gegaan" van de resterende aanwas voor 2021. Het is echter nog beslist niet duidelijk of deze grote verschillen tussen 2020 en 2021 ook in toekomstige cijfer updates stand gaat houden, want de cijfers voor 2021 kunnen beslist óók weer substantieel worden gewijzigd, wat het verschil met de hoge jaargroei in 2020 weer flink kan verminderen. We zien daarvoor ook eerste aanwijzingen in een recent persbericht van Liander. Deze grootste netbeheerder signaleerde namelijk in de projecten markt weliswaar een afname van de volumes, van 1.765 nieuwe grote projecten in 2020, naar nog maar 1.203 exemplaren in 2021. Maar tegelijkertijd nam de daarmee corresponderende nieuwe capaciteit toe, van 581 MW in 2020, naar 663 MW in 2021. Waarmee de gemiddelde capaciteit per project in dat ene jaar flink is toegenomen, van 329 naar 551 kW. Het verschil bij de nieuwe jaarlijkse capaciteit is echter nog relatief bescheiden, ongeveer 14%.

We zullen dus moeten afwachten wat de nieuwe grafiek updates bij CertiQ met name voor de evolutie in het jaar 2021 zullen gaan brengen, om duidelijker uitspraken te kunnen doen over de opgetreden forse verschillen in de jaargroeicijfers tussen 2020 en 2021. Veel hangt af van de aard van de bijna dagelijkse updates van nieuwe projecten in de CertiQ database. Deze kunnen sowieso, zoals we aan de wijzigingen in de maandrapport grafieken zien, nog heel lang doorsijpelen.

Nieuwe extrapolatie, voor medio 2022, op basis van maandrapportages

Hier onder ga ik, wat alleen het CertiQ volume betreft (!), met een nieuwe extrapolatie, in op het accumulatie potentieel voor medio 2022. Dit, n.a.v. de groei bij de accumulatie van de capaciteit, inclusief de toevoegingen in de laatste maandrapporten. Ik heb hierbij voor de "groene curve", die normaliter de officieel gereviseerde jaarcijfers van CertiQ als basis heeft, voor het jaar 2020 de hierboven berekende nieuwe eindejaars- capaciteit van 5.830 MWp toegevoegd, om te laten zien wat voor consequentie die toevoeging heeft.


Nieuwe extrapolatie, ditmaal voor medio 2022

Op het eerste gezicht valt het nu zeer forse verschil op tussen de eindejaars-volumes voor 2020 volgens het december rapport van dat jaar (5.123 MWp, blauw omkaderd), en de nu wederom nieuw gereconstrueerde laatste omvang voor het eindejaars-volume, 5.830 MWp, i.p.v. de eerder getoonde 5.317 MWp in het eerste jaaroverzicht voor 2020 (groen, gestreept omkaderd). Genoemde 5.830 MWp is alweer 200 MWp groter dan gereconstrueerd op basis van de grafiek in het november 2021 rapport. Hiermee is het verschil tussen het oorspronkelijke december maandrapport en de huidige reconstructie alweer 707 MWp geworden, wat doet denken aan de ook al omvangrijke aanpassing van het CBS van ruim een halve GWp, in de juli revisie voor de totale nationale markt (waarvan CertiQ het grootste deel dossier omvat). Het dient hierbij dan ook een zeer belangrijke vingerwijzing te zijn, dat de volumes opgenomen in de maandrapportages met een korrel zout genomen dienen te (blijven) worden: ze kunnen later nog ingrijpend wijzigen !

In een nieuwe, "conservatieve" lineaire extrapolatie voor de mogelijke accumulatie in het CertiQ register, medio 2022 (zwarte lijn), heb ik in deze laatste korte termijn prognose wederom eind 2018 als begin referentie genomen (eerste vertikale blauwe stippellijn), en via het laatste maand resultaat, december 2021, lineair ge-extrapoleerd naar medio 2022 (MY '21, 2e vertikale blauwe stippellijn). Met deze extrapolatie komen we halverwege het nieuwe jaar inmiddels op een mogelijke accumulatie van zo'n 8.390 MWp uit, weergegeven rechts van de rechter Y-as.

Ten tweede. Gaan we uit van de best fit trendlijn door de maand resultaten, een (conservatieve) 3e graads polynoom (rode curve), en bepalen we daarvan het snijpunt met genoemde blauwe stippellijn, komen we op een niveau uit van ongeveer 8.980 MWp.

Middelen we deze 2 relatief conservatieve scenario's uit, zouden we op een voorlopige "educated guess" voor het geaccumuleerde CertiQ volume, medio 2022, komen van ongeveer 8.685 MWp.

We hebben echter ook gezien, dat de - opwaartse - bijstelling van het eindejaars-volume voor 2020 al aanzienlijk is geweest, al is dat gereconstrueerd uit een niet zeer goed leesbare grafiek. Zouden we die cijfers als uitgangspunt nemen, zullen we uiteindelijk beslist nóg hoger uit gaan komen dan de conservatieve afschatting op basis van de progressie van de maandrapportages. Derhalve, is het "zoekgebied" voor het te verwachten volume, eind dit jaar, in het bovenste deel van de ovaal met gestippelde rand in de grafiek. Ik heb de extensie naar boven toe wel beperkt, omdat er de laatste maanden een duidelijke afkoeling van het uitbouw tempo is geweest, vermoedelijk grotendeels vanwege de om zich heen grijpende problemen rond de beschikbare netcapaciteit (en technisch personeel). Maar dan heeft u in ieder geval een richtlijn voor het mogelijke volume medio het huidige jaar.

Wel moet men blijven beseffen, dat dit alles nog exclusief de residentiële, nieuwbouw, huur- en andere marktsegmenten is, die niet, of nauwelijks zijn vertegenwoordigd in het - omvangrijke - CertiQ dossier. We zullen later aan de hand van nieuwe cijfers van het CBS meer zicht krijgen op de totale marktgroei in Nederland.

10. Gecertificeerde zonnestroom productie tm. november 2021 - oktober "anomalie" hersteld

De "gemeten" producties van gecertificeerde zonnestroom worden door CertiQ ook in hun maand rapportages weergegeven, en wel over de daar aan voorafgaande maand. Dit zijn, wederom, altijd minimum inschattingen, omdat er vaak nog de nodige productie cijfers "na worden geleverd". De grootste volumes zijn wel al bekend, in de rapportage maand, volgend op de verslag-maand.


In bovenstaande grafiek in magenta de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in de CertiQ databank, eindigend op 7.418 MWp in het december 2021 rapport (geel omrand punt rechtsboven, referentie: linker Y-as). Na het voorlaatste dieptepunt van 66,2 GWh in december 2020 (blauwe pijl), en de tot nog toe record productie in juni 2021, 822,5 GWh (blauw data punt met rode rand, rechtsboven in de grafiek), zijn de maandelijkse producties zoals verwacht kon worden weer flink gedaald tm. november. De bizarre anomalie, van slechts 0,3 GWh oorspronkelijk genoteerd voor oktober 2021, is, na vragen van mij door CertiQ gecorrigeerd. In een nieuw rapport zijn de correcte waarden voor die maand opgegeven. Het verloop van de blauwe curve heeft daardoor weer een "normaal" verloop gekregen, tot en met november 2021.

Totale gecertificeerde jaarproductie, grijze en groene stroom 2020, correctie, en wijziging jaar rapport 2021

Zie hiervoor, en over eerste bespiegelingen over de totale "groene" en "grijze" stroomproductie in 2020, de uitgebreide bespreking in het januari rapport 2021. Ook in het detail overzicht van het eerste jaar rapport ben ik dieper ingegaan op de groene stroom productie, import en export van GvO's. Het allereerst gepubliceerde gecertificeerde productie cijfer voor 2020 was voor zonnestroom bijna 3.749 GWh. In het eerste jaaroverzicht voor 2021 is dat nu opwaarts bijgesteld naar 3.937,4 GWh, 5% meer. Met deze bijstelling is de aanwas in 2020 t.o.v. de gecertificeerde productie in (voormalig record) jaar 2019 (2.047 GWh), nu al ruim 92%. Mogelijk kan dit nog wat hoger worden, maar het verschil is nu al respektabel te noemen. Zeker als we ons realiseren met welke problemen de installatiebedrijven werden geconfronteerd in het eerste Covid19 jaar 2020.

11. Andere cijfers zonnestroom certificaten CertiQ

Voor 2021 is nog niet het complete eerste volume bekend, wel de voorlopige stand van zaken "in de laatste 12 maanden inclusief november 2021". Dat was al een volume van 5.604,5 GWh aan gecertificeerde zonnestroom productie (45% hoger dan de output van kerncentrale Borsele in 2020). En dat is alweer ruim 43% hoger dan het opwaarts bijgestelde volume voor heel kalenderjaar 2020. Uiteraard gaan ook de volumes voor 2021 nog fors wijzigen, maar het verschil is al substantieel.

Ten opzichte van de cumulatie in het voorgaande maandrapport is het verschil afgenomen, tot een niveau van 60 GWh.

GvO import

CertiQ publiceert ook separate import- en export cijfers van GvO's voor zonnestroom. Door eerder gerapporteerde problemen met de registraties daarvan (verdwenen nieuwsberichten op de website), zijn de import cijfers mogelijk niet representatief voor de laatste maanden. In november was het niveau relatief laag, slechts 25,5 GWh. In december is dat plots 410,5 GWh geworden, het zestien-voudige volume, en een nieuw record bij de import vertegenwoordigend. Dat is alweer flink hoger dan het hoogste niveau tot nog toe, in augustus 2021 (357,6 GWh). Mogelijk is hier eerder geïmporteerd volume pas later bijgeschreven vanwege de door CertiQ gesignaleerde technische storing. In 2021 was het laagste import niveau 0,7 GWh in april. Het hoogste volume in 2020, 94,1 GWh, werd genoteerd in mei van dat jaar.

GvO export

Gelijktijdig met de import van GvO's voor zonnestroom, werden er in december 2021 ook weer zonnestroom GvO's ge-exporteerd, uit Nederland, naar buitenlandse opkopers onder de Europese paraplu. Met 55,4 GWh wat minder volume dan de 75,3 GWh in november, maar nog steeds veel meer dan het lage niveau van 3,9 GWh in april dat jaar.

Voor de accumulaties van de laatste 12 maanden nam de import fors toe, van 418 (juli), naar 1.194 GWh in december. Bij de 12 maandelijkse accumulatie voor de export werd in december een volume van ruim 817 GWh bereikt, iets onder het voorgaande record niveau van 834 GWh tm. september dit jaar.

Afgezien van mogelijke fouten bij de ingaves bij CertiQ, komt de balans tussen de import- en export volumes van GvO's voor zonnestroom, na een langere periode met negatieve balansen, in december opeens neer op een nieuw record van 355 GWh meer aan certificaten ge-importeerd dan het land uit ge-exporteerd. In september was er nog een negatief record van 170 GWh (meer export dan import). Bij de 12-maandelijkse accumulaties is tm. december weer een positief resultaat van 377 GWh behaald (meer import dan export). In juli lag dat 12 maandelijks voortschrijdend gemiddelde nog op een record niveau van -161 GWh (meer export dan import in die periode).

GvO maandgemiddeldes

De langjarige maandgemiddeldes voor de zonnestroom GvO's in de periode januari 2016 tm december 2021 waren als volgt: 76,5 GWh/mnd (import) resp. 23,0 GWh/mnd (export). Dus blijvend veel meer (netto) import dan export, waarmee een nog steeds relatief klein deel van de dominant fossiele stroom consumptie "administratief wordt vergroend".

Juni 2021 was de maand met de hoogste import volumes van zonnestroom GvO's, voor de export is dat september 2021. Bij de voortschrijdende 12-maand accumulaties waren de record maanden oktober 2018 (import, 1.831 GWh), en september 2021 (export, 834 GWh). Als we de "balans" van import minus export volumes van zonnestroom certificaten in een aaneengesloten periode van 12 maanden berekenen, zien we sedert het eerste datapunt (maart 2015) een zeer grote spreiding. Variërend van 1.771 GWh (oktober 2018 en 11 maanden daar aan voorafgaand) positief, tot 161 GWh negatief (meer export dan import van zonnestroom GvO's in die periode) voor juli 2021 en de daar aan voorafgaande 11 maanden.

In december was de "voorraad" van nog niet aangesproken GvO's bij CertiQ (van groot naar klein: wind, biomassa, zon, water, en [nihil] geothermie GvO's) t.o.v. november weer iets afgenomen naar 21,69 TWh. Dat blijft echter nog steeds zeer hoog. Vergeet daarbij niet, dat het totale stroomverbruik van Nederland rond de 120 TWh per jaar ligt. Dat is dus het equivalent van zo'n 18% van dat totaal. Die enorme voorraad blijft een aanzienlijke marktwaarde aan "groenheid" vertegenwoordigen ...

12. Jaarverslag 2020

Voor cijfers uit het jaarverslag over 2020 zie paragraaf 12 in de analyse van maart 2021.

Over het reeds verschenen jaarverslag 2021 gaat Polder PV nog separaat een artikel wijden.


Eerdere analyses van maandrapportages 2021 op Polder PV:

Huidige rapportage: december 2021

November 2021
Oktober 2021
September 2021
Augustus 2021
Juni & juli 2021
Mei 2021
April 2021
Maart 2021
Februari 2021
Januari 2021

Detail analyse eerste jaar rapport 2020 van CertiQ (zonnestroom). Zie ook introductie (6 maart 2021)

Bronnen:

Jaarverslagen CertiQ

Statistische overzichten CertiQ (per maand)

NB: de website van CertiQ is volledig vernieuwd op 20 september 2021. Aanvankelijk waren alleen de maandrapportages van 2021 toegankelijk. Eind oktober 2021 werden weer alle maandrapportages beschikbaar gemaakt via downloadbare zip-files per kalenderjaar, vanaf 2004 (archief pagina).


6 januari 2022: Verbruiks-cijfers Polder PV in 2021 - Netto invoeding zonnestroom, het achtste jaar*. Zoals vanouds presenteert Polder PV de jaarlijkse verbruik- cq. opwek cijfers van de belangrijkste "energie" en gerelateerde modaliteiten. Achtereenvolgens elektra, stadswarmte, drinkwater, en als special wederom het specifieke verbruik van de Polder PV computer die enorm veel overuren draaide in het tweede "Covid-jaar". Voorspelbaar, maar toch leuk om al te benoemen: voor het achtste achtereenvolgende jaar is Polder PV op elektra gebied "stroomneggie" gebleven.

(1) Elektriciteit, verbruik, opwek, invoeding. Per maand en per jaar

In deze eerste grafiek de maandelijkse (resterende) verbruiken van elektriciteit (niet geel gekleurde kolommen boven de X-as), de producties van onze PV installatie, inclusief niet separaat bemeterd, onregelmatig ingezet "terras paneel", gele kolommen, en de resulterende maandelijkse invoeding op het net, alle kolom delen onder de X-as. Dit, zoals bepaald uit de verschillen tussen de maandelijkse meterstanden afgelezen van de enkeltarief Ferrarismeter aan het eind van elke maand, gecombineerd met de fysieke productie metingen van onze PV-installatie. De verbruiken tonen het "gesaldeerde" resultaat per maand, exacte eigenverbruik cijfers zijn niet bekend, maar zullen, gezien het zeer lage stroomverbruik, én de afwezigheid van frequent gebruikte zware verbruikers, laag zijn (beslist vér onder de vaak gehanteerde "dertig procent", dat halen we in geen velden of wegen). Vandaar dat de pieken zeker de laatste jaren onder de X-as hoog zijn, gedurende lange tijd voeden wij regelmatig het nodige aan kWh in op het net. Zelfs met onze zeer bescheiden, oude installatie.

Vooral in de avond-uren, op zeer sombere dagen, en natuurlijk in de winterperiode trekken we netto op maandbasis extra kilowatturen uit het net. Netto bezien, zijn daardoor in 2021 weer 6 maanden "verbruik" maanden geweest, eentje meer dan in 2021, al was maart met slechts 7 kWh netto verbruik op de Ferrarismeter al "bijna nul". De rest van de maanden wekten we (veel) meer op dan we zelf hebben verbruikt. Uiteraard geldt dit met name voor vakanties, waarbij het verbruik thuis gemarginaliseerd is tot de basisstand van de mechanische ventilatie en, bij korte vakanties, dat van de energiezuinige koelkast. In de beginperiode zijn we van "grijs" via "groen" ("natuurstroom") en "blauw" (windenergie GvO's) naar een zonne-energie GvO contract gegaan (oranje).

Het netto gemiddelde maandverbruik van elektra is weergegeven met de horizontale lijn: sedert eind 1996 komt dat neer op gemiddeld bijna 88 kWh/maand (inclusief bescheiden deel eigen verbruik zonnestroom).

Onderaan zijn de "major events" getoond in deze lange verbruik / opwek periode, vanaf eind 1996 tm. eind 2021. De installatie van PV systeem delen (4x 93 Wp, extra 6x 108 Wp, extra 2x 108 Wp, en nog eens extra 2x 50 Wp Kyocera's) zijn als accumulerende systeem capaciteiten weergegeven, met als laatste nog toegevoegd een van een collega van z'n dak gehaald Shell paneel wat we als onregelmatig ingezet "terraspaneel" gebruiken, en de bescheiden productie daarvan ook op het interne net invoeden. Daarvan wordt de productie weliswaar niet gemeten, maar wordt het (deels) uiteraard wel gebruikt.

Andere duurzame stroomprojecten

Daarnaast laten we indirect extra zonnestroom opwekken via 2 crowdfund projecten (een rooftop en een zonnepark installatie in Nederland), zijn er in de vorige eeuw al aandelen gekocht in Triodos Windfonds (later opgegaan in Groenfonds), tevens, meer recent, in het Europese TREF fonds van Triodos (doel: maximale productie van energie uit hernieuwbare bronnen wind, zon, en biogas), en hebben we recent mee-geïnvesteerd in de overname van 1 van de 2 windturbines door de lokale energiecoöperatie Rijnland Energie, het Watergeuzen project. Er wordt dus mede uit onze naam véél meer duurzame elektriciteit gegenereerd dan alleen onze fysieke eigen zonnestroom productie. Een veelvoud daarvan.

Op jaarbasis ziet bovenstaand plaatje er zo uit:

Vergelijkbare grafiek als de hierboven getoonde per maand, maar nu het gesaldeerde resultaat per jaar, volgens hetzelfde stramien. Vanaf het jaar 2000 hebben wij eigen opwek van zonnestroom (eerste vier Shell Solar panelen), die in 2002 fors toenam door uitbreiding naar tien panelen in oktober 2001, en door latere toevoegingen zo groot is geworden, dat netto, op jaarbasis, er vanaf 2014 (eigenlijk eerder al een beetje in 2012) stroom "over" was. En er, wederom op jaarbasis, meer stroom werd geproduceerd dan er in-house werd geconsumeerd. Uiteraard is de werkelijkheid gecompliceerder, op zeer sombere momenten, 's avonds, en vaak in de wintermaanden, blijven we gewoon regelmatig stroom betrekken van het net, en daar doen we ook helemaal niet moeilijk of huichelachtig over. Wel is duidelijk dat we van 2014 tot en met 2021 een stroom "overschot" hadden, tot maximaal 225 kWh in het zeer zonnige jaar 2018. In 2021 is dat, mede vanwege langdurig, deels Covid-gerelateerd thuiswerk, gecombineerd met de sub-gemiddelde instraling dat jaar, een bescheidener overschot van 75 kWh op jaarbasis geweest. Acht jaar lang reeds "stroomneggie" zoals insiders dat fenomeen noemen (met dank aan stadsgenoot Floris Wouterlood).

* Voor energie puristen: voor "verbruik" gelieve "gebruik" lezen. Energie gaat immers nooit "verloren", maar wordt - mede door onze activiteiten - omgezet in andere energie vormen. Zie Eerste Wet van de Thermodynamica. Taalkundig wordt "verbruik" resp. "gebruik" door elkaar heen ingezet, en is het meer een kwestie van smaak.

(2) Gas

Voor gas laat ik geen nieuwe grafieken zien. We hebben dat spul uitsluitend voor koken gebruikt van eind 1996 tm. april 2018, het betrof op jaarbasis sowieso marginale hoeveelheden van maximaal 36 m³. Sedert april zijn we compleet "kookgas-vrij" en sindsdien koken we elektrisch op een slim inductie systeem, met een simpele ingreep aangesloten op onze stoppenkast door de "huis elektriciën" van de verhuurder. Ook bereiden we soms gerechten in een nieuwe elektrische oven. Dit alles zonder problemen en met veel plezier. Voor de laatste grafiek met de jaarverbruiken van kookgas in ons huishouden, zie de update van 3 januari 2021.

(3) Stadswarmte

Over dit "pain in the ass dossier" voor het laag-energetische Polder PV huishouden zijn reeds de nodige woorden geventileerd, zowel in oudere berichtgeving op deze site ("NUON Soap"), als af en toe op Twitter. De laatste "drama bijdrage" op deze site gaat over de ronduit hemeltergende stijging van het GJ tarief, zie het bericht van 3 januari jl. Dat gaan we hier allemaal niet overdoen. We zitten vast aan een met gas gevoed stadswarmte systeem (Uniper STEG centrale aan de Langegracht in Leiden), de vastrechten zijn absurd hoog, ons verbruik blijft laag, we blijven het meeste "energiegeld" afdragen aan de onverkozen intermedair, een Nederlandse dochter van een Zweeds staatsbedrijf. Dat is zo'n beetje in een nutshell de situatie. Er van afkomen is een drama voor huurders, die immers na vertrek "de oude situatie" moeten (laten) herstellen, en dat gaat goud geld kosten.

Over naar de feitelijke verbruikcijfers, hier alleen op jaarbasis:

Het "vermeende", vaak gehanteerde gemiddelde jaarlijkse verbruik van 35 GJ/jaar is een lachertje voor ons huishouden. We zijn nooit boven de 12,5 GJ gekomen, en zitten daar al sinds we hier wonen gemiddeld ver onder. Een lineaire gele trendlijn geeft aan dat we gemiddeld wel iets meer zijn gaan verbruiken (vaak thuis, en ouder wordend), maar afgezien daarvan is het langjarige gemiddelde, weergegeven met de horizontale blauwe stippellijn, 8,41 GJ/jaar, vier maal zo laag dan dat veronderstelde huishoudelijke gemiddelde. In 2021 was het iets hoger, 9,24 GJ. We betalen daar dit jaar dan wel een heftige EUR 528 vastrecht overheen. Als we 9 GJ als potentieel jaarverbruik aanhouden, is zelfs met het ge-explodeerde nieuwe GJ tarief, EUR 39,41, de jaarlast daarvan nog geen 355 Euro, 67% van de vastrecht kosten ...

Voor de maandelijkse verbruik cijfers voor stadswarmte, zie deze tweet n.a.v. dit artikel (6 januari 2022).

(4) Drinkwater en regenwater verbruik

In deze grafiek staat het lage jaarlijkse verbruik van drinkwater (donkerblauwe kolom segmenten), en het daar bovenop gestapelde verbruik van regenwater (toiletspoeling, lichtblauwe segmenten) weergegeven. Ook hier scoren we normaliter zeer laag, zelfs met het regenwater meegerekend. Gemiddeld genomen op een niveau komend van 24,3 m³ per jaar, waar een wat ouder cijfer van de brancheorganisatie VEWIN met gemiddeld 96 m³ per huishouden per jaar rekent. Ook hier weer dus een factor vier zo laag, en deels met gebruik van regenwater om de kostbare drinkwater voorziening te helpen verlichten.

Er waren echter tot twee maal toe ernstige problemen met onze drinkwater leidingen, wat ook alweer "een verhaal apart" was, wat ik deels heb geadresseerd in de bijdrage van 6 november 2016 (eerste grote lekkage in kruipruimte in dat jaar). In 2019 is er helaas weer een geniepige, grote lekkage geweest, die pas na langere tijd - provisorisch - verholpen werd. De gevolgen voor ons water verbruik waren dan ook dramatisch, dergelijke jaar "pieken" zoals in 2016 en 2019 gun je niemand. Gelukkig hebben we de extra verbruiks-kosten vergoed gekregen van de verhuurder - daartoe zijn zeer gedetailleerde verbruiks-statistieken overhandigd om deze te staven (Polder PV heeft maand statistieken, die zelfs het drinkwaterbedrijf niet kan leveren ...). De situatie is in 2020 en 2021 gelukkig weer naar "normaal" terug gekeerd, zeer lage verbruik cijfers, met in 2021 zelfs weer een zeer laag verbruik van slechts 21,5 m³ aan drinkwater, en nog eens 6,8 m³ regenwater verbruikt voor de toiletspoeling.

(5) Computer verbruik

Al jaren houdt Polder PV bij wat het elektra verbruik van de computer opstelling is, ook omdat hij een groot deel van de dag daar mee bezig is. In de loop van de jaren zijn steeds zuiniger computers ingezet, wat zeer goed is te zien aan de bekende grafiek, waarvan voor 2021 nu een update is gemaakt.

In rood, blauw, en groen zijn de op elkaar volgende computer configuraties geplot, een oud tweedehands "tower" model, een tafel-fähige "mini computer" (die helaas te snel de geest gaf), en een kleine "NUC" micro computer waar al jaren met plezier - extreem intensief - op wordt gewerkt. Desondanks zijn de gemiddelde verbruiken van die drie opeenvolgende configuraties stapsgewijs flink gedaald. Uiteraard wisselt het verbruik per maand, en zijn "neerwaartse dips" periodes dat we langdurig van huis waren (vakanties). Maar de trend is duidelijk, het gemiddelde verbruik van een van de belangrijkste, veel gebruikte apparaten in huis is dramatisch gedaald in de weergegeven periode.

Conclusie

De verbruiks-cijfers blijven laag van de getoonde modaliteiten, de productie cijfers van het antieke PV-systeem blijven prima op orde, drinkwater is back to normal, stadswarmte blijft helaas een zorgenkind, vooral vanwege de absurde kosten in relatie tot het extreem lage verbruik, en het non-existent zijn van keuze "vrijheid". Kookgas is finito. Het huishouden van Polder PV blijft zeer energiezuinig, en is niet zonder bizarre ingrepen op een nóg lager niveau te krijgen. Autorijden doen we ook al niet, openbaar vervoer is, grotendeels vanwege de Covid maatregelen, tot een zeer marginaal niveau gebruikt. Vliegen is een no-go, voeding is hier 100% bio en al een jaar of dertig vegetarisch. We kunnen gerust blijven stellen: "aan ons heeft het niet gelegen".

Bronnen:

Maandelijkse meterstand opnames huishouden Polder PV (en centrale voorzieningen) sedert eind 1996, en ditto zonnestroom monitoring data sedert maart 2000.


5 januari 2022: Aandelen maandproducties in jaaropbrengst: Vergelijking langjarige gemiddeldes met het laatste volledig bemeten jaar - 2021. Na de absolute opbrengsten aan zonnestroom in 2021 te hebben beschreven en geïllustreerd voor de PV-installatie van Polder PV, gaan we over naar de tweede belangrijke afgeleide "dataset". Net als vorig jaar, en de jaren daarvoor, is deze zeer belangrijke grafiek wederom van een update voorzien. Daarin worden de relatieve aandelen van de zonnestroom producties van elke maand op de totale jaarproductie van elk jaar bepaald in procent. Vervolgens worden over alle compleet bemeten jaren die percentages per maand gemiddeld, ditmaal dus inclusief 2021. Hieruit volgt een grafiek die een representatief beeld laat zien van de sterk seizoensmatig bepaalde productie van zonnestroom voor het onderhavige systeem, in de fysieke realiteit van alledag. In dit geval, de grotendeels al bijna 22 jaar oude 1,02 kWp grote "kern" installatie van Polder PV, op het platte dak van de vierde verdieping van ons appartementen complex in westelijk Leiden (ZH). Met de toevoeging van de 6 toen nieuwe 108 Wp modules aan de 4 reeds anderhalf jaar eerder geïnstalleerde (93 Wp) modules, en de netkoppeling op 12 oktober 2001 werd de "officiële productie" van die uit tien panelen bekende kern installatie gestart.

In onderstaande grafiek de relatieve aandelen van elke maand voor het afgesloten jaar 2021 (paars), afgezet tegen de langjarige gemiddelde percentages in de hele reeks volledig bemeten jaren, 2002-2009 en 2011 tm. 2021 (geel)*. Voor de originele maandelijkse productie data voor dit deel-systeem in kilowatturen, zie het vorige artikel, en de tabel op de highlights pagina van Polder PV.

* In dit overzicht is 2010 niet meegenomen vanwege groot deel niet gerealiseerde productie in de maanden september en oktober,
vanwege een dakrenovatie waarbij het complete systeem het grootste deel van de tijd van het net was afgekoppeld.

2021 (paars)
In de eerste jaarhelft van 2021 waren er drie opvallende meeropbrengsten te zien t.o.v. de langjarige gemiddelde waardes (geel). Het jaar startte positief, met in januari 2,7% productie t.o.v. het jaar volume, 0,2 procentpunten hoger dan het langjarige gemiddelde (2,5%). Februari was byzonder zonnig, en leverde al 5,9% van de jaaropbrengst, 1,1 procentpunt hoger dan langjarig gemiddeld (4,8%). Maart scoorde bijna even hoog als het gemiddelde, met 8,8% (t.o.v. langjarig gemiddeld 8,9%). April zette weer een streepje bij, met 12,6% (i.p.v. 12,2% gemiddeld). Belangrijke productie maand mei viel echter weer tegen, met 13,0% van totale opbrengst een halve procentpunt onder het langjarige gemiddelde van 13,5%. Gelukkig was in het eerste halve jaar juni nog weer positief gezind, 13,8% van de totale jaarproductie, waar het gemiddelde op 13,1% bleef steken.

De tweede jaarhelft is echter flink tegengevallen. Dat was vooral te wijten aan het zeer slechte resultaat voor juli, wat met 11,7% van de totale jaarproductie maar liefst 1,4 procentpunt onder het gemiddelde van 13,1% bleef steken. Deze normaliter voor de jaarproductie belangrijke zomermaand was dan ook "koel en somber" volgens de kwalificatie van het KNMI. Dit zomerse verlies kon niet goed gemaakt worden in augustus, waarbij een iets ondergemiddeld productie aandeel was te zien (11,6 t.o.v. gemiddeld 11,8%). September deed nog een beetje haar best, met een tiende procentpunt beter dan het langjarige gemiddelde (9,5 om 9,4%). Oktober viel echter ook weer flink tegen, met maar 5,6% waar het gemiddelde op 6,1% van het jaarvolume ligt. November en december hadden niet veel byzonders meer toe te voegen, met een ongeveer even hoge bijdrage in november (3,0%), en een iets subgemiddeld niveau in december (1,6 i.p.v. "normaal" 1,7% gemiddeld).

Percentages in geselecteerde periodes

Als we naar de verdeling van de jaarhelft aandelen kijken, komen we voor 2017 op 54,7 / 45,3% voor jaarhelften I en II. In de jaren 2018-2019 was die verhouding 54,6 / 45,4%, en in 2020 alweer 54,8 / 45,2% t.o.v. de output in het hele kalenderjaar. Vanwege de relatief zonnige omstandigheden in 3 maanden in de eerste 6 maanden, heeft de eerste jaarhelft in 2021 een nog wat groter zwaartepunt gekregen op het totaal, met een ratio van 55,0% / 45,0% tussen de 2 jaarhelften.

Bij vergelijkingen van eigen productie resultaten met deze specifiek voor Polder PV systeem gemaakte grafiek dient altijd een waarschuwing in acht te worden genomen. Sterke afwijkingen van de hellingshoek, oriëntatie t.o.v. het zuiden, en microklimaat aberraties (hoge stofbelasting, of bijv. mogelijk extra instraling en/of verkoelende effecten indien systeem vlak bij een groot wateroppervlak staat), kunnen nogal wat impact hebben op de procentuele verdeling tussen de maanden bij andere PV installaties. Globaal zal het beeld wel vergelijkbaar zijn, maar op detail niveau kunnen beslist afwijkingen worden vastgesteld voor de eigen installatie.

Voor de steeds populairder wordende "oost-west" installaties (met name op platte daken, maar zelfs ook al "ingeburgerd" bij vrije-veld projecten) verwijs ik gaarne naar een prachtige, klassieke zomer (dag-)curve van zo'n systeem, die zo in een studieboek voor installateurs kan worden opgenomen (tweet Polder PV van 22 januari 2016, zie ook dit recentere exemplaar van 11 december 2021). Uiteraard gaat het in dergelijke, al vrijwel usance geworden installatie configuraties, om een nogal afwijkende verdeling van de productie per dag (per oriëntatie), en zal dit ook de nodige impact kunnen hebben op de productie verdeling over het jaar. Al helemaal, als dergelijke systemen niet "pal oost-west" staan, maar bijvoorbeeld, zoals ik al heel vaak heb gezien, bijvoorbeeld OZO/WNW of WZW/ONO. Om maar niet te spreken over een toenemend aantal installaties die zelfs (bijna pal) "zuid-noord" zijn opgesteld ...

U vindt een iets uitgebreidere toelichting van de ververste maand aandelen grafiek op de specifieke pagina op Polder PV:

Maandelijks aandeel van zonnestroom productie in de jaaropbrengst

Bron:
Maandelijkse uitlezingen van alle 13 OK4E-100 micro-inverters bij Polder PV, en daarvan afgeleide percentages


4 januari 2022: Zonnestroom opbrengst Polder PV - december 2021, jaaropbrengst, en context. Er is weer een - bewogen - jaar voorbij, tijd om de balans op te maken. Hoe "deed" het grotendeels al ruim 21 jaar oude PV systeem van Polder PV het dit jaar? Daarvoor worden hier weer de meest recente updates van veelvuldig getoonde opbrengst grafieken getoond, en de resultaten in context geplaatst.

December 2021

December van afgelopen jaar werd door het KNMI bestempeld als "Zacht, droog en aan de sombere kant", met gemiddeld 50 zonuren t.o.v. het nieuwe historisch gemiddelde (1991-2020) van 58 uren. Opvallend was hierbij dat normaal vaak laag scorend station Eelde in Noord Drenthe het hoogst scoorde, met 63 zonuren, het Zuid-Limburgse Beek zag het minste aantal uren de zon: slechts 33 uur*.

* Het KNMI heeft 2 nieuwe zogenaamde "klimaatstreepjescodes" gepubliceerd, naast het al langer bestaande bekend geworden exemplaar wat de gemiddelde temperatuurstijging grafisch weergeeft. Ditmaal zijn equivalente exemplaren uitgebracht voor de gemiddelde neerslag hoeveelheid, en, zeer interessant, een exemplaar met de evolutie van de gemiddelde zonneschijnduur per jaar, tussen 1901 en 2021. Zie het aparte KNMI bericht hierover, gepubliceerd op 3 januari van het nieuwe jaar.

In bovenstaande tabel alle productie resultaten van deel-installaties en het totaal van het hele project (14 panelen, 1,33 kWp) van Polder PV, voor, achtereenvolgens, december 2021, het hele kalenderjaar 2021 (jan. tm. dec.), ditto, ter vergelijking, de opbrengsten in kalenderjaar 2020, en, tot slot, de verschillen tussen de producties in deze 2 jaren per deelgroep.

December is als vanouds de "minst productieve" maand, vanwege vier factoren: (a) de daglengte is zeer kort ("weinig zonuren" mogelijk), (b) het is vaak somber, grauw weer (veel bewolking), (c) de niet erg hoog boven de horizon rijzende zon schijnt, als het al een wolkeloze dag is, onder een zeer ongunstige hoek op de meestal tussen de 10 en 30 graden hellingshoek hebbende zonnepanelen, en (d), áls het al zonnig is vallen bij ongunstig geplaatste PV systemen, vaak enorme slagschaduwen op de zonnepanelen van schoorstenen, andere oprijzende dak obstakels, en/of bomen e.d.

Het is dus niet verbazingwekkend, dat december relatief weinig zonnestroom oplevert bij alle PV installaties. Dat is een "natuurlijk gegeven", en niets om je zorgen over te maken.

De deelsystemen van de Polder PV installatie wekten, terug gerekend naar de opgestelde capaciteit (4e kolom), tussen de 12,6 (4x 108 Wp ZZO achterste rij) en 17,7 kWh/kWp op (Kyocera set 2x "50" Wp). Al langer bekend was dat aan de panelen in genoemde achterste rij wat zwakker presterende micro-inverters geschakeld zitten, op zich niet iets om je al te druk over te maken. Wel is een extra nadeel voor die mini groep, dat, áls de winterse zon eenmaal goed schijnt, deze groep als enige tijdelijk slagschaduwen van de voorste rij panelen vangt, waardoor de opbrengst verder wordt gedrukt. Polder PV heeft deze effecten in twee unieke historische artikelen cijfermatig onderbouwd, al in 2004.

Alle veertien modules bij elkaar produceerde in december afgelopen jaar bijna 20 kWh, genormeerd, 14,84 kWh/kWp.

In bovenstaande, al jaren bijgewerkte grafiek alle maandopbrengsten van het uit tien PV modules bestaande kern-systeem van 1,02 kWp (tm deel van oktober 2001 nog slechts bestaand uit 4 panelen, dus opbrengsten tot die maand niet representatief voor de rest). In september - oktober 2010 is er een forse dakrenovatie geweest, waarbij het complete systeem een groot deel in die periode van het net werd gekoppeld. De lage opbrengsten in die maanden zijn niet representatief en deze worden dan ook buiten de gemiddelde maandwaarden curve (zwarte getrokken lijn) gehouden.

December 2021 is "iets subgemiddeld", 14,5 kWh voor dit kern-systeem, t.o.v. langjarig gemiddeld 15,4 kWh (zwarte lijn). De hoogste opbrengsten die ooit werden gehaald waren in mei 2020 (150,8 kWh), resp. juli 2006 (149,1 kWh). December 2017 was het dieptepunt, met slechts 10,1 kWh op de teller.

In deze tweede grafiek zijn alleen de resultaten voor de afgelopen vier jaar getoond. Ondanks deze korte periode zijn de verschillen tussen de maand producties soms behoorlijk groot, zoals in februari (spreiding tussen 33 en 71 kWh), mei (tussen 118 en 151 kWh), juli (tussen 104 en 145 kWh), en oktober (tussen 37 en 71 kWh). Dit soort variaties is normaal voor een weer-afhankelijk energie productie systeem.

Jaaropbrengst 2021

In het volgende kolommen paar in de tabel worden de kalenderjaar opbrengsten voor alle groepjes panelen getoond, eerst in absolute productie (kWh), er naast genormeerd naar het opgestelde vermogen binnen de betreffende groep. Deze laatstgenoemde, genormeerde opbrengsten worden ook wel de specifieke opbrengst (in het Duits al heel lang: "spezifischer Ertrag") genoemd. In onze installatie varieert deze tussen de - wederom - zwakste broeders in de achterste 108 Wp opstelling (873 kWh/kWp) tot, inderdaad weer het hoogst, 934 kWh/kWp voor het Kyocera koppel, wat al jarenlang het beste presteert in onze opstelling. Hierbij wederom ook goed nota nemen van de prestatie van de, per 31 december 2021 21 en driekwart jaar danwel 7.963 dagen oude (!) 4 stuks 93 Wp modules, die met 896 kWh/kWp in 2021 nog zeer goed meekwamen (lichtblauwe band in de tabel).

Deze derde grafiek toont de volledige kalenderjaar opbrengsten voor het 1,02 kWp kern-systeem tussen 2000 en 2021 (laatste jaar: december toegevoegd). De jaren 2000-2001 worden niet meegeteld voor het langjarige gemiddelde (toen nog - deels - 4 panelen). Ook 2010 wordt niet meegenomen omdat in de herfst het systeem deels off-line was vanwege een dakrenovatie, en de daardoor relatief lage jaaropbrengst dan ook niet "representatief" kan worden geacht. Helemaal achteraan als oranje kolom, en als horizontale zwarte lijn weergegeven: 926 kWh per jaar gemiddeld, voor het getoonde 1,02 kWp kern-systeem. Met dus een gemiddelde specifieke opbrengst van 908 kWh/kWp.jr. Ook is weer de zogenaamde "mediaan" waarde weergegeven in de gestreepte magenta lijn, die de extreme waarden (2003 en 2012) min of meer uitfiltert. Deze komt met de totale kalenderjaaropbrengsten voor de jaren 2002 tm. 2021 (excl. 2010) op 919 kWh/jaar.

2021 ligt met 905 kWh anderhalf procent onder de mediaan waarde, en 2,2% onder de gemiddelde opbrengsten in 2002-2021 (926 kWh/jr excl. 2010).

Er zijn nog twee lijnen zichtbaar in de grafiek. Het blauwe exemplaar is de nog steeds in het Protocol Monitoring Duurzame Energie, update 2015, veronderstelde "gemiddelde" specifieke opbrengst van 875 kWh/kWp.jaar, die voor de getoonde installatie van 1,02 kWp is "terug gerekend" naar een veronderstelde jaaropbrengst van 893 kWh per jaar. De gemiddelde kalenderjaar opbrengst van ons dik twintig jaar oude PV systeem blijkt met 926 kWh/jaar daar 3,7% boven te liggen. De donker rode lijn is het oude "gemiddelde productie" cijfer waar het CBS nog lang (tot en met 2014) mee heeft gerekend, destijds 700 kWh/kWp.jr. Ten opzichte van die totaal verouderde, van meet af aan al extreem conservatieve veronderstelling, hier terug gerekend naar onze 1,02 kWp installatie (714 kWh/jr), ligt de door ons oude PV-systeem gehaalde langjarige gemiddelde opbrengst zelfs 30% (!) hoger.

Vergelijking met 2020

We weten al enige tijd, dat 2021 een stuk minder zonnig was dan 2020. Laatstgenoemd jaar werd door het KNMI "op de derde plaats van zonnigste jaren sinds het begin van de waarnemingen" ingeschaald, met landelijk gemiddeld 2.026 uur zon. In het voorlopige jaaroverzicht voor 2021 stelt het KNMI weliswaar, dat dat jaar "iets zonniger" was dan de nieuwe normaal (referentie periode 1991-2020). Maar met gemiddeld landelijk 1.800 uren zon kon ze beslist niet op tegen haar hoog scorende voorganger jaar.

Het is dan ook niet vreemd, dat overal geluiden klinken van mindere producties in 2021, vergeleken met het zonnige voorganger jaar 2020. Zo ook bij Polder PV. Dit wordt per deelgroep getoond in de allerlaatste kolom in de tabel, waarbij de afwijking van de productie in 2021 zichtbaar wordt gemaakt in procenten t.o.v. de opbrengst in die groep in 2020. De afwijkingen, op 1 na allen negatief, variëren tussen de 6,9% minder (2 apart, pal zuid gerichte 108 Wp modules, donkergroene band in de tabel), en 5,8% minder opbrengst, voor de vier oudste 93 Wp modules. De vier in de achterste rij staande 108 Wp modules lijken hier een vreemde uitzondering, met plus 2% t.o.v. de opbrengst in 2020, maar in augustus van dat jaar heb ik twee "zwakkere" broeders onder de micro-inverters in die groep, die herhaalde malen tijdelijk door hittestress uitvielen in de zomer, vervangen door twee beter presterende exemplaren. Er is waarschijnlijk in de eerste (zeer zonnige !) helft van dat jaar een duidelijke "under-performance" geweest in die groep. Daardoor is 2021, ondanks het door de bank genomen beduidend minder zonnige jaar, toch iets meer geproduceerd door deze specifieke groep.

Voor ons langjarige 1,02 kWp deelsysteem van 10 modules is de minder opbrengst in 2021 (mede door bovengenoemde ingreep) slechts -2,8% geweest t.o.v. de opbrengst in 2020. Voor de complete installatie, uit 14 PV panelen bestaand, was dit 3,8% minder.

Deze grafiek toont de cumulatieve jaarproductie van alle jaren vanaf 2002, voor het 1,02 kWp kern-systeem van Polder PV. 2021 is, met de toevoeging van december, ook afgerond. En belandde, mede vanwege de "suboptimale" instralings-condities, en ongetwijfeld ook inmiddels vanwege de ouderdom van de installatie, met 905 kWh op de 15e (van de 19) plaats. 2003 blijft in deze reeks een "abnormaal" zonnig topjaar, met 1.070 kWh op de teller. De toen nog vrij nieuwe micro-inverters hingen destijds ook goed natuurlijk gekoeld buiten onder de panelen, en werden door problemen in 2005 binnenshuis geplaatst, waar ze zeker in de zomer vaak last hebben van "hittestress", ondanks soms ingezette geforceerde koeling met computer ventilatortjes. 2012 vormde het "dieptepunt", met 885 kWh. De jaaropbrengst voor 2010 bleef laag, omdat in het najaar langere tijd het complete systeem van het net was afgekoppeld vanwege een dakrenovatie (derhalve niet representatief jaar, curve op het eind gestippeld weergegeven).


Boonstra grafieken

Anton Boonstra had op Twitter al rap, op 3 januari 2022, twee grafieken gepubliceerd, zie links onderaan bij bronnen.

Wat de horizontale instraling betreft, lag deze gemiddeld op 1.067,5 kWh/m² in heel Nederland, wat maar liefst 6,8% minder was dan in het zonnige 2020**. De spreiding lag tussen gemiddeld 1.025 kWh/m² in Drenthe, en een hoge 1.110 kWh/m² in Zeeland. De spreiding bij de - overal negatieve - afwijkingen t.o.v. de horizontale instraling in 2020 lag tussen -5,3% in Gelderland resp. -7,8% in Flevoland. In mijn provincie Zuid Holland, met een horizontale instraling van gemiddeld 1.086 kWh/m², was de afwijking minus 6,8%, volgens het overzicht van Boonstra.

Uiteraard keek Anton ook weer naar de fysiek bemeten specifieke opbrengsten, en wel van ruim duizend Nederlandse - vrijwel exclusief residentiële - PV installaties via het PV Output portal. De gemiddelde opbrengst voor het hele land was 872,3 kWh/kWp in 2021, wat 7,9% lager was dan het resultaat in zonnig 2020. Verdeeld over de provincies was hier de spreiding slechts 817 kWh/kWp in Friesland, tot een zeer redelijke 931 kWh/kWp in Zeeland. Ook Limburg deed het goed, met 928 kWh/kWp in 2021.

Mijn provincie Zuid-Holland contrasteerde opvallend met het aanpalende Zeeland, en bracht het gemiddeld genomen niet verder dan een specifieke productie van 886 kWh/kWp. Daarbij is het best verheugend om te melden, dat het gemiddelde voor het dik 21 jaar oude kernsysteem van 1,02 kWp bij Polder PV in Leiden iets hoger uitkwam, 887 kWh/kWp (tabel bovenaan). En dat het systeem als geheel (14 zonnepanelen) zelfs op 890 kWh/kWp is uitgekomen, dat jaar. Derhalve: boven het provinciale gemiddelde in de PV Output.org "pool".

** Disclaimer. Boonstra ontdekte enkele vreemde hoge waarden in de brondata van het KNMI. Er bleken ook nog enkele "missende dagwaarden" te zijn. Op dezelfde dag (3 januari) leek in ieder geval het eerste probleem verholpen, aldus Boonstra. Maar missende data bleven aanwezig. Boonstra heeft deze aangevuld met waarden van dezelfde dag van nabijliggende weerstations, en claimt daarbij: "Dat zal op jaarbasis verwaarloosbaar weinig afwijken van de werkelijkheid."


Siderea.nl

Het bekende zonnestroom monitoring platform wat nauwkeurige berekeningen van uw productie potentieel maakt middels een geavanceerd lichtinstraling model, Siderea.nl, kwam aan het eind van vorig jaar weer met de nieuwe Landelijke Opbrengst Berekening, LOB. Generiek werd gesteld, dat de stroomproductie uit zonnepanelen in 2021 circa 4% hoger dan normaal zou zijn, waarbij een afwijkende referentie periode wordt gehanteerd, van 1991-2010 (KNMI hanteert als nieuwe referentie periode 1991 tm. 2020).

Voor vijf lokaties in Nederland worden de berekende verwachte specifieke producties verstrekt, voor 2 situaties. Voor "optimaal georiënteerde" installaties zou de specifieke opbrengst bij die vijf lokaties liggen tussen de 942 kWh/kWp (Hoogeveen, Dr.) en 1.004 kWh/kWp (Wijk aan Zee, NH). Voor "gemiddelde oriëntaties" zou de te verwachte productie moeten liggen tussen de 884 en 942 kWh/kWp bij dezelfde lokaties. Voor Rotterdam geeft Siderea.nl voor de "gemiddelde" oriëntatie 889 kWh/kWp op voor 2021, wat zo'n beetje overeenkomt met de specifieke productie voor de complete (oude) installatie van Polder PV in het niet ver daarvan af gelegen Leiden.


Nagekomen: Solarcare (24 jan. 2022)

Iets later in januari publiceerde de monitoring dienst Solarcare.nl haar reeds jaren bijgehouden referentie opbrengsten uit een selectie van de door hen bijgehouden PV systemen. Deze worden allen met goede meters bijgehouden, Solarcare publiceerde weer een kaartje met de specifieke opbrengst per provincie, zoals verkregen uit metingen van ongeveer 2.500 installaties (ruim 20 MWp). Ook daar zoals te verwachten lagere specifieke opbrengsten dan in 2020, 8% minder. Respectievelijk 4% onder het langjarige gemiddelde in hun reeks, die begon in 2012. De productie fluctueerde in hun verzameling tussen de 770 kWh/kWp (Drenthe) en 930 (Zeeland) resp. 940 kWh/kWp (Texel), waarbij opvalt, dat Noord-Holland bleef steken op 880 kWh/kWp in 2021. De gemiddelde opbrengst in de afgelopen tien jaar komt daarmee op zo'n 914 kWh/kWp.jr, 4,5% boven de al jaren lang in het Protocol van RVO gebruikte referentie 875 kWh/kWp.jr. De analyse van Solarcare vindt u hier.


Klimaatakkoord

Al op 29 december, 2 dagen voor het verstrijken van het oude jaar, kwam de Klimaatakkoord website al met een "jaarbericht". Hierin de claim dat de productie van energie uit hernieuwbare bronnen met 13% zou zijn toegenomen in 2021, met wind op zee als de grootste groeier (plus 30%). Zonne-energie (bijna uitsluitend zonnestroom) zou met een kwart zijn gegroeid, diverse bronnen met biomassa als uitgangspunt gezamenlijk scoorden een plus van plm. 17%. Door relatief weinig wind, en daardoor lagere productie van windstroom van turbines op land, was de groei van de windturbine capaciteit onvoldoende om de output van het "winderige" 2020 te evenaren.

33% van de verbruikte elektriciteit zou eind 2021 uit hernieuwbare bronnen komen, eind 2020 was dat nog 26%, het ambitieuze streefdoel voor 2030 is ... 70%. Wind en zon groeiden daarbij het snelst, veel sneller dan bij de inzet van biomassa voor de stroom productie. Bemoedigend zijn voor PV afocionado's de woorden "Zonne-energie stelde 11 jaar terug niets voor. Nu is het een van de grootste hernieuwbare bronnen".

Het percentage PV op bedrijfsdaken zou zijn toegenomen van 6,5 naar 12 procent. Opvallend hierbij is echter wel, dat het CBS een grote hoeveelheid als zodanig getypeerde projecten (categorie "economische activiteiten") ten opzichte van de update van 9 juli 2021 uit de jaargroei statistieken voor dat segment heeft gegooid in 2020, waardoor de piek voor dat jaar fors lager is geworden. Zie de inset in de aantallen grafiek met segmentatie tussen woningen en "niet-woningen", in de detail analyse van de CBS data die Polder PV recent heeft gepubliceerd, en de tweet die de webmaster hierover openbaarde op 30 december 2021.

De seizoens-variatie is echter ook goed terug te zien in de berekende producties gepubliceerd via de website Energieopwek.nl. Deze fluctueerde voor het koppel wind en zon tussen de 5,7 GWh op 17 december (2% van de stroomvraag) en 29 juli, met ruim 177 GWh (60% van de vraag naar elektra op die dag).

Op het Energieopwek.nl portal zijn de minimale en maximale berekende "zonnestroom productie pieken" in de laatste maand van vorig jaar goed terug te zien. 17 december zou er midden op de dag slechts een momentane output zijn geweest van 707 megawatt volgens het portal. 4 dagen later, op 21 december, werd, kort durend, een berekend maximum van 4,45 GW getoond. Een factor 6,3 maal zo hoog.

Opmerkelijk is, dat in een prognose voor 2021 een aandeel hernieuwbaar (energie, dus stroom + warmte + biobrandstoffen) wordt opgegeven van zo'n 12,5%. In 2020 moest er hard ingegrepen worden, en werd de beruchte "statistical transfer" van duurzame energie overschotten in Denemarken ingezet om de door EU verplichte 14% te halen (overdracht van 8 tot een maximum van maar liefst 16 TWh !). Als deze prognose ongeveer correct zou zijn, zou hetzelfde alweer voor 2021 herhaald moeten gaan worden om aan dat richtgetal te komen, zij het met minder dan de helft van het in 2020 nog benodigde (maximale) volume. In 2023 zou de 16% gehaald moeten gaan worden, maar als zoals in 2021 de economie weer verder aantrekt, en er vooral veel vervoersbewegingen extra worden gemaakt, moeten we nog zien hoe ver we in dat jaar gaan komen. Zeker als het een windarm jaar zou gaan worden ...

Bronnen:

Kaartjes / tabel Anton Boonstra:

Horizontale instraling per provincie 2021 en afwijking t.o.v. 2020 (Anton Boonstra, Twitter, 3 januari 2022)

Specifieke zonnestroom producties per provincie van ruim duizend installaties op PV Output org (Anton Boonstra, Twitter, 3 januari 2022)

Horizontale instraling weerstation Eelde, Dr., per kalenderjaar en per maand (tabel Anton Boonstra, 1990-2021, Twitter, 3 januari 2022)

Idem, Wijk aan Zee, NH (tabel Anton Boonstra, 2002-2021, Twitter, 3 januari 2022)

Solarcare

Specifieke productie per provincie in 2021 (plm. 2.500 installaties)

Klimaatakkoord:

Productie hernieuwbare energie groeit 13 procent ("Eindejaarsbericht" over het jaar 2021, 29 december 2021)

Siderea.nl:

Landelijke Opbrengst Berekening PV 2021 (Siderea.nl)

KNMI:

December 2021. Zacht, droog en aan de sombere kant (voorlopig maandoverzicht KNMI, 1 januari 2022)

Jaar 2021. Gemiddeld normaal met recordaantal codes oranje en rood (voorlopig jaaroverzicht 2021, KNMI, 1 januari 2022)

Jaar 2020. Extreem warm, zeer zonnig en aan de droge kant (herzien jaaroverzicht 2020, KNMI, 4 januari 2021)

Gemiddeld normaal 2021 met recordaantal codes oranje en rood (nieuwsbericht KNMI, 31 december 2021)

Klimaatstreepjescodes voor temperatuur, neerslag en zonneschijn (nieuwsbericht KNMI, 3 januari 2022, met o.a. een nieuwe zogenaamde "klimaatstreepjescode", onder anderen ook voor de zonneschijnduur voor de lange periode 1901 tm. 2021)


30 december 2021: De "ultimate" CBS zonnestroom statistiek update - 2019 definitief, 2020 nader voorlopige, en reeds eerste voorlopige detail resulaten medio 2021. Segmentaties naar provincie, gemeentes, RES sub-regio, omvang en type PV installatie. Polder PV heeft de aangepaste cijfers voor zonnestroom capaciteit voor 2020, en, uniek in de data historie van het CBS, de nog zeer voorlopige data voor medio 2021 inmiddels weer volledig op een rijtje gezet en in vele grafieken gesegmenteerd, n.a.v. het verschijnen van nieuwe data van het statistiek instituut op 10 december 2021. In de grafieken wordt de enorme groei van de markt op allerlei mogelijke wijzen geïllustreerd en onderbouwd, en trends geduid. Eerder verscheen al een update met de nationale trends en de totaal cijfers, die voor 2020 wederom fors opwaarts waren aangepast (artikel 12 december 2021). Het huidige overzicht is in grote lijnen vergelijkbaar opgezet als de detail analyse van de data van 9 juli 2021, met de toen nog zeer voorlopige cijfers voor 2020, wat medio dit jaar integraal is gepubliceerd door Polder PV.

Wederom komen in het nieuwste overzicht de lagere gebieds-niveaus aan bod: segmentaties voor provincies, gemeentes, en voor de derde maal ook voor de RES (sub-)regio. Afhankelijk van de getoonde parameter, zijn er zowel op provinciaal vlak, als op het niveau van RES sub-regio, en gemeentes wederom diverse, soms zelfs forse wijzigingen opgetreden. Ook in diverse volgordes in de ratings die worden getoond. Dit is, wederom, vooral op het gebied van de opgestelde capaciteit geschied, en bij daar van afgeleide parameters, zoals opgesteld vermogen per inwoner. Wat een zoveelste teken aan de wand is, dat de schaalvergroting van de grotere projecten op alle niveaus is doorgedrongen.

Voor 2020 zijn de cijfers weliswaar weer fors aangepast, maar nog steeds "nader voorlopig" (eerder dit jaar werd al een halve GWp aan capaciteit toegevoegd aan de eerst gepubliceerde cijfers door het CBS). Die kunnen dus nog steeds worden aangepast, zoals in het verleden altijd is geschied met eerdere jaargangen. In de grafieken is kalenderjaar 2020 derhalve met 2 sterretjes aangegeven, daarbij de CBS notatie volgend. Het meest recente accumulatie cijfer is, voor eind 2020, alweer een spectaculaire 10.949 MWp geworden, de jaargroei is alweer opgewaardeerd naar een "ongekende" 3.723 MWp, dat jaar.

Uniek in de data historie van het CBS is, dat voor het eerst ook nieuwe, zij het nog zeer voorlopige cijfers voor eind juni (medio) 2021 zijn gepubliceerd, deze zijn in de meeste nieuwe grafieken reeds opgenomen door Polder PV. De verwachting is, dat met name deze nieuwe cijfers nog aanzienlijk kunnen wijzigen in latere updates.

De belangrijke grafiek sectie met de van de accumulaties afgeleide jaargroei cijfers met de provinciale segmentaties is uiteraard ook volledig nieuw doorgerekend, en de resultaten grafisch verwerkt. Een van de belangrijkste, gewijzigde grafieken vindt u hier onder weergegeven.

Een van de nieuw gereviseerde PV statistiek grafieken gemaakt op basis van de recent gepubliceerde CBS cijfers (10 december 2021).
Verdeling van de nieuwe jaarlijkse PV capaciteit per provincie, vervolgd over de jaren 2012 tm. 2020**, en,
achteraan, uniek in de CBS data historie, eerste, nog zeer voorlopige cijfers voor medio 2021.

Noord-Brabant, al langer kampioen bij de accumulaties, is ook alleenheerser bij de jaarlijkse groei volumes, en heeft haar positie in de huidige update in 2020 verder verstevigd, en geconsolideerd in de eerste jaarhelft van 2021. Ze voegde in 2020 650 MWp nieuwe PV capaciteit toe. Groningen is hier doorgedrongen tot de 2e positie, met ruim 451 MWp nieuwbouw. Wat voor een belangrijk deel het gevolg is van ingebruikname van (zeer) grote zonneparken als het 110 MWp grote Vlagtwedde project van Powerfield. In de eerste helft van 2021 gebeurde er echter nog weinig op dat vlak, en viel Groningen weer terug naar de 9e positie bij de nieuwbouw. De volgorde van de provincies is soms gewijzigd, afhankelijk van de getoonde parameter. Er is ook een zeer kleine categorie waarvan de capaciteit nog niet toegewezen kon worden aan een bepaalde provincie (dunne oranje segment helemaal bovenaan de kolommen). Zie link onderaan deze introductie, voor meer grafieken, info, en gedetailleerde besprekingen.

De Compound Annual Growth Rate (CAGR) van de PV capaciteit was tussen 2012 en 2020 gemiddeld (!) 58% per jaar, voor de woning sector 49%/jaar, en in het bedrijfs-segment ("niet-woningen") zelfs 68%/jaar.

Energievoorziening dominant bij capaciteit

Sedert de vorige update is al bekend, dat de sector energievoorziening in 2020 voor het eerst de sector landbouw is gepasseerd. Het verschil is met de huidige update alweer fors groter geworden, 2.092 versus 1.474 MWp (factor 1,4 : 1), en in het eerste halfjaar van 2021 verder toegenomen, naar, voorlopig, 2.500 / 1.597 MWp (factor 1,6 : 1). Onder energievoorziening worden ook de grondgebonden (en floating solar) projecten gerekend, waarbij zoveel nieuw volume is toegevoegd, dat dit het grootste marktsegment is geworden van allemaal. Wat capaciteit betreft, claimde de energiesector (volgens indeling van het CBS), medio 2021, al 20% van het totale nationale volume. Wat, in eerste instantie, is afgeschat op 12.521 MWp. Resulterend in een aanwas van, voorlopig, 1.572 MWp in het eerste half jaar.

Nederland als geheel had in de tweede jaarhelft van 2020 al een totale capaciteit van 10 GWp bereikt, en kan, op basis van een extrapolatie van de meest recente CBS data, in het vierde kwartaal van 2021 reeds de 15 GWp zijn gepasseerd.

Duitsland naar de tweede plaats verdrongen bij capaciteit per inwoner

Byzonder is, dat door de blijvend zeer hoge groei van de zonnestroom projecten in ons land, er medio 2021 al een capaciteit van 715 Wp per inwoner zou zijn bereikt. Waarmee voormalig wereldkampioen Duitsland binnen de EU nu definitief - voor enkele jaren ? - naar de 2e positie zou zijn verwezen, met 5,6% meer relatief volume in Nederland. Bij lagere regio indelingen zijn zeer grote variaties op dat gemiddelde nationale volume mogelijk, waarbij, medio 2021, de 1,7 kWp gemiddeld per inwoner in provincie Groningen een van de sprekendste voorbeelden is.

Verder is er reeds een nieuw zonnestroom productie record bekend door het CBS. Tot en met september 2021 zou er al een accumulatie van 10,08 TWh aan zonnestroom zijn geproduceerd. 26% meer dan in dezelfde periode van voormalig record jaar 2020.

Price to pay - extreme volume ontwikkeling Enexis netgebied

Ook al is Enexis niet de grootste netbeheerder in Nederland, ze krijgt wel de allergrootste volumes aan PV projecten te verstouwen, en moet alle hens aan dek afroepen over haar personeel om aan de extreem hoge vraag naar aansluitingen, van ook nog eens vaak zéér hoge vermogens, te kunnen voldoen. We hebben al langer gezien dat het daarbij al vaak spaak loopt, grote deelgebieden in het verzorgingsgebied van Enexis kunnen géén nieuwe capaciteit achter grootverbruik aansluitingen meer aan en staan op rood, of er is congestie onderzoek gaande ("oranje"). In een intermezzo gaat Polder PV dieper in op de huidige situatie bij deze zwaar overvraagde netbeheerder. In 2017 had ze al meer dan 1 GWp aan PV-capaciteit binnen haar netgebied, in 2018-2020 werden achtereenvolgens de 2e, 3e, en zelfs al de vijfde GWp bereikt. Medio 2021 zou deze netbeheerder reeds meer dan 6 GWp binnen het verzorgingsgebied hebben staan. Haar grotere zus Liander had toen nog "maar" ruim 4 GWp binnen haar regio...

PV op woningen versus het "bedrijfsmatige" marktsegment

De penetratie van het aantal woningen met zonnepanelen is eind 2020 verder opgelopen naar 15,8%. Medio 2021 zou bijna 23% van het totale aantal woningen met zonnepanelen al in de huursector zijn te vinden. 2020 is het eerste jaar dat er in Nederland al meer dan 1 GWp aan nieuwe capaciteit op woning daken is aangebracht (1.153 MWp). Daar staat tegenover, dat in dat jaar ook voor het eerst in de geschiedenis ver over de 2,5 GWp aan nieuwe installaties in de rest van de markt ("economische activiteiten", 2.570 MWp) werd gerealiseerd. Daarmee heeft de bedrijfsmatige sector "afscheid" genomen van de langjarige steunbeer van de Nederlandse markt evolutie, de residentiële markt. Maar voor beide segmenten geldt, dat er ongekend hoge volumes zijn gerealiseerd, die we nooit eerder hebben gezien in ons land. De accumulatie in het bedrijfs-segment is medio 2021 al opgelopen tot 7,6 GWp, op woningen was toen "slechts" 5,0 GWp aan zonnepaneel capaciteit aanwezig.

Medio 2021 hebben reeds zeven provincies meer dan 1 GWp aan PV capaciteit binnen hun grenzen staan. Noord-Brabant heeft, als enige, na in 2019 al de 1 GWp piketpaal te zijn gepasseerd, medio 2021 reeds ver over de 2 GWp geaccumuleerd. Op gemeente niveau laten de cijfers van het CBS zien, dat halverwege 2021 er al 21 gemeentes waren met meer dan 100 MWp PV capaciteit op hun grondgebied.

De gemiddelde systeemgrootte blijft ook in de eerste jaarhelft van dit jaar verder groeien, net zoals in voorgaande jaren, waarmee de forse schaalvergroting van de projecten zichtbaar wordt. In 2020 is bijvoorbeeld de gemiddelde omvang van alle nieuwe projecten (residentieel + de bedrijfsmatige "niet-woning" installaties) al een factor 2,8 maal zo groot dan de systeemgemiddelde omvang bij nieuwe projecten in 2013.


^^^

Diagram uit een serie gereviseerde grafieken met de nationale evolutie van zonnestroom in Nederland.
in onderhavig geval de eindejaars-accumulaties, en het voorlopig vastgestelde vermogen medio 2021.

Goed is te zien dat in 2019 in de sector bedrijven er meer PV vermogen was geaccumuleerd dan in de langjarig dominante woning sector, een trend die in 2020 en de eerste jaarhelft van 2021 is gecontinueerd en versterkt. Eind 2020 stond er al anderhalf maal zoveel vermogen bij "niet-woningen" dan in de residentiële sector, 6.559 om 4.390 MWp. Medio 2021 is die verhouding, met de nog zeer voorlopige cijfers, alweer iets hoger geworden in het voordeel van het bedrijfsmatige segment (7.566 om 4.955 MWp). In 2020 is de piketpaal van 10 GWp gepasseerd; medio 2021 zou er reeds 12,52 GWp aan PV capaciteit in Nederland zijn geaccumuleerd. Met dien verstande, dat dit cijfer later nog fors zal worden bijgesteld.

Evolutie bij de gemeentes - Midden-Groningen nog ongeslagen als kampioen bij opgesteld vermogen

Ratings van afzonderlijke gemeentes worden vooral bij de capaciteit zeer sterk beïnvloed door netkoppeling van slechts 1 of een paar (zeer) grote projecten, wat ook weer goed in de cijfers voor 2020, en deels ook in die van de eerste helft van 2021 is terug te zien. Ook bij de terugrekening van capaciteit per inwoner, heeft deze schaalvergroting een dominant effect op de onderlinge verhoudingen. Kijken we binnen de groep van 25 meest impact makende gemeentes bij het geaccumuleerde vermogen, met Midden-Groningen (Gr.) als ongeslagen kampioen (257,5 MWp halverwege 2021), en rekenen we in die groep de vermogens terug naar de beschikbare oppervlakte in die gemeentes, komt, voor velen mogelijk verrassend, Eindhoven (NB) op nummer 1, met medio 2021 een accumulatie van 1.302 kWp/km².

Wederom wordt in een deel-analyse ingegaan op separaat door CBS verstrekte cijfers over de RES regio, 30 (deels volstrekt kunstmatige) gebieden, onderverdeeld in 40 sub-regio, die voor de Regionale Energie Strategieën in het leven zijn geroepen om daar de energietransitie verder vlot te trekken. Waar bij de totale PV capaciteit Groningen eind 2020 nog steeds ver op kop gaat (943 MWp accumulatie), ook resulterend in het hoogste PV vermogen per inwoner op provinciaal niveau. Daarnaast blijft een van de meest opvallende "kampioenen" in het RES gebeuren, het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee, wat op het gebied van opgestelde PV-capaciteit per inwoner vér boven alle andere regio uitsteekt (2.498 Wp/inwoner).

Alweer nieuwe kampioenen - gemeente Borger-Odoorn resp. Schiermonnikoog

Bij de gemeentes was eind 2020 Midden-Groningen in absolute zin kampioen bij de opgestelde capaciteit, maar deze is inmiddels, medio 2021, ingehaald door het Drentse Borger-Odoorn. Schiermonnikoog heeft medio 2021 bij het gemiddelde aantal installaties per 10.000 inwoners de eerste plaats bezet (dat was eind 2020 nog Harlingen, Fr.). Wederom niet verrassend, gezien het daar opgeleverde grootste project van Nederland, werd het dunbevolkte Borger-Odoorn medio 2021 kampioen bij de belangrijke relatieve maatvoering Wp per inwoner. Deze Drentse gemeente bereikte toen al een zeer hoog niveau van 7,2 kWp/inwoner, en liet daarbij Westerwolde (Gr.), eind 2020 de eerste gemeente op dit punt, en het ook Groningse Stadskanaal, ver achter zich.

In de CBS sectie op het niveau van gemeentes wordt afgesloten met nieuwe, via de Klimaatmonitor databank verkregen fraaie kaartjes van de verdeling van de aantallen PV installaties en PV capaciteit in de Nederlandse gemeentes, voor de jaren 2017 tm. 2020. Hiermee is de enorme groei van zonnestroom in Nederland goed in geografische context te volgen. Een voorbeeld voor de capaciteit evolutie gerelateerd aan het inwoner aantal (Wp/inwoner) vindt u hier onder.

PV capaciteit per inwoner voor alle gemeentes (Wp/inwoner), per deel-kaartje in 15 grootte klassen (zie legenda). Kaartjes / data © Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) via grafiek generator Klimaatmonitor, selecties en samenstelling Polder PV. Resultaten voor 2020 zijn "nader voorlopig", die voor eerdere jaargangen zijn "definitief".

Bijgewerkte RES kaartjes; top performer in eigen provincie behoudt eerste plek

Eerder heb ik voor 2019 voor het eerst ook twee grafieken gemaakt voor de capaciteit volumes in de zogenaamde "RES" regio, waarbij de Klimaatakkoord doelstellingen voor 2030 concreet moeten worden ingevuld binnen de "Regionale Energie Strategie" aanpak. Deze grafieken sectie heb ik ook van de nieuwste cijfers voorzien, voor kalenderjaar 2020 (medio 2021 nog niet voorhanden). Met onderverdelingen in de PV capaciteit trends bij de RES sub-regio's in de jaren 2018 tm. 2020, voor de opgestelde capaciteit, ditto voor de capaciteit bij "kleine" installaties tm. 15 kWp, voor de capaciteit bij de grotere installaties (> 15 kWp per stuk). En voor de door het CBS berekende jaarlijkse producties van het totaal aan wind- en zonnestroom, die gebruikt worden voor het toetsen van het behalen van de RES / Klimaatakkoord doelstellingen. Eind 2020 zou reeds 18,6 TWh van de in 2030 benodigde 35 TWh zijn gehaald, maar ondertussen zijn de ambities alweer aangescherpt.

Bij de verhouding Wp per inwoner blijft ook in de RES sub-regio indeling nog steeds dezelfde "King Of Solar" overeind, die alle andere regio naar de onderste regionen verwijst. Het Zuid-Hollandse eiland Goeree Overflakkee, wat sinds 2018 vooral door realisatie van slechts 2 grotere zonneparken deze opmerkelijke plek heeft verworven, en door toevoeging van een derde groot exemplaar in 2020 (Middelharnis) deze positie verder heeft aangescherpt. Er staat in die (sub-) regio 2.498 Wp gemiddeld per inwoner aan opgesteld zonnestroom vermogen. En dan vergeten we voor het gemak ook de flinke hoeveelheid windturbines die daar ook al staan opgesteld.

Groningen en Drenthe volgen met 1.610 resp. 1.213 Wp/inwoner op zeer grote afstand van Goeree-Overflakkee. De hekkensluiters zijn allemaal sterk verstedelijkte RES sub-regio, met hoge inwoner aantallen, de dichtst bevolkte regio. Ditmaal is de hoofdstad Amsterdam onderaan ge-eindigd, met slechts 144 Wp/inwoner. Het gemiddelde voor alle veertig RES sub-regio ligt eind 2020 op 704 Wp/inwoner.

Nog steeds blijken er af en toe statistiek problemen terug te vinden in de nieuwste cijfers van het CBS, die niet lijken te rijmen met de realiteit. Hiervan worden meerdere voorbeelden benoemd in de detail analyse.

Nieuwe segmentaties

^^^
Segmentatie tussen de totale capaciteit van de grotere PV installaties (per stuk groter dan 15 kWp) op dak (linker kolom), en de categorie "in het veld", waartoe het CBS ook de floating solar projecten rekent (rechter kolom). In deze grafiek de nog zeer voorlopige data voor medio 2021, met de totale capaciteiten in MWp, per segment (5.161 MWp grote projecten op daken, links, 2.191 MWp voor veld installaties vlg. richtlijn van het CBS, rechts). Er zijn ook exemplaren voor 2019 en voor de aangepaste data voor 2020 gemaakt, in de detail analyse worden de verschillen door Polder PV geduid. Meest opmerkelijk is de positie van Groningen bij de veldinstallaties in bovenstaande grafiek, die veruit domineert bij het volume gerealiseerde zonneparken daar (599 MWp medio 2021). In het grote rooftop segment blijft Noord-Brabant voorlopig nog steeds alleenheerser, met als enige provincie ver over de GWp aan geïnstalleerde capaciteit: 1.196 MWp, medio 2021. Ook is duidelijk, dat het volume van de veldprojecten weliswaar hoog is, maar nog steeds ver onder helft van het reeds gerealiseerde volume aan grotere rooftop projecten (42%).

Tot slot, heeft het CBS twee andersoortige sub-segmentaties mogelijk gemaakt door nieuwe cijfers te produceren voor 2020, en eerste data voor medio 2021. Op basis van die cijfers heb ik weer een acht-tal nieuwe grafieken gemaakt, met segmentaties van het aantal installaties resp. het opgestelde PV vermogen naar omvang van de installaties (kleinere projecten tm. 15 kWp resp. grotere installaties), per jaar. En, een zeer interessante, segmentatie van de grote > 15 kWp installaties naar "type". Volgens de CBS indeling projecten op daken resp. "in het veld". Waarbij het CBS een ruimere definitie hanteert van "veld-opstelling" dan Polder PV doet, maar PPV desondanks eind 2020 al meer volume heeft staan dan het nationale data instituut. Polder PV heeft, met alle "veld installaties" inclusief floating solar en PV op infra (geluidswallen e.d.) 10% meer capaciteit als netgekoppeld opgeleverd staan, voor eind 2020. Bij de aantallen is het verschil zelfs 15%. CBS kent veel kleinere projecten niet, zo lijkt het. Hier boven toon ik een van deze nieuwste grafieken.

Type installatie per provincie - cumulaties volgens CBS data

In de nieuwe uitgebreide analyse heb ik ook drie nieuwe grafieken opgenomen, met de segmentaties van de door het CBS opgegeven capaciteit volumes per provincie in de jaren 2019, 2020, en medio 2021. Hier onder het exemplaar voor medio 2021.

In bovenstaande grafiek de verdeling van (door CBS bepaalde) capaciteiten per provincie, gestapeld weergegeven als rooftops "klein" (oranje), idem "groot" (blauw), en door CBS gevonden veldprojecten in groene kolom segmenten (waarvan een deel door het data instituut niet is gevonden, volgens detail statistieken van Polder PV), medio 2021. Noord-Brabant torent boven alles uit, met zeer hoge aandelen voor zowel de kleine als de grote rooftop projecten. Waarbij het grote segment al ver over de helft van het totale volume voor die provincie claimt (1.196 van totaal 2.239 MWp). Groningen is echter by far de kampioen op het gebied van opgeleverde capaciteit bij grondopstellingen, en drijvende projecten, met 599 MWp ver over de helft van het totale gerealiseerde volume. Drenthe en Friesland zijn daarbij goede volgers.

Tot slot

Polder PV duidt waar mogelijk, zoals gebruikelijk, in de hieronder gelinkte detail analyse, de trends en de afwijkingen, en legt uit wat de grafieken ons zoal vertellen. De complete verzameling, de nieuwste "ultimate CBS update", vindt u via onderstaande link op een aparte webpagina. Deze heb ik ook direct vanaf de homepage gelinkt, omdat hierin "de meest actuele" CBS cijfers zijn te vinden voor zonnestroom.

CBS & zonnestroom NL - nieuwe statistieken. Evolutie PV installaties en -capaciteit per provincie, RES sub-regio, gemeentes, en nieuwe segmentaties, tm. 1e half jaar 2021 (voorlopige cijfers). Status update 10 december 2021

Disclaimer: de door Polder PV gemaakte grafieken en analyses van zonnestroom statistieken zijn gebaseerd op publiek beschikbare data afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De analyses zijn compleet onafhankelijk van de data verstrekker tot stand gekomen. Het CBS onderschrijft de strekking van dit afgeleide werk niet, noch stemt ze in met de inhoud daarvan.


13 december 2021: Zonnestroom cijfers CertiQ, maandrapport november 2021 - fors minder volume dan in nov. 2019, 2020. Groei 212 MWp, record 2.041 MWp groei jan. - nov., accumulatie 7.163 MWp*.

Revisie jaarvolume CertiQ 2020: zie paragraaf 9

Vandaag werd het maandrapport voor november gepubliceerd door TenneT dochter CertiQ. De totale accumulatie van de capaciteit bij de gecertificeerde PV projecten is, zoals verwacht bij CertiQ over de 7 GWp heen gegaan en op 7.163 MWp gekomen. Hierbij ging het om een netto toevoeging van een redelijk aantal nieuwe projecten (315, ondergemiddeld voor dit jaar), met een voor dit jaar tegenvallende capaciteit toename van 212,3 MWp. Dat nieuwe volume is véél lager dan de 410 resp. 393 MWp in november 2019 en 2020, en lijkt dus zeker wat de grotere projecten betreft, op een vertraging van de oplevering te duiden. Wel is in de maandrapporten een record van 2.041 MWp in de eerste 11 maanden vastgesteld. Het aantal ingeschreven zonnestroom projecten bij CertiQ is inmiddels over de dertigduizend exemplaren heen gegaan. De gemiddelde systeemcapaciteit van alle ingeschreven PV installaties bij CertiQ is weer verder toegenomen, naar ruim 238 kWp. Er is een zeer curieuze opgave van bijna nihil voor de uitgegeven garanties van oorsprong voor oktober gerapporteerd, wat een ernstige fout moet zijn, gezien de data historie. De uitgave van garanties van oorsprong (GvO's) voor zonnestroom in de laatste 12 maanden tm. oktober heeft desondanks een zoveelste nieuw record bereikt, van 5.410 GWh.

* Disclaimer: Status officiële CertiQ cijfers volgens maand rapportages !

I.v.m. omvangrijke toevoegingen sedert 2018 aan dit dossier (vrijwel exclusief gedreven door grote hoeveelheden, SDE gesubsidieerde, en gemiddeld genomen steeds groter wordende PV projecten), in combinatie met inmiddels al 3 ernstige data "incidenten" bij CertiQ (september 2017, juni 2019, resp. april 2020), die Polder PV meldde aan de TenneT dochter (waarna deels substantiële correcties werden gepubliceerd), sluit de beheerder van de PPV website niet uit, dat de huidige status bij CertiQ niet (volledig) correct zal kunnen zijn. Een vierde casus diende zich aan n.a.v. het februari rapport in 2021.

Met name foute capaciteit opgaves van netbeheerders voor "kleinere" projecten kunnen, ondanks aangescherpte controles bij CertiQ, aan de aandacht blijven ontsnappen en over het hoofd worden gezien. Maar ook cijfermatige incidenten met opgaves van volumes van grotere projecten kunnen nog steeds niet uitgesloten worden. Deze laatsten zullen, indien onverhoopt optredend, hoge impact hebben op het volume aan maandelijkse toevoegingen, en ook, zei het in relatieve zin beperkter, invloed hebben op de totale accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit aan het eind van de betreffende maand rapportage.

Hierbij komt ook nog het feit, dat ooit gepubliceerde volumes in de maandrapportages, al snel bijgesteld kunnen worden door continue toevoegingen en correcties voor de betreffende maanden, bij CertiQ. Wat de gevolgen daarvan zijn, vindt u grafisch geïllustreerd in het artikel gepubliceerd op 4 november 2020.

Het overzicht met de cijfers over november 2021 (en voor de Garanties van Oorsprong, GvO's, tm. oktober 2021) verscheen bij CertiQ op 13 december 2021.

In de detail analyse hier op volgend wordt ingegaan op de wijzigingen en aanvullingen, deels grafisch verbeeld. Voor uitgebreide toelichting ter referentie, gebruik s.v.p. daarvoor het eerder gepubliceerde artikel met analyse van het augustus 2019 rapport van de TenneT dochter.

1. Ontwikkeling van aantallen gecertificeerde zonnestroom installaties


Nieuwe aantallen installaties in bovenstaande grafiek, rode curve, met als referentie de linker Y-as. In december 2020 werd, na diverse behoorlijk hoge nieuwbouw cijfers in voorgaande maanden, en na het tussentijdse record in juli (589 netto nieuw), in de laatste kalendermaand wederom een nieuw record niveau met de (netto) bijschrijvingen bereikt bij CertiQ, 616 nieuwe exemplaren (geel omrand data punt rechtsboven in de grafiek). Vanaf januari 2021 viel het nieuwe volume bij de aantallen fors terug, met 344 exemplaren voor januari echter wel hoger dan in voorgaande jaren. De netto hoeveelheden in de opvolgende maanden lagen tot en met juli allemaal een stuk lager dan in dezelfde maanden in 2020: feb. 400, maart 322, april 337, mei 313, juni 291, juli 395. In augustus werd echter, met de netto nieuwe 293 exemplaren krap 12 exemplaren meer dan de 281 stuks genoteerd in augustus 2020. Dat is echter nog steeds 27% minder dan de 403 nieuwe projecten in augustus 2019. September liet een aanwas zien van 364 nieuwe projecten, 21 meer dan in sep. 2020, en slechts 4 minder dan in sep. 2019. Oktober, echter, viel weer sterk terug, met nog maar 240 nieuwe projecten, minder dan de helft van de 525 exemplaren in oktober 2020. In november trok dit weer aan, met 315 nieuwe projecten, wat echter nog wel onder het jaargemiddelde (1e 11 maanden: 329 stuk/mnd) ligt, en ver onder de nieuwe volumes in november 2019 (382) resp. 2020 (560) is blijven steken.

De accumulatie is te zien aan de blauwe kolommen curve in bovenstaande grafiek. In de september 2019 rapportage is de grens van twintigduizend gecertificeerde zonnestroom projecten overschreden. Het totaal is eind oktober 2020 de volgende piketpaal van 25 duizend gecertificeerde zonnestroom projecten gepasseerd. En is inmiddels, met november 2021 toegevoegd, uitgekomen op, voorlopig, 30.090 exemplaren. Dus, zoals in de vorige analyse al voorspeld, krap over de dertigduizend inschrijvingen heen. Dit is weliswaar nog steeds een zeer gering aandeel op het totaal aantal PV systemen in Nederland, wat eind 2020 al een omvang had van ruim 1,37 miljoen installaties, en halverwege 2021 al minimaal op ruim anderhalf miljoen installaties is komen te liggen volgens een recente CBS update (dominant residentieel, hier kom ik nog op terug). Maar bij de capaciteit heeft de projecten markt al in 2019 de residentiële sector stevig ingehaald, gezien dezelfde CBS data. Die eind juli dit jaar in een uitgebreide, voor Nederland unieke detail analyse nogmaals is getoond (paragraaf 0(h) in analyse, ook hierover zal nog uitvoerig op worden ingegaan in een later stadium).

Voor alle CertiQ data geldt: Netto effect = aantal bijschrijvingen minus het aantal uit de CertiQ databank verwijderde PV-projecten per maand. Bovendien geldt ook, dat alle huidige "eerste cijfers" voor 2020 en 2021, later nog zullen worden bijgesteld, zoals ook voor voorgaande jaren is geschied (zie revisies voor de jaren 2018 en 2019, met de daar aan gelinkte gedetailleerde analyses). Zie ook de aparte paragraaf in dit artikel. Ook is recent duidelijk geworden, dat al snel na publicatie van de officiële maandrapportages bij CertiQ, de waarden per maand al flink bijgesteld kunnen worden (analyse 4 november 2020). In de maandrapport besprekingen bij Polder PV wordt altijd dié inhoud als referentie aangehouden, en vergeleken met oudere maand rapportages, om in ieder geval die trends op een gelijkwaardige wijze met elkaar te kunnen vergelijken.


Grafiek met de variatie in de (netto) groei van de aantallen installaties per maand (rapport) bij CertiQ. De nieuwe volumes gerealiseerde projecten per maand zijn vanwege de enorme stapel aan SDE beschikkingen die al werd uitgevoerd in 2020 t.o.v. 2019 weer sterk toegenomen, ondanks de fikse beperkingen a.g.v. de Covid19 pandemie. In 2019 (gele kolommen, met max., in juli, 443 nieuwe projecten) was er op dit punt al duidelijk een versnelling zichtbaar. De maandelijkse toevoegingen in 2020 waren gemiddeld genomen zeer hoog, en culmineerden in nieuwe maand records in, juni, en, vooral, juli (589), resp. december (616 nieuwe projecten).

Ook januari 2021 heeft een nieuw record gevestigd voor die maand, 344 nieuwe installaties, 54 meer dan in januari 2020. De volgende zes maanden kwamen echter weer, vaak beduidend láger uit dan de record niveau's voor die maanden in 2020, lag in mei en juni lager dan het niveau in 2019, en in juli zelfs lager dan het niveau in 2017, 2019 en 2020. Deze trendbreuk is weer gekeerd in augustus, met 12 projecten meer toegevoegd dan in dezelfde maand in 2020, al had augustus 2019 een (record) toevoeging van veel meer projecten. Dit werd herhaald in september, met een toevoeging van 364 nieuwe entries bij CertiQ, slechts iets lager dan in sep. 2019, en 21 exemplaren meer dan in sep. 2020. Oktober echter, liet met 240 nieuwe installaties een zeer pover resultaat zien t.o.v. de 525 nieuwe exemplaren in oktober 2020, en kwam zelfs, na 2019, op hetzelfde niveau uit als in 2018 onder het SDE "+" regime. November veerde weer wat op t.o.v. oktober, met 315 nieuwe installaties, maar die aantallen haalden het niet bij de 382 exemplaren in november 2019, laat staan het hoge volume van 560 exemplaren in november 2020.

De maandgemiddeldes zijn in de jaren 2017-2020 sterk aangetrokken, weergegeven met de bij de betreffende jaren horende gekleurde horizontale stippellijnen. Dat jaar gemiddelde nam toe van 105 stuks/mnd in 2016, 158 stuks/mnd in 2017, 210 stuks/mnd in 2018, 350 stuks/mnd in 2019, naar een voorlopig record niveau van 445 stuks in 2020. Voor 2021 is het nieuwe gemiddelde tm. november, 329 projecten per maand (bruine stippellijn), echter weer verder terug gevallen t.o.v. het niveau in 2019. Dat ligt aan het feit dat de aantallen nieuwe projecten per maand gemiddeld genomen weer lager zijn geworden, een trend die sterk afwijkt van de gemiddelde trend bij de toegevoegde capaciteiten per maand (zie verderop).

Tót 2018 was er een verwarrende periode van 4 jaar waarbij ook tijdelijk negatieve groei optrad, vanwege een combinatie van lang durende her-registratie verplichtingen, en mogelijk "natuurlijke uitval" bij CertiQ.

Ook deze volumes (evenals die voor de capaciteiten) zullen achteraf nog worden bijgesteld door wijzigingen in de primaire database van CertiQ. Deze revisies kunnen zowel positief (capaciteit 2015-2018, eerste jaar rapport 2020), als negatief uitpakken. In 2019 is bijvoorbeeld de bijstelling voor de capaciteit in negatieve zin uitgepakt, zoals we hebben gezien bij de jaarcijfers.

Het nieuwe jaarvolume voor 2017 kwam volgens de maandrapporten uit op 1.898 installaties. In 2018 was dat 2.516 stuks, 2019 kwam op 4.195 exemplaren netto, 67% meer volume dan in dezelfde periode in het voorgaande jaar. Dat is inmiddels alweer fors opgewaardeerd naar maar liefst 4.550 nieuwe installaties in dat jaar (gemiddeld 379 nieuwe installaties per maand). Deze bijstelling vindt u terug in de door Polder PV gepubliceerde analyse van de tweede revisie van het jaar rapport. De bijstelling t.o.v. het gemiddelde volgens de maandrapportages, 350 stuks, is dus fors geweest (8,2% hoger).

In 2020 zijn in de 12 maandrapporten al 5.335 nieuwe projecten opgetekend door CertiQ. Een nieuw jaar record, wat 27,2% boven het kalenderjaar volume van de maandrapportages in 2019 (4.195 projecten) is komen te liggen. Mijn - conservatieve - afschatting op basis van het maandgemiddelde in de eerste 11 maanden van 2020 was in een vorige analyse nog zo'n 5.150 nieuwe projecten totaal, december heeft dus bovenmatig hoog gescoord t.o.v. dat gemiddelde niveau.

2021 zit in de eerste 11 maand rapportages inmiddels op 3.614 nieuwe projecten en stevent, zelfs bij een hoog aantal nieuwe projecten in december, af op een beduidend lager aantal over het hele kalenderjaar. Mede gezien de fors toegenomen netproblemen overal in Nederland, tot in industriegebieden in dichtbevolkt west Nederland aan toe (Dordtse Kil gebied bij Dordrecht in Stedin netgebied, bijvoorbeeld), en inmiddels zelfs heel provincie Utrecht ook al in congestie status onderzoek, is de vraag of dat "aantal" projecten binnenkort weer kan toenemen. Zeker omdat ze gemiddeld genomen ook nog eens fors groter zijn geworden wat de opgestelde capaciteit betreft. Netbeheer Nederland heeft inmiddels haar landelijke netcapaciteit kaart gesplitst in een exemplaar voor netafname en een voor netinvoeding (tweet Polder PV). Laatstgenoemde laat grote delen van Nederland in rood (voorlopig geen capaciteit meer voor invoeding achter grootverbruik aansluitingen) tot oranje opgloeien (congestie onderzoek, hier komt vaak relatief weinig positief nieuws uit voort).

2. Capaciteit evolutie van gecertificeerde zonnestroom installaties


Voetnoot bij grafiek: de cijfers voor september 2017 zijn na vragen van Polder PV door CertiQ aangepast.
Voor de reden, zie analyse herziening september 2017 rapportage ! Ook voor juli 2019 is het aanvankelijk op 1 augustus 2019
verschenen maandrapport na interventie door Polder PV fors neerwaarts gecorrigeerd in een later gereviseerde versie.
Als klap op de vuurpijl resulteerde uit het april 2020 rapport een bizarre negatieve maandgroei van -108,5 MWp,
a.g.v. een "drie-nullen correctie" van een eerder (?) foutief ingegeven installatie door een netbeheerder. Ook het cijfer in januari 2021 is door een foute
entry van een netbeheerder veel te hoog uitgepakt. Dit is gecorrigeerd in februari, waardoor die maand een zeer lage "artificiële groei" laat zien.

In vergelijking met de groei van de aantallen nieuw geregistreerde gecertificeerde PV projecten (vorige grafiek), gaat het bij de netto toegevoegde capaciteit al langere tijd om opvallende, gemiddeld substantieel grotere volumes dan wat we in eerdere jaren hebben gezien. Met name in 2018 en 2019, en voor 2020 (met name vanaf mei, maar met uitzondering van augustus). Na de heftige revisie van het nieuwe netto volume voor juli 2019 volgde een nieuw, met nog wel wat vraagtekens omgeven historisch record van 270,9 MWp in augustus, wat het vorige record in februari van dat jaar (165,0 MWp) naar de annalen verwees. In november van 2019 werd wederom een verpletterend nieuwe record toevoeging van maar liefst 409,9 MWp geregistreerd. Ook december pakte hoog uit, met 156,2 MWp.

In 2020 werden in slechts 3 maanden veel slechtere resultaten gerapporteerd dan in dezelfde maand in 2019. Dat waren maart, april (met de bizarre negatieve anomalie vanwege een - herstelde - blunder van een netbeheerder), en augustus, wat veel lager uitkwam dan diezelfde maand in 2019. Zeer grote positieve verschillen vonden we in 2020 in de maanden juli, september, oktober, en december. En november haalde net aan niet het all-time high record van diezelfde maand in 2019, al scheelde het niet veel.

Het maandgemiddelde is in 2020, mede veroorzaakt door de hoge groei in de tweede jaarhelft, nadat het met het november rapportage al - eindelijk - hoger was geworden dan het kalenderjaar gemiddelde in 2019, op een toenmalig record niveau beland, van 158 MWp. In de oktober update lag de blauwe nog iets lager dan de gele stippellijn. Het huidige record was door Polder PV al voorspeld in een eerdere update, maar december heeft het zelfs dermate goed gedaan, dat het maandgemiddelde nieuwe vermogen nu in 2020 11,5% hoger is komen te liggen, dan dat in 2019 (142 MWp). Een opmerkelijk resultaat voor Covid19 jaar 2020.

2021 had meteen al twee byzondere verrassingen voor ons in petto, wat voorspellen in deze extreem dynamische markt zelfs op korte termijn zo lastig maakt. Januari scoorde vér boven verwachting, met een record voor die maand, 356,5 MWp nieuwe capaciteit toegevoegd, maar liefst een factor 6,3 maal het volume in januari 2020. Maar dat tijdelijke hoogtepunt werd direct in februari weer afgewisseld met een nieuwe, extreme dip. In de 2e, weliswaar winterse maand van 2021 werd slechts 13,6 MWp toegevoegd aan het CertiQ register. Een ongekend lage score, voor wie de recente cijfers over 2020 nog op het netvlies heeft. Slechts 7% van de 204 MWp toevoeging in februari 2020. Afgezien van de de bizarre april 2020 anomalie ("negatieve groei"), moeten we voor een nog lagere maandelijkse toename helemaal teruggaan naar april 2017, toen slechts 7,5 MWp netto werd toegevoegd in die maand. Bijna vier jaar geleden ...

De reden van deze bizar lage toevoeging is, gezien de disclaimer die Polder PV al enige tijd standaard in deze analyses heeft opgenomen, helaas weer een foute ingave van een netbeheerder. Die een beruchte "drie nullen fout" heeft gemaakt, en dit helaas "niet gecheckt" in de database van CertiQ terecht is gekomen (zie ook nagekomen bericht onder bespreking van het vorige maandrapport). Dit is door een CertiQ medewerker eerder al aan Polder PV bevestigd, het blijft ook daar een zorgenkind dat (duidelijk) foute ingaves door netbeheer niet altijd op tijd ontdekt worden.

Vanaf maart is de situatie weer genormaliseerd en is er inmiddels, in tegenstelling tot de trend bij de nieuwe aantallen projecten per maand, vier maal achter elkaar een nieuw maandrecord gevestigd. En wel, van 171 MWp in maart, 194 MWp in april, 275 MWp in mei, tot, wederom een nieuw maandrecord voor die maand, 259,2 MWp in juni. Wat maar liefst een factor 1,7 maal zo hoog ligt dan het vorige record voor die maand, juni 2020, met 149,4 MWp.

Juli 2021 was echter weer een opvallende trendbreker, en scoorde met slechts 99,5 MWp beduidend minder dan juni 2020, toen ruim de dubbele hoeveelheid werd bijgeschreven bij CertiQ, 207,6 MWp. Deze maand kwam hiermee zo'n beetje op het niveau van juli 2019 uit. Gelukkig keerde in augustus de trend wederom ten positieve, in die maand werd 168,7 MWp nieuw bijgeschreven. Een spectaculaire 70% hoger dan de bijna 100 MWp in augustus 2020. Maar nog wel ver verwijderd van het record volume voor die maand, bijna 271 MWp in augustus 2019.

Ook in september volgde weer een "nare verrassing": er werd maar 85,7 MWp nieuwe capaciteit toegevoegd, wat een "schim" is van de toevoeging in september 2020, slechts een derde deel van de toen gerapporteerde 257 MWp ! Deze sterk tegenvallende toevoeging in september, is slechts weinig hoger dan het maandgemiddelde in heel 2018 (paarse stippellijn). Gelukkig is in oktober weer voor dit jaar een bovengemiddelde hoeveelheid capaciteit toegevoegd, 205,1 MWp, wat echter nog wel 16% lager ligt dan de 244,4 MWp in oktober 2020.

Gezien de vermelde problemen rond de netcapaciteit, mag het niet verwonderen, dat de spanning over het toegevoegde volume in november 2021 op een teleurstelling is uitgedraaid. In november 2019 en 2020 werden record nieuwe volumes gemeld, 409,9 MWp resp. 393,1 MWp, die grotendeels gerelateerd zijn geweest aan de oplevering van meerdere grote zonneparken. November 2021 heeft daarbij vergeleken een zeer laag niveau van slechts 212,3 MWp nieuw capaciteits-volume opgeleverd, iets meer dan de helft van de 2 voorgaande jaren. Wel ligt die nieuwe capaciteit een stuk hoger dan het maandgemiddelde in de eerste 11 maanden van 2021, 185,5 MWp, wat nog steeds fors hoger ligt dan dat gemiddelde in 2020 (bruine resp. blauwe stippellijnen).

De eerste 11 maand rapportages lieten, ondanks de tegenvallende aanwas in juli, september en november, een nieuwe record groei zien van bijna 2.041 MWp in 2021. Dit is 23% hoger dan het niveau in 2020 (1.661 MWp; waarbij echter de "negatieve groei in april" is meegenomen), tot voor kort het hoogste in die periode tot nog toe. En het is 25% hoger dan het niveau in 2019 (1.546 MWp). Duidelijk is in ieder geval dat december dit jaar nog steeds een flink positieve verrassing kan laten zien, omdat er de nodige grote zonneparken in bouw zijn. Hoe hoog dat volume zal uitpakken hangt nadrukkelijk af van de datum van netkoppeling van veel van die grotere projecten. Die is van tevoren nauwelijks in te schatten vanwege de grote problemen bij de netbeheerders. De tegenvallende groei van de capaciteiten in september en november dit jaar laat duidelijk zien, dat zelfs korte termijn prognoses op drijfzand berusten in deze volatiele markt.

Als we uitgaan van de gemiddelde nieuwbouw gerapporteerd in december in de jaren 2018 tm. 2020, 172,7 MWp, zou in 2021 het totale nieuwe volume zo'n 2.213 MWp kunnen gaan worden. Althans, volgens de bekende maand rapporten. Het lag met de toevoeging van de november rapportage sowieso al boven de ruim 1.897 MWp in de 12 maandrapportages van 2020, en zou met dat gemiddelde december volume grofweg zo'n 17% boven de totale capaciteit voor 2020 uit kunnen gaan komen. Dit, om een idee te geven voor een eerste potentiële schatting voor 2021. Omdat de maandrapport cijfers continu fors worden bijgesteld, moet er voor de werkelijk gerealiseerde volumes anders worden gerekend. Zie daarvoor paragraaf 9 !

3. Gemiddelde capaciteit nieuwe PV installaties november 2021

Als we uitgaan van de CertiQ cijfers zoals nu gepubliceerd, deze als "correct" beschouwen, relatief weinig uitstroom van verwijderde projecten in de data bestanden veronderstellen, en de maandelijkse netto toevoegingen in de rapportages voor november 2021 combineren met de toegevoegde capaciteiten in die maand, resulteert dit, na het relatief hoge gemiddelde in oktober (855 kWp), weer in een relatief hoog systeem vermogen van 674 kWp per stuk bij de nieuwkomers. Dat geeft voor die maand een gemiddelde omvang van zo'n 1.926 zonnepanelen à 350 Wp per project. Dat zijn dus (gemiddeld) weer behoorlijk grote projecten geweest.

Het evoluerende systeemgemiddelde bij de totale accumulatie in het CertiQ dossier is door de relatief hoge capaciteit toevoeging in november weer verder toegenomen. Zie paragraaf 8.

4. Kwartaal cijfers CertiQ maandrapportages - tweede resultaat voor QIV


Groeicijfers per kwartaal. De volumes voor alle vier de kwartalen in 2019 gaven allen nieuwe records t.o.v. de vergelijkbare periodes in 2018 te zien. Onder anderen door de Covid19 crisis kwam daar het eerste half jaar van 2020 de klad in, met iets lager volume in QI (304 t.o.v. 314 MWp QI 2019), en een zeer laag volume van 161 MWp in QII, grotendeels veroorzaakt door de gemelde negatieve groei in het maandrapport voor april dat jaar (dit, t.o.v. 295 MWp nieuw volume in QII 2019). Zowel QIII als QIV echter, gaven in 2020 weer forse groei te zien t.o.v. dezelfde kwartalen in de tweede helft van 2019, 558 t.o.v. 440 MWp in QIII, resp. een absoluut record volume van 874 t.o.v. 653 MWp in QIV. Dat is 34% meer groei in het laatste kwartaal van 2020, en het is een factor 3,2 maal het niveau in QIV 2018 (274 MWp).

Het eerste kwartaal van 2021 heeft met de flinke toevoeging van 171 MWp in maart weer tot een nieuw kwartaal record voor QI geleid, 541 MWp. Met de toevoeging van juni aan de resultaten voor QII 2021 is wederom een record niveau bereikt, van 728 MWp (op een na laatste kolom). Daarmee zit het tweede kwartaal van dit jaar maar liefst 4,5 maal zo hoog dan QII 2020, met dien verstande dat daar natuurlijk de "negatieve anomalie" april bij heeft gezeten, wat dus in een niet representatieve vergelijking resulteert. Vergelijken we met het "normale" (pre-Covid) jaar 2019, is het tweede kwartaal van 2021 inmiddels al 2 en een half maal zo hard gegroeid dan de 295 MWp toevoeging in QII 2019.

Het derde kwartaal in 2021 is echter, met de gemiddeld genomen relatief bescheiden toevoegingen van 99,5 MWp in juli, 168,7 MWp in augustus, en nu 85,7 MWp in augustus, op een beduidend lager niveau van 354 MWp gekomen. Zelfs het derde kwartaal in 2019 heeft, met 440 MWp, behoorlijk meer nieuw volume opgeleverd. Ruim 24% meer ... Dit laat wederom zien dat voorspellingen over de te verwachten aanwas in het CertiQ dossier problematisch blijven: het kan alle kanten op blijven gaan.

Het laatste kwartaal is, met de toevoeging van november 2021 weliswaar niet slecht, al waren voor zowel oktober als, met name, november de volumes (veel) lager dan in dezelfde maanden in 2020. Voorlopig staat er 417 MWp (laatste, gearceerde kolom), met alleen nog december toe te voegen aan dit kwartaal. De verwachting van een mogelijk "daverend" resultaat voor het laatste kwartaal in een vorige bespreking, moet in ieder geval flink worden getemperd, want december zou maar liefst 457 MWp moeten gaan toevoegen om QIV 2020 te gaan evenaren. Dat zie ik niet gebeuren, mogelijk is wel een toevoeging van 236 MWp om het resultaat voor QIV 2019 te evenaren (totaal 653 MWp), dat was namelijk het nieuwe (record) volume voor december in 2019. Dat blijft dus nog even afwachten, en dat horen we pas in het nieuwe jaar.

5. Half-jaar cijfers CertiQ maandrapportages - 4e toevoeging voor het 2e half jaar


Groeicijfers per half-jaar. De Y-as geeft de nieuw gerapporteerde capaciteiten in MWp, volgens de maandrapportages in de getoonde half-jaren. Op de X-as per kolom de resultaten van de 6 maand rapportages uit de half-jaren (HI = jan. tm. juni; HII = juli tm. december) sinds 2010, tot en met het eerste afgeronde half-jaar voor 2021, en een eerste resultaat voor het 2e half-jaar.

Het tweede half-jaar van 2020 heeft een nieuwe record capaciteit van 1.432 MWp laten zien. Die het voorgaande half jaar record, HII in 2019 1.094 MWp, alweer aan diggelen sloeg, met 31% meer toegevoegde capaciteit in dat tweede half-jaar (en wel, midden in de mondiale Covid19 pandemie).

Het eerste half jaar van 2021 heeft ook alweer het record voor die periode gebroken, met de toevoeging van juni werd dat 1.269 MWp. Dit is al een factor 2,7 maal het volume in het eerste half-jaar van 2020 (465 MWp), al moet daar wel aan toegevoegd worden dat in dat laatste cijfer ook de "negatieve groei anomalie in april 2020" zat besloten, en dus geen "eerlijke" vergelijking betreft. Het niveau in HI 2021 is echter ook al een factor 2,1 maal zo hoog dat dat in het eerste half-jaar van 2019 (608 MWp). In ieder geval is, zoals reeds eerder voorspeld door Polder PV, het tweede half-jaar van 2019 inmiddels naar de derde plaats verwezen in deze sub-rating.

De laatste kolom toont de eerste 5 van de zes toevoegingen voor het tweede half-jaar, met, geaccumuleerd, inmiddels 771 MWp in juli tm. november. Er zijn weliswaar veel grote zonneparken in bouw, die gepland zijn om voor het eind van het jaar te worden opgeleverd, maar het is zéér onwaarschijnlijk dat december een record volume van 661 MWp gaat opleveren, waarmee ze HII van 2020 zou kunnen gaan evenaren. Voor een vergelijkbaar niveau als in HII 2019 (totaal 1.094 MWp) is "slechts" 323 MWp nodig, wat haalbaar lijkt, maar wat beslist, zie het tegenvallende resultaat voor november 2021, geen "gegeven" is.

6. Kalenderjaar cijfers CertiQ maandrapportages & jaar-revisies - tm. november 2021, inclusief revisie 2019 en eerste jaar rapport cijfer 2020


Voor beschouwing van een vorige versie van deze grafiek, zie onder de bespreking van het april maand rapport. Nieuwe kalenderjaar volumes volgend uit de oorspronkelijke maand rapportages zijn hier weergegeven in lichtblauwe kolommen. De volumes die volgen uit de later verschenen oorspronkelijke, dan wel gereviseerde jaar rapportages zijn getoond in de donkerblauwe kolommen. Gearceerde kolommen worden later nog bijgesteld door CertiQ. Er is m.b.t. de revisie cijfers slecht (en wellicht ook weer hoopvol) nieuws te melden, zie paragraaf 9.

De meest recente cijfers voor 2021 laten, tot en met november, al een nieuw volume zien van ruim 2.041 MWp, weergegeven als gearceerde kolom achteraan in de grafiek. Waar uiteraard de december rapportage nog bij opgeteld zal gaan worden. Het niveau is echter nu al 7,6% hoger dan de 1.897 MWp voor het hele kalenderjaar 2020 in de maandrapportages over dat jaar, met een laatste maand, waarin vaak nog diverse grotere projecten (zonneparken) worden opgeleverd. Hoe hoog het totale volume zal gaan uitpakken blijft vooralsnog onduidelijk, vanwege de nodige onzekerheden, met name op het gebied van de netcapaciteit, beschikbaar gekwalificeerd personeel en, in het byzonder relevant voor de bouw van zonneparken: niet al te nat weer (i.v.m. zeer moeizaam werk in glibberige modder). Een eerste afschatting gaf ik aan het eind van paragraaf 2. Paragraaf 9 geeft een beter alternatief, waarbij een nieuwe afschatting voor de volumes in 2020 zijn gebruikt als basis.

7. Accumulatie van gecertificeerde PV capaciteit


De trendlijn in de grafiek is sedert de mei 2020 update, als gevolg van de aanvankelijk tegenvallende cijfers in 2020 (incl. de negatieve groei in april anomalie), aangepast t.o.v. het exemplaar in de voorgaande versies. De polynoom "best fit" curve is vervangen door een voortschrijdend gemiddelde trendlijn, waarbij het gemiddelde resultaat van de laatste drie maanden wordt weergegeven. Mede vanwege de bizarre "negatieve maandgroei in april 2020", vlakte deze curve rond die maand tijdelijk wat af, en wederom, kort, begin 2021, n.a.v. de "januari-februari anomalie", maar daar is bijna niets meer van te zien. De groei is echter na deze incidenten op hoog niveau gecontinueerd. Vandaar dat de rode lijn weer een zeer sterk positieve stijging laat zien. Vertikale blauwe stippellijnen geven vanaf de bespreking van de november (2020) rapportage het snijpunt van de bereikte 1.000 MWp piketpalen ("een GWp") met deze curve weer. Zoals in een vorig maandrapport al voorspeld, is de zesde piketpaal inmiddels ook alweer een tijdje achter de rug, begin juni was het zover. En, zoals reeds verwacht, de zevende is inmiddels ook gepasseerd: Eind november 2021 stond bij CertiQ een geaccumuleerd gecertificeerd vermogen genoteerd van 7.163,1 MWp.

De verdere progressie hangt wederom van onzekere factoren af, met name de voortwoekerende netcapaciteit problemen, de beschikbaarheid van kundig en gekwalificeerd technisch personeel. De SDE portfolio's zijn echter nog dermate groot (analyse 1 oktober 2021 update alhier), dat we nog zéér veel volume kunnen gaan verwachten in de komende jaren. Gezien de krappe tijdvensters waarbinnen SDE beschikte projecten gebouwd dienen te worden, en ondanks een jaar respijt vanwege de pandemie, is 2021 sowieso alweer een record jaar geworden. Zeker op het gebied van de realisatie van grotere, SDE "+" en "++" gesubsidieerde projecten.

Eind december 2020 bereikte de zonnestroom databank van CertiQ in ieder geval een geaccumuleerde gecertificeerde capaciteit van 5.122,6 MWp, en had het daarmee toen al de vijfde Gigawatt ruim overschreden in - bijna exclusief - de projecten markt. Het bereiken van de eerste "gecertificeerde" GWp kostte sinds eind 2009, toen er nog slechts 22 MWp PV capaciteit bij CertiQ bekend was (gecertificeerd), 8 een een half jaar. De tweede GWp heeft minder dan een jaar gekost. De derde GWp is al binnen een periode van 6 maanden toegevoegd (tussen mei en december 2019). De vierde GWp volgde, mede vanwege de curieuze "negatieve groei" in het april rapport, en de vertragingen vanwege de Covid19 pandemie, 10 maanden later. De vijfde volgde echter alweer zeer rap, binnen 4 maanden tijd. De zesde volgde 5 maanden later, de huidige zevende duurde iets langer, maar was ook binnen een half jaar een feit. Het is een van de belangrijkste redenen, waarom de netbeheerders op talloze plekken in ons land in de problemen zijn gekomen met de beschikbare netcapaciteit: ze zijn compleet overvallen door het enorme tempo van de nieuwbouw van met name de grote PV projecten. En, wat de grote zonneparken betreft: vaak in dunbevolkte gebieden met een historisch verklaarbare "krappe netcapaciteit". Voor de meest recente status, zie de integrale net(krapte) kaart van Netbeheer Nederland (of via de websites van de afzonderlijke netbeheerders). Zie ook mijn recente tweet daarover.

Het inmiddels alweer bereikte volume van 7,16 GWp in het rapport van november 2021 is een factor 326 maal het volume eind 2009 (22 MWp). En al ruim 55 maal het volume in juni 2015 (129,5 MWp), vlak voordat de hoge groei bij CertiQ manifest werd. Voor een nieuwe prognose voor eind 2021, gebaseerd op dit diagram, zie de grafiek in paragraaf 9.

CertiQ vs. RVO

Enkele dagen geleden heeft Polder PV in detail uit de doeken gedaan wat de resterende beschikte, resp. gerealiseerde volumes aan zonnestroom projecten onder de SDE - SDE "+" regimes zijn geweest, volgens de opgegeven of bijgestelde beschikte hoeveelheden, in de RVO status update van 1 oktober 2021. Het geaccumuleerde volume aan "ingevulde beschikte capaciteit" was op die peildatum bij RVO opgelopen tot 6.436 MWp.

CertiQ kwam in het september rapport (status begin oktober 2021) met fysiek gerealiseerd (= niet gelijk aan beschikt volume !) 6.746 MWp PV capaciteit voor (gecerticificeerde) zonnestroom. Dat volume is inclusief een onbekend, waarschijnlijk gering volume "niet SDE gesubsidieerde" PV projecten*. Die zeer recente update van RVO ligt dus alweer, wat beschikte volumes betreft, 310 MWp achter op de harde realisatie cijfers van CertiQ tm. eind september 2021. Inmiddels is, met het verschijnen van de november rapportage, het fysiek gerealiseerde volume bij CertiQ alweer ruim 11% (727 MWp) hoger dan de laatste bekende "officiële" status rond de SDE bij RVO. Dit soort forse, tot soms zelfs extreme verschillen zal niet verdwijnen, het niveau van het gesignaleerde verschil verandert immers per status update van een van de beide instanties. Meestal lopen de RVO updates ver achter bij de CertiQ data.

Voor meer beschouwingen over dit onderwerp, zie de update van december 2020.

* NB: Hardnekkige claims, dat de CertiQ databanken alleen maar projecten "met SDE+ subsidie" (beschikkingen) zouden bevatten kloppen absoluut niet. Een groot volume bij de aantallen betreft kleine projecten met oude SDE beschikkingen, zoals hier ook voor de zoveelste maal gemeld. Maar daarnaast zijn er ook projecten zónder SDE of SDE "+" (dan wel, inmiddels, zelfs SDE "++") subsidie, die via diverse groencertificaten platforms instromen. Het aantal of het volume daarvan (in MWp) is echter niet publiekelijk bekend, omdat dat onderscheid in de CertiQ data niet wordt gemaakt. Dit is eerder dit jaar expliciet bevestigd door een medewerker van CertiQ (pers. comm. met Polder PV). Voor een overzicht van hoeveelheden door CertiQ geturfde projecten per grootteklasse, zie ten eerste de revisie van de jaarcijfers voor 2019, in detail geanalyseerd door Polder PV. Een update met de eerste resultaten voor 2020 is inmiddels ook reeds beschikbaar, alhier. Laatstgenoemde cijfers zullen echter later nog worden bijgesteld, zie ook paragraaf 9.

8. Evolutie systeemgemiddelde capaciteit bij accumulaties CertiQ dossier


Met de aanhoudend sterke groei van de accumulatie van (gecertificeerde) zonnestroom capaciteit, bleef jaren lang ook de gemiddelde projectgrootte fors groeien in de cijfers van CertiQ. Maar daar is in het voorjaar van 2020 tijdelijk de klad in gekomen, sedert de toen historische piek in februari 2020 (159,5 kWp). Al in maart van dat jaar kregen we te maken met een "unicum", de gemiddelde systeemcapaciteit van het totale geaccumuleerde volume nam af. Door continue instroom van behoorlijk veel nieuwe projecten, maar beperkte hoeveelheden nieuwe capaciteit, én de daar op volgende "april anomalie" (negatieve capaciteits-groei), is het systeemgemiddelde voor het eerst in zeer lange tijd een korte periode achteruit gegaan. Vanaf mei 2020 is er weer een toename te zien, en belandde dit eind juni op 156,6 kWp per project. Eind juli hadden we een nieuw record te pakken, 161,4 kWp, ondanks ook een record bij het aantal nieuw geregistreerde projecten. Vanwege de voortdurende toevoegingen van grote volumes nieuwe projecten, met ook weer veel capaciteit, in augustus 2020 tm. januari 2021, blijkt dat record begin dit jaar in de accumulatie cijfers wederom fors te zijn verbeterd. De gemiddelde systeem capaciteit van alle bij CertiQ aangemelde dan wel overgebleven gecertificeerde installaties is namelijk verder gestegen naar 204,3 kWp per project.

Toen kwam echter het februari rapport, met zwaar tegenvallende toegevoegde capaciteit, en wederom kregen we een herhaling van de geschiedenis: het systeemgemiddelde vermogen van alle gecertificeerde PV projecten nam weer tijdelijk iets af naar 201,8 kWp. Echter, vanwege de "normale hoge groei" in maart tot en met juli, is dat alweer gerepareerd, zoals voorspeld. Het augustus rapport bracht weer een relatief hoog nieuw volume in, september een "beperkte" hoeveelheid. Eind september is het gemiddelde per installatie daarmee ongeveer gestabiliseerd, maar bij niet zeer hoge aantallen nieuwe installaties, gecombineerd met wel forse nieuwe capaciteits-toevoegingen in oktober en november, is inmiddels alweer een nieuw record niveau neergezet, van 238,1 kWp, eind november 2021.

In het maand rapport van maart 2019 is de gemiddelde systeemgrootte bij de accumulatie aan gecertificeerde PV installaties bij CertiQ voor het eerst boven de 100 kWp gekomen. In het december rapport van 2019 is de 150 kWp grens gepasseerd. Met de update voor januari 2021 is ook bij deze afgeleide parameter de tweede belangrijke "piketpaal" bereikt: de gemiddelde project omvang was toen al de 200 kWp reeds ver voorbij. Afhankelijk van het "type groei" in de komende maanden, komt er voor grofweg medio 2022 al aardig zicht op een mogelijk systeemgemiddeld vermogen van 250 kWp in de CertiQ database.

Het maximale niveau eind november 2021 is een hoge factor 41,1 maal het gemiddelde begin 2010. En een factor 15,9 maal zo hoog dan de minimum omvang waarvoor een SDE "+" project sedert SDE 2011 (volgens wettelijk voorschrift) wordt geaccepteerd door RVO (15 kWp, onderste horizontale blauwe stippellijn). Ook in deze grafiek is, vanwege de trendbreuk begin 2020, afgestapt van een polynoom trendlijn, en is deze vervangen door een voortschrijdend gemiddelde lijn, met gemiddelde waarden van de laatste drie maanden (rode curve). Na een korte neerwaartse buiging tm. juni 2020, is deze weer omhoog gebogen a.g.v. de forse toevoegingen aan capaciteit in de rapportages van juli 2020 tm. januari 2021. De tegenvallende inbreng in het februari 2021 rapport leidde tot slechts een tijdelijke afzwakking van de hellingshoek van de rode lijn.

De gemiddelde systeemgrootte van de netto toevoeging in de november 2021 rapportage lag die maand weer op een relatief hoog niveau, 674 kWp (paragraaf 3). Dat het in de grafiek getoonde gemiddelde voor alle geaccumuleerde projecten normaliter (veel) lager ligt dan bij de maandelijkse toevoegingen, komt door het blijvend "drukkende effect" van de duizenden kleine residentiële PV installaties uit de eerste 3 SDE regelingen (vaak met een omvang van maar een paar kWp per stuk). De verwachting is, dat dit effect op het totale systeemgemiddelde nog lang zal aanhouden gezien hun volume. Pas als er continu véél, en ook zeer grote fysiek opgeleverde nieuwe SDE projecten gaan cq. blijven instromen bij CertiQ, zal dat effect (deels) worden opgeheven. Daarbij s.v.p. niet vergeten dat de duizenden kleine residentiële installaties ook voor 15 jaar een SDE (2008-2010) beschikking hebben (zie grafiek met de actuele [overgebleven] aantallen per grootte categorie in het eerste jaar overzicht van 2020). Dus het gros daarvan zal beslist nog tot en met 2023 in dienst zijn, en geregistreerd blijven bij CertiQ. Zonder registratie immers géén (voorschot-betalingen voor) SDE subsidie meer.

9. Totaal CertiQ volume - extrapolatie tm. eind 2021 en nieuws m.b.t. revisie cijfers CertiQ

De verwachting, dat Nederland in 2019 weer een record jaar tegemoet zou gaan zien, is met de pas laat in 2020 gepubliceerde, gereviseerde cijfers voor de projecten markt - in casu CertiQ data - volledig uitgekomen. Hetzelfde geldt, voor sommigen wellicht een verrassing, voor Covid jaar 2020. Een belangrijke vervolg vraag blijft luiden: hoe "groot" wordt het CertiQ volume in het nieuwe jaar 2021 ?

Lange tijd werd er in 2019 - voor wie dat aandurfde - over mogelijk 2 GWp nieuwbouw voor heel Nederland gesproken, inclusief de gecertificeerde volumes (bijna uitsluitend SDE projecten), en de grote volumes aan residentiële en niet, of anderszins gesubsidieerde projecten. De groei is substantieel hoger geworden dan "slechts" 2 GWp". De eerste CBS publicatie kwam op 2.402 MWp uit. Het allerlaatste, nogmaals bijgestelde jaargroei cijfer voor 2019 is inmiddels alweer 2.617 MWp, 8,9% hoger.

De wederom flink bijgestelde cijfers voor 2020 zijn inmiddels ook bekendgemaakt door het CBS: 10.950 MWp eindejaars-volume, nieuwbouw in 2020 voorlopig 3.724 MWp. Voor uitvoerige details van de vorige update van de CBS cijfers voor 2019, en toen nog zeer voorlopige cijfers voor 2020, zie mijn gedetailleerde overzicht, gepubliceerd eind juli 2021 (introductie alhier).

Schokkend nieuws van CertiQ

Normaliter, verschenen bij CertiQ revisie rapportages per kalenderjaar zo'n beetje halverwege het daar op volgende jaar. Daar kwam de laatste jaren aardig de klad in, het revisie rapport voor 2019 verscheen zelfs pas eind oktober 2020, met een door Polder PV gevraagde correctie begin november dat jaar. Omdat 2021 alweer bijna verstreken is, vroeg Polder PV weken geleden al naar de status van het revisie rapport. Een schokkende mededeling volgde snel: die worden niet meer gepubliceerd ! Waarmee de complete actualisatie van de cijfers bij CertiQ, al jaren tot in detail uitgevlooid door Polder PV, tot een bitter einde zou gaan komen.

Mij werd verwezen naar de grafieken in de maandrapporten, waar de "actuele" gegevens in zouden moeten staan, maar die geven geen harde einde-jaars-cijfers weer, en interpolatie vanaf die grove grafieken zal hoe dan ook tot forse fouten gaan leiden. Ik heb een uitgebreide discussie gehad over deze voor mij en "Solar Nederland" hoogst onaangename situatie, en mij werd beloofd dat de TenneT dochter zou gaan proberen hier een mouw aan te gaan passen. Hierover volgt later vast meer.

Tot nu toe hebben we dus nog steeds géén gereviseerde data voor het reeds lang verstreken jaar 2020 van CertiQ. Uit "arren moede" ben ik dus toch maar gaan interpoleren vanaf de meest actuele maand evolutie grafiek, en kom daarbij op de volgende grove cijfers, wegens de grote tekortkomingen van deze ruwe methodiek:

EOY volumes
Eerste jaaroverzicht (JO)
Reconstructie grafiek CertiQ nov. 2021*
Verschil t.o.v. JO
Aantallen
26.736
27.500
2,9%

Capaciteit (MWp)

5.316,7
5.630
5,9%
Gemiddelde (kWp)
198,9
204,7
2,9%

* Grove afrondingen vanwege tekortkomingen reconstructie afleiding uit grafiek zonder harde cijfers

Ook al zijn de in de tweede kolom weergegeven cijfers grove afrondingen wegens de tekortkomingen van een dergelijke "extractie methode", duidelijk is in ieder geval, dat de data een duidelijke toename laten zien van de eindejaars-volumes. Grofweg 2,9% meer dan in het eerste jaaroverzicht voor de aantallen projecten, en zelfs 5,9% voor de capaciteit geaccumuleerd aan het eind van 2020. De systeemgemiddelde capaciteit is ook ongeveer 2,9% hoger geworden.

Relateren we deze nieuwe, nog zeer voorlopig te achten eindejaars-cijfers voor 2020 aan de in het gereviseerde jaar rapport voor 2019 opgenomen EOY data (waar ik, gezien de huidige actuele maand grafiek data voor november 2021, geen ingreep zie om die cijfers fundamenteel te wijzigen), krijgen we de volgende nieuwe jaargroei cijfers in het CertiQ dossier voor het jaar 2020:

Jaargroei
EOY 2019 **
Reconstructie EOY 2020
Jaargroei volume 2020
Jaargroei volume
2019 ***

Toename YOY 2020 t.o.v. YOY 2019 (%)

Aantallen
21.949
27.500
5.551
 
4.550
22,0%

Capaciteit (MWp)

3.280,3
5.630
2.350
 
1.636
43,6%
Gemiddelde (kWp)
149,5
204,7
423 **
 
360
17,6%

** De gemiddelde capaciteit is hier weergegeven voor het jaargroei volume. T.o.v. het EOY gemiddelde in 2019, kwam de systeemgemiddelde capaciteit EOY 2020 37% hoger te liggen. Zie paragraaf 5 in detail update voor 2019.

*** Jaargroei volume 2019 volgens de laatst bekende officiële status van de cijfers voor dat jaar, zie paragraaf 4 in detail update voor dat jaar (en eerste resultaten 2020).

Volgens deze "herleide" gegevens, zou de jaargroei in 2020 nu neerkomen op 5.551 nieuwe installaties (dat was in het voorlopige eerste overzicht, direct hier boven gelinkt, nog 4.787 nieuwe exemplaren), met een nieuwe gecertificeerde capaciteit van 2.350 MWp in dat jaar (eerste overzicht: 2.036 MWp). Wat leidt tot een systeemgemiddeld vermogen van 423 kWp bij de nieuwe installaties in dat jaar (voorheen 425 kWp, dus niet sterk gewijzigd). Vergelijken we deze nieuwste cijfers met de "gevestigde" jaargroei cijfers van 2019 (laatste 2 kolommen in de tabel), zijn die voor de aantallen nieuwe projecten in 2020 met 22 procent toegenomen, de capaciteit zelfs met bijna 44%. En is de systeemgemiddelde capaciteit bij de nieuwe volumes met bijna 18% gegroeid. Wat allemaal duidelijk indicatoren zijn van de verdere schaalvergroting in de SDE- gedreven projecten markt. Zowel bij de aantallen, als bij de omvang van de nieuwe projecten.

Hier onder ga ik, wat alleen het CertiQ volume betreft (!), met een nieuwe extrapolatie, in op het accumulatie potentieel voor eind 2021. Dit, n.a.v. de groei bij de accumulatie van de capaciteit, inclusief de toevoegingen in de laatste maandrapporten. Ik heb hierbij voor de "groene curve", die normaliter de officieel gereviseerde jaarcijfers van CertiQ als basis heeft, voor het jaar 2020 de hierboven berekende nieuwe eindejaars- capaciteit van 5.630 MWp toegevoegd, om te laten zien wat voor consequentie die toevoeging heeft.


Extrapolatie voor eind 2021

Op het eerste gezicht valt het nu zeer forse verschil op tussen de eindejaars-volumes voor 2020 volgens het december rapport van dat jaar (5.123 MWp, blauw omkaderd), en de nu opnieuw gereconstrueerde laatste omvang voor het eindejaars-volume, 5.630 MWp, i.p.v. de eerder getoonde 5.317 MWp in het eerste jaaroverzicht voor 2020 (groen, gestreept omkaderd). Het verschil tussen het december rapport en de huidige reconstructie is maar liefst 507 MWp, wat doet denken aan de zeer forse revisie van het CBS van ruim een halve GWp, in de juli revisie voor de totale nationale markt (waarvan CertiQ het grootste deel dossier omvat).

In een nieuwe, "conservatieve" lineaire extrapolatie voor de mogelijke accumulatie in het CertiQ register, eind 2021 (zwarte lijn), heb ik in deze laatste korte termijn prognose in eerste instantie eind 2018 als begin referentie genomen (eerste vertikale blauwe stippellijn), en via het laatste maand resultaat, november 2021, lineair ge-extrapoleerd naar eind 2021 (EOY '21, 2e vertikale blauwe stippellijn). Met deze extrapolatie komen we eind dit jaar inmiddels op een mogelijke accumulatie van zo'n 7.320 MWp uit, weergegeven rechts van de rechter Y-as. Dit is weer wat lager dan in de vorige versie, wat te maken heeft met een niet zeer grote aanwas in november dit jaar in dit dossier.

Ten tweede. Gaan we uit van de best fit trendlijn door de maand resultaten, een (conservatieve) 3e graads polynoom (rode curve), en bepalen we daarvan het snijpunt met genoemde blauwe stippellijn, komen we op een niveau uit van ongeveer 7.430 MWp.

Middelen we deze 2 relatief conservatieve scenario's uit, zouden we op een voorlopige "educated guess" voor het geaccumuleerde CertiQ volume, eind 2021, komen van ongeveer 7.375 MWp. Hetzelfde niveau als in de voorgaande update.

We hebben echter ook gezien, dat de - opwaartse - bijstelling van het eindejaars-volume voor 2020 al aanzienlijk is geweest, al is dat gereconstrueerd uit een slecht leesbare grafiek. Zouden we die cijfers als uitgangspunt nemen, zullen we uiteindelijk beslist nóg hoger uit gaan komen dan de conservatieve afschatting op basis van de progressie van de maandrapportages. Derhalve, is het "zoekgebied" voor het te verwachten volume, eind dit jaar, in het bovenste deel van de ovaal met gestippelde rand in de grafiek. Ik heb de extensie naar boven toe wel beperkt, omdat er de laatste maanden een duidelijke afkoeling van het tempo is geweest. Maar dan heeft u in ieder geval een richtlijn voor het mogelijke volume eind dit jaar.

Zou het eindejaars-volume inderdaad rond de 7,4 GWp gaan uitkomen in 2021, zou de jaargroei in het huidige jaar, in combinatie met het "gereconstrueerde" eindejaars-volume voor 2020 (nu: 5.630 MWp), kunnen neerkomen op zo'n 1,8 GWp in uitsluitend het CertiQ dossier. Wat inmiddels al een tijdje het grootste PV volume (capaciteit) bevat van alle registraties. Dat is echter weer veel minder dan de 2.213 MWp zoals ge-extrapoleerd uit de maandrapportages, en rekenend met een "gemiddelde" groei in december op basis van de jaren 2018-2020 (paragraaf 2). De verwachting is dat het sowieso wederom naar boven bijgesteld zal gaan worden, maar het blijft spannend om te zien hoeveel die bijstelling dan wel voor 2021 zou gaan worden. Als het rond de 2,2 GWp uitkomt, zou de jaargroei in het CertiQ dossier mogelijk zelfs ónder het nieuwe jaarvolume in 2020 kunnen gaan uitkomen (2.350 MWp, zoals berekend in de tweede tabel in deze paragraaf).

Wel moet men blijven beseffen, dat dit alles nog exclusief de residentiële, nieuwbouw, huur- en andere marktsegmenten is, die niet, of nauwelijks zijn vertegenwoordigd in het - omvangrijke - CertiQ dossier. Buiten kijf staat in ieder geval dat 2021 grote volumes zal gaan opleveren, de vraag blijft of het meer of minder gaat worden dan de net weer fors bijgestelde volumes voor record jaar 2020.

10. Gecertificeerde zonnestroom productie tm. oktober 2021 - alweer een bizarre anomalie

De "gemeten" producties van gecertificeerde zonnestroom worden door CertiQ ook in hun maand rapportages weergegeven, en wel over de daar aan voorafgaande maand. Dit zijn, wederom, altijd minimum inschattingen, omdat er vaak nog de nodige productie cijfers "na worden geleverd". De grootste volumes zijn wel al bekend, in de rapportage maand, volgend op de verslag-maand. Helaas is er weer een "onmogelijke" entry weergegeven in het november rapport van CertiQ. Er is slechts 0,3 GWh aan aangemaakte garanties van oorsprong vermeld voor oktober. Een bizar laag cijfer.


In bovenstaande grafiek in magenta de geaccumuleerde gecertificeerde PV capaciteit in de CertiQ databank, eindigend op 7.163 MWp in het november 2021 rapport (geel omrand punt rechtsboven, referentie: linker Y-as). Na het voorlaatste dieptepunt van 66,2 GWh in december 2020, en de tot nog toe record productie in juni 2021, 822,5 GWh (blauw data punt met rode rand, rechtsboven in de grafiek), zijn de maandelijkse producties zoals verwacht kon worden weer flink gedaald tm. september. Voor oktober 2021, echter, is een ronduit bizar lage productie van 0,3 GWh genoteerd, wat een fout moet zijn (aangegeven met de gestippelde lijn naar het bijna op de X-as liggende datapunt .

De reden van dit bizar lage volume is niet duidelijk. Wel heeft CertiQ aangegeven, dat er technische problemen zijn met de registratie van import van GvO's uit het buitenland (bericht van 26 november en update van 3 december dit jaar, maar over de registratie van de binnenlandse productie van elektra uit hernieuwbare bronnen werd met geen woord gerept. Toch moet ik concluderen dat daar voor oktober (ook) iets "goed fout" moet zijn gegaan, want het resultaat voor die maand is te onwaarschijnlijk voor woorden.

Ik heb wel een vermoeden wát er fout gegaan kan zijn. Want ook productie van elektra onder de noemer biomassa ligt op een extreem laag niveau, 6,4 GWh, waterkracht zit zelfs op 0 GWh. De enige positieve afwijking lijkt windenergie, waarvoor 423,8 GWh staat genoteerd voor oktober. Ik heb een donkerbruin vermoeden, dat de waardes voor zon, biomassa, en waterkracht, in TWh zijn vermeld, i.p.v. in de opgegeven eenheid GWh ... Dit is inmiddels nagevraagd bij CertiQ.

Na vragen van Polder PV aan CertiQ werd toegegeven dat er iets fout was gegaan. Er werd een nieuw maandrapport met de correcte waarden gepubliceerd op de website. Daardoor kreeg de GvO curve weer een "normaal, logisch verloop". Zie de nieuwe grafiek in paragraaf 10 van de bespreking van de december 2021 rapportage.

Totale gecertificeerde jaarproductie, grijze en groene stroom 2020

Zie hiervoor, en over eerste bespiegelingen over de totale "groene" en "grijze" stroomproductie in 2020, de uitgebreide bespreking in het januari rapport 2021. Ook in het detail overzicht van het eerste jaar rapport ben ik dieper ingegaan op de groene stroom productie, import en export van GvO's. Met het allereerste gecertificeerde productie cijfer voor 2020, wat later nog een stuk opwaarts zal worden bijgesteld (momenteel: bijna 3.749 GWh), was de aanwas t.o.v. de gecertificeerde productie in (record) jaar 2019 nu al 75%. Dit gaat nog hoger worden, maar is nu al respektabel te noemen, zeker als we ons realiseren met welke problemen de installatiebedrijven werden geconfronteerd in Covid19 jaar 2020.

De verwachting was dat deze lijn in 2021 voortvarend verder zou worden voortgezet. De eerst genoteerde gecertificeerde producties in de eerste negen maand rapporten laten dit in ieder geval al zeer goed zien, ondanks de wat tegenvallende productie in juli. Mocht de eenheid van productie inderdaad in TWh, en niet in GWh zijn gesteld voor oktober, zou voor die maand een "voorstelbare" hoeveelheid van grofweg 300 GWh zijn genoteerd. In oktober 2020 was, met véél minder PV capaciteit geregistreerd bij CertiQ, nog sprake van 166 GWh aan reeds afgegeven GvO's in die maand. Het kan beslist goed het dubbele volume zijn geworden in oktober 2021.

11. Andere cijfers zonnestroom certificaten CertiQ

CertiQ geeft ook al jaren per maandrapport een cumulatie van alleen de gecertificeerde, van Garanties van Oorsprong (GvO's) voorziene duurzame producties van de laatste 12 maanden op, per modaliteit. Daarvoor is voor zonnestroom alweer het in voorgaande rapporten (opnieuw) gebroken record verder aangescherpt, ondanks de bizarre, wellicht notatie anomalie "0,3 GWh in oktober 2021". Er werd namelijk maar liefst 5.410 GWh aan gecertificeerde productie in een jaar tijd genoteerd (40% meer dan de 3.865 GWh compleet gemeten in 2020, van kernsplijter Borssele). Ten opzichte van de cumulatie in het voorgaande maandrapport is het verschil toegenomen, tot een niveau van 44 GWh, wat mogelijk een artefact is vanwege de bizar lage opgave voor oktober 2021.

CertiQ publiceert ook separate import- en export cijfers van GvO's voor zonnestroom. Ondanks de gerapporteerde problemen met de registratie (zie eerdere verwijzing), lijken daarvoor de cijfers in het maandrapport van november plausibel. De import bereikte in die maand een relatief laag niveau van maar 25,5 GWh, een fractie van het record niveau van maar liefst 357,6 GWh in augustus, maar nog steeeds een stuk hoger dan de zeer lage 7,2 GWh in september. Het hoogste volume in 2020, 94,1 GWh, werd genoteerd in mei van dat jaar.

Gelijktijdig met de import van GvO's voor zonnestroom, werden er ook weer zonnestroom GvO's ge-exporteerd, uit Nederland, naar buitenlandse opkopers onder de Europese paraplu. Met 75,3 GWh wat meer volume dan de 54,4 GWh in oktober, maar nog steeds veel minder dan het record niveau van 176,9 GWh in september.

Voor de accumulaties van de laatste 12 maanden schommelde de import, van 418 (juli), via 771 GWh (augustus), 756 GWh (september), en ruim 776 GWh in oktober, naar 797 GWh in november. Bij de 12 maandelijkse accumulatie voor de export werd in november een volume van ruim 785 GWh bereikt, iets onder het voorgaande record niveau van 834 GWh tm. september dit jaar.

Afgezien van mogelijke fouten bij de ingaves bij CertiQ, komt de balans tussen de import- en export volumes van GvO's voor zonnestroom in november neer op 50 GWh meer aan certificaten ge-exporteerd dan het land in ge-importeerd. Dit is beduidend lager dan het in september nog gevestigde negatieve record van 170 GWh. Bij de 12-maandelijkse accumulaties is tm. november weer een positief resultaat van 11,7 GWh behaald negatief (meer import dan export). In augustus lag dat 12 maandelijks voortschrijdend gemiddelde nog op een record niveau van -161 GWh (meer export dan import in die periode).

De langjarige maandgemiddeldes voor de zonnestroom GvO's in de periode januari 2016 tm november 2021 waren als volgt: 71,8 GWh/mnd (import) resp. 22,5 GWh/mnd (export). Dus blijvend veel meer (netto) import dan export, waarmee een nog steeds relatief klein deel van de dominant fossiele stroom consumptie "administratief wordt vergroend".

Augustus 2021 was de maand met de hoogste import- en export volumes van zonnestroom GvO's, voor de export werd dat in september dit jaar alweer verbroken. Bij de voortschrijdende 12-maand accumulaties waren de record maanden oktober 2018 (import, 1.831 GWh), en september 2021 (export, 834 GWh). Als we de "balans" van import minus export volumes van zonnestroom certificaten in een aaneengesloten periode van 12 maanden berekenen, zien we sedert het eerste datapunt (maart 2015) een zeer grote spreiding. Variërend van 1.771 GWh (oktober 2018 en 11 maanden daar aan voorafgaand) positief, tot 161 GWh negatief (meer export dan import van zonnestroom GvO's in die periode) voor juli 2021 en de daar aan voorafgaande 11 maanden.

In november was de "voorraad" van nog niet aangesproken GvO's bij CertiQ (van groot naar klein: wind, biomassa, zon, water, en [nihil] geothermie GvO's) t.o.v. oktober weer wat toegenomen naar 21,80 TWh. Dat blijft echter nog steeds zeer hoog. Vergeet daarbij niet, dat het totale stroomverbruik van Nederland rond de 120 TWh per jaar ligt. Dat is dus het equivalent van zo'n 18% van dat totaal. Die enorme voorraad blijft een aanzienlijke marktwaarde aan "groenheid" vertegenwoordigen ...

12. Jaarverslag 2020

Voor cijfers uit het jaarverslag over 2020 zie paragraaf 12 in de analyse van maart 2021.


Eerdere analyses van maandrapportages 2021 op Polder PV:

Huidige rapportage: november 2021

Oktober 2021
September 2021
Augustus 2021
Juni & juli 2021
Mei 2021
April 2021
Maart 2021
Februari 2021
Januari 2021

Detail analyse eerste jaar rapport 2020 van CertiQ (zonnestroom). Zie ook introductie (6 maart 2021)

Bronnen:

Jaarverslagen CertiQ

Statistische overzichten CertiQ (per maand)

NB: de website van CertiQ is volledig vernieuwd op 20 september 2021. Aanvankelijk waren alleen de maandrapportages van 2021 toegankelijk. Eind oktober 2021 werden weer alle maandrapportages beschikbaar gemaakt via downloadbare zip-files per kalenderjaar, vanaf 2004 (archief pagina).

 
 
 
 
© 2021-2022 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP